Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 30 juni 2012

Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands

Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming heeft onlangs de Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands herwerkt onder de wetenschappelijke begeleiding van Frans Daems en op basis van de inbreng van heel wat gebruikers en experten.

Het gaat niet om grote aanpassingen. Er werd een aantal termen toegevoegd omwille van de consistentie. Daarnaast werden de voorbeelden en toelichtingen hier en daar aangepast omwille van de duidelijkheid. We hopen dat de geüpdatete lijst een instrument zal zijn dat de gebruiker nog beter zal helpen. Consequent zijn in het gebruik van terminologie is namelijk een belangrijke stap in het realiseren van goed talenonderwijs. Dat geldt niet alleen voor Nederlands maar ook voor moderne vreemde talen.


Over de geboorte van lidwoorden, naamvallen en andere (on)gemakken

door Suzanne Aalberse


Vaak lees je over het verdwijnen van lidwoorden of naamvallen. Steeds meer mensen zeggen ‘de mooie meisje’ en de –n van ‘te allen tijde’ is er alleen op papier nog maar allang niet meer in gesproken taal. Toch  zijn lidwoorden en naamvallen ooit ontstaan. Hoe eigenlijk en waarom?


In zijn boek Sociolinguistic Typology.  Social determinants of linguistic complexity schrijft Peter Trudgill over de situatie waarin naamvallen, lidwoorden en andere elementen die in ieder geval voor volwassen en soms ook voor kinderen lastig te leren zijn, toch kunnen opkomen. Dat is vooral in hele kleine taalgemeenschappen, waar weinig tot geen volwassen de taal voor het eerst leren –iedereen leert de taal al als kind-, waar mensen de meeste kennis delen, een taal die vooral informeel gebruikt wordt en in een gemeenschap waar geen heftige dingen gebeuren zoals massaal doodgaan aan de pest en waar de sociale orde niet opeens verschuift. Hij noemt die gemeenschappen ‘societies of intimates’.

Grappig is om te zien waar naamvallen vandaan komen.

Waarom De Vries en niet De Fries?

We zaten gisterenavond aan de waterkant bij café De Omval en het gesprek kwam op de Friezen. Hoe komt het toch dat de familienaam De Vries is en er niemand De Fries heet? Die naam wijst toch op herkomst uit Friesland?

(Dat laatste is strikt genomen waar, maar er zit een kleine draai aan. Er zijn geen mensen meer die De Fries heten. Volgens de Nederlandse Familinamenbank was er in 2007 niemand met die naam, maar bij de volkstelling in 1947 werden er nog drie geregistreerd. Ter vergelijking: in 1947 waren er 49.658 mensen die De Vries heetten en in 2007 71.065. Ja, de De Vriezen rukken nog altijd op! Als we niet uitkijken, hebben ze dadelijk ongemerkt ons land overgenomen!)

vrijdag 29 juni 2012

Gezocht: Bloggers voor Neder-L

Neder-L bestaat dit jaar twintig jaar als elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek, maar maakt de laatste maanden ineens een sterke groei door als weblog: die groei geldt zowel het aantal berichten als het aantal bezoekers. Het eerste is in het afgelopen jaar verdubbeld, het tweede ongeveer verachtvoudigd.

Om te kunnen blijven groeien, zijn we doorlopend op zoek naar nieuwe medewerkers. Vooral hebben we behoefte aan mensen die nieuwsberichten willen opsporen en plaatsen: persberichten over promoties, nieuwe publicaties en opvallende en interessante gebeurtenissen in de neerlandistiek in brede zin, recensies van nieuwe boeken, aankondigingen van congressen, advertenties met vacatures, enzovoort.

Neder-L heeft geen inkomsten en kan dus op dit moment ook niets bieden behalve collegialiteit en de gelegenheid om een grote groep belangstellenden in de neerlandistiek in brede zin te bereiken. Voor studenten is het waarschijnlijk wel mogelijk om het werk de status te geven van een stage, natuurlijk in overleg met de onderwijsinstelling.

Hoe vaak zou je mee moeten bloggen? Zo vaak als je zint, al heeft het misschien niet veel zin om het minder dan één keer per maand te doen, en willen we onze lezers ook weer niet bijvoorbeeld meerdere berichten per uur voorschotelen. Maar ieder aantal tussen die extremen is welkom.

Meld je bij redactie.neder.l@gmail.com of marc.vanoostendorp@gmail.com voor meer informatie. We hopen je snel te kunnen begroeten!

2013 wordt Louis Couperus-jaar


In 2013 is het 150 jaar geleden dat de Haagse schrijver Louis Couperus is geboren. Daarom heeft het Louis Couperus Genootschap 2013 uitgeroepen tot jubileumjaar.

Een high tea met Eline Vere, diverse tentoonstellingen en een speciaal gekweekte roos, de Rosa Couperus. Het is slechts een greep uit de plannen die er nu al zijn voor het Louis Couperus Jubileumjaar.
Initiatiefnemer is het Louis Couperus Genootschap, maar ruim twintig organisaties werken mee aan de programmering.

Call: Dag van de Friese taalkunde 2012

Het Taalkundich Wurkferbân van de Fryske Akademy organiseert dit jaar de vijfde Dag van de Friese taalkunde. Deze zal, evenals de vorige keren, weer een informeel karakter hebben. De dag is bedoeld voor iedereen die zich direct of indirect bezig houdt met de taalkunde van het Fries: grammatica, fonetiek/fonologie, naamkunde, lexicologie, sociolinguïstiek, historische taalkunde, enz. In de lezing kan over wetenschappelijk onderzoek gerapporteerd worden, maar presentaties van onderzoeksplannen, van speculaties of van taaldatabanken zijn ook welkom. Lezingen kunnen gehouden worden in alle talen behorende tot de West-Germaanse taalfamilie.

Klik hier voor een leuke blogpost

Tot enkele maanden geleden schreef ik columns voor Neder-L. Een paar maanden geleden besloot ik dat ik dit niet meer doe – ik schrijf nu blogposts. De term column voelde niet goed. Waarom niet? Dat wil de website columntips.nl ons geloof ik leren; of beter gezegd het boekje dat de makers van de website ons willen slijten, Check je column. Schrijftips voor columns en blogs.

Ik schrijf nu al ongeveer twintig jaar voor het beeldscherm en heb cursussen op dat gebied altijd gewantrouwd. Wat zou de schrijver van zo'n boekje ons precies kunnen vertellen dat we niet zelf kunnen uitvinden? Er is in die twintig jaar ook al een heleboel onzin voorbij gekomen. Neem het advies dat je moet voorkomen dat het woord hier ooit aanklikbaar gemaakt wordt, ook al doen veel succesvolle sites dat wel en met goede reden: als je weet dat de tekst over een link gaat en je ziet het woord hier, dan weet je meteen waar je moet klikken. (Klik hier heeft meer dan 93 miljoen treffers hij Google; zie hier.)

donderdag 28 juni 2012

Pas verschenen: Roots of Afrikaans


We nodigen u graag uit voor de presentatie van het boek:

van der Wouden, Ton ed. (2012), Roots of Afrikaans. Selected writings of Hans den Besten (Creole Language Library, 44). Amsterdam: John Benjamins.

op maandag 2 juli 2012 van 16.30-18.00 in de gemeenschappelijke ruimte op de begane grond van het Bungehuis, Spuistraat 210, 1012 VT Amsterdam.


