Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 30 april 2012

Column 86: 'middeleeuws'


Op de voorpagina van de Volkskrant van vandaag, 30 april 2012, viel mij het vetgedrukte woord “middeleeuws” op. Het bleek de ‘kop’ te zijn van de dagelijkse Voetnoot van Arnon Grunberg. Hoewel je dat niet kon afleiden van die vette kop handelde deze over economie. Grunberg verdeelt de experts in twee groepen: “Zij die menen dat fiscale discipline en bezuinigingen de weg uit de crisis zijn. [...] En zij die menen dat de overheid de economie dient te stimuleren en dat fiscale discipline alleen het probleem slechts groter maakt.” Als een woordvoerder van de tweede groep citeert Grunberg een niet met name genoemde econoom, die het blind bezuinigen “middeleeuwse economische chirurgie” noemde. Volgt de slotalinea van Grunberg zelf: “Deskundigheid is inderdaad nauwelijks vereist om te beseffen dat de crisis met middeleeuwse middelen wordt bestreden waar later hard om zal worden gelachen.”

Ik moet nu al lachen.

Meisje die

Over 'het meisje die...' winden waarschijnlijk veel mensen zich op - ik ben de eerste niet die er een stukje over schrijft. Waarschijnlijk zal ik ook de laatste niet zijn. 'Het meisje die' is fout, want het moet 'het meisje dat' zijn: 'meisje' is een onzijdig woord en naar onzijdige woorden verwijzen we met 'dat'.

Op de site van de Nederlandse Taalunie staat een m.i. rare uitleg, het is 'het meisje dat', maar 'het schoolhoofd die' en 'het vriendinnetje die'. In de toelichting staat dat wanneer het biologisch geslacht belangrijker is dan het woordgeslacht, je wel met 'die' mag verwijzen (ik parafraseer hier heel erg kort door de bocht, dat weet ik). Het rare is dat de Taalunie dit niet bij 'meisje' goedkeurt. Alsof bij 'meisje' het biologische geslacht er niet toe doet, doch natuurlijk is een meisje van het vrouwelijke geslacht. In tegenstelling tot het schoolhoofd, want dat kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, zodat 'dat' een mooi neutraal verwijswoord is. 'Het schoolhoofd dat' is dan niet alleen grammaticaal correct, het is ook politiek correct gepolderd.

De methode Moszkowicz

Liever rechtop sterven dan op je knieën leven van Abraham Moszkowicz is verrassend genoeg voor alles een boek over taal. Doorlopend is de advocaat bezig precies uit te pluizen wat anderen zeggen. Meestal gaat het daarbij om de vraag of iets niet krenkend is, voor de advocaat zelf of voor zijn clienten. Toen de rechter tegen Geert Wilders zei dat het 'erop leek' dat hij nu ook weer vermeed in discussie te gaan, nam hij door die woordkeus de zojuist door hem geciteerde kritiek van tegenstanders over. De woordkeus in een kop in NRC Handelsblad van enkele jaren geleden, toen Moszkowicz tijdelijk in veiligheid werd gebracht door justitie (de krant kopte slaat op de vlucht, wat volgens Moszkowicz suggereerde dat hij laf was). Bijna op iedere bladzijde is de schrijver wel bezig om zo precies te analyseren wat de ander zegt en wat hij daarmee bedoeld kan hebben.
De 'methode Moskowicz' bestaat dan ook volgens Abraham Moszkowicz vooral uit taal:

zondag 29 april 2012

Lindes lijst

Eerder deze week nam Linde van den Bosch afscheid als Algemeen Secretaris vam de Nederlandse Taalunie. Sinds 2004 was ze de hoogste ambtenaar in dit Vlaams/Nederlands/Surinaams overheidsorgaan dat al net beleid op het gebied van de Nederlandse taal en literatuur beheert: van subsidie voor docenten aan buitenlandse universiteiten tot geld voor toegepast onderzoek naar taaltechnologie; van het Groene Boekje tot de Prijs der Nederlandse Letteren.

In haar toespraak gaf Van den Bosch een lijst van belangrijke taalpolitieke onderwerpen voor de komende jaren. Dat lijkt mij een goede lijst, met precies de kwesties waar wij als taalgemeenschap over zouden moeten discussiëren:

zaterdag 28 april 2012

Lepels en vorken

Je kunt de dingen beter begrijpen dan ze uit je hoofd te leren. Een lezing op het congres over Germaanse talen waar ik dezer dagen ben, ging over hoe je het beste aan Amerikaanse studenten kunt uitleggen hoe ze een Nederlands woord in het meervoud moeten zetten. Het probleem voor buitenlanders is dat het Nederlands twee veelvoorkomende manieren heeft om een meervoud te maken: met de uitgang -s (lepels) en met de uitgang -en (vorken).

De twee uitgangen gaan zo'n beetje gelijk op en de meeste leraren Nederlands blijken hun studenten niet veel meer te bieden te hebben dan het advies om het allemaal uit hun hoofd te leren. Taalkundigen hebben echter ontdekt dat er achter die chaos in ieder geval wel een gedeeltelijke systematiek zit.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 32


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 27 april 2012

Taalverloedering in de middeleeuwen

Dezer dagen bezoek ik een Amerikaans congres over Germaanse talen. Het is een rare gewaarwording: inclusief het wachten op vliegvelden bijna 16 uur reizen vanuit Leiden en dan gaat de eerste lezing, van een groep Amerikaanse geleerden, over het dialect van Leiden en uitdrukkingen als dezer dagen.

