Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 23 december 2003

Is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid? Nieuwjaarsrede over het Nederlandse weblog

In het enigszins beduimelde geschiedenisboek van het Nederlandstalige Internet schrijven we 2003 bij als het jaar waarop het weblog doorbrak. Het bestond al een jaar of vijf, maar dit jaar werd het ineens door de websites van de grote media ontdekt als hét publicatiemedium van het internet: NRC Handelsblad begon aarzelend aan een weblog (door internetredacteur Marie-José Klaver, die er eerder op persoonlijke titel al een schreef) en de Volkskrant breidde de zijne uit. Wim de Bie maakte bekend dat zijn weblog op de website van de VPRO zo'n tachtigduizend bezoekers per dag trekt. Hoe is het allemaal zover gekomen? Het weblog dat zich erop beriep 'het eerste (soort van)' te zijn, heette Alt0169 - naar de toetscombinatie die je op een Windows-computer moet indrukken om een copyright-teken te krijgen. Het werd vooral geschreven door een beeldend kunstenaar die zich soms de kolonel noemde, maar in het werkelijk leven Jeroen Bosch heet. Bosch begon zijn weblog in de zomer van 1999 en beëindigde hem, tot verdriet van een paar duizend lezers, drie jaar later, in de zomer van 2001.

Achteraf is Alt0169 makkelijk te classificeren als behorend tot de eerste generatie. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht bestond uit de vele, vele links naar alle uithoeken van het internet, waar de bizarste dingen te vinden bleken te zijn. Die kolonel moest dag en nacht aan het surfen zijn. Bovendien waren zijn stukjes goed en met ironie en taalgevoel geschreven. In de loop van een paar jaar creëerde hij een eigen jargon, met woorden als kneiter (goed voorbeeld), omkatten (vormgeving van een website veranderen) en het Utrechtse stadje U. Het was vaak ook behoorlijk flauw, of nee, hoe noem je dat, melig:

"Tip van de dag: schrijf nooit naar huis, je bent er al.

Bonustip van de dag: als je dan toch naar huis wilt schrijven, mail dan. Scheelt een postzegel."

De kolonel bepaalde veel van de wetten van het nieuwe genre: de stukjes waren kort, de toon was opgeruimd, en er waren veel links. Maar zo bezien waren er al wat voorgangers geweest op het Nederlandstalige Internet, al publiceerden die niet per se op het web. Van 1995 tot 1998 stuurde de Internet-journalist Francisco van Jole elke werkdag een nieuwsbrief via e-mail de wereld in, de Daily Planet, die binnen enkele jaren enkele tienduizenden abonnees kreeg. Die nieuwsbrief was feitelijk een weblog via de e-mail. Van Jole is daarmee te zien als de feitelijke vader van het weblog wat dan meteen mooi de haatliefdeverhouding verklaart die alle Nederlandse webloggers met hem lijken te hebben. Of Alt0169.com de allereerste was, valt niet meer na te gaan. Het was in ieder geval de eerste met een relatief groot succes (in de loop van zijn bestaan besteedden bijna alle landelijke kranten wel aandacht aan het verschijnsel weblog, en altijd werd Alt0169 erin genoemd). Het was ook al snel niet meer de enige. Bijvoorbeeld kwam het wat onbehouwener en puberale Retecool erbij, dat trouwens nog steeds welgemoed doorgaat met virtueel puberen en daarmee een interessante bron van hedendaags taalgebruik vormt:
"Old Skool gamen blijft de bom. Thrustar (een slicke uitvoering van de C64 game thrust) heerst de pan uit."
Een andere vroege Nederlandse weblogger was Tonie van Ringelenstijn. Hij was, achteraf gezien, degene die vooropliep bij de feitelijke doorbraak van het weblog: degene die het weblog als journalistiek instrument ontdekte. Hij was student op een school voor de journalistiek en schreef in zijn vrije tijd zijn weblog vol met observaties over het nieuws. Als er iets gebeurde (11 september), en je wilde op internet achtergrondinformatie vinden, ging je eerst bij Tonie kijken omdat hij de beste bronnen al bij elkaar verzameld had. Hij was er dan ook dag en nacht mee bezig:
"Thuis gekomen na een bezoek aan een Utrechtse kroeg en een lange terugreis zou een normaal mens zijn nest opzoeken. (Dank aan Ton B. en Roland P. voor het bier en snel voedsel) Mijn eerste gedachte was is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid?"
Bij de tweede generatie webloggers -- hoeveel generaties kun je proppen in vier jaar? Geduld! -- werd het persoonlijke belangrijker, en de link minder belangrijk. Zij maakten weblogs die autonoom waren, weinig of geen direct verband hielden met de rest van het wereldwijde web. Je zou hun producten op een cd-rom kunnen zetten, of zelfs in een boek kunnen afdrukken, zonder dat daarmee veel verloren zou gaan behalve dan de actualiteit van het voortdurend bijgewerkte weblog. Soms waren dat soort weblogs volkomen onbegrijpelijk voor buitenstaanders, en soms gingen ze gebukt onder de literaire pretenties. Webloggers van deze generatie schrijven hun dagboek op het internet, of produceren korte verhaaltjes. Een voorbeeld van de eerste categorie is Merel Roze; een voorbeeld van de tweede is - wederom - Francisco van Jole, die enkele jaren geleden de eerste fragmenten publiceerden van wat later zijn roman Blink zou worden, en nu bezig is (zij het niet erg frequent) met een serie over het 'tv-loze' bestaan, die misschien ook nog weleens uitmondt in een boek.

