Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 31 augustus 2012

Vacature PhD-kandidaat Narrative Health Communication

Er is momenteel een vacature voor een PhD-kandidaat op het thema "Narrative Health Communication". De PhD maakt deel uit van het NWO-Begrijpelijke Taal project Prevention and Health Regulation Behaviour by Understandable Personal Narratives.

Zie www.ru.nl/letteren/actueel/vacatures/specifiek/vacature?recid=519554

Het project zal in de context van het Nijmeegse Centre for Language Studies worden uitgevoerd in samenwerking met maatschappelijke partner 365 (voorheen o.a. ArboNed). Sluitingsdatum: 13 september 2012.

Meertaligheid: risico of rijkdom?

door Suzanne Aalberse


Deze week kwam meertaligheid vaak langs. D66 bepleit tweetalig onderwijs voor de basisschool en ook op het VMBO en het MBO in plaats van alleen voor havo/vwo scholen, Emile Roemer wordt tijdens het eerste debat aangevallen om zijn gebrekkige talenkennis, talen zouden juist weer geen probleem zijn geweest voor de piloten uit het Airbus-passagiersvliegtuig uit het Spaanse Malaga. Die beheersen hun talen uitstekend werd gemeld op het journaal. Bovendien wordt er druk getweet over het drongo-festival, het festival over meertaligeheid genoemd naar de meertalige vogel, de drongo.

Is meertalig zijn leuk?

Hetzelfde anders zeggen

Je kunt nooit het ene woord straffeloos vervangen door het andere. Zelfs wanneer ze precies hetzelfde betekenen – fiets en rijwiel –, zijn er nog verschillen: het een is deftiger, of platter, of dichterlijker, of ouderwetser, dan het ander. Zodra twee vormen samen dreigen te vallen, gaan mensen ze verschillende connotaties geven, of een van de twee reserveren voor bijzondere omstandigheden.

Dat geldt niet alleen voor woorden, maar ook voor uitspraakvormen, zinsconstructies en alles wat we hebben in taal. Je kunt nooit ongestraft de een voor de ander uitwisselen. (Al zijn er een paar voorbeelden te bedenken waar het heel moeilijk is om te zien wat het verschil is: Ik denk dat hij mij gezien heeft tegenover Ik denk dat hij mij heeft gezien. Daar was vroeger nog wel een regionaal verschil tussen, maar tegenwoordig lijkt de keuze volgens sommig onderzoek volkomen willekeurig.)

donderdag 30 augustus 2012

De perfecte uitspraak van de r

Met de uitspraak van de Nederlandse r is al een tijdlang van alles aan de hand. Er moet een periode zijn geweest dat alle Nederlandstaligen hem op dezelfde manier uitspraken – zeer waarschijnlijk met een rollende tongpunt, zoals bijvoorbeeld nu in het Spaans nog algemeen is. Maar in de loop van de tijd verandert daar van alles aan: je krijgt de zogenoemde Kinderen-voor-Kinderen-r waarbij de tong zich oprolt, en de schraap-r, en de r waarbij de huig trilt in plaats van de tong, en niet te vergeten: een r aan het eind van het woord die je bijna niet meer hoort (niet mee hoot).

Maar wanneer is dat precies gebeurd? Dat is soms moeilijk te achterhalen.


woensdag 29 augustus 2012

Het einde van de poëzie


Sinds Nel Benschop zeven jaar geleden overleed, is de poëzie verdwenen uit de alledaagse taal.  Dertig jaar geleden vlogen haar bundels en die van Toon Hermans nog de winkels uit. Ik heb niet de indruk dat ze zijn opgevolgd door andere succesdichters. Iemand als Jean-Pierre Rawie is bij hen vergeleken een sappelaar.

Bekende Nederlanders maken weleens een schilderijtje of schrijven een kinderboek; sommigen schrijven zelfs een roman; maar zijn er nog die 'versjes' maken?

Of, om de vraag op een andere manier te benaderen: wanneer is voor het laatst een versregel tot het algemeen taalgebruik gaan behoren sinds je hebt iemand nodig, stil en oprecht?

dinsdag 28 augustus 2012

Congres van de Werkgroep De Negentiende Eeuw 2012, 14 december 2012 te Amsterdam


De achttiende eeuw in de negentiende eeuw


14 december 2012
Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Doelenzaal
Singel 425, 1012 WP Amsterdam

De negentiende eeuw wordt regelmatig in relatie tot de zeventiende of twintigste eeuw beschouwd, maar de weerklank van achttiende-eeuwse denkbeelden in de negentiende eeuw is nauwelijks onderwerp van onderzoek geweest. Is er sprake van continuïteit, een revival of juist een breuk tussen achttiende- en negentiende-eeuwse denkbeelden, opvattingen en kunstuitingen? Dit thema biedt interessante invalshoeken vanuit verschillende cultuurhistorische disciplines.