Ik heb daar dan meteen ook wel iets geleerd: dat migratie ook in de late middeleeuwen al verantwoordelijk was voor de 'verloedering' van onze taal.

donderdag 26 april 2012

Gastblog: Wat niet vergeten mag worden...


Vanaf vandaag publiceert Neder-L ook gastblogs met commentaar van neerlandici op actuele onderwerpen. De eerste gastblog komt van Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse Taalkunde in Leiden. Heeft u een idee voor een bijdrage, neem dan contact op met redactie.neder.l@blogspot.com
Elk jaar schrijft het Nationaal Comité 4 en 5 mei een gedichtenwedstrijd uit onder scholieren. De hoofdprijs is dat de auteur van het winnende gedicht het mag voorlezen bij de nationale dodenherdenking op de Dam. Ik ben eigenlijk elk jaar onder de indruk van de kwaliteit van de gedichten; en de jury maakt dus eigenlijk altijd een goede keus. Dit jaar ging het mis. Er ontstond ophef over het winnende gedicht “Foute keuze” van de 15-jarige Auke, die op 25 april naar buiten kwam (zie bijvoorbeeld dit artikel in NRC Handelsblad). Het Centrum Informatie en Documentatie Israël en het Auschwitz-Comité kondigden een boycot aan, en standpunt-NL ging er prompt over. Op 26 april besloot het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat het gedicht niet op de dodenherdenking zal worden voorgelezen.
Dit is het gedicht (zoals weergegeven op de bovengenoemde webpagina van de NRC):

Dubbele dubbelepunt

De roman Vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden is verschenen in 1983 en is inmiddels aan zijn 26e druk toe. De uitgever heeft hem onlangs ook als digitaal boek uitgebracht. Terwijl ik die onlangs herlas viel me de volgende zin op:

Maar het was al niet meer nodig: rond de zevende slag van de klok werd er gescheld: een hoog belletje tussen twee sombere gongslagen.

Object


Terminologische bovenbouw van de literatuurwetenschap: het begrip ‘evolutionäre Stellenwert’. Wat bovenbouw in de vorige zin precies betekent, weet ik niet, maar het klinkt goed. Evolutionäre Stellenwert lijkt hopeloos geleerdenduits, maar dat is schijn: Stellenwert is een normaal Duits woord. Het betekent hier zoiets als ‘positie’ of  ‘plaats’; het belang van die positie of plaats speelt in de betekenis mee.

Een student Algemene Literatuurwetenschap uit de jaren zeventig leerde de term kennen wanneer hij zich verdiepte in het nut van literaire geschiedschrijving. Noties van de Russische Formalisten waren gesystematiseerd door Tsjechische structuralisten en opgewaardeerd tot een literair-historisch program. Literatuurgeschiedschrijvende voorgangers waren, als ze wetenschappelijke pretenties hadden, blijven steken in simpele, deterministische verbanden tussen auteursleven en –werk of verloren zich in gefilosofeer op zulke abstracte hoogten dat iedereen vergat dat het om speculaties ging. Het begrip ‘tijdgeest’ was zelf typerend voor een tijdgeest.

woensdag 25 april 2012

Vrolijk mooie zinnen tellen

Als je ervoor in de stemming bent, kun je behoorlijk vrolijk worden van het artikel You had me at hello: How phrasing affects memorability van Cristian Danescu-Niculescu-Mizil en anderen. In dat artikel ondernemen de schrijvers een op het eerste gezicht hopeloze taak: met de computer bepalen wat een zin in een film precies zich in het geheugen doet nestelen. Als Jean-Luc Picard in Star Trek: Nemesis eerst zin 1 zegt en even later zin 2, hoe komt het dan dat iedereen zich de eerste zin wel herinnert en de tweede niet?
1. I think it’s time to try some unsafe velocities.
2. No cold feet, or any other parts of our anatomy

dinsdag 24 april 2012

Stieren belangrijker dan mensen? Nieuw licht op straffen in de middeleeuwen.



Wetsteksten zeggen veel over het functioneren van een samenleving. Wat wordt gezien als een zwaar misdrijf, en hoe worden misdrijven bestraft? Recente toevoegingen aan het Oudnederlands Woordenboek van het INL werpen nieuw licht op straffen in de middeleeuwen.

De Oudnederlandse woorden uit de Salische Wet zijn vanaf vandaag op te zoeken in het Oudnederlands Woordenboek van het INL.  De woordenschat van Lex Salica is bewerkt door Prof. dr. A. Quak in samenwerking met het INL . De geciteerde wetsteksten zijn daarbij allemaal voorzien van een vertaling.


Het INL bestudeert de Nederlandse taal en werkt aan een zo volledig mogelijke beschrijving van de woordenschat. Daarnaast beheert en onderhoudt het INL digitale taalmaterialen en stelt die via de TST-Centrale beschikbaar.

Lex Salica

Voor de middeleeuwen (500-1200) vinden we die informatie terug in de Lex Salica. Dit is de Salische Wet, die van toepassing was in het westelijke Frankische rijk. De wet was in het Latijn opgesteld, maar is overgeleverd met vertalingen van de belangrijkste Oudnederlandse woorden in de marge.  Zo komen we te weten dat hārfrit  ‘schedelwond’ betekende, en vigge ‘big’  en dat misdrijven vrijwel allemaal bestraft werden met boetes.  Het stelen van een dienstmeisje (smala) kwam op een boete te staan van 15 schellingen, terwijl het stelen van iemands fokstier (*(*hēmhēto) ) bestraft werd met een boete van 45 schellingen. Tenzij de stier van de koning was, dan betaalde je het dubbele.