Overigens vallen in mijn ogen ook een aantal andersoortige weblogs onder deze generatie: weblogs die niet alleen weinig of geen links bevatten, maar ook weinig of geen tekst. Interessante (en tamelijk extreme) voorbeelden hiervan zijn Tekenlog, waarop de kunstenaar Marcel van Eeden elke dag een tekening plaatst, en de website van Thomas Schlijper, een persfotograaf die elke dag een fraaie foto publiceert die hij op die dag gemaakt heeft. Ook deze weblogs zijn autonoom, maar wel voortdurend bijgewerkt. De charme van een goed tweedegeneratieweblog zit er vooral in dat je het idee hebt dat je een ander mens van dag tot dag volgt.

Dat dit jaar er alweer een nieuwe generatie de derde, maar hierna houd ik er dan ook echt mee op zou opstaan, bleek toen Van Ringelenstijn begin dit jaar stopte met zijn privé-weblog omdat hij het te druk had en binnen enkele maanden opdook als -- waarschijnlijk betaalde - weblogger van het tijdschrift Quote. (Ik geloof niet dat hij er nog langer actief is, trouwens.)

De derde generatie webloggers schrijft zijn weblogs namelijk voor geld, en op websites van traditionele media. Bij de VPRO heeft bijvoorbeeld niet alleen Wim de Bie een eigen weblog, maar ook Wim Brands, dichter en presentator van het radioprogramma De Avonden. De weblogs van de kranten heb ik hierboven al genoemd; een ander voorbeeld is dat sinds de verkiezingscampagne van begin dit jaar sommige politici verslag van hun werkzaamheden doen in de vorm van een weblog. Een voorbeeld is minister Zalm die, al sinds de vorige verkiezingen bijna elke werkdag verslag doet van zijn werk. Dat is niet altijd even meeslepende lectuur - maar dat een bewindsman z'n gedetailleerd inkijkje geeft in zijn doen en laten, heeft iets sympathieks, vind ik.

Ook ons aller staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen schrijft een weblog. Zij werd enkele maanden geleden scherp aangevallen op enkele inderdaad wat knullige typefouten; sindsdien heeft zij haar frequentie wat verlaagd en schijnen haar teksten gecorrigeerd te worden. Die correcties gaan dan in ieder geval niet over de wat onbeholpen schrijfstijl:

"19 december

Deze week een hectische week achter de rug. Het plan voor Toelatingsbeleid was uitgelekt en dan staat er plotseling een cameraploeg van RTL Nieuws voor je neus. Een aantal commentaren van andere partijen, zoals de LSVb, waren al bekend, dus heb ik in lijn met het regeerakkoord een korte reactie gegeven.

Vandaag de Ministerraad achter de rug en kun kan ik er vrijuit over praten. De strekking van het plan is om een aantal experimenten uit te voeren [...]

Met het uitlekken van dit plan zie je de reflex: kan niet, mag niet, toegankelijkheid komt in gevar. Logisch, aangezien dit onderwerp al jarenlang een taboe is in Nederland. Jammer, want in Nederland moeten we ook topkwaliteit kunnen leveren en het is mijn stellige overtuiging dat zoiets kan mét behoud van de toegankelijkheid."

De vraag is nu natuurlijk: waar is de wetenschap? Ook voor onderzoekers lijkt het weblog immers een prachtige medium te zijn: een manier om een dagelijks inkijkje te geven in je werk, om elke dag vanuit je eigen invalshoek commentaar te geven op het nieuws, om mogelijk een groep te bereiken die je er bijvoorbeeld van wilt overtuigen om bij je te komen studeren, of om je subsidie te geven.

In de zomer van 2004 vieren we de vijfde verjaardag van het Nederlandse weblog - zullen er rond die tijd ook neerlandistische weblogs bestaan? In de taalwetenschap bestaan er al een paar, in ieder geval in het buitenland. De fraaiste is ongetwijfeld Language Log, waarop een team van vooraanstaande Angelsaksische taalkundigen met heel verschillende specialisaties (mensen als Mark Liberman, Geoffrey Pullum en Sally Thomason) dagelijks speels en wervend laat zien hoe mooi en veelzijdig het vak is. Elke dag is er wel een aardige observatie, een kleine analyse, een poging om aan te tonen dat de New York Times of Nature recentelijk taalkundige onzin hebben gedebiteerd.

Soms worden de berichtjes ook gebruikt om onderzoek te doen:

"Hey fellow bloggers and assorted fans: a question, taking advantage of this wonderful tool called the internet. A question: can you identify for me languages that have neither 1) inflections nor 2) tones used to distinguish lexical items or encode grammar?"
Wat zou het prachtig zijn als je zoiets ook had voor de neerlandistiek - een weblog waar je dagelijks berichten, oproepen en observaties vindt uit alle hoeken en gaten van het vak. Een soort Neder-L, maar dan van dag tot dag bijgehouden, met afbeeldingen van handschriften en syntactische analyses (en wat mij betreft komt er nog steeds twee keer in de maand dan een samenvatting voor de abonnees die een en ander via e-mail willen ontvangen). Die website wordt het dagboek van een kleine gemeenschap van vakgenoten, dat voorgoed laat zien hoe onterecht het is dat ons onderzoek zo weinig de krant haalt, en dat de lezer meesleurt in een interessante en aantrekkelijke manier om de wereld te bekijken: de onze. De vakgroep Nederlands die het aandurft om zo’n weblog te beginnen, voorspel ik een gouden toekomst.