Twee jaar na het overlijden van Hans den Besten geeft dit boek een overzicht van zijn publicaties op het terrein van het ontstaan van het Afrikaans.


Het programma zal worden geopend door Prof. Dr Pieter C. Muysken, waarna Dr Ton van der Wouden het boek bij het publiek zal introduceren.

Aansluitend is er een borrel. We hopen u allen te kunnen begroeten bij deze gelegenheid. Voelt u zich vrij deze uitnodiging ook verder te verspreiden binnen uw organisatie.

Persbericht: KNAW investeert in geesteswetenschappen


De KNAW is voornemens de komende jaren circa 15 miljoen extra te investeren in haar geesteswetenschappelijke instituten. Deze middelen komen ten goede aan het opbouwen van een informatietechnologie-infrastructuur voor methodologische vernieuwing van het geesteswetenschappelijke onderzoek, uitbreiding van de wetenschappelijke formatie en verdere ontsluiting van de unieke instituutscollecties. Extra stimulans voor het wetenschappelijk onderzoek en optimale samenwerking moeten de geesteswetenschappelijke instituten van de KNAW in staat stellen ook in de toekomst (inter)nationaal een toonaangevende rol te spelen en hun kennis uit te dragen naar de maatschappij.

Vacature: Voltijdse onderzoeksbursaal (m/v) aan de Faculteit Taal & Letteren i.s.m. KU Leuven

Taakinhoud

  • -Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een doctoraat, onder leiding van een (co-)promotor van de faculteit.
  • Het doctoraatsproject draagt de titel ‘Vreemde vrouwen. De receptie van buitenlandse vrouwelijke auteurs in Vlaanderen tijdens het interbellum. 

Een nieuwe lente en een nieuwe tweet

Mijn troost op Twitter heet pentametron. Wanneer ik de berichten in mijn timeline voorbij zie komen, valt me soms iets op. Getwitterd proza vormt een distichon, want mensen schrijven metrisch en ze rijmen:
Just saw a pregnant woman smoking..why? 
the angels sang a whiskey lullaby  
Another boring game involving Spain. 
You see the weirdest people on the train
Die tweets zijn altijd geschreven in het Engels en altijd geretweet (doorgestuurd) door een robot die gemaakt is door iemand die zich dus pentametron noemt. Dat verwijst naar het metrum van de versregels, die altijd jambische pentameters zijn, wat wel zeggen dat ze bestaan uit vijf keer een onbeklemtoonde lettergreep gevolg door een beklemtoonde, met aan het eind soms nog een extra onbeklemtoonde: bedam bedam bedam bedam bedam (de).

woensdag 27 juni 2012

Literatuur (II)


Het bloed in onze aderen speelt in een wereld die in de Nederlandse literatuur onbetreden terrein was: Spanje aan de vooravond van de Burgeroorlog. Dat vooravond moeten we ruim nemen – eigenlijk speelt het boek vijftien jaar eerder. In 1921 lijdt het Spaanse leger een domme nederlaag in koloniaal Marokko. Het demoraliseert volk en militairen. Anarchisten, republikeinse politici, militaire junta’s – allemaal ruiken ze hun kans. Helden worden zondebokken, de elite probeert zich met leugen en bedrog staande te houden. Iedereen laat zich leiden door kleinzielig eigenbelang – tot de meest idealistische bommengooier aan toe. Uiteindelijk grijpt een voorloper van Franco, Primo de Rivera, de macht.

Het boek wist te bereiken wat ik niet snel voor mogelijk had gehouden: tijdens het lezen kreeg ik franquistische sympathieën. Een nationale consensus kan zo ver zoek zijn, de gevolgen daarvan kunnen weer zo desastreus zijn, dat het voorstelbaar wordt dat een generaal de macht grijpt. Wanneer law and order volledig ontbreken, moet er iemand zijn die ze afdwingt. Geen fraaie gedachte.

Vacature voor een deeltijdspraktijkassisent vakgroep Letterkunde aan de Universiteit Gent (deadline 10 juli 2012)

-Uiterste inschrijvingsdatum: 10-07-2012 17:00
-Vakgroep/directie/dienst: LW07 - Vakgroep Letterkunde
-Type contract: bepaald
-Bezetting: 50%
-Vacature type: aap
Bij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte is volgend mandaat te begeven: het betreft een tijdelijke aanstelling voor een termijn van twee jaar

Leidse gastschrijver Willem Jan Otten: onderwijs over film & literatuur

Willem Jan Otten (1951) is de nieuwe gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Vanaf begin september tot begin december 2012 geeft hij onderwijs over film en literatuur.

Bovendien houdt hij op 25 oktober a.s. de Albert Verwey-lezing. Daarnaast worden er nog een of twee andere publieke optredens georganiseerd.

Filmspecialist
Willem Jan Otten is de auteur van een veelzijdig oeuvre, dat in 1999 werd bekroond met de Constantijn Huygensprijs. Hij debuteerde als dichter, maar kreeg vooral bekendheid als romancier. Van zijn romans is Specht en Zoon (2004) de bekendste. Ons mankeert niets (1994) getuigt van zijn betrokkenheid bij de discussie rond euthanasie. Verder publiceerde Otten toneelstukken en tal van essays. Hij geldt als een specialist op het gebied van de film.

Mythes en misverstanden

Op vrijdag 29 juni organiseert de Leidse opleiding Nederlandse taal en cultuur het symposium "mythes en misverstanden". Docenten van de opleiding zullen een mythe of misterstand op hun vakgebied toelichten, weerleggen, oplossen...en bevestigen?

Het programma: 

De socialisme-gedachte

Daar was Hans weer, die Nederlandse les geeft aan hoogbegaafde buitenlanders die met de wonderlijkste problemen komen. Die schrijft Hans dan op:
Zo kreeg ik nu te lezen: De socialisme-ideologie en de kapitalisme-ideologie. Ik heb dat braaf verbeterd in: de socialistische ideologie  of  de ideologie van het socialisme. Maar is het niet eigenlijk goed? Je zegt toch ook appelboom en schoollokaal?
Ik weet helaas nooit of iets 'eigenlijk' goed is, maar ik kan me in dit geval niet voorstellen dat er een regel overtreden wordt.

dinsdag 26 juni 2012

Hadewijch op Radio Amsterdam en YouTube

Voor de uitgave van Hadewijch's Liederen zijn de bezorgers Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert onlangs door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bekroond met de Kruyskamp-prijs 2012. Hun uitgave wordt uitbundig geprezen om de uitmuntende combinatie van grote wetenschappelijkheid en even grote toegankelijkheid. Het juryrapport voor deze prijs die eenmaal in de zes jaar wordft toegekend, is te lezen op www.historischeuitgeverij.nl.

Dinsdagmiddag, 26 juni 2012, van 16.00 -17.00 uur, zijn de bezorgers Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert een uur lang te beluisteren in het programma Springvossen op radio Amsterdam FM: 106.8 FM | kabel 103.3. Drie korte introducties op de editeurs kunt U zien op You Tube: Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert.

Van Hadewijch's Liederen zijn Franse, Duitse, Hongaarse en Spaanse vertalingen in voorbereiding.

Liever een business school dan Sanskriet in 1913

De beroemde Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure (1857-1913) zou het in onze tijd niet makkelijk hebben gehad: hij publiceerde de laatste dertig jaar van zijn leven maar heel sporadisch, en dan nog vooral korte artikeltjes in obscure feestbundels als een andere taalkundige jarig was, en had meestal niet meer dan een stuk of drie studenten in de collegezaal. Hij had het daarmee zwaar gekregen tijdens zijn functioneringsgesprekken.

De colleges over bijvoorbeeld vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap begonnen soms wel met twintig studenten, maar die jaagde Saussure allemaal weg met zijn eisen dat ze allemaal eigenlijk wel Grieks én Latijn én Sanskriet én Oudgermaans moesten kennen. Desalniettemin zou hij uitgroeien tot de vader van het structuralisme, een manier van denken die niet alleen de taalwetenschap maar zo'n beetje alle geesteswetenschappen in de loop van de twintigste eeuw zouden schokken en veranderen.

maandag 25 juni 2012

‘Valentijn ende Oursson’ : hoofdstuk 60


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



‘Valentijn ende Oursson’ : hoofdstuk 59


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



6de Dag van de Nederlandse Zinsbouw


Datum: vrijdag 23 november 2012
Locatie: Universiteit Antwerpen, Klooster Grauwzusters, Lange St.-Annastraat 7, Antwerpen

De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden (disciplines, theorieën) in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze zesde editie (DNZ 6) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.

Werkwoordspelling: welke fouten maken de beste spellers?


Het afgelopen schooljaar zijn Tom Borsten en ik bezig geweest met een groot onderzoek naar werkwoordspelling. We hebben hierover gepubliceerd in Onze Taal. We vonden het echter nodig om nog een stapje verder te gaan, want we wilden weten wat voor soort fouten mensen maken. Hier het verslag van onze foutenanalyse.

Europa met alleen Engels

Verschillende media brachten de afgelopen dagen verslag uit van het nieuwe Eurobarometer-onderzoek naar de beheersing van en belangstelling voor vreemde talen in Europa. (Dat rapport bestaat in het Duits, Engels en Frans.)

De meeste bevindingen in het rapport zijn weinig opmerkelijk, zeker voor wie de eerdere editie uit 2005 kende, en al helemaal voor iemand die vooral geïnteresseerd in de Nederlandse gegevens. Het Engels is voor de meeste Europeanen de belangrijkste vreemde taal, 94% van de Nederlanders beweert dat hij in staat is om een conversatie in minstens één vreemde taal te houden en 37% beweert dat hij dat 'minstens in drie vreemde talen' kan.

Het opmerkelijkste feit kreeg voor zover ik dat kan zien tot nu toe geen aandacht:
 Nederland is het enige land waar het percentage respondenten vóór gelijke berechtiging van alle talen die in de Europese Unie gesproken worden aanzienlijk onder het Europese gemiddelde ligt, aangezien 56% het ermee eens is, en 39% niet. 

zondag 24 juni 2012

Literatuur (I)


Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes. Uitgegeven bij Prometheus, gunstig besproken in NRC, Parool, Vrij Nederland en Groene Amsterdammer. Genomineerd voor de Libris-prijs.  Er was een gedoodverfde winnaar, maar dit was misschien wel een mogelijke winnaar. Paginagrote interviews in NRC en VPRO-gids.

Ik heb het boek gelezen en vroeg me iets af wat ik me nooit afvraag: of ik wat ik las wel met goed fatsoen tot de literatuur kon rekenen. Ik kwam tegen: clichématige personages die hun bestaan alleen maar dankten aan een schematisch krachtenveld  van tegenstellingen, onwaarschijnlijke verknopingen van feit en fictie, uit een verteltechnisch vacuüm opduikende memoires en correspondenties van het hoofdpersonage, een eindeloze herhaling van voorspelbare cliffhangers, 623 pagina’s met fletse zinnen. Hoe een schrijver het volhoudt – uren en uren achter het beeldscherm zonder zich ooit te laten verrassen door een formulering. Hoe een lezer het volhoudt.

Het betekent dat ik een probleem heb.

‘Valentijn ende Oursson’ : hoofdstuk 58


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Alain Corbeau: Hoe en wat in het Proto-Indo-Europees

Als je besluit om dit jaar met de tijdmachine op vakantie te gaan, hebben wij een aanrader voor je. Stel de klok in op vijfduizend jaar geleden en reis af naar de Zuid-Russische steppen. Met een beetje geluk (en als onze theorieën kloppen) kom je terecht in het land van de Proto-Indo-Europeanen, ook wel bekend als de Indogermanen – al heeft die term een wat ouderwetse connotatie, maar hé, wat is ouderwets als je vijfduizend jaar teruggaat?

De reis zal niet geheel zonder gevaren zijn. Buiten het feit dat we niet weten wat voor ziektekiemen er zoal rondwaarden in die tijd, loopt de reiziger ook het risico daadwerkelijk een Indogermaan tegen het lijf (of dat van diens paard) te lopen. Als vrouw is de kans niet gering dat je gelijk geschaakt wordt, als man zou je het hoofd afgehouwen kunnen worden. Voor het geval je wel de kans krijgt om met een Indogermaan te spreken, hebben we een aantal Proto-Indo-Europese zinnetjes verzameld die van pas zouden kunnen komen. Tenslotte, als je in leven blijft, wil je toch op z’n minst voorkomen dat je alsnog als slaaf verkocht wordt.

Klankencyclopedie van het Nederlands (3): de [d]

[d]  De [d] heeft in de geschiedenis van het Nederlands veel geleden. Hij is verzwakt tot een [j] in goeie en kwaaie en in sommige woorden zelfs helemaal weggevallen, zoals in weer en voer, die natuurlijk afkomstig zijn van weder en voeder.

zaterdag 23 juni 2012

Alsnog

Om de Nederlandse taal te kunnen bijhouden in haar onstuimige ontwikkeling, moet een geleerde heden ten dage Facebook lezen. Wat mij in ieder geval nog niet was opgevallen: dat jongeren alsnog op een andere manier gebruiken. Mijn Utrechtse collega Jacomine Nortier kwam er echter mee in haar laatste statusupdate:
Het valt mij bij het lezen van scripties en [...] het praten met studenten op dat het woord 'alsnog' onder die groep steeds vaker wordt gebruikt. De betekenis is uitgebreid naar 'toch'. [...] In 'alsnog' zit iets temporeels, dacht ik, maar in de verander(en)de betekenis valt dat aspect weg.
Even zoeken op Twitter (je hebt Facebook voor de aanwijzingen en Twitter voor de gegevens) levert inderdaad meteen een hele lijst met vindplaatsen van 'alsnog' op die mij vreemd in de oren klinken:

‘Valentijn ende Oursson’ : hoofdstuk 57


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 22 juni 2012

Vacature: stagiairs Taaldetector


Op het Meertens Instituut is plaats voor 2 of 3 student-assistenten die willen meewerken aan de Taaldetector, een online-app waarmee gebruikers kunnen bepalen uit welke streek een spreker van het Nederlands komt.

De werkzaamheden bestaan uit het selecteren van geschikte dialectverschijnselen uit bestaande dialectatlassen en het opstellen van meerkeuzevragen ('Hoe zegt u X in uw dialect?') De app gaat deel uitmaken van een groot media-project (landelijke en regionale televisie, krant, boek) dit najaar.

Indiensttreding: zo snel mogelijk. Werktijden in overleg. Het Meertens Instituut betaalt een bescheiden stagevergoeding. Meer informatie: marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl

Geef kippenfilet een kans

Waarom zeg je kipsaté maar kippenbout? Gisterenmiddag kreeg ik een e-mail van Daan Wesselink, een Utrechtse student, over deze brandende kwestie, waarover hij met een paar medestudenten gediscussieerd had:
Men zegt kippenbout, kippekracht, en kippenhok, maar ook kipkluif, kipragout en kipsaté. We dachten dat de regel was dat je geen tussen-e gebruikt als het van kip gemaakt is i.p.v. kip bevat (...) (het verschil tussen het Franse 'au chocolat' en 'de chocolat'), maar dat klopt ook niet helemaal. Het is kipburger, kipcocktail en kipgerecht (bevatten slechts kip), wat een tussen-e had gehad moeten hebben.

donderdag 21 juni 2012

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 21-30


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 21-30
(regels 957-1463)

Verantwoording van de editie

Vacatures: stagiairs, student-assistent


Uiterlijk 1 september 2012 wil het Meertens Instituut van start gaan met het zogenaamde TINPOT-project: een afstudeerproject van 6 maanden naar Taal, Identiteit, Netwerken en Produktgeruchten Op Twitter, dat moet resulteren in een module met analyse-software en één gezamenlijke of twee afzonderlijke master-scripties.

Het Meertens Instituut zoekt voor dit afstudeerproject TINPOT:


A. Een master-student/stagiair op het gebied van computer science met programmeer-ervaring en kennis van natural language processing

B. Een master-student/stagiair op het gebied van (socio)linguistiek, etnologie, antropologie of culturele studies

C. Een student-assistent in de geesteswetenschappen die kan annoteren en testgegevens kan evalueren


Pas verschenen: De gedichten van P.C. Hooft


Uitgeverij Athenaeum presenteert op 19 juni


De gedichten


van P.C. Hooft

Verzorgd en uitgegeven door Johan Koppenol en Ton van Strien
Muzikale redactie en toelichting Natascha Veldhorst

Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) gold in zijn eigen tijd als ‘het hoofd’ van de Nederlandse dichters. De woordspeling lag voor de hand, maar er was ook werkelijk reden om Hooft als dichter te eren: hij was een van grootste vernieuwers van de poëzie en het toneel van zijn tijd.

Burushaski

Plotseling kwam het gesprek gisterenavond op de Russische wetenschap. De Leidse Indo-europeanist Sasha Lubotsky, zelf een Rus, vertelde dat Russische academici voor hun communicatie veel meer gebruik maken van het internet en sociale media dan Nederlanders. Waarom dat? Omdat ze de bestaande media niet vertrouwen! zei Lubotsky.

Maar wat valt er dan niet te vertrouwen aan de bestaande wetenschappelijke tijdschriften, vroeg iemand. Wat de macht van Poetin soms ook al doorgedrongen tot de Russische tegenhanger van Nederlandse Taalkunde?

woensdag 20 juni 2012

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 11-20


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 11-20
(regels 310-956)

Verantwoording van de editie

Tegen het schrijven

Een teken van het algeheel verval der zeden waar je te weinig over hoort: dat er teveel geschreven wordt. De afgelopen week maakte ik veel gebruik van het openbaar vervoer en overal zie de hele tijd iedereen communiceren. Het is altijd moeilijk om te bepalen of het nu inderdaad ineens veel meer gebeurt of dat het mij alleen maar begint op te vallen, maar er wordt ontstellend veel getikt. Waar vroeger een appeltje werd geschild, of luidruchtig getelefoneerd, zit nu iedereen met een schermpje voor zich te tikken. Op de terrasjes: telefoons. Een man voor het Groningse Academiegebouw had een dure nieuwe PowerBook: e-mail.

Je hoort natuurlijk weleens klachten over de kwaliteit van het geschrevene, maar weinig over al dat schrijven zelf.

dinsdag 19 juni 2012

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 1-10


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 1-10
(regels 1-309)

Verantwoording van de editie

Vacature: assistent Nederlandse taalvaardigheid

De sectie Nederlands van de Université Lille 3, Frankrijk, heeft per 1 sept. 2012 een vacature voor een assistent (lecteur/lectrice) Nederlandse taalvaardigheid.

Taken:

  • colleges mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid aan hoofd- en bijvakstudenten
  • opstellen en correctie van huiswerk en examens
  • het mede-beheren van het talenlaboratorium
  • enkele taken in de organisatie van de afdeling Nederlands

Yes!

Ik weet niet wat u vandaag allemaal te doen heeft, maar als ik u was, zou ik de boel maar de boel laten en vandaag naar Groningen gaan, waar momenteel de 33e TABU-dag plaatsvindt. Het is oorspronkelijk begonnen als een evenement van het hier uitgegeven tijdschrift Taalkundig Bulletin (TABU) en duurt inmiddels anderhalve dag.

Ik heb gisteren, tijdens de eerste halve dag, allerlei nieuwe dingen geleerd. Eén lezing, van Philipp Wallage en Wim van der Wurff, ging bijvoorbeeld weliswaar over het Engels, maar zette me ook aan het denken over het Nederlands.

Ogier van Denemerken: Inleiding


Ogier van Denemerken: Inleiding

Amand Berteloot


Van het van oorsprong middeleeuwse Franse Karelepos Ogier van Denemerken (OvD) is behalve een tiental Middelnederlandse fragmenten afkomstig uit drie handschriften [Zie Hans Kienhorst, De handschriften van de Middelnederlandse ridderepiek. Deventer 1988, deel 1, p. 148-152] een complete Middelhoogduitse ‘Umschreibung’ overgeleverd, die in 2002 door Hilkert Weddige werd gepubliceerd. Deze ‘Duitse’ versie is geen vertaling in de echte zin van het woord, maar een afschrift in middeleeuwse zin, dat wil zeggen een kopie waarbij de afschrijver heeft geprobeerd om de tekst aan zijn eigen idioom aan te passen. De grote talige afstand tussen Vlaanderen, waar de tekst is ontstaan, en Heidelberg, waar het afschrift gemaakt werd, zorgde daarbij voor bijna onoverkomelijke moeilijkheden. Ludwig Flugel (LuFl), de kopiist van handschrift Heidelberg CPG 363 heeft zijn legger op talrijke plaatsen niet begrepen en de tekst weergegeven in een taal die geen Middelhoogduits maar ook geen Middelnederlands meer genoemd kan worden. Weddige heeft in zijn editie geprobeerd de tekst van LuFl enigszins begrijpelijk te maken, waarvoor het nodig was er het Middelnederlands bij te te betrekken. Deze pogingen zijn op tal van plaatsen onbevredigend voor lezers die vertrouwd zijn met het Middelnederlands. Wanneer men de tekst écht wil begrijpen is men verplicht hem compleet naar het Middelnederlands te ‘hertalen’. Dat lukt maar voor pakweg 90% van de bijna 24.000 verzen, maar dit is de enige weg om een van onze grote Karelromans weer lees- en genietbaar te maken.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 56


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 18 juni 2012

Wat zegt het hondje (2)

Vorige week schreef ik een wedstrijd uit, ik vroeg mij namelijk af wat het meest kenmerkende geluid van de mens was. Hondjes zeggen 'Waf', poesjes 'Miauw' en koetjes 'Boe'. Maar wat zegt de mens?

Het belangrijkste verschil tussen mens en dier is de taal. Natuurlijk kunnen dieren ook met elkaar communiceren, bijen kunnen elkaar vertellen waar mooie bloemen te vinden zijn, dolfijnen schijnen elkaar namen te geven (ze heten dus niet allemaal Flipper) en apen waarschuwen elkaar voor slangen. Mensentaal is veel complexer. Zo kunnen mensen communiceren in taal over taal, om één voorbeeld te geven.

Ukelele

Heeft iemand zich al eens verdiept in de geschiedenis van het woord ukelele? Waarom schrijven wij dat woord in het Nederlands bijvoorbeeld met drie e's, terwijl men het overal elders als ukulele schrijft, met twee u's en twee e's (in het Hawaiaans betekent uku 'vlo' en lele 'springend')? En waarom wij het uitspreken op zijn quasi-Engels, namelijk als [juːkəlɪli] in plaats van als [juːkəleiliː] zoals in het Engels, of [ʔukulɛlɛ] zoals in het Hawaiaans?

Het woord moet ergens in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw, of zelfs nog iets eerder, naar Nederland gekomen zijn.

zondag 17 juni 2012

Al lezende in Ogier van Denemerken – 3


Al lezende in Ogier van Denemerken – 3 : Vertalen en hertalen

Amand Berteloot


De Heidelbergse Ogier von Dänemark staat te boek als een vertaling uit het Middelnederlands. Maar het is zeer de vraag of de term ‘vertaling’ hier wel op zijn plaats is.

In de Middeleeuwen duidde men de talen van Noordwest-Europa onder andere met de begrippen ‘Dietsch’ en ‘Duutsch’ aan. Dit zijn twee taalgeografische varianten van één en hetzelfde adjectief, dat zoveel als ‘van het volk’ betekent. Het feit dat Jacob van Maerlant de begrippen ‘Dietsch’ en ‘Duutsch’ in de proloog bij zijn leven van sint Franciscus in een opsomming achter elkaar noemt (Maximilianus 1954, I, blz. 38, vers 133) bewijst dat die begrippen daadwerkelijk distingerend werden gebruikt: Voor Jacob was ‘Dietsch’ niet hetzelfde als ‘Duutsch’, maar wat onderscheidde ze dan van elkaar?

Internationaal


Een soundscape als afsluiting dat de op het podium verzamelde dichters vijf minuten lang over zich heen moesten laten gaan. Starend naar het publiek dat weer naar hen staarde. De onbeschrijflijke blik van K. Schippers.

Het woord ‘randgebeuren’ – dankzij zijn lelijkheid heeft het een iconische kracht van jewelste.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 55


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



De zaak Alfred I.

Hebben romanpersonages rechten? Mag je ze bijvoorbeeld zomaar van alles en nog wat beschuldigen? Geldt in de literatuuranalyse iets als bewijs wat in de rechtbank zou worden afgewezen?

In het nieuwe nummer van De Gids beschuldigt de Leidse promovendus Max van Duijn de jonge Alfred Issendorf, hoofdpersoon in de roman Nooit meer slapen van Willem Frederik Hemans, van moord. Van Duijns bewijzen voor die nogal boude stelling zouden geen rechter overtuigen – of als ze dat wel zouden doen, zou het tot een schandaal leiden als in de zaak van Lucia de B.

zaterdag 16 juni 2012

Vacature: Two PhD positions in Digital Humanities


To strengthen the research field of Digital Humanities, the Faculty of Humanities at the University of Amsterdam invites applications for Two fully funded PhD candidates in Digital Humanities, starting on 1st September 2012

Application deadline: 4 July 2012

Klankencyclopedie van het Nederlands (2): de [a]

[a] Net als de [u] komt de klinker [a] in heel veel talen voor, bijvoorbeeld in de woorden mama en papa (of dada). Samen met de [i] vormen de [u] en de [a] de punten van de zogenoemde klinkerdriehoek:
bron: Wikimedia

vrijdag 15 juni 2012

Vacature: Associate Professorship in Digital Humanities (for 4 years)

To strengthen its Priority Area Digital Humanities, the Faculty of Humanities (University of Amsterdam) invites applications for an Associate Professor in Digital Humanities.

The candidate will bring a relevant and innovative research agenda in Digital Humanities and will be especially interested the development and application of digital methods in the humanities. Digital research corpora of literature, art, music and language are changing the humanities in a spectacular way, leading to new questions that seemed unanswerable until very recently. The Digital Humanities or e-Humanities transcend the individual humanities disciplines, and candidates will be at home in more than one discipline.

Deadline for applications: 1 August 2012.

For more information see:
http://www.uva.nl/vacatures/vacatures.cfm/C3066CFC-A9DF-412F-929FCDBAF1712491

Aankondiging: Platform Boekbeoordeling

Er is een nieuw platform voor de Neerlandistiek. Niet omdat het ons ontbreekt aan goede vaktijdschriften, maar wel omdat het ontbreekt aan snelle, digitaal beschikbare beoordelingen van studies die binnen ons vak worden gepubliceerd.

Taal en rekenen

Hier is een feit waarvan de implicaties volgens mij vaak onderschat worden: dat taal en rekenen in het dagelijks taalgebruik vaak op één lijn gesteld worden. Zie bijvoorbeeld het volgende, volstrekt willekeurige, voorbeeld, van de website van NRC Handelsblad van eerder deze week:
Het is slecht gesteld met de taal- en rekenvaardigheid van scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. (...) Vanaf het schooljaar 2013/2014 moeten alle scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs deelnemen aan een taal- en rekentoets, die deel uitmaakt van het eindexamen.

Het voorbeeld is, als gezegd, volkomen willekeurig. Taal en rekenen staan, blijkens de website www.taalenrekenen.nl 'voortaan centraal': "Het regeerakkoord van september 2010 bestempelt deze vakken als de kernvakken van het onderwijs".

donderdag 14 juni 2012

Al lezende in Ogier van Denemerken – 2

Al lezende in Ogier van Denemerken – 2: Rijm-analyse
   
Amand Berteloot
   
Het Middelnederlands is geen standaardtaal zoals het moderne Nederlands. Het is een verzameling van onderling min of meer verschillende regionale taalvariëteiten die ook in hun verschriftelijkte vorm nog herkenbaar waren en zijn. Zodoende is het niet alleen mogelijk teksten met een goede kans op waarschijnlijkheid te lokaliseren, bij rijmteksten bestaat zelfs de kans om via een analyse van de taal meerdere geografische lagen te onderscheiden. Dat heeft vooral te maken met het feit dat afschrijvers ook wanneer ze een tekst aan hun eigen idioom aanpasten, in de regel de rijmen respecteerden. Daar is een heel pragmatische reden voor: wie een rijmklank verandert, zal zich verplicht gevoeld hebben een nieuw rijm te verzinnen. Dat was iets voor dichters, maar normaal gesproken waagden afschrijvers zich daar liever niet aan. Als het enigszins mogelijk was, hielden ze aan de rijmen uit hun legger vast. Wel moet men er rekening mee houden dat dichters ook andere dan de eigen variëteit kenden en in geval van rijmnood ook elders gingen zoeken naar passende rijmwoorden. Jacob van Maerlant gebruikte daarvoor het begrip ‘misselike tonghe’ en formuleerde: “Men moet om de rime souken / Misselike tonghe in bouken” (Maximilianus 1954, dl. 1, blz. 38, verzen 131-132). Dit fenomeen is uitvoerig beschreven in Van den Berg en Berteloot 1991. In Van den Berg en Berteloot 1993 werd deze methode voor het eerst op de persoon van Jacob van Maerlant toegepast.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 54


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Nu op DBNL: documentaire van De Langste Dag


Dichters lezen het werk van hun grote voorgangers (10 december 2010)

Tijdens de laatste boekenweek was de film al te zien op Cultura 24, en nu ook op de site van DBNL: een ruim 25 minuten durende documentaire over de veelbesproken poëziehappening De Langste Dag, die op 10 december 2010 werd gehouden in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. De documentaire biedt impressies van optredens, interviews met dichters en andere direct-betrokkenen, en impressies uit de wandelgangen.
Aan De Langste Dag deden meer dan 70 dichters mee, en er waren muzikale bijdragen van onder anderen Nynke Laverman en Felix Strategier. In vier — en tijdelijk zelfs vijf — zalen werd gedurende zes uur het werk van reeds gestorven dichters voorgelezen. De manifestatie was live op internet via vier kanalen te volgen. Inmiddels zijn ook de meeste optredens via de site van DBNL terug te kijken.

Lucebert in het Latijn

Het leek me gisteren ineens hoog tijd om Lucebert eens in het Latijn te vertalen. Volgens Piet Gerbrandy kende hij weliswaar geen Latijn, maar zijn naam is toch niet voor niets voor de helft (luce) voor de helft Romaans! Arnon Grunberg betoogde vorige week dat we meer gedichten uit ons hoofd moeten leren – om te beginnen Aan Rika van Piet Paaltjens.

Nu is er ook een andere manier om intiem vertrouwd te raken met een gedicht: door het te vertalen.

woensdag 13 juni 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 53


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Oproep: Wedstrijd rondom Leonard Nolens

PRIJS!  &  WIN EEN UITNODIGING OP HET PALEIS

wedstrijd voor jonge lezers rondom Leonard Nolens, laureaat Prijs der Nederlandse Letteren

Wil jij erbij zijn als de dichter Leonard Nolens de Prijs der Nederlandse Letteren krijgt van koningin Beatrix?
Kijk dan naar de video-opdrachten door Lieven Scheire,  Spinvis en de hofmaarschalk van de koningin.

Hoe het verschil tussen cent en zend verdwijnt

Gisteren kreeg het Meertens Instituut, waar ik werk, bezoek van Charles Yang – een Amerikaanse informaticus en taalkundige van de Universiteit van Pennsylvanië. Hij gaf een lezing waarin hij liet zien hoe je soms kunt voorspellen dat een bepaalde taalverandering door gaat zetten: als er eenmaal genoeg sprekers zijn die de nieuwe vorm hebben overgenomen, is er geen houden meer aan en gaat binnen de kortste keren de hele gemeenschap eraan. Yang liet zien dat soms 17% genoeg is: als 17 van de 100 sprekers eenmaal de nieuwe vorm hebben omhelsd, is er geen weg meer terug.

Hoe verandert taal? En vooral: hoe gebeurt het dat mensen van elkaar nieuwe vormen overnemen?

dinsdag 12 juni 2012

Pas verschenen: “We worden diep” over Bomans, een diepgezonken schrijver

Pas verschenen: “We worden diep”, een bundel artikelen over schrijver, programmamaker, voordrachtskunstenaar en cultuurcriticus Godfried Bomans (1913-1971). Hij komt hierin naar voren als een auteur die midden in zijn tijd stond en voor een stevig oordeel niet terugschrok.

Het werk gaat over allerlei aspecten van zijn werk en zijn persoon. We noemen er hier enkele:

Subsidie project Nederlab toegekend

Vandaag is bekend geworden dat het project ‘Nederlab - een laboratorium voor onderzoek naar de veranderingspatronen in de Nederlandse taal en cultuur’ 2.048.000 euro ontvangt van het programma Investeringen NWO-groot van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

            Nederlab zal onderzoekers de mogelijkheid bieden langetermijnveranderingen in de Nederlandse taal, letterkunde, cultuur en maatschappij te traceren. Alle Nederlandstalige teksten van de 8ste eeuw tot nu zullen via de Nederlab-website doorzocht kunnen worden met binnen Nederlab ontwikkelde tekstanalysesoftware. In Nederlab werken het Meertens Instituut en het Huygens ING van de KNAW samen met de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, de KB en een aantal universiteitsbibliotheken.

Aankondiging: DRONGO-Festival, 19 september


Een dag van meertaligheid voor kinderen en ouders, studenten en docenten, professionals en alle andere geïnteresseerden.

Op 19 september 2012 is het DRONGO Festival, dé plek waar je alles kunt vinden over meertaligheid. Uniek in Nederland en Vlaanderen! Rondshoppen op de meertalen markt, actief aan de slag met taal in de labs, opsnuiven van kennis en inspiratie bij de lezingen, er is voor elk wat wils. En tussendoor uitblazen in een gezelschap van andere meertalers! Met een borrel na afloop. Let op: maximaal 260 deelnemers, en vol is vol.

Ouderwets en suf

Jongeren vinden het Nederlands 'ouderwets' en 'suf'. Dat blijkt uit het gisteren gepresenteerde rapport Jongeren, de Nederlandse taal & participatie in opdracht van de Nederlandse Taalunie, waarin de resultaten staan van gesprekken met honderd jongeren uit Nederland, België, Suriname en Aruba in de afgelopen drie maanden. Hoe nuttig vinden zij het Nederlands? Hoe moeilijk? Houden ze van lezen? Of van woordgrapjes? Hoeveel waarde hechten zij aan correctheid?

Uit het rapport komt een interessant beeld naar voren.

maandag 11 juni 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 52


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Vacature: Taaldocent Nederlands, Universiteit van Manchester


Closing date :22/06/2012
Reference :HUM-01275
Faculty / Organisational unit :Humanities
School / Directorate :School of Languages, Linguistics & Cultures
Division :University Language Centre
Salary : £24,520 to £28,401
Employment type :Fixed Term
Duration:12 months
Hours per week :0.33 FTE
Location :Oxford Road
You will teach Dutch to undergraduate students and a small number of postgraduate students and external students (members of the public) at a range of levels, and undertake administrative duties associated with teaching. You will also be expected to work with and mentor two Dutch teaching assistants.

Oproep voor auteurs: CFP Illness and Literature

Geachte collega,

Vandaag willen we ons met het verzoek tot u wenden een initiatief tot de publicatie van een verzamelbundel rond het onderwerp Ziekte en literatuur te ondersteunen.

Sinds de antieke oudheid bestaat er een levendige relatie tussen literatuur en geneeskunde. De eerste zang van de Ilias spreekt al van de pest in het kamp van de Achaiërs, gezonden uit wraak door de god Apollo. Het aforisme is een belangrijk literair procedé in de verspreiding van geneeskundige kennis vanaf het Corpus Hippocraticum tot de Aphorismi de cognoscendis et curandis morbis van Herman Boerhaave. Talloze dichtende geleerden en geleerde dichters behandelden de problematiek van de ziektes en hun invloed op de natuur en de geest van de mens (zie bijvoorbeeld de database Literatuur en Geneeskunde van de VUmetamedica).

René van Stipriaan: Een commandotraining voor Neerlandici – bis

De redactie van Neder-L vroeg me mijn visie te geven op de toekomst van de neerlandistiek. Maar dat heb ik net gedaan (Ons Erfdeel, november 2011), en er werd in dit tijdschrift een verwoede poging gedaan er de vloer mee aan te vegen. Ze durven wel, die jongens van Neder-L. Met iemand de kachel proberen aan te maken en hem vervolgens een podium geven. Dan ben ik de beroerdste niet.

Wat zegt het hondje?

Volgens mij trekken dieren zich weinig aan van landgrenzen, ook taalgrenzen zijn aan hen niet besteed. Een Nederlands paard hinnikt precies als een Spaans paard (maar in Spanje hinnikt hij wel wat harder, vandaar dat Spanjaarden een paard /kabaal/ noemen - doch dat geheel terzijde). Mensen hebben de slechte eigenschap dat zij dingen op willen schrijven en zij hebben daarvoor een tekensysteem bedacht dat de meeste geluiden niet goed weet te vangen.

Hihihi, hahaha

Wat is het verschil tussen hihihi en hahaha? Die belangwekkende vraag stelde en beantwoordde de taalkundige Riemer Reinsma op de Onze Taal Taalkalender. Het stukje staat ook op de website van Onze Taal.

Waar hij dat antwoord precies vandaan haalde, is niet helemaal duidelijk. Ja, voor hihihi haalt hij Wim Daniëls aan die het 'giechelig' noemt. Hahaha aan de andere kant geeft "misschien vooral een uitbundige of vrolijke lach weer": ik neem aan dat dit Reinsma's eigen oordeel is.

Google Images geeft Daniëls en Reinsma met enige goede wil gelijk. Haha geeft vooral afbeeldingen van uitbundig lachende mannen te zien, zoals hierboven, terwijl hihi vooral lachende vrouwen en baby's oplevert:

zondag 10 juni 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 51


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Het het dat regent

Af en toe schrijft Hans me een mailtje. Hij geeft Nederlandse les aan een paar Japanners en Pakistanen die soms zomaar met de wonderlijkste puzzels komen. Die schrijft Hans dan op:
[1] De kans is groot om te regenen

Dat is niet goed. Waarom niet?
Immers, wel goed is de tweelingzin:

[2] De kans is groot om te slagen.

Terwijl beide wel tweelingen zijn in:

[3] De kans is groot dat het regent.
[4] De kans is groot dat hij slaagt.
Tja, inderdaad, daar zit je dan, als goedwillende Japanner of Pakistaan.

zaterdag 9 juni 2012

Presentatie boekje Aan vrienden gewijd

Op donderdag 28 juni vindt in de Aula van de Koninklijke Bibliotheek de presentatie plaats van Aan vrienden gewijd. Alba amicorum in de Koninklijke Bibliotheek. Dit boekje over vriendenboeken is geschreven door Kees Thomassen, conservator namiddeleeuwse handschriften van de KB. De presentatie markeert tevens de pensionering van Kees Thomassen.

Alba amicorum
Het vriendenboek is in het midden van de zestiende eeuw ontstaan in universitaire kringen. Hoogleraren en studenten legden boekjes aan waarin zij collega’s en medestudenten een bijdrage lieten schrijven. Adellijke studenten voegden daar dan vaak een fraai geschilderd geslachtswapen aan toe. Ook gedrukte en geschilderde illustraties verlevendigen zo’n album. Het genre heeft zich in wisselende mate van populariteit en in verlerlei gedaantes tot aan het einde van de twintigste eeuw kunnen handhaven.

Kerkvorst

"Het ANP noemt de paus steevast 'kerkvorst'", schrijven de auteurs van het Geel-witte boekje in hun voorwoord, "terwijl dit voor katholieken zo ongeveer vloeken in de kerk is." Het boekje – geel-wit omdat dit de kleuren van Vaticaanstad en de paus zijn – wil daarom volgens het voorwoord 'het correcte gebruik of de correcte interpretatie' van katholieke begrippen uitleggen. "Eerste hulp bij katholieke begrippen" is dan ook de ondertitel.
Maar wat is er mis met kerkvorst? Het Woordenboek der Nederlandsche Taal ziet weinig kwaad in het woord. Ook de KRO gebruikt het, zij het in deze documentaire in verband met een bisschop, niet met de paus. Trouw en het Reformatorisch Dagblad noemen de paus ook 'kerkvorst' al zegt een van de auteurs, Frank Bosman, zelf dat die kranten die wel hun best doen de katholieke termen 'correct' te gebruiken.
Het woord is kennelijk zo slecht dat het in het Geel-witte boekje zelf geen lemma gekregen heeft, maar er wordt wel iets over gezegd in het lemma paus:
Een van de titels die vooral sinds het Tweede Vaticaans Concilie (...) gebruikt wordt is 'Servus Servorum Dei', 'Dienaar der Dienaren Gods'. Mede in dat licht is het niet verwonderlijk dat katholieken de in de media vaak gebruikte aanduiding 'kerkvorst' als ongepast ervaren. Deze term dient daarom vermeden te worden.
De gevoeligheid is er dus in gelegen dat de katholieken zelf de paus als 'dienaar' aanduiden — vorst suggereert macht en aanzien. Tegelijkertijd beschrijft het lemma ook een van de functies van de paus: 'staatshoofd van Vaticaanstad' en 'kerkpresident' lijkt toch ook niet helemaal de aangewezen term.
Misschien ligt het probleem wel ergens anders. Volgens Wikipedia zijn kerkvorsten 'binnen de katholieke Kerk aartsbisschop, bisschop, abt of abdis'. Dat zou kunnen doen vermoeden dat de term misschien juist te laag gekozen is voor de paus, die toch wel wat meer waard is dan een of andere abdis. Wikipedia meldt aan de andere kant weer wel:
Daarnaast worden ook in algemene zin de hoogste geestelijken wel "kerkvorsten" genoemd omdat zij de kerk ook werkelijk regeren. kardinalen zijn ook werkelijke prinsen. Zij zijn prinsen van het pauselijke hof en worden overal erkend als prinsen die in het protocol van de diplomatie direct na de zonen van een koning komen.
Als dat zo is, zou je verwachten dat de paus toch inderdaad in dat protocol op het niveau van de koning staat. Dan is de term kerkvorst misschien toch zo gek nog niet. Alles bij elkaar wekt dit advies van het Geel-witte boekje de indruk alsof een politicus van GroenLinks zou suggereren dat 'Lenteakkoord' correcter zou zijn dan 'Kunduzakkoord': die correctheid wordt verward met politieke spin.
Eric van den Berg, Frank Bosman en Peter van Zoest. Het geel-witte boekje. Heeswijk: Abdij Van Berne, 2012. ISBN 978-90-8972-046-7. Prijs € 12.50. Bestelinformatie

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 50


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 8 juni 2012

Matthias Hüning: Is er een toekomst voor de neerlandistiek 'extra muros'?


20 jaar Neder-L? Zo lang al? Neder-L werd door Ben Salemans opgericht toen ik aan het begin stond van mijn academische loopbaan. Ik was er vanaf het begin bij en ik ben blij dat de redactie mij heeft gevraagd heeft om naar aanleiding van dit jubileum eens na te denken over de toekomst van ons vak, de neerlandistiek.

Honderd jaar geleden, in 1912, is Johannes Franck in Bonn benoemd tot gewoon hoogleraar voor 'Niederdeutsche und Niederländische Philologie' aan de universiteit van Bonn, die universiteit waar hij al sinds 1879 werkte, eerst als privaatdocent en daarna, sinds 1886, als buitengewoon hoogleraar. Franck staat daarmee aan het begin van een succesverhaal. Zoals onder andere blijkt uit onze bundel over de geschiedenis van de universitaire neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen [1] kwam er de afgelopen decennia steeds meer belangstelling voor de studie van het Nederlands, eerst in de Europese buurlanden, vervolgens in Scandinavië en Zuid-Europa en later ook - mede dankzij het actieve beleid van de Nederlandse Taalunie - in Midden- en Oost-Europa. Overal onstonden er nieuwe universitaire opleidingen en instituten. Een vakgroep als die van Wrocław is de afgelopen twintig jaar gegroeid tot een groot en belangrijk centrum voor de studie van de Nederlandse taal- en letterkunde.

Er zijn echter aanwijzingen dat deze fase van vanzelfsprekende groei voorbij is en op een aantal plaatsen zijn afdelingen en instituten Nederlands in de problemen gekomen. Een paar voorbeelden: In Duitsland zijn lectoraten opgeheven, de afdelingen Nederlands in München en in Leipzig (één van de oudste en bekendste) zijn gesloten. Toen ik vorig jaar te gast was bij de docentenbijeenkomst van de Scandinavische neerlandistiek, hing daar een sfeer van wanhoop. De afdeling Nederlands in Kopenhagen is gesloten en in Göteborg wordt de opleiding nu toch niet uitgebouwd tot hoofdvak, maar in plaats daarvan waarschijnlijk opgeheven. De leerstoel van Zofia Klima Klimaszewska in Warschau is na haar overlijden niet herbezet. Ik zou zo nog een tijdje kunnen doorgaan. "Potentie en groei zitten op dit ogenblik in China, Marokko en Armenië", schrijft Linde van den Bosch, net afgetreden als secretaris van de Nederlandse Taalunie, in de al genoemde bundel over de geschiedenis van de Europese neerlandistiek.

Hans Hoeken: Vak van de toekomst

Tijdens mijn opleiding Nederlands in het midden van de jaren 80 bestond het studie­programma uit letterkunde, taalkunde en taalbeheersing. Het aantal studenten dat gegrepen werd door deze combinatie van disciplines leek beperkt. Wie zich verloor in Lucebert, had vaak weinig op met ‘government and binding’; wie graag syntactische structuren tekende, was zelden gefascineerd door de communicatieve effecten van argumentatie en metaforen. Na het basisprogramma van twee jaar, ging ieder zijn weg en zagen de taalkundigen, letterkundigen en taalbeheersers elkaar alleen nog in de kroeg.

Deze combinatie van disciplines leek vooral ingegeven door de wens om ons goed voor te bereiden op het vak van leraar Nederlands op de middelbare school, een toekomst­perspectief dat mij – en het merendeel van mijn medestudenten – weinig aantrekkelijkleek  (al was onze studiekeuze opmerkelijk vaak ingegeven door een bevlogen docent Nederlands (m/v)). Onlangs kwam ik echter tot het inzicht dat juist de combinatie van deze drie disciplines de neerlandistiek tot het vak van de toekomst maakt.

Anja de Feijter: Jubileum acht juni (1992-2012) Neder-L


Op zeven mei jongstleden werd Nijmegen vereerd met een bezoek van Umberto Eco. Op grond van zijn verdiensten voor de Europese cultuur werd hem op die dag de Vrede van Nijmegen-penning uitgereikt. De institutie is nog jong: twee jaar geleden werd de eerste zogeheten penning verleend aan Jacques Delors, voormalig voorzitter van de Europese Commissie. In de publiciteit die aan het feestelijke gebeuren in de Stevenskerk is voorafgegaan, was een van de veel geciteerde uitspraken van Eco een uitspraak over vertalen. De Italiaanse semioticus en romancier noemt vertalen ‘de taal van Europa’.

Vast onderdeel van de colleges poëzieanalyse is het vertalen: door geen enkele andere oefening leer je zo goed hoe meervoudig poëzie gestructureerd is. In het recente juryrapport van de P.C. Hooft-prijs voor Tonnus Oosterhoff wordt zijn werk omschreven als poëzie die wil ‘laten zien hoe flexibel en dynamisch de taal is en hoeveel meer erin meespeelt dan enkelvoudige betekenis’. Een veeleisende versregel van Oosterhoff is bijvoorbeeld: ‘De raddraaier kan zich raadloos gedragen.’ Of van Lucebert: ‘nu komen ook de kooien van de poëzie / weer open voor het gedierte van miró’. Het succesvolle Erasmus-programma heeft gemaakt dat in verschillende jaren door studenten van elders in Europa aangedragen gedichten in een andere taal in onze werkcolleges naar het Nederlands werden vertaald.

Jack Hoeksema: Nederlandse Taal en Cultuur: Hoe lang nog?


Een van de merkwaardigste Olympische sporten is biatlon, een combinatie van langlaufen en schieten. Dat het schieten met een geweer een Olympische sport is vind ik niet zo vreemd – pistoolschieten is het tenslotte ook, evenals boogschieten. Ook skisporten van allerlei soort staan op het programma van de Winterspelen, dus waarom niet langlaufen? Het is de combinatie die biatlon tot een vreemde sport maakt. Twee vaardigheden worden getest, die niets gemeen hebben, alsof je voetballen met dammen wilt verenigen, dressuur met hinkstapsprong, of taal- met letterkunde. Nederlandse taal- en letterkunde is dan misschien geen Olympische sport, maar wordt wel gesponsord door de Nederlandse staat. De bestaansreden van de combinatie is en was het schoolvak Nederlands op de middelbare school, waar nog altijd van leraren verlangd wordt dat ze Aart van der Leeuw en bepalingen van gesteldheid als lekkernij kunnen opdissen aan pubers. Daarom kent de Nederlandse universiteit nog altijd een opleiding Nederlandse Taal en Cultuur. De vraag is: Hoe lang nog?

Jürgen Pieters: Weg met de neerlandistiek?

Ik zal mezelf nooit een neerlandicus noemen, al heb ik er eerlijk gezegd ook geen moeite mee wanneer anderen dat in mijn plaats wel doen. Mijn eerste stappen in de wetenschap zette ik op het gebied van de Amerikaanse letterkunde, met een verhandeling over de kortverhalen van Raymond Carver. Daarna ging ik verder in de theoretische literatuurwetenschap, met een bijkomend afstudeerwerk over Paul de Man, een landgenoot die al lang geëmigreerd was toen hij bekend werd als roerganger van de deconstructie. In diezelfde discipline schreef ik mijn proefschrift over het New Historicism van Stephen Greenblatt. Pas sinds een vijftal jaar ben ik in de neerlandistiek terechtgekomen, na meer dan één omweg dus. Ik voel me eerlijk gezegd nog steeds een buitenstaander in de discipline waarvan we in deze reeks bijdragen de toekomst onder de loep nemen. Vanuit dat zijdelingse perspectief wil ik niettemin graag een aantal uitspraken doen over wat ik zie als die toekomst, maar men moet wat ik te zeggen heb nemen voor wat het is: een reeks opmerkingen vanuit de marge.