Vij

Gedoe in Zweden: de gezaghebbende encyclopedie NE.se heeft een lemma opgenomen voor het 'sekse-neutrale' persoonlijk voornaamwood hen. Is dat nu een goed idee of niet?

In ieder geval geeft de taalgeschiedenis een degelijke poging weinig kans van slagen. Het kunstmatig en van hogerhand introduceren van nieuwe woorden is toch al bijna altijd tot mislukken gedoemd en dat geldt al helemaal als het woorden betreft die zo dicht tegen de grammatica aanzitten. Ook de roemruchte Academie Française is het bijna nooit echt gelukt een voorgesteld woord ingang te doen vinden in de Franse taalgemeenschap. Een paar jaar geleden stelde ze voor dat naar een vrouwelijke minister met een mannelijk lidwoord verwezen moest worden (le ministre), omdat het gaat om de functie en niet om de mens die de functie bekleedt. Maar zelfs de Franse overheid gebruikt la ministre.

maandag 23 april 2012

Oproep: Morfologiedag 2012


Het LUCL (Leiden University Centre for Linguistics ) en het Meertens Instituut organiseren de Morfologiedag 2012 op zaterdag 8 september 2012, de dag na het afscheidssymposium van Geert Booij (waarover informatie zal volgen). Marian Klamer (LUCL) verzorgt de openingslezing. We nodigen alle vakgenoten uit, een abstract (in het Nederlands of het Engels) in te sturen voor een lezing van 20 minuten netto over een onderwerp uit de morfologie van het Nederlands of een andere taal. Diachrone onderwerpen vormen de rode draad van de Morfologiedag 2012, maar ook synchrone onderwerpen kunnen aan de orde komen. De voertalen zijn Nederlands en Engels. Samenvattingen (500 woorden) graag opsturen voor 1 juni 2012 naar:

Het organisatiecomité: Marc van Oostendorp, Nicoline van der Sijs, Ton van der Wouden

PowerPoint-Karaoke

Vorige week presenteerden Nathan de Groot en Robert Proost de eerste Tilburgse kampioenschappen PowerPoint-Karaoke. Het principe achter PowerPoint-Karaoke is even simpel als hilarisch: het is een wedstrijd waarin diverse presentatoren onvoorbereid een PowerPoint voor hun kiezen krijgen. Het gaat als volgt:

Schaduwbingo

Ik weet een fijn gezelschapsspel voor tijdens de komende verkiezingscampagne: we gaan tellen hoe vaak politici zeggen dat ze over hun eigen schaduw stappen of springen. De uitdrukking speelt al een tijdje een rol in het politieke taalgebruik (zie bijvoorbeeld dit stukje op de website van HP/De Tijd van bijna twee jaar geleden), maar de afgelopen dagen hoorde ik hem gebruikt worden door in ieder geval de fractieleiders van de VVD, de PVV en het CDA in de Tweede Kamer.

zondag 22 april 2012

Welstandscommissie



Vijf afdelingen. 42, 52 of 62 gedichten, maar vijf afdelingen. Van ongeveer gelijke omvang, maar niet precies. De tweede en de vierde wijken af. Of de derde.

De afdelingen hebben een titel. De titels staan op een aparte pagina.

De afdelingen kunnen een motto hebben, maar de bundel zelf heeft er zeker een.

Soms is een afdeling een cyclus. Die wordt Romeins genummerd.

De titel van de bundel: iets concreets en iets abstracts. Liefst iets concreets dat de regionen van het abstracte oproept. Beheerst raadselachtig.

De titel is kort: een of twee woorden. Die woorden mogen best lang zijn.

De bundel berust op een concept. Jazeker, de bundel berust op een concept.

De bundel heeft een inhoudsopgave. Die toont het concept. In alle onderdelen: beheerst raadselachtig.

Aan het slot een verantwoording. Verwijzingen, eerdere publicaties in tijdschriften. Er wordt iemand bedankt.

Wanneer het echt niet anders kan: vier afdelingen. Maar geen drie.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 31


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Louis Maria Nanet, christelijk dichter

Christelijke symbolen in onze cultuur, het lijkt soms of we afscheid van ze hebben genomen, maar dan duiken ze ineens weer op, op plaatsen waar je ze niet Louis Maria Nanet, een creatie van de schrijver David Pefko, is de afgelopen maanden nogal wat aandacht besteed (zie bijvoorbeeld dit verhelderende artikel in NRC Next).

De Facebook-pagina van Nanet bestaat op het eerste gezicht uit een hoop ongein: klachten van de hypochondrische dichter over allerlei soorten van ziekten en ziektekuren, poep-, pies- kut- en lul-grapjes van allerlei al dan niet kunstzinnige jongeren, en wat niet al. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal nogal melig, een hobby van een groep mensen die zich zo grenzenloos vervelen dat zelfs het gewone Facebook-vermaak te flauw voor ze is.

Maar sinds een paar weken verschijnen er op die Facebook-pagina gedichten uit zijn 'magnum opus' De vis en het water en die zijn intrigerend.

Wonder

Uit de tijd dat Nederlandse popmuziek nog Nederbeat wordt genoemd: True love, that’s a wonder van de Sandy Coast. Het is 1971, het nummer bereikt de derde plaats van de Veronica Top 40. Het wordt ook een hit in Vlaanderen. Een melodie die blijft hangen, het stemgeluid – zo heet dat in diskjockeyjargon – van tekstschrijver-componist Hans Vermeulen: het nummer heeft misschien wel internationale hitpotentie. Maar de potentie blijft beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Amerikaanse of Engelse native speakers zullen vreemd hebben opgekeken als ze het nummer uit een transistor hoorden schallen. Wat met ‘wonder’ werd bedoeld kenden zij als ‘miracle’.

zaterdag 21 april 2012

Pools als geheimtaal

Een taal leren wordt langzamerhand een illegale activiteit. Terwijl universiteitsbestuurders overal bezig zijn om 'onrendabele' talenstudies af te schaffen, berichtte De Telegraaf gisteren dat er in Den Haag op straat tegenwoordig Pools geleerd wordt. Volgens de krant gaat het hierbij om 'Marokkaanse bendeleden', maar het is moeilijk voor te stellen dat Marokkanen de enigen zijn met een speciaal talent voor talen.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 30


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 20 april 2012

Of het nou hij is.

Waarom zijn Litouwers Europees kampioen doorfluisteren? En hebben Italianen zoveel woorden om vrouwen te verkleinen, liefkozen en minachten? Hoe zet je een nies op papier? Het zijn maar een paar van de vele, vele vragen die Gaston Dorren beantwoordt in zijn verukkelijke boek Taaltoerisme. Feiten en verhalen over 53 Europese talen.

Het is een vrolijk boek geworden, in zekere zin vooral een verzameling columns van iemand die verzot is op taal en op talen (of twee iemanden, want de Leidse taalkundige Jenny Audring heeft ook een paar hoofdstukken geschreven), een boek dat je cadeau kunt doen aan mensen die ook zo verzot zijn. Of beter: aan mensen van wie je hoopt dat ze zo verzot worden, want dat wordt een mens zeker door de aanstekelijke stijl van dit boek.

donderdag 19 april 2012

Erfzonde



De grote bedenker is de Heilige Augustinus naar wie vele scholen zijn genoemd. Augustinus begint zijn Confessiones met zijn verblijf op aarde als baby. Wat doet een baby? Schreien, zoals mijn vertaling uit 1948 het noemt.  ‘En wanneer men dan mijn zin niet deed, dan maakte ik me boos op de volwassenen die niet deden wat ik wilde en wreekte me op hen door te schreien.’ Ik  heb een paar bijzinnen weggelaten, maar dit staat er. Gevolgd door: ‘Ik heb ervaren dat zo de zuigelingen waren die ik heb kunnen waarnemen, en dat ik zo geweest ben, hebben die zelf in hun onwetendheid mij beter aangetoond, dan mijn opvoeders die het wisten.’

Derde landstaal

De provincies in het noorden en het oosten van het land laten het er niet bij zitten. Nadat een verzoek tot erkenning van het Nedersaksisch vorige maand door minister Spies werd afgewezen, is men nu een handtekeningenactie begonnen om de minister tot andere gedachten te brengen.

Zo'n erkenning is vooral een politieke kwestie. Taalkundige argumenten ervoor of ertegen zijn er eigenlijk niet. Het Nedersaksisch is een min of meer samenhangende groep dialecten die verwantschap vertonen met de 'Platduitse' dialecten aan de andere kant van de grens. Ze verschillen van het standaard-Nederlands, maar of die verschillen groot genoeg zijn om van een taal te spreken, dat is een willekeurige kwestie.

woensdag 18 april 2012

In huisgewaad

Dat was de titel waaronder ik iets meer dan drie weken geleden een blog begon. Ik had behoefte om in de stijl die de titel suggereert en in één moeite door ironiseert, af en toe mijn bewustzijn leeg te laten lopen. Wat er allemaal in dat bewustzijn zit, wil ik niet weten, maar het is in ieder geval het bewustzijn van een neerlandicus en literatuurwetenschapper. Zo ik iets ben, ben ik dat omdat ik in het verleden wel eens wat las.

Het blog werd opgemerkt. De blogosfeer kent metablogs: blogs die inventariseren wat er allemaal door particulieren wordt geblogd en daarnaar verwijzen. Enkele van mijn berichten trokken de aandacht. Wie blogt, krijgt informatie over publieksstromen en verkeersbronnen. Op die metablogs werden berichten becommentarieerd of bekritiseerd en soms ontstond er een kleine discussie.

Seminar ‘Vind ik leuk! De digitale receptie van literatuur’



Iedereen is recensent. Was het publiceren van een openbare mening over restaurants, films of boeken tot voor kort voorbehouden aan professionele critici, nu kan iedereen kritieken schrijven. Voor de literaire kritiek betekent dat een verschuiving van  de nadruk van professionele naar amateurkritiek. Op tal van sites (Recensieweb, forumsites, Twitter, bol.com) geven lezers meningen over literaire teksten. Die meningen kunnen betrekking hebben op in boekvorm gepubliceerde literatuur maar ook op teksten van amateurs gepubliceerd op gedichtensites. Dankzij deze lezersreacties is plotseling een grote hoeveelheid data ter beschikking gekomen om empirisch receptie-onderzoek mogelijk te maken.