Vacature: Wissenschaftliche Mitarbeiter/in für Niederlandistik / Literaturwissenschaft


Am Institut für Niederlandistik der Philosophischen Fakultät der Universität zu Köln ist
zum 01.03.2013 die Stelle einer/eines

Wissenschaftlichen Mitarbeiters/in 
für Niederlandistik / Literaturwissenschaft 

(E 13 TV-L, Vollzeit, z. Zt. 39,83 Wochenstunden, ggf. Aufteilung  in zwei Teilzeitstellen im Umfang von 19,92 Wochenstunden)  

für ein (zunächst) auf drei Jahre befristetes Beschäftigungsverhältnis zu besetzen.

Ziet Elsje nu eens d'uyers trekken

De 'eerste Nederlandse opera' als vrolijke verkleedpartij

Als ik u was, dan wist ik het wel: dan ging ik vanavond naar De triomerende min, de opera uit 1678 die op het Festival Oude Muziek in Utrecht in premiere gaat. Ik zag gisterenavond de try-out en had een prachtige avond.

Vanaf het begin heeft de Nederlander zijn identiteit altijd gemodelleerd op voorbeelden van elders; zoals nu de politici die het meest hameren op hun trots op de Nederlandse cultuur dat doen in een stijl die ze uit Amerika lenen.

De triomferende min is er een goed voorbeeld van. Het stuk kijkt terug op het 'rampjaar' van zes jaar eerder, toen Nederland van vier kanten tegelijk werd aangevallen en vooral tegen Lodewijk XIV geen verweer leek te hebben. De nadruk ligt in het oorspronkelijke stuk op het vieren van de vrede die ondanks alles toch gekomen is.

maandag 27 augustus 2012

Middelnederlandse scheldwoorden 5


Merkt u ook dat er in uw omgeving op een eigenaardige manier gescholden wordt? Dat komt door de reeks Middeleeuwse scheldwoorden op Neder-L. Vandaar dat ik hier weer een follow up geef uit het Rethoricaal Glossarium van Mak. Dit is de basislijst, hier komen de aanvullingen:


Het Nederlands uit Turkije

De beroemde schrijver en piloot Adriaan Viruly vertelde toen hij al heel oud was eens hoe hij zo lenig van geest bleef: door dagelijks de kranten te lezen. Alleen de artikelen over luchtvaart sloeg hij over. 'Want daar klopt nooit iets van.'

Zo kan een onderzoeker geen wetenschapskatern doornemen. U heeft het vast ook gelezen: deze week werd alom bericht over de geografische oorsprong van onze Indo-Europese voorouders. Hoe zit dat in elkaar?

zondag 26 augustus 2012

Call: Literaire historiografie / literaire biografie


Call for contributions voor een themanummer van
Werkwinkel: Tijdschrift voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies

Het overlijden van John Kannemeyer, de Zuid-Afrikaanse literatuurhistoricus en biograaf, maar tevens ook neerlandicus, markeert een belangrijke grens tussen wat was en wat komen zal in de Afrikaanse literaire historiografie. Zijn bijdrage tot de literatuurgeschiedenis en literaire biografistiek was enorm en dit oeuvre wordt dan ook met een welluidend slotakkoord afgesloten: de levensbeschrijving van de Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gaat momenteel in de Afrikaanse en Engelse versie ter perse. Hierdoor strekt dit heengaan veel verder dan alleen binnen de Afrikaanse literaire geschiedschrijving waar Kannemeyers dood in elk geval een waterscheiding betekent.

Dit stemde de redactie van Werkwinkel tot nadenken over de relevantie van de algemene strekkingen en het belang van individuele bijdragen binnen het vak. Het gevolg is dat we graag het initiatief nemen om een themanummer samen te stellen dat aan de literaire historiografie en biografistiek gewijd zal zijn.

Klankencyclopedie van het Nederlands (9): de [t]

[t] Vlak achter de boventanden loopt een richeltje. Je kunt het makkelijk voelen met je tong: het verhemelte loopt heel even min of meer gelijkvloers voor het snel omhoog gaat. De [t] maak je door met je tongpunt op dat richeltje de luchtstroom even af te sluiten voor je het met een plofje loslaat.

De [t] is in één opzicht de minst bijzondere medeklinker van het Nederlands: het lijkt erop dat het dé medeklinker is die alle talen op de wereld hebben. Sommige talen maken geen verschil tussen een [k] en een [t] - het Hawaïaans is er mogelijk een voorbeeld van - maar ook in die talen klinkt de compromisklank tussen [k] en [t] in wel degelijk [t]-achtig.

Tegelijk is de [t] in sommige opzichten juist heel bijzonder.

zaterdag 25 augustus 2012

Laatste gedicht (4)


Iets oproepen, ‘aanwezig stellen’, wat er niet is. Een gebergte bijvoorbeeld, of iets anders waarover niet te spreken valt. Het is, sinds Mallarmé, meer dan een topos in de moderne poëzie. Voor nogal wat lezers en dichters is het de bestaansreden voor de moderne poëzie zelf. We hebben het afgeleerd om te spreken over door God of de Natuur gegeven essenties, maar de moderne poëzie heeft er een – een dubbele zelfs: haar essentie is het om te bewegen, te cirkelen rond een essentie die onkenbaar is. Ghyssaert (zie hier of hieronder) brengt ons niet voor niets in religieuze contreien: het is het Heilige der Heiligen dat gevuld is met Jahweh en dat de gelovigen niet mogen aanschouwen; de leegte wordt opgevuld met brandoffers en riten. Het lichaam van Christus wordt aanwezig gesteld in drank, toverspreuken en etenswaren; we mummelen mee en happen toe. Vissen op het droge.

De moderne poëzie, wil ik maar zeggen, wortelt in een traditie.

Waarom spreken Vlamingen beter Nederlands?

Hoe komt het dat ze in Vlaanderen zo goed Nederlands spreken, zelfs beter dan Nederlanders? Die vraag wordt me af en toe gesteld. Hij is moeilijk te beantwoorden omdat hij uitgaat van een premisse die op zichzelf al onbewezen is: dat Vlamingen inderdaad beter Nederlands spreken.

Dat is desalniettemin inmiddels een wijdverspreid geloof onder Nederlanders. Probeer het maar: zeg het tijdens een feestje op een geëigend moment in een groepje, en iedereen zal beginnen te knikken en voorbeelden te geven waaruit het zou moeten blijken ('Ze winnen altijd het groot dictee', 'ze zeggen geen centrifuge maar droogzwierder') en die allemaal een beetje dubieus zijn.

vrijdag 24 augustus 2012

Call for papers: New ways of analyzing syntactic variation


An interdisciplinary workshop on understanding and explaining syntactic variation

Hosted by the Radboud University Nijmegen, November 15-17, 2012


Plenary speakers
Joan Bresnan (Stanford University)
Adele Goldberg (Princeton University)
Sali Tagliamonte (University of Toronto)
Antal van den Bosch (Radboud University Nijmegen)


Workshop goal
Syntactic variation concerns the alternation between constructional alternatives such as He gave the boy the book and He gave the book to the boy. Syntactic variation research investigates the factors which determine why one of these alternatives is preferred over the other in specific linguistic and situational contexts.

Het Rijks

Ik vermoed dat het Rijksmuseum wel op wat tumult had gehoopt bij de onthulling van het nieuwe logo. Dat ontstond dan ook meteen op Twitter en op enkele gespecialiseerde websites: er stond een spatie in dat logo!

Als medewerker van het roemruchte Meertens Instituut kan ik natuurlijk niets zinnigs over deze materie zeggen. Het gaat mij echter om iets anders: de motivatie die de logo-ontwerpster (Irma Boom) voor het beetje wit gaf:

donderdag 23 augustus 2012

P(l)akkende Spelen!


De Olympische Spelen zitten er nu echt helemaal op. Onze (om maar even in Mart Smeets’ jargon -“WIJ hebben goud!”- te spreken) medaillewinnaars zijn eerst gehuldigd in Den Bosch, daarna door de premier in Den Haag en de afgelopen week nogmaals in hun woon-of geboorteplaats. Zo werden Marianne Vos in van Wijk en Aalburg, Epke Zonderland in Heerenveen en Ranomi Kromowidjojo in Sauwerd toegejuicht door een uitzinnige menigte die dolgelukkig was dat ze na het mislukte EK voetbal alsnog de klomp op haar hoofd, het oranje brulshirt om het lichaam en de wuppies op de schouder kon dragen. De atleten fietsen inmiddels alweer hun trainingsrondjes, zwemmen hun baantjes en zwiepen om een rekstok, of ze genieten van een welverdiende vakantie.

Wat mij opviel in alle verslaggeving rondom de Spelen is dat ik steeds vaker het woord ‘plak’ in plaats van ‘medaille’ hoorde in journaals, op de radio en in talkshows. Waarom zou dat zo zijn?

Mario, Giuseppe of zoiets

De Italiaan in Nederlandse populaire muziek

Wanneer je niet bekend was dat het Italiaans "een taal [is] van zon, van bloemen en azuur / de taal van wijn, van liefde en avontuur", dan ben je onvoldoende vertrouwd met het oeuvre van Willy Alberti of in het algemeen met het Nederlandse lied, want dat is doorspekt met Italië, Italiaans en Italianen en de daarmee samenhangende zon, wijn en amore.

Hier is een selectie, met YouTube-filmpjes, van Jan Jansz. Starter tot en met Marianne Weber.

woensdag 22 augustus 2012

Biografie (1)


Bertus Aafjes, Gerrit Achterberg, Hans Andreus, Jan Arends, Armando (i.v.), Anton Bergmann, J.C. Bloem (2x), Godfried Bomans (i.v.), Louis-Paul Boon (i.v.), F. Bordewijk, P.C. Boutens (i.v.), Menno ter Braak, Willem Brakman (i.v.), Raymond Brulez, Victor J. Brunclair (i.v.), Boudewijn Büch (i.v), Andreas Burnier (i.v.), Conrad Busken Huet, Cyriel Buysse, Jan Campert, J.B. Charles, Frans Coenen, Hendrik Conscience, Antoon Coolen, Louis Couperus, Jan Cremer

Boekpresentatie De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams


Op donderdag 30 augustus 2012 wordt in de marge van het achttiende Colloquium Neerlandicum van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek het boek De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams voorgesteld. Iedereen is welkom om mee het glas te heffen om 12.30u in de hall van de Aula Rector Dhanis (Universiteit Antwerpen). Aanwezigen kunnen het boek aanschaffen tegen een eenmalige gunstprijs (25 euro i.p.v. 28 euro) en maken bovendien kans op een fotoshoot met de enige echte manke usurpator (www.demankeusurpator.wordpress.com).

Over het boek

Meer dan twintig jaar geleden waarschuwde Geert van Istendael de zuidelijke Nederlanden voor een geheimzinnige “manke usurpator” die zowel de stan­daardtaal als de dialecten naar het leven stond. Hij doopte de indringer Verka­velingsvlaams. De spotnaam dook snel op in de nieuwsmedia, veroverde de schoolboeken en ging deel uitmaken van onze officiële woordenschat toen Van Dale het begrip van een lemma voorzag. Zelfs taalkundigen adopteerden de term als een stout synoniem voor wat ze doorgaans “tussentaal” noemen. Sinds­dien is het Verkavelingsvlaams omstandig betreurd, verketterd en bestreden. Toch heeft niets zijn opmars kunnen stoppen. Vandaag groeien kinderen in de noordelijke provincies van België meer dan ooit op in een taal die geen dialect (meer) is maar ook behoorlijk afwijkt van het Standaardnederlands.

Nieuw woord: bijwijnen

Woordenboekmakers nemen een woord pas op als het een aantal jaar in min of meer officiële media wordt aangetroffen. Dat is een begrijpelijke vuistregel – je kunt nu eenmaal niet iedere eendagsvlieg in zo'n woordenboek gaan plaatsen, maar er is daardoor in het Nederlands lang van alles onder de radar van de lexicografen gebleven dat nu pas naar boven komt.

Gisterenmiddag werd er een nieuw woord gemeld op meldpunttaal.nl en twee uur later hoorde ik het iemand zeggen op een terras. Dat kan geen toeval zijn:
Ik ga bij mijn vriend ook even bijwijnen Heeft als betekenis: een glaasje wijn drinken en bijpraten.

dinsdag 21 augustus 2012

Overleden: Willem G. van Maanen (30 september 1920 – 17 augustus 2012)

De Nederlandse prozaschrijver Willem G. van Maanen is afgelopen vrijdag 17 augustus op 91-jarige leeftijd overleden. Dat meldt zijn uitgeverij, De Bezige Bij

Willem Gustaaf van Maanen werd geboren op 30 september 1920 in Kampen. Hij werkte als journalist bij de Amersfoortsche Courant en daarna voor verschillende omroepen bij de radio, waarvoor hij onder meer hoorspelen schreef. Verder omvat Van Maanens oeuvre naast diverse romans ook veel korte verhalen, en een toneelstuk over Etty Hillesum.

In 1953 debuteerde hij met de roman Droom is ’t leven. Voor zijn volgende roman, De Onrustzaaier, ontving hij in 1955 de Van der Hoogtprijs. Vele prijzen zouden nog volgen, waaronder de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 2004. In 2007 verscheen zijn roman Heb lief en zie niet om, die kans maakte op de Libris Literatuur Prijs en de AKO Literatuurprijs. Zijn laatste werk is de verhalenbundel Bagatellen uit 2010.

In zijn werk speelden muziek, toneel, beeldende kunst en de oorlog een belangrijke rol. Van Maanen zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet, waarover hij spaarzaam schreef en sprak.

De Bezige Bij zegt in Willem G. van Maanen “een dierbaar auteur, een bijzonder stilist en een moedig en verfijnd mens” te verliezen.

Programma Morphology Meeting 2012


Organised by LUCL and Meertens Institute, Amsterdam
Date: Saturday, September 8, 9.00-17.00 hours
Location: Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden; Rooms 147 and 148

maandag 20 augustus 2012

Laatste gedicht (3)


Het oeuvre van Peter Ghyssaert, de bundel Ezelskaakbeen waarvan Inleiding tot het gebergte het slotgedicht is, slotgedichten in het algemeen – verwachtingen genoeg toen ik een gedicht ging lezen en 950 woorden nodig had toen het close werd. Te veel woorden voor wie sommige associatieve verbanden in één keer zag, te weinig voor wie vindt dat mij, stom genoeg, toch het een en ander is ontgaan. Het gedicht zelf telt 155 woorden.

Moet ik verwachtingen bijstellen? Nou en of.

Middelnederlandse scheldwoorden 4

Terwijl heel Nederland zucht onder en geniet van de tropische hitte, ben ik voor het onvolprezen Neder-L in de Middeleeuwse scheldwoorden uit de woordenlijst van Mak gedoken. Clabotshoot dat ik ben. En is het al af? Nee, natuurlijk niet. Misschien de volgende keer.

Leve het dorre geleerdenproza

Waarom schrijven taalkundigen zo slecht? Af en toe wordt mij die vraag gesteld. Of de presuppositie van die vraag (taalkundigen schriven slecht) waar is, weet ik eigenlijk niet – de enige aanwijzing die ik heb is dat hij wel eens aan mij gesteld wordt, door mensen die verstand hebben van schrijven en die weleens, of nou ja, minstens één keer in hun leven, wat van taalkundigen gelezen hebben.

Ik ken inmiddels wel alle theorieën die over dat veronderstelde gebrek bestaan. Mijn favoriet: dat mensen vaak een vak gaan studeren omdat ze er moeite mee hebben. Mensen die met zichzelf in de knoop zitten worden psycholoog, mensen die geen normale zin kunnen maken, gaan taalkunde sturen. Maar dat vind ik toch vooral een grappige theorie, zonder dat ik er echt in geloof. (Een probleem van die theorie is dat het moeilijk te verklaren is waarom mensen pakweg scheikunde of geschiedenis gaan studeren: omdat er iets mis is met hun lichaamssappen? Omdat ze gisteren niet van vandaag kunnen onderscheiden?)

zondag 19 augustus 2012

Ergernis of irritatie?

Het begon ermee dat ik gisteren in een koele kamer in de nieuwe roman van A.H,J. Dautzenberg aan het lezen was, Extra tijd. Ergens in het tweede hoofdstuk (ik lees de elektronische versie op mijn iPhone en kan daarom helaas geen paginanummer geven) staat:

Het duurt niet lang voor zijn ergernis uitgroeit tot irritatie.

Daar bleef mijn lezend oog haken. Een ergernis die uitgroeit tot irritatie? Maar die woorden zijn toch synoniemen?

zaterdag 18 augustus 2012

Wendy van Dijk (41) lacht niet meer

De taal van Party

Een reden waarom ik het tijdschrift Party moeilijk lezen kan, is dat de redactie iedere persoonsnaam consequent vet én schuin drukt:

Ferry heeft zich (...) al laten ontvallen dat hij hoopt met Nuno iets blijvends op de bouwen voor de toekomst. Aan zijn buitenlandse avontuur met Nuno hoeft Ferry niet veel woorden vuil te maken.
(Menno Smit. 'Ferry Doedens heeft het goed voor elkaar. Liefdesvakantie', in: Party no. 34, 12 augustus 20012)
Ik kan zulke schuingedrukte namen alleen met nadruk lezen, maar dat botst in zinnen zoals deze.

vrijdag 17 augustus 2012

Klankencyclopedie van het Nederlands (8): [ʋ]

[ʋ] De [ʋ] is het symbool voor de Nederlandse manier om een w uit te spreken: met de boventanden op de lippen – een beetje als de [v], maar dan zonder dat de lucht tot wrijving wordt gebracht. Bijna overal elders spreekt men de w anders uit: met beide lippen, als een soort korte oe (oeapperen). Het fonetische symbool daarvoor is [w]. Ook niet-Nederlandse variëteiten van het Nederlands – het Surinaams- en Vlaams-Nederlands – en zuidelijke dialecten in Nederland hebben allemaal de [w].

We maken het mensen die Nederlands willen leren ook niet makkelijk: de [f], de [v] en de [ʋ] liggen heel dicht bij elkaar. Je kunt een buitenlandse student eenvoudig tot wanhoop drijven door wee, vee, fee te zeggen en die persoon te verzekeren dat dit heus drie verschillende woorden zijn. Het werkt nog extra goed als je er een andere Nederlander bijhaalt die de woorden inderdaad alle drie uit elkaar blijkt te kunnen houden.

donderdag 16 augustus 2012

Boekpresentatie 14 september 2012 in Leiden

 

Deschrijver Johannesle Francq van Berkhey (1729-1812) was wereldberoemd in Leiden. Alshij zijn gedichten voordroeg, konden velen de ogen niet droog houden. Maar langniet iedereen kreeg er zijn handen voor op elkaar. De persoon van Berkhey was namelijkniet onomstreden. Er was in de tweede helft van de achttiende eeuw geenLeidenaar die zo werd geplaagd, gesard en gedemoniseerd.

In zijn groteoeuvre echter zijn schitterende gedichten te vinden, die nog altijd voor veelleesplezier zorgen. Ook in 2012, tweehonderd jaar na het overlijden van de excentriekedichter en Leidenaar.


De naam van het vak

Natuurkunde, scheikunde en wiskunde vind ik mooie woorden, en ik geloof dat de beoefenaars – voorzover ze zich daar druk over maken – dat ook wel vinden. De natuurkunde behoort, samen met de scheikunde en nog een paar andere, tot de natuurwetenschappen, maar ze valt daar dus niet mee samen. De natuurkunde heet ook wel eens fysica, vooral in vaste samenstellingen: kernfysica, bijvoorbeeld. Maar kernfysici vinden het prima als iemand hen natuurkundigen noemt, want dat zijn ze ook.

Onder hen die de taal als wetenschappelijk onderzoeksobject hebben, is dit soort vanzelfsprekend zelfvertrouwen op het gebied van naamgeving ver te zoeken. Van oudsher heet hun onderzoeksterrein ‘taalkunde’, wat mooi past in een eerbiedwaardig rijtje – denk ook aan sterrenkunde, geneeskunde en aardrijkskunde. Maar ik hoor dat woord uit de mond van de betrokkenen maar zelden meer, en drie andere termen des te vaker.

Ik zal wat hij wil vragen

De zomervakantie zal wel voorbij zijn, want ik kreeg een e-mail van Hans, die Nederlandse les geeft aan een groepje buitenlandse studenten. Die zijn weer bij elkaar gekomen en hadden weer een ingewikkelde vraag bedacht:
Een cursist schreef Ik zal wat hij wil vragen in plaats van het juiste Ik zal vragen wat hij wil.
Haar argument was: Ik zal iets vragen is goed volgens ons taalgevoel en volgens de regel dat in een hoofdzin met een persoonsvorm + infinitief die infinitief naar het einde van de zin gaat.

woensdag 15 augustus 2012

Laatste gedicht (2)


Dat de lezer van Inleiding tot het gebergte (zie hier of hieronder) geen gebergte tegen zal komen, ontdekt hij pas in de laatste regel. In de tweeëntwintig regels die het gedicht daarvóór telt, leest hij vanuit een wondermooie verwachting waarvan hij pas aan het eind merkt dat er niet aan zal worden voldaan. De hoofletter van ‘Kon’ – dat is het eerste wat de lezer ziet in het eigenlijke gedicht. Diezelfde hoofdletter treft hij nog twee keer aan – steeds weer in ‘Kon’. Hoewel het gedicht geen strofeverdeling kent dankzij witregels, kan het makkelijk tot strofen worden verknipt. A-A-B-A: de elementaire structuur van een sonate of een popliedje.

Ander woord voor luistertaal

De website Taalschrift pakt deze maand uit met een goed idee voor internationale communicatie: luistertaal. Waarom zouden tijdens een gesprek alle deelnemers dezelfde taal moeten spreken? Waarom zou je er niet naar streven om mensen hun eigen taal te laten spreken, of een taal die ze beter ligt – ook als die ander die taal niet spreekt maar wel kan verstaan? En waarom zouden we dan in plaats van een paar talen helemaal te leren niet wat meer talen op die passieve manier kunnen leren?

Ik heb overigens in 2008 in Trouw ook al eens voor dit model gepleit, samen met mijn collega Gertjan Postma. De Italiaanse intellectueel Umberto Eco pleit al veel langer voor het model (eigenlijk in het Italiaans, maar ik geef hier als dienstverlening maar een vertaling van dit citaat uit 1993):

dinsdag 14 augustus 2012

Al lezende in Ogier van Denemerken – 6


Al lezende in Ogier van Denemerken – 6 : Van ruggen en rotsen

Amand Berteloot


Nadat Godefroot van Denemerken de boden van Karel de Grote op een schandelijke manier mishandeld heeft, staat Karels besluit vast: Ogier, Godefroots zoon, die zich als gijzelaar aan het hof bevindt, zal het door zijn vader begane onrecht met de dood betalen. Karels pairs zijn het daarmee niet eens en proberen de terechtstelling te verhinderen. Namels van Bavier stuurt onverwijld Gautier naar het hof, die Ogier op het laatste nippertje van de galg weet te redden, maar het daarna aan de stok krijgt met Karel en zijn begeleiders. In het daarop volgende gevecht loopt Gautier een aantal zware verwondingen op, maar uiteindelijk weet hij te ontkomen en vlucht over een rivier in een bos. Hij ontsnapt aan zijn achtervolgers, die hem op de hielen zitten, door een nauwe weg in te slaan die de anderen niet bemerkt hebben. Uitgeput door vermoeidheid, honger en pijn verlangt hij hevig naar een moment rust. In de tekst vindt men de volgende verzen (geciteerd naar de editie-Weddige, maar zonder diacritische tekens):
Sust reit er in der not,
Biss er an ein ruge kam
Und einen bronnen dan vant.
Da bleib ime sin mut. (884-887)

Voorlopig programma congres DZE: Het vaderlands verleden in de zeventiende eeuw

Het jaarcongres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw vindt dit jaar plaats aan de Universiteit Leiden, op zaterdag 25 augustus 2012 van 9.30 tot 17.15 uur, Universiteit Leiden, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden.

Het congres zal dit jaar in het teken staan van zeventiende-eeuwse perspectieven op het vaderlandse verleden. In de zeventiende-eeuwse Nederlanden werd het eigen verleden een steeds belangrijker referentiepunt. Voor theologen, politici en wetgevers was niet alleen het antieke, maar ook het vaderlandse verleden een bron van gezag, identificatie en wijsheid; polemisten, juristen en propagandisten gebruikten het verleden als ammunitie in actuele conflicten; voor dichters, toneelschrijvers en schilders bood het verleden niet toevallig de setting voor dramatische dilemma's en exempla. In stedelijke gemeenschappen werd door allerlei partijen geïnvesteerd in gevelstenen en glasramen, preken en toneelvoorstellingen, gedenkpenningen en optochten die het lokale verleden verbeeldden, verheerlijkten en herschreven.

Meer informatie vindt u op de website van de Werkgroep Zeventiende Eeuw.

Christiaan Weijts 'writer in residence' aan Radboud Universiteit

Komend collegejaar ontvangt de Radboud Universiteit Nijmegen een bijzondere gast: schrijver en columnist Christiaan Weijts. Weijts komt les geven aan de universiteit en spreken over literatuur en Europa. De writer in residence is te gast in het kader van het nieuwe onderzoeksthema Europe and its worlds.
Christiaan Weijts zal colleges verzorgen in de mastercursus Europese letterkunde, waarin hij met studenten in gesprek zal gaan over zijn ‘canon' van Europese schrijvers: een selectie boeken die zijn denken over literatuur en zijn manier van schrijven hebben gevormd.

Laatste gedicht (1)


Inleiding tot het gebergte

Kon je, voor één keer maar, de ogen hebben
van de oude godenbeelden
en de dorst voelen die achter hun gelaat ligt
als een veld zonder beweging,
elke richting, elke passaat
in hen verzadigd.

Linguïstisch Miniatuurtje CLVII: Het is meer lezers dat een tijdschrift kan redden

Mooie kop in de Volkskrant van afgelopen zaterdag: Het was yoghurt dat Misrata redde. Ik dacht meteen: Waarom staat daar niet die? Want het is toch de yoghurt? Waarom dan niet Het was yoghurt die Misrata redde? Maar bij nader inzien is dat een veel slechtere zin, althans, mij klinkt hij slechter in de oren. Wat is hier aan de hand? Het zal toch niet zo zijn dat dit een geval is van geslachtsverwildering, zoals je dat tegenwoordig zo vaak ziet, zoals in het boek die ik gelezen heb. Dat lijkt me alleen al vanuit mijn persoonlijk taalgevoel onwaarschijnlijk, want ik heb geen enkele neiging om iets te zeggen als De yoghurt dat op tafel staat is bedorven. En toch vind ik in de voorbeeldzin dat veel beter dan die.

Ik herken de constructie natuurlijk wel: het gaat om een zin met voorlopig onderwerp het, en de bijzin is het eigenlijke onderwerp. Het klassieke voorbeeld is het spreekwoord Het zijn niet allen koks die lange messen dragen. De betekenis is dan te omschrijven als Degenen die lange messen dragen zijn niet allen koks.

De schoonheid van de niet-afgemaakte zin


Het Nederlandse liedje van dit jaar, ja, van de afgelopen paar jaar, is, is Het regende zon van Ellen ten Damme. Dat komt onder andere door de tekst, een gedicht van Remco Campert (dat op de website van Poetry International staat).

Campert gebruikt in dat gedicht een procédé waar hij een meester in is: de poëzie van de onafgemaakte zin.

maandag 13 augustus 2012

Prijs voor scripties over boekwetenschap

Ook in 2012 schrijft de Dr. P.A. Tiele-Stichting weer een prijs uit voor de beste scriptie op het gebied van de boekwetenschap in de ruimste zin des woords. Deelname staat open voor iedere studerende aan een WO- of HBO-opleiding in Nederland. De scriptie moet gereed gekomen zijn in het academisch jaar 1 september 2011 - 1 september 2012.

Voor de beste inzending looft de Tiele-Stichting € 1.000, - uit. Daarnaast streeft de Tiele-Stichting ernaar om in overleg met de auteur de scriptie te publiceren. De stichting wordt daartoe gesteund door het Frederik Mullerfonds, dat een subsidie van maximaal € 1.000, - beschikbaar stelt. De sluitingsdatum voor de inzending is 1 oktober 2012.

Meer informatie over de Scriptieprijs vind je hier.

Middelnederlandse scheldwoorden 3

In het woordenboek der rederijkers van Mak staat bij veel scheldwoorden dat het een scheldwoord is. Bij veel schimpwoorden dat het een schimpwoord is. Niet altijd. Ik ben daarom maar dat woordenboek door gaan vlooien om een compleet overzicht te krijgen van hoe men elkaar uitschold in de zestiende eeuw. Ben ik er al klaar mee? Nee. Zelfs de C heb ik nog niet helemaal doorgenomen, maar oei! de deadline naderde, vandaar dat ik je nu opzadel met nog niet eens half werk. Wordt vervolgd.


Achtercnaper,
zn. Van achtercnapen? Of samenst. afl. uit achter en de stam van cnapen + er?
Strooplikker? ‖ Waer blijven nu... dees nijgers dees stuijpers / dees achtercnapers, Hs. TMB, G. fol. 103v [2e h. 16e e.?].

Neerlandistiek studeren

Voor het komende studiejaar hebben zich aan de Nederlandse universiteiten samen 4400 studenten ingeschreven om psychologie te gaan studeren en 340 voor Nederlandse taal- en letterkunde. De cijfers staan in de zogenoemde aanmeldingsmonitor van 6 augustus jl.; bij mijn weten staat die niet online, maar hij wordt onder hoogleraren verspreid en is geloof ik ook niet geheim.

4400 tegenover 340: er zijn 13 keer zoveel aankomende psychologen als neerlandici, 13 keer zoveel scholieren die besluiten psychologie te studeren dan die een vak kiezen dat ze van school kennen, Nederlands. Wat verklaart dat verschil?

zondag 12 augustus 2012

Geil in de U-bocht

Christelijke huisvrouwen geilen op hun eigen echtgenoot, had er in juli in NRC Handelsblad gestaan. Een lezer had zich daaraan gestoord en de 'ombudsman' van de krant, Sjoerd de Jong, schreef er daarom gisteren een stukje over (Opiniebijlage, pagina 25).

De Jong rekent in zijn stukje voor dat het gebruik van het woord geil in de krant de afgelopen decennia een beetje is gestegen – al is zijn empirische basis daarvoor een beetje wankel (in de eerste helft van 1992 stond het woord twee keer in de krant, in de eerste helft van 2002 elf keer, en in de eerste helft van dit jaar weer elf keer). Dan volgt een bespiegeling over de verruwing van het taalgebruik in de hele samenleving en het probleem van de journalist die aan de ene kant niet te nuffig wil doen, maar aan de andere kant ook geen opzichtige 'straattaal' gebruiken. De Jong noemt dat laatste 'een burgerlijke vorm van antiburgerlijkheid'.

Eén ding meldt De Jong niet: behalve straattaal is geil ook een keurig woord (in de gewenste betekenis) dat we al bij Vondel en in zestiende-eeuwse vertalingen van de bijbel tegenkomen.

zaterdag 11 augustus 2012

Je tong bekijken met ultrasound


Iedereen met jonge kinderen, kent ultrasound: je houdt een apparaatje tegen de buik van een vrouw die in verwachting is en op een computerscherm kun je de foetus zien. Op YouTube zijn er allerlei voorbeelden te vinden.

Maar met die ultrasound kun je meer doen, zoals het bovenstaande Schotse filmpje laat zien. Behalve tegen een zwangere buik kun je hem ook tegen je kaak houden en dan op je tong richten. Dan kun je praten en zien hoe je tong zich beweegt tijdens het uitspreken van, pak 'm beet, de Schotse r. (Het gaat in dit filmpje om de bovenste kwart cirkel. De rechthoek eronder maakt een statisch beeld van de tongbeweging voor later onderzoek.)

Ook in het Nederlands is van alles aan de hand met de r dat je met zo'n ultrasound zou kunnen zien.

vrijdag 10 augustus 2012

Hij loopd


Gisteren bleek Jan de Spellingman ineens met vakantie. Jan is de naam van een robot die automatisch een berichtje stuurt aan twitteraars die een spelfout maken en bijvoorbeeld hij probeerd schrijven in plaats van hij probeert. (Je kunt zien dat het een robot is doordat hij altijd dezelfde zinnetjes verstuurt en wel zo regelmatig en inmiddels al zo langdurig dat een mens het allang zou hebben opgegeven.) De Spellingman doet dat dan op een uitermate aggressieve en beledigende toon ('zelfs mijn demente moeder weet dat...'); ik heb al eens gespeculeerd dat de programmeur eropuit is om leraren Nederlands, of zelfs een bepaalde leraar Nederlands, in een kwaad daglicht te stellen door niets vermoedende twitteraars zo te plagen.

donderdag 9 augustus 2012

Af


Af is een opmerkelijk woordje. Ik wilde eigenlijk zeggen: een opmerkelijk voorzetsel, maar dat is het volgens mijn woordenboeken bijna nooit. Alleen in de rare uitdrukking af fabriek, die in het Duits ab Fabrik luidt, en dat zal wel geen toeval wezen. O ja, en in Af mijn kamer!, boos geroepen door het kleine zusje van een schoolvriend, maar daar moesten we erg om lachen.

Dat ik af voor voorzetsel aanzag, was vanwege woordgroepen als de berg af en hij sprong eraf. Eraf is natuurlijk een bijwoord, maar dit soort bijwoorden – ervan, erop enzovoort – zijn veelal samengesteld uit er plus een voorzetsel. In dit geval kennelijk niet. (Het grammaticaboