Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 31 juli 2012

Schrijfwijzer (8 en slot): Vol op het orgel

 
De interessantste opmerking in de discussie over de Schrijfwijzer werd uiteindelijk gisteren gemaakt door Jan Renkema, de auteur van het besproken werk. In een reactie die gisteren tegelijkertijd verscheen op de Facebook-pagina van de Schrijfwijzer (alleen voor mensen met een Facebook-account, vermoed ik) en hier op Neder-L (u moet een beetje scrollen, het stukje van Renkema staat tussen de reacties.)

Het lijkt me flauw om hier weer een weerwoord te geven op Renkema's weerwoord. Ik ben blij dat hij gezegd heeft wat hij wilde zeggen, en bovendien is het nu ook weer niet nodig om te kissebissen over details. Het lijkt me duidelijk dat Renkema en ik twee verschillende stijlen vertegenwoordigen om over taal na te denken en te schrijven.

De interessante opmerking staat aan het begin:

maandag 30 juli 2012

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 72


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Middelnederlandse scheldwoorden

Onlangs vroeg iemand me of ik een stel Middeleeuwse scheldwoorden wist, om te gebruiken in een historische roman. Verder dan 'fielt' en 'dobbel velleken' kwam ik niet 1-2-3. Er is geen kant en klare lijst gepubliceerd, noch in een boek, noch op een site. Wat er niet is, moet je zelf maken. Vandaar dat ik begonnen ben in het Rhetoricaal Glossarium van J.J. Mak. Een kwestie van knippen en plakken, maar dan heb je ook wat (hoewel de cursieven en vetten weggevallen zijn). Dit is het resultaat - hopelijk worden ruzies er vanaf nu wat rederijkeriger door ('Ouwe gordijnwachter dat je d'r bent'):

Schrijfwijzer (7): 'Wat heb ik daar nu aan, sprak de leek onzeker.'

Wat voor beeld van 'de taalgebruiker' heeft Jan Renkema, de auteur van de Schrijfwijzer, waarvan onlangs de vorige editie verscheen? Hij geeft er zelf een duidelijk beeld van in de volgende passage, waarin hij die taalgebruiker tegenover de 'taalkundige' zet:


De taalgebruiker wil een voorschrift, een norm. De taalkundige kan vanuit zijn beroep alleen maar zeggen: zo zit taal in elkaar. Dit spanningsveld staat bekend als de spanning tussen prescriptie (voorschrijven) en descriptie (beschrijven).
Waarom die taalkundige er hier bij gehaald wordt, snap ik ook niet zo goed, er is in de voorafgaande tekst geen aanleiding voor. En ook niet waarom je er niets aan zou hebben om te weten hoe taal in elkaar zit, als je een norm wil hebben: wat is nu eigenlijk de 'spanning' tussen voorschrijven en beschrijven? Waar komt de norm dan wel vandaan, als hij niet komt van hoe taal in elkaar zit?

zondag 29 juli 2012

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 71


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Schrijfwijzer (6): Niet bijgewerkt

Is het verstandig de nieuwe Schrijfwijzer aan uw zestienjarige nichtje cadeau te doen voor haar verjaardag? Alleen wanneer ze een buitengewone belangstelling heeft voor de Nederlandse geschiedenis van de afgelopen dertig jaar, want anders zal ze veel voorbeelden niet kunnen begrijpen.

Zo legt het boek anno 2012 uit dat er variatie is in woordenboeken aan de hand van vier definities van het begrip hollanditis – een woord dat een Amerikaanse generaal in de jaren tachtig introduceerde om de Nederlandse onwil te karakteriseren om kernwapens te plaatsen. Zal er iemand zijn onder de veertig die dat een leuk, aansprekend voorbeeld vindt? Op dezelfde pagina (196) gaat het over een troonrede waarin de zinsnede Het land is schoner geworden, met name lucht en water. Die zin stamt uit 1988. (De formulering was ook net iets anders: "Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name voor lucht en water.")

zaterdag 28 juli 2012

Schrijfwijzer (5): Digitaal en papier

De afgelopen week heb ik een aantal aspecten van de Schrijfwijzer-website besproken. Het wordt nu tijd voor het echte werk – althans, uit alles wordt duidelijk dat de auteur zelf het gedrukte boek als het echte werk beschouwt.

Kenmerkend is een passage als de volgende (uit het voorwoord, p. 12):


Een boek leent zich niet zomaar voor digitale weergave: 'browsen' is toch iets anders dan bladeren. Informatie op scherm moet vaak anders geordend worden dan op papier, al was het alleen maar omdat lezen van een scherm zoveel lastiger is dan van papier.
Tja.





vrijdag 27 juli 2012

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 51-60


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 51-60
(regels 2288-2901)

Verantwoording van de editie

Wie wil er een ijsje? Ikken!

 

Over de nadruks-n en de opkomst van rare regels in taal



door Suzanne Aalberse


Als mijn dochters iets heel duidelijk willen maken, dan gebruiken ze de –n: “Bedoel je dit boek, neehee, dezeN!” “Wie wil er een ijsje? IkkeN!”, “Is Maaike je oom? Nee dat is mijn tanteN. “Meestal is het alleen na de sjwa (de –e), maar het kleintje kan de –n nog breder toevoegen, bijvoorbeeld: “dat is geen t-shirt dat is een truiN”. Ik vertelde over die extra –n’s het aan mijn collega Els Elffers en ze zei: o ja de nadruks-n die hadden mijn kinderen vroeger ook. De kinderen horen de –n vooral in nadrukscontexten. Op de crèche zeggen ze bijvoorbeeld: “Ga zittuh op je billuh.” Als dat niet gebeurt, wordt het verzoek herhaald: “Ik zei : ga zitteN op je billeN.” De normale uitspraak voor de kinderen is de uitspraak zonder -n (zie stukje Marc). Ze ervaren “zittuh” niet als een vorm die iets mist, maar “zitteN” als een woord met een toegevoegde klank die nadruk geeft. En voor hun kan die extra klank makkelijk toegevoegd worden en zo hebben ze een eigen nadruksuitgang gemaakt. Waarschijnlijk houden de kinderen op met de extra –n’s als ze goed kunnen lezen en schrijven en zien dat zitten wel op een –n eindigt en dezeniet.

Vijf video's van gedichten van P.C. Hooft

Aangestoken door een recensie die ik vond via het onvolprezen weblog De Contrabas heb ik deze week de nieuwe iPad-app gedownload met en over de sonnetten van Shakespeare. Het is een beetje een dure app, niet goedkoper dan een papieren uitgave van de sonnetten, maar een die meer biedt dan zo'n papieren uitgave: niet alleen worden alle sonnetten door briljante acteurs voorgelezen (terwijl je de tekst kunt meelezen), maar er is bovendien een grote rijkdom aan begeleidend materiaal, zowel in geschreven vorm als, ook weer, op video.


Hoe lang zal het duren voor we zoiets hebben voor het Nederlands? Bij mijn weten zijn er nog helemaal geen mooie edities voor een breder publiek. Het hoogtepunt is geloof ik de editie van Ik Jan Cremer, die vooral bestaat uit een facsimile van het typoscript en een bakje met wat begeleidend materiaal. 

donderdag 26 juli 2012

Het p-boek komt eraan


“We spreken vanmiddag met Renske Koster, technologisch letterkundige aan de Universiteit van Haarlem, over een innovatie die we binnenkort in onze huiskamer kunnen verwachten. Dat mag ik toch zo zeggen, mevrouw Koster?”
“Jazeker, ik verwacht inderdaad dat het p-boek op het punt van doorbreken staat.”
“Het p-boek gaat het oude vertrouwde boek verdrijven.”
“Ho, nou, dat hoort u mij niet zeggen. Ik verwacht dat er mensen zullen blijven die liever van een tablet lezen, uit gewoonte of uit een zeker bibliofiel snobisme. Maar het p-boek wordt het dominante leesmedium.”

Het Esperanto is nog lang niet klaar

Vandaag bestaat het Esperanto precies 125 jaar – het eerste boekje kwam door de tsaristische censuur op 26 juli 1887. Het werd in eigen beheer uitgegeven door een jonge oogarts in Warschau, Lejzer Zamenhof, die vast had gehoopt dat er in 2012 wat méér mensen waren geweest die zijn taal hadden gesproken. Maar wie de onooglijke brochure van indertijd heeft gezien kan zich eigenlijk alleen maar verbazen dat er juist nog steeds mensen zijn die de taal wél spreken. Dat er in gediscussieerd wordt, dat er literaire tijdschriften in verschijnen – hoe klein de schaal ervan ook is, je zou het 125 jaar geleden misschien niet hebben verwacht.

We kunnen veel leren van dat grote experiment dat de Esperanto-beweging geweest is. Bijvoorbeeld over normen, over onmogelijkheid om een regel te verzinnen en mensen op te dragen om zich daar aan te houden.

woensdag 25 juli 2012

Schrijfwijzer (4): Tussenbalans

De afgelopen dagen heb ik enkele van mijn belangrijke bezwaren tegen de nieuwe Schrijfwijzer geïllustreerd aan de hand van een paar video's op de Schrijfwijzer-website: Renkema propageert een ouderwetse norm, hij biedt steun aan mensen die geen steun verdienen (bijvoorbeeld omdat ze schrijvers van rouwberichten uitlachen), en hij legt de regels onnodig onduidelijk en onjuist uit.

Ik experimenteer ondertussen met de vorm van live recenseren. Mij bevalt het wel, omdat u als lezer op mijn vingers kunt meekijken en ook nog wat kunt terugzeggen. U bent gelukkig ook kritisch (op mij) terwijl u tegelijkertijd beleefd blijft (tot nu toe). Dat gebeurt veel te weinig, als het over taalzaken gaat, discussiëren op niveau. Beter gezegd: dat gebeurt eigenlijk niet, meestal bralt men maar wat.

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 70


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



dinsdag 24 juli 2012

Nieuw nummer Verslagen & Mededelingen van de KANTL online


Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-
en Letterkunde heeft zijn nieuwste nummer gepubliceerd op
http://www.verslagenenmededelingen.be/index.php/VM.

Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-
en Letterkunde
Vol 121, Nr 3 (2011): Themanummer Commentaar!
Inhoudsopgave
http://www.verslagenenmededelingen.be/index.php/VM/issue/view/6


Schrijfwijzer (3): De eeuwige taalvraag

De nieuwe Schrijfwijzer is een multimedia-project: naast het boek is er een uitgebreide website die deels afgeschermd is voor kopers van het boek (in het boek staat een toegangscode) maar ook deels openbaar. Voor de recensent is dat prettig, zeker als die recensent problemen heeft met het boek: iedereen kan controleren wat ik over de website zeg en daar zijn eigen oordeel over vormen.

Daarom nog één keer een video. Dan houd ik er mee op en ga ik over naar de geschreven teksten. De volgende video introduceert een volgend probleem: de manier waarop Renkema ingewikkelde kwesties uitlegt. Bijvoorbeeld die over de vraag welke persoonsvorm moet worden gebruikt in "De reizigers wordt/worden verzocht" – volgens Renkema zelf 'de eeuwige taalvraag':

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 69


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 23 juli 2012

Het vogelmotief in ‘De Binocle’ van Louis Couperus


In 1920 publiceerde Louis Couperus het verhaal ‘De binocle’ in De Haagse Post. Het werd een klassieker en wordt tot op de dag van vandaag in het onderwijs veel gebruikt. (1) Vooral omdat de naturalistische noodlotsgedachte erin terug te lezen is en omdat de docent het fenomeen Leitmotiv er goed mee kan behandelen. Het Leitmotiv is de vogel; de vraag is waarom Couperus voor de vogel gekozen heeft en niet voor – bijvoorbeeld – de clown, de deurklink of de ingescheurde teennagel? Nou, daar had hij zo zijn redenen voor.

Schrijfwijzer (2): De rouwadvertentie


De Schrijfwijzer maakt mensen bang om te schrijven, schreef ik gisteren. Hij doet dat door mensen erop te wijzen dat er op de wereld allerlei zeurkousen zijn die overal van alles en nog wat op aan te merken hebben. Zelf presenteert Renkema zich niet als zo'n zeurkous, hij wijst er alleen maar op dat die mensen er zijn (met enige kwade wil zou je kunnen zeggen: hij verschuilt zich achter hen) en dat je je tegen hun 'taalkritiek' moet wapenen. Daar zijn zijn adviezen voor bedoeld, voor het wapenen tegen taalkritiek door eraan tegemoet te komen.

Dat Renkema daardoor de criticasters bevestigt in hun denkbeelden, blijkt telkens weer in heel het multimedia-project van de SchrijfwijzerHier is nog een video van de website die het probleem nog duidelijker illustreert:

zondag 22 juli 2012

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 68


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Schrijfwijzer (1): 'Goed geprobeerd, maar het werkt niet'

De Schrijfwijzer van Jan Renkema is misschien wel hét Nederlandse boek over taal van deze tijd: er zijn in de afgelopen 30 jaar 450.000 exemplaren van verkocht.  Deze week verscheen een nieuwe editie, mét een website. Ik wil de komende weken die Schrijfwijzer en die website eens gaan uitpluizen, hier op Neder-L. Wat is dat voor boek? Wat vertelt het ons over de taal aan het begin van de 21e eeuw? En klopt dat wel?


Om met dat laatste te beginnen: ik denk dat de Schrijfwijzer inmiddels veel te ouderwets is – dat de revisies niet geholpen hebben, dat het boek een toon aanslaat en adviezen geeft die in de afgelopen dertig jaar achterhaald zijn en dat belangrijke nieuwe vragen niet beantwoord worden. Het is bang voor de elektronische media, het is bang voor oude zeurkousen, bang om iets uit te leggen. Het is een bang boek.

zaterdag 21 juli 2012

Stemmetjes

Wat mij een prettig onderwerp van onderzoek lijkt: stemmetjes. Bijvoorbeeld: een echtpaar heeft knetterende ruzie en op een bepaald moment begint de een de ander te herhalen:
- Maar dat kon ik toch niet weten? 
- "Maar dat kon ik toch niet weten?"
Het gaat dan om de toon waarop de tweede zin wordt uitgesproken.

vrijdag 20 juli 2012

Call: CROSS-OVER 2013: OVER GRENZEN Universiteit Gent, 8 februari 2013

Call for Papers

Het tweejaarlijkse Cross-Over congres benadert de letterkundige neerlandistiek vanuit een transhistorisch en interdisciplinair perspectief. Dit jaar willen we de deelnemers van Cross-Over uitdagen om vragen te stellen bij de verschillende grenzen waarmee zij tijdens hun onderzoek worden geconfronteerd. Dienen de grenzen van de literatuur een eigen onderzoeksveld te vormen, dienen zij helemaal te worden opgeheven, of is er juist behoefte om het terrein van de literatuur en de literatuurwetenschap verder of opnieuw af te bakenen? Wat gebeurt er bijvoorbeeld met onze perceptie van de Nederlandse literatuur als we die als een globaal verschijnsel gaan beschouwen (“Global Dutch”)? Hoe kunnen we spreken van interdisciplinariteit als we het literaire veld als zodanig voor onszelf nog niet duidelijk hebben afgebakend? Gaat literatuur “over grenzen” zodra literaire en maatschappelijke discoursen elkaar lijken te overlappen? In hoeverre is economische taal bijvoorbeeld “literair” te noemen en beschikt literaire taal over “economische” kenmerken? In hoeverre doen moderne media de grenzen tussen woord en beeld vervagen en hoe beïnvloedt die ontwikkeling onze perceptie van literatuur?

Meldpunt Taal

We hebben hem iets meer dan twee jaar geleden gelanceerd en sindsdien is de media-aandacht ervoor wat geluwd. Er zijn sindsdien ook tientallen meldpunten op internet gekomen, waarvoor de aandacht inmiddels ook weer geluwd is (wat was dat ook weer met die Midden- en Oost-Europeanen?).

Maar dat betekent zeker niet dat er niets meer gebeurt op het Meldpunt taal, de website waarop we sindsdien meldingen verzamelen die taalgebruikers doen: opvallende woorden, vreemde zinsconstructies, anekdotes. Als je regelmatig op het Meldpunt komt, voel je de taal leven:
Bijna druipend komen mijn NT2-leerlingen binnen: het stortregent en er wordt flink geklaagd. "Maar", probeer ik te troosten, "vanmiddag breekt de zon door." Een Zuid-Amerikaanse roept "O nee! Wordt het dan nóg erger?" Ineens realiseer ik haar verwarring als gevolg van het feit dat wij maar de helft van de uitdrukking gebruiken, want eigenlijk bedoelen we: vanmiddag breekt de zon door de wolken.

donderdag 19 juli 2012

Een (buiten)gewone klop in het 17e-eeuwse Haarlem

door Janine Eleveld

Als de kloppen bij elkaar kwamen voor een gebed of eredienst, hield de kosteres nauwlettend de deur in de gaten. In de periode van de Republiek der Nederlanden, vanaf het einde van de 16e eeuw, was het verboden het katholieke geloof in het openbaar te belijden. Het protestantisme was staatsgodsdienst geworden, en de meeste katholieken werden uit hun bestuursfuncties gezet om plaats te maken voor aanhangers van de Reformatie. Hoewel bijeenkomsten van katholieken over het algemeen werden gedoogd, moesten die wel in het geheim georganiseerd worden. In Haarlem ontstond een groep katholieke, vrouwelijke religieuzen die ‘kloppen’ genoemd werden. Zij hielden zich aan de geloftes van kuisheid en armoede. Deze gemeenschap of ‘kloppenvergadering’ kwam samen ‘in de Hoek’, een locatie die verwijst naar de hoek tussen de wijk Bakenes en het Spaarne. Joke Spaans onderzocht de levensbeschrijvingen van deze vrouwen in haar studie ‘De Levens der Maechden’, die in mei dit jaar bij Uitgeverij Verloren uitkwam.

Klankencyclopedie van het Nederlands (5): De [e]

[e] De [e] (<ee> als in steek) zit als klinker halverwege de [a] (<aa>, waarbij je mond helemaal open staat) en de [i] (<ie>, met je mond veel meer gesloten). Als je je mond langzaam van een [a] naar een [i] laat overgaan, hoor je ergens halverwege een [e] (en iets eerder de [ɛ] van pet en iets later de [ɪ] van pit).

In 1994 publiceerden drie taalkundigen een artikel over een computerprogramma dat bij onbekende Nederlandse woorden kan voorspellen waar de klemtoon ligt. In het Frans is dat simpel: klemtoon ligt altijd op de laatste lettergreep. In het Nederlands moet je voor veel woorden uit je hoofd leren om dat te kunnen onthouden: de op laatste lettergreep (chocola)? De voorlaatste (pyama)? De eerste (horeca)? Een voorleescomputer kan voor iedere woord natuurlijk opzoeken op welke lettergreep de klemtoon hoort te liggen, maar wat nu als een woord niet in dat woordenboek staat?

woensdag 18 juli 2012

Vacature: Doctor-Assistent Nederlands (50%) – Erasmushogeschool Brussel

Het departement Toegepaste Taalkunde van de Erasmushogeschool Brussel heeft een externe vacature (50%) voor doctor-assistent:

Vervaldatum: 24 augustus 2012
Vacaturenummer: TTK/2012/07
Ambt:
Doctor-Assistent
Volume ambt:
50 %
Aard tewerkstelling: statutaire {vacante betrekking}
Departement:
Toegepaste Taalkunde
Studiegebied:
Toegepaste Taalkunde
Opleiding:
bacheloropleiding toegepaste taalkunde, masteropleiding vertalen/tolken

Raar

De r en de l vormen samen de groep van de liquidae, de vloeiklanken, die zo heten omdat  de lucht vrijelijk langs de tong kan uitstromen. Hun articulatieplaats is dezelfde, maar bij de ene, de l, ligt de tong stil, bij de andere ratelt die r. Dat ratelen is trouwens maar betrekkelijk: er zijn heftige ratelaars, de tongpunt r bijvoorbeeld, en er zijn r’s waarbij de tong nauwelijks of niet beweegt. Door hun identieke articulatieplaats zijn ze sterk verwant. Dat blijkt bijvoorbeeld doordat ze in sommige talen in elkaars plaats kunnen komen.  Dat is mooi te zien bij de leenwoorden in ’t Surinaams,  ’t Sranan.

Invitation Morphology Meeting

On Saturday September 8, 2012 -- the day after Geert Booij’s farewell symposium -- the Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) and the Meertens Institute will hold the Morphology Meeting 2012, a one-day conference on morphology, at Leiden University. Marian Klamer (LUCL) will give the keynote speech, starting 9.30 hrs. After this speech there will be held 16 lectures in parallel sessions, till 17.00 hrs. Conference languages are Dutch and English.

If you intend to come to the Morphology Meeting 2012, please send an e-mail to:post@nicolinevdsijs.nl

Hoe dieper de crisis, hoe gouder de glans

Bijna had ik hem gemist, een gouden zin in NRC Handelsblad van maandagavond:
Hoe langer geleden, hoe dieper de crisis, hoe gouder de glans die in Griekenland over het olympisch jaar ligt.
Gouder de Beauregard is een deftig klinkende familienaam (ook al zijn er gelukkig ook autohandelaren met die naam) wat het moeilijk maakt om te googlen, maar ik kan me niet herinneren dat woord gouder ooit te zijn tegengekomen.

Literatuur (IV)


Een historische roman van 623 bladzijden vol proza dat nergens aan Tessa de Loo of Arthur Japin doet denken – Prometheus zal Het bloed in onze aderen niet hebben uitgebracht omdat ze een onverbiddelijke bestseller verwachtten. Chaos in Spanje anno 1921, complotterende generaals en politici, veldslagen, anarchistische bommengooiers – het stereotiepe lezerspubliek bestaat uit vrouwen van middelbare leeftijd en die willen vast iets anders dan dit. Een ander tijdperk, minder gedoe, meer emoties. Handelingen en gesprekken – dat is Het bloed in onze aderen. De verteltechnische onhandigheden, de voorspelbare cliffhangers, een structuur die nauwelijks meer is dan een variant op het En toen, en toen-verhaal: wie zich empathisch wil uitleveren komt niet aan zijn trekken; wie zich beschaafd wil laten verrassen door spiegeleffecten en symboliek evenmin. Geen well made novel, geen stilistische schittering, geen personages met diepte, geen aforismen en kalenderwijsheden – niets van dat alles. Het bloed in onze aderen is een heleboel dingen niet die andere boeken wel zijn.

Is het dat? "Bulnes zet zich met Het bloed in onze aderen in één klap op de kaart als een van onze belangrijkste jonge schrijvers,” aldus Arie Storm, de criticus van Het Parool

dinsdag 17 juli 2012

Al lezende in Ogier van Denemerken – 5



Al lezende in Ogier van Denemerken – 5 : Dodelijk demonstratief pronomen

Amand Berteloot


Al helemaal in het begin van OvD, in de verzen 30, 59 en 67 maken we kennis met een werkwijze van LuFl die typisch is voor zijn omgang met zijn Nederlandse brontekst. Het ziet er naar uit dat hij van het Nl. ‘missen’ Dt. ‘mischen / müschen’ (‘mengen’) maakte. Mnl.’(te-)male’ bracht hij waarschijnlijk in verband met Dt. ‘mâl’ en maakte er ‘zeichen’ van. En Mnl. ‘ghecrighen’ veranderde hij in Dt. ‘bekriegen’ (‘oorlog voeren tegen’). LuFl legt dus blijkbaar op associatieve wijze verbanden tussen Duitse en Nederlandse woorden die wat betreft klank en spelling op elkaar lijken, maar semantisch niets met elkaar te maken hebben. Dit verschijnsel is in de vreemdetalen-didactiek goed bekend onder het begrip ‘transfer’. Wanneer deze transfer tot correcte vertalingen leidt, spreekt men van ‘positieve transfer’. Levert het procédé daarentegen fouten op, dan noemt men het ‘negatieve transfer’ of ‘interferentie’. De geniepigste interferenties zijn woorden die in de moedertaal van de leerder en in de te leren taal nagenoeg gelijkluidend zijn, maar een heel andere betekenis hebben. Een mooi voorbeeld is het Dt. woord ‘knapp’ dat niet “handig, bekwaam, intelligent” betekent, maar wel “kort, bondig, schaars”. Zulke gevallen pleegt men ‘faux amis’ of ‘valse vrienden’ te noemen. Ze treden vaak op in talen die nauw met elkaar verwant zijn zoals het Nederlands en het Duits. Niemand is er als spreker van een vreemde taal tegen gevrijwaard, maar het zijn vooral beginnende leerders en onervaren sprekers die er het slachtoffer van worden.

Scriptieprijs Indische Letteren

De Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde looft de Indische Letteren Scriptieprijs uit. Deze prijs, waaraan een bedrag van 500 euro is verbonden, is bedoeld om het onderzoek naar de Indische literatuur te stimuleren en wordt ééns in de drie jaar uitgereikt.

In aanmerking komen alle bachelor- en masterscripties, voltooid tussen 1 september 2010 en 1 september 2012, die op Indische literatuur betrekking hebben.

De jury wordt gevormd door Reggie Baay, Liesbeth Dolk, Bert Paasman en Gerard Termorshuizen, leden van de redactieraad van het tijdschrift Indische Letteren. De winnaar wordt bekend gemaakt op het aan Hella S. Haasse gewijde symposium van de Werkgroep van 11 november 2012 op Bronbeek.

Deelnemers wordt verzocht hun scriptie voor 1 september 2012 in geprinte vorm en in viervoud te zenden naar het redactiesecretariaat:

Marian Fillié
Klaverhof 110
2403 XH Alphen aan den Rijn

(Bron: http://ldolk.home.xs4all.nl/Indische_Letteren/IL_nieuws.html)

De klemtoon in PvdA

Toen ik de post van Gaston Dorren las, gisteren, hier op Neder-L, werd ik even bang. De post ging over afkortingen en letternamen, en eigenlijk over de spelling ervan, maar ik begon ineens te vrezen voor de uitspraak.

Niet zo lang geleden kreeg ik een vraag doorgestuurd die daarover ging:
Waarom ligt de klemtoon bij afkortingen die letter voor letter worden uitgesproken altijd (of in elk geval opvallend vaak) op de laatste letter: VPRO, ANWB, amvb, BMW, btw, AOW, PvdA?
Ja, waarom is dat zo?

‘Valentijn ende Oursson’ : hoofdstuk 67


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 16 juli 2012

Vacature: Algemeen secretaris – Nederlandse Taalunie


De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, België en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal, taalonderwijs en letteren. De Nederlandse Taalunie ondersteunt de gebruikers van de Nederlandse taal en zorgt ervoor dat zij de taal op een doeltreffende en creatieve manier kunnen gebruiken. De projecten worden in samenwerking tussen Nederland, Vlaanderen en/of Suriname uitgevoerd of zijn juist gericht op de versterking van die samenwerking. De Taalunie bestaat uit vier organen: het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en het Algemeen Secretariaat.

Het Algemeen Secretariaat is het beleidsvoorbereidende en beleidsuitvoerende orgaan van de Taalunie. Het staat ten dienste van het Comité van Ministers, van de Raad en desgewenst van de Interparlementaire Commissie. Het Algemeen Secretariaat is gevestigd in Den Haag.