21ste Bert van Selm-lezing: Op jacht naar de gezwinde grijzaard


21ste Bert van Selm-lezing


Op jacht naar de gezwinde grijsaard

De nalatenschap van Harmen Siezen

Toen enkele weken geleden bekend werd dat het journaal voortaan 'richting spreektaal' zou 'opschuiven', bleef het opvallend stil in Nederland. Terwijl dit misschien weleens een van de belangrijkste taalgebeurtenissen van 2012 zal blijken te zijn, een teken van een ingrijpende, langdurige verandering van onze opvatting over taal. Jan Kuitenbrouwer mopperde in de NRC, maar dat ging uiteindelijk meer over het beleid van de publieke omroep. Taalschrift, het elektronische tijdschfift van de Taalunie, plaatste gisteren een schreeuwerig stukje van de Vlaamse columnist Patrick De Witte, dat vooral opvalt door het volstrekte gebrek aan argumenten en de voorkeur voor bizarre beeldspraak. Maar serieuze aandacht voor de kwestie is er bij mijn weten tot nu toe niet geweest.

dinsdag 17 april 2012

International Symposium on Challenging the Myth of Monolingualism


International Symposium on
“Çħãłņgıňģ ţĥė Mŷţh ǿf Mhölngūałism
Ŀęidĕņ, 23–24 Mŷ 2012

Multilingualism seems nothing less than the sign of our present time. Nevertheless, discussions about

Waarom twittert Geert Wilders nooit over roze koeken?

Gisteren was het de dag van zeg mij welke woorden u gebruikt en ik zeg u wie u bent in NRC Handelsblad. Marjolijn Februari fantaseerde in haar wekelijkse column over de mogelijkheid om haar bijdragen door een computer te laten schrijven:

Een pakket software dat wekelijks op deze plek een politieke analyse genereert door tamelijk willekeurig een aantal zinnen achter elkaar te plakken. Op verzoek van de redacteur heeft de programmeur een vocabulaire gekozen waarin deftige woorden als 'rechtsstaat' en 'liberalisme' centraal staan, maar hij heeft er 'roze koeken' aan toegevoegd, opdat u het gevoel krijgt dat dit warm, levend proza is.

Op de achterpagina komt Ewoud Sanders terug op de opmerking van Mark Rutte over de volgende tweet van Geert Wilders:

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 29


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 16 april 2012

wielerkoersverhaalanalyse

We zitten midden in het voorjaarswielerseizoen, enkele grote koersen zijn al achter de rug - vele zullen er nog volgen. Wielrennen is een heel literaire sport, er valt blijkbaar goed te schrijven over de koers. Er zijn verhalen over de wielerkoers, maar is de wielerkoers ook een verhaal?
Het antwoord daarop is 'Ja.' Kijk maar naar de ruimte, de tijd en de personages.
Een wielerwedstrijd speelt zich af op de openbare weg, hetgeen betekent dat er een 'echte ruimte' is. De hoofdrolspelers verplaatsen zich door een felrealistisch decor: de regen is echte regen en zonneschijn is echte zonneschijn. Sommige regisseurs laten veel van het landschap zien: koeien in de wei, kastelen in het bos, boeren werkend op het land. Dat is toch eigenlijk net zoals sommige auteurs vertellen over het landschap?
De tijd speelt ook een belangrijke rol, want net als in een verhaal verstrijkt de tijd: komt de eenzame achtervolger op tijd bij de kopgroep? Deze vraag staat min of meer gelijk aan het spanningsverhogende element of de held de ontsnapte boeven weet te achterhalen. Een spannende koers wil je uitzien, zoals je ook een spannend verhaal niet weg kunt leggen.
Ieder verhaal heeft een hoofdpersoon, de held van het verhaal; iedere koers heeft ook een held. En net als in ieder verhaal de held helpers en tegenstanders heeft, zo heeft ook de winnaar zijn helpers gehad (de ploegmaats) en tegenstanders.
Wat het allermooist is aan deze vorm van wielerkoersverhaalanalyse is dat de held het meisje krijgt. Eind goed, al goed.

Topsectoren

Wordt het Nederlands bedreigd door het Engels? Er zijn weinig tekenen die er concreet op wijzen, maar tegelijkertijd wordt de kwestie ook niet onderzocht. We maken onmiskenbaar een interessante tijd mee, met een internationale taal die langzaam maar zeker een steeds steviger positie inneemt in sommige deelgebieden van het leven. Dat gebeurt nagenoeg onopgemerkt, in ieder geval door de wetenschap. Je zou misschien denken dat zo'n interessante en ingrijpende gebeurtenis heel precies in kaart wordt gebracht, maar dat is in het geheel niet het geval.

zaterdag 14 april 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 28


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 13 april 2012

Abent omnes uolucres

Over het oudste Nederlandse zinnetje Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu is al van alles en nog wat geschreven. Dat het helemaal niet het oudste Nederlandse zinnetje is. Dat het geen Nederlands is. Dat het een liefdesgedicht is. Dat het een religieus gedicht is. Dat het door een monnik geschreven is. Dat het door een vrouw geschreven is.

donderdag 12 april 2012

Horlepiep als doodsbedreiging

In de discussie die is ontstaan over het vorige week gepubliceerde gedicht van de Duitse Nobelprijswinnaar Günther Grass heeft zich nu ook de Nederlandse schrijver Leon de Winter gemengd. Hij doet dat op zin beurt ook weer met een (Duitstalig) gedicht, waarin hij nogal zware beschuldigingen uit: de Nobelprijswinnaar zou een antisemiet zijn en uit zijn op de vernietiging van Israël. Daarnaast zou hij ook nog eens niet-rijmende gedichten schrijven:

woensdag 11 april 2012

Het eerste Nederlands op Twitter?

Het zou eigenlijk makkelijk moeten zijn: taalarcheologie op het internet, maar het blijkt nog geen sinecure. Wat is bijvoorbeeld het oudste Nederlands dat op het internet gebruikt wordt?

In 2004 schreef de toenmalige redactie van Taalpost daarover een prijsvraag uit over die vraag. Het antwoord dat onze lezers toen vonden was 'Nederlandse Vereniging voor Kunstmatige Intelligentie', uit een usenet-bericht van 27 juli 1982. Het eerste volledige zinnetje luidde Oftwel je gaat je gang maar broer en kwam voor in een nieuwsgroependiscussie van 15 februari 1984. (De voorloper van het internet werd op dat moment alleen gebruikt in Amerika, het zinnetje kwam voor in een berichtje van een Nederlandse onderzoeker in Amerika die waarschijnlijk voor de grap zijn gesprekspartners wilde verwarren met zijn idiomatische Engels.)

Sindsdien heeft de taalarcheologie weer volledig stilgelegen.

dinsdag 10 april 2012

Dure woorden in de 18e eeuw

Indruk maken met 'dure' woorden is van alle tijden. Je zou bijna denken dat andere talen ervoor zijn uitgevonden om ons van voldoende moeilijke woorden te voorzien om indruk te maken. Maar lachen om mensen die proberen moeilijke woorden uit vreemde talen te gebruiken maar dat net verkeerd doen is waarschijnlijk even precies even oud. Ha, kijk hem eens plechtig doen!

Deze week verscheen er in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren een heerlijk nieuw werkje voor de liefhebber: het achttiende-eeuwse Barbarologia van Salomon van Rusting. Dat boekje bevat een lange lijst met 'boerenlatijn', verbasterde moeilijke woorden uit de mond van lager (of niet) opgeleiden uit Noord- en Zuid-Holland.

Mij interesseert vooral de manier waarop die verbastering dan in zijn gang ging.

maandag 9 april 2012

‘Zo sluw als een vos’

Taal is niet alleen maar gewoon taal, want met taal kun je bijzondere en creatieve dingen doen. In deze les staat de creativiteit van de taal centraal: we gaan kijken hoe de vos door de taal in onze cultuur terecht is gekomen. Strikt genomen is dit dus geen taalles, maar een cultuurles – misschien een leuke en ludieke (maar toch leerzame) afsluiting na een periode hard werken.
Ik heb hier al eerder geschreven wat je met fabels in de klas zou kunnen doen, maar het kan geen kwaad om nogmaals aandacht te besteden aan Esopet.

De oudste Europese verhalen waar de vos in voorkomt, zijn de fabels van de Griekse schrijver Aesopus uit ongeveer 600 voor Christus. Sinds die tijd zijn fabels met vossen niet meer weg te denken uit de diverse Europese culturen. Ook in de Nederlandse cultuur en literatuur komt de vos voor, zoals in Esopet uit de dertiende eeuw. Esopet bestaat uit 67 fabels over dieren. Het is niet bekend wie de fabels geschreven hebben, maar er worden al eeuwenlang twee auteurs genoemd: Calfstaf en Noydekijn.

De bekendste fabel in Esopet is nummer XV:

'Zijn koffie zwart drinken' is dubbelzinnig

Jan-Wouter Zwart denkt dat de zinsbouw van menselijke taal heel eenvoudig in elkaar zit. Dat is vermoedelijk de reden waarom het interview in NRC Handelsblad afgelopen zaterdag geen eenvoudige lectuur was. Een simpel idee kan in zijn uitwerking heel ingewikkeld zijn.

Het is overigens wel een prettig stuk om te lezen, vind ik, al is het maar omdat er eens wordt afgerekend met het eeuwige idee in de wetenschapsjournalistiek dat er een gigantische strijd aan de gang is tussen mensen die denken dat taal aangeboren is en mensen die denken dat dit niet zo is. Zwart legt overtuigend uit dat die filosofische kwestie er voor het handwerk van de grammaticus nauwelijks toe doet.

Waarom is het artikel dan ingewikkeld?

zondag 8 april 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 27


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Te moeilijk voor natuurkundigen

In een interview met het Amerikaanse webtijdschrift Slate zei de taalkundige Noam Chomsky deze week:

Neem nu de natuurkunde. Dat vak beperkt zich tot extreem eenvoudige vraagstukken. Als een molecule te ingewikkeld wordt, geven ze het door aan de scheikundigen. Als het te ingewikkeld wordt voor de scheikundigen, geven die het door aan de biologen. En als het systeem ook voor hen te ingewikkeld wordt, geven ze het door aan de psychologen... en zo verder tot het in de handen komt van geschiedkundigen of romanschrijvers.

Daar zit wat in, vond ik, maar toen ik het mijn vriendin wilde uitleggen, begon ze meteen te protesteren: natuurkunde is juist een heel moeilijke studie, veel moeilijker dan psychologie of geschiedenis. En natuurkundigen zijn ook vaak veel slimmer dan geesteswetenschappers.

zaterdag 7 april 2012

Een vet accent

"Dat taalachterstand aan de basis ligt van alle integratieproblemen, is een misvatting", schreef David Pinto gisteren in de Volkskrant. Je zou zeggen, nogal wiedes: alle integratieproblemen, die hebben natuurlijk toch niet een unieke oorzaak.

Pinto reageert met zijn stuk op een eerder artikel van de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (PvdA). Nu is het een beetje overdreven om te stellen dat Asscher inderdaad denkt dat taalbeleid alle problemen zou oplossen. Maar de kritiek van Pinto is voor een deel wel terecht.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 26


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 6 april 2012

Verschenen: J. Noseman: Hans van Tongen, of Razende-Liefdens-Eynd (1644) & De Wanhébbelyke Liefde (1678)

Bij de Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam / Nodus Publikationen Münster is de onderstaande kluchteneditie verschenen.

J. Noseman: Hans van Tongen, of Razende-Liefdens-Eynd (1644) &
De Wanhébbelyke Liefde (1678), bezorgd door Nil Volentibus Arduum
met inleiding en aantekeningen uitgegeven door Arjan van Leuvensteijn [Nederlands ISBN-nummer: 978-90-8880-026-9, Duits ISBN-nummer: 978-3-89323-770-8]
Prijs: € 30 (excl. verzendkosten).
Bestellingen naar: ja.van.leuvensteijn@hetnet.nl of naar 
Stichting Neerlandistiek; Vrije Universiteit;
De Boelelaan 1105; 1081 HV Amsterdam.

Het meest droog

Ik heb het misschien al honderden of duizenden keren gelezen, maar maandag viel mijn oog er ineens op: een zinsnede in het korte weerbericht van de Volkskrant:

- In het zuiden is het meest droog.

Wat een raar gebruik van het woord meest, dacht ik ineens, zo als bijwoord. Ik schreef erover op Twitter en Rutger Kiezebrink van de Taaladviesdienst meldde onmiddellijk dat het in Van Dale staat, met als betekenisomschrijving 'meestal' en als voorbeeld:

donderdag 5 april 2012

Niet in het minst

Gisteren werd bekend dat J.L. Heldring (94), de grand old man van de Nederlandse (taal)columnistiek, ermee ophoudt: vanavond staat zijn laatste column in NRC Handelsblad. Volgens de berichten houdt hij ermee op omdat de 'inspiratie' op is.

Heldring schreef al jarenlang niet meer over taal, maar lange tijd besteedde hij in zijn rubriek regelmatig aandacht aan het onderwerp. Zoals dat in de vaderlandse journalistiek nog steeds een beetje geldt betekende aandacht voor taal daarbij eigenlijk alleen: aandacht voor taalfouten. Heldrings laatste taalstukje dateert van veertien jaar geleden en staat nog op het internet.

woensdag 4 april 2012

19 april: Literaire avond met prijswinnende auteurs

Literaire avond met prijswinnende auteurs
Ontmoet literair talent van Nederland tijdens een avond van voordracht, interview en gesprek. Op donderdagavond 19 april 2012 presenteert de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de recent door haar bekroonde auteurs.

Bekroond talent
Begin maart heeft de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde prijzen toegekend aan Merijn de Boer (beste prozadebuut), aan Thomas von der Dunk (beste cultuurhistorische studie) en aan Veerle Fraeters, Frank Willaert en Louis Grijp (beste teksteditie). Uitgebreide informatie hierover vindt u terug op de website van de Universitaire Bibliotheken Leiden.

Op donderdag 19 april – halverwege de periode tussen toekenning en uitreiking - organiseert de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (MNL), in samenwerking met de Universitaire Bibliotheken Leiden, een literaire avond waar u nader kennis kunt maken met de auteurs en hun prijswinnende werken. Dit evenement vindt plaats in de Universiteitsbibliotheek Leiden. De prijsuitreiking zelf zal plaatsvinden op zaterdag 9 juni 2012, tijdens het openbare gedeelte van de jaarvergadering van de MNL.

A megool!

Precies een maand geleden schreef ik er nog over: de armzalige staat waarin de Nederlandse aanspreekvormen verkeren. Waar is de tijd dat wij elkaar nog aanspraken als "O mijn edele vriend!" Dat O, dat lijkt helemaal verdwenen.

Gelukkig, de redding is nabij. Jonge Nederlandstaligen spreken elkaar weer op een klassieke manier aan. Ze gebruiken daarvoor alleen niet O! maar A!, en zeggen dus niet O hartedief maar A megool! Dat leerde ik uit een cursus Marokkaans-Nederlands op YouTube van de cabaretier Salaheddine (de uitleg van de a-constructie begint na 15 seconden:

dinsdag 3 april 2012

EYE: ’n doorn in ‘t OOG

Woensdag 4 april vond in Amsterdam de opening plaats van ‘t nieuwe filminstituut, door de koningin nog wel. Dat instituut heet EYE. Ik dacht eerst dat dat was omdat 't gelegen is aan 't Amsterdamse IJ; u kent toch de hedendaagse uitspraak van die ij, maar nee het is 't Engelse woord voor OOG.

Het zal wel geen toeval zijn dat die opening gepland is in de week voor Pasen. Dat is immers de beste tijd om ons vertrouwd te maken met de juiste uitspraak van dat EYE:

30 mei 2012 - Nederlands Buitengaats


Rond 1900 geloofde de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse taal en letterkunde, Jan te Winkel, nog in het bestaan van Nederlands als wereldtaal. Ooit had Nederland de kans gehad om een rol van betekenis te spelen in Noord-Amerika - in de tijd dat New York nog Nieuw Amsterdam heette -, maar die kans hadden wij verspeeld. Onze bezittingen in Amerika waren overgenomen door de Engelsen en in de Verenigde Staten was Engels de voertaal geworden. Maar in 1899 bood de geschiedenis ons een herkansing. Als in Zuid-Afrika de Boeren de Engelsen zouden verslaan – en dankzij onze hulp en vooral door de onuitputtelijke moed van de Boeren zag het daarnaar uit – betekende dat de geboorte van een nieuwe wereldstaat in wording. Zoals eens de Verenigde Staten van Noord-Amerika zich met geweld hadden losgemaakt van Engeland, zo zouden uit deze oorlog de Verenigde Staten van Zuid-Afrika geboren worden en zich ontwikkelen 'tot een even machtig wereldrijk [...] als de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in de negentiende eeuw zijn geworden.' En voor geen volk, vervolgde Te Winkel, had deze gebeurtenis meer betekenis dan voor het onze. Het was de laatste kans 'om onze taal tot eene wereldtaal, onze letterkunde tot eene wereldlitteratuur te maken.'

Eigenlijk een feit

Het meest hilarische radiofragment van deze week is al binnen: de (zo te horen geïmproviseerde) absurdistische dialoog tussen de taaladviseur Ludo Permentier en presentatrice Annemie Peeters op het Vlaamse Radio 1, gisterenmorgen (vanaf 6:05):

maandag 2 april 2012

Vacature: Docent vertalen Frans-Nederlands, Luik



De Université de Liège is op zoek naar een universitair docent vertalen Frans-Nederlands. Het gaat om een halftijdse aanstelling (0,5 fte) voor vier jaar. Kandidaten zijn gepromoveerd en beschikken over een gedegen ervaring als vertaler van het Frans naar het Nederlands en/of als onderzoeker op het gebied van de neerlandistiek. Kandidaten kan gevraagd worden een proefcollege te geven.

Boeken kapot / maken

Sommige mensen hebben een rare hobby: ze maken boeken kapot. En dat is maar goed ook. 'Hè?' hoor ik u denken, 'hoe kan dat? En noem eens wat voorbeelden? Wie vinden het leuk om boeken kapot te maken? Nou?' Okee, vooruit, tijd voor naming and shaming. Ik heb het over Erik Kwakkel en Remco Sleiderink.

In 't Armehuis een overrijke stof

Vondel had behalve een kousenwinkel ook een dichterij. Om zijn werk te verkopen, leurde hij niet bij uitgevers, zoals een moderne dichter zou doen, maar bij hooggeplaatste opdrachtgevers. Zo verkocht hij bijvoorbeeld zijn vertalingen van het werk van Vergilius. Zoals de Romeinse voorganger was opgebloeid onder de bescherming van Augustus en voor diezelfde Augustus een meesterwerk had geschreven, de Aeneis, zo bood Vondel impliciet zijn diensten aan onder meer Frederik Hendrik aan — zonder succes overigens, zoals Sophie Reinders en Frans Blom laten zien in hun lezenswaardige artikel voor het tijdschrift De zeventiende eeuw.
Het is zo te zien toeval dat het eerste nummer van het tijdschrift De zeventiende eeuw dat gratis online verschijnt (hoera, dat hetzelfde binnenkort maar voor alle tijdschriften moge gelden) gaat over 'Loopbaan en carrière in de Gouden Eeuw' en dat er dus verschillende artikelen instaan over de economische ontwikkeling van het schrijverschap en het uitgeversvak gaan. Aan die economische posities is op dit moment van alles aan het veranderen en het verschijnen van Open Access-tijdschriften is daar natuurlijk een uiting van.

zondag 1 april 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 25


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Symposium: De kunstenaar en het woord. Visies op de middeleeuwse auteur.


Leiden, 27 april 2012
13.15-16.00

Zonder auteurs had de middeleeuwse literatuur niet bestaan. Toch is binnen de mediëvistiek de auteur een problematisch fenomeen. Van slechts weinig schrijvers kennen we namen of oeuvres. Over de meeste van hen is nauwelijks enige biografische informatie bekend. Het persoonlijke element in veel middeleeuwse teksten is bovendien lastig vast te stellen. Dit symposium stelt de middeleeuwse schrijver weer centraal, in navolging van recente studies en ter gelegenheid van het verschijnen van Meesters van het woord, Middelnederlandse auteurs en hun kunst (Hilversum: Verloren) door Joost van Driel. Verschillende sprekers zullen een poging doen om meer vat te krijgen op de schrijver van Middelnederlandse literatuur. Uiteenlopende woordkunstenaars en auteurstypes krijgen de aandacht - Jan van Boendale, Suster Bertken, Augustijnken en de rederijker -, met als doel de contouren van het middeleeuwse auteurschap scherper te kunnen vaststellen.

GEERT WARNAR – De dichter in dialoog. Jan van Boendale en zijn Teesteye
DIEUWKE VAN DER POEL – Suster Bertken alias Berta Jacobs
JOHAN OOSTERMAN – Augustijnken, auteurschap en de ik als palimpsest
SAMUEL MAREEL – Tussen collectiviteit en individualiteit. De ontwikkeling van het auteurschap in de rederijkerscultuur

In memoriam Piet Verkruijsse

Op 20 februari jl. overleed Piet Verkruijsse, oud-docent Neerlandistiek en Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, oud-conservator a.i. van de Artis Bibliotheek en recensent van margedrukwerk. Ruim een jaar daarvoor was hij ernstig ziek geworden, hoewel je dat nauwelijks aan hem merkte. Uiteindelijk bleek zijn strijd vergeefs te zijn.

Lees verder in dit In Memoriam door Gerard Post van der Molen

Google Translate herkent 1-aprilgrappen

Ik dacht even dat het zelf een grap was: het persbericht waarmee Google aankondigde dat de statistische software van het bedrijf nu ver genoeg geëvolueerd is om aan de hand van stijlkenmerken 1-aprilgrappen te herkennen.

Even bellen met Antal van den Bosch, de Nijmeegse hoogleraar en Google-watcher, maakt duidelijk dat het bedrijf wel degelijk serieus is:

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 24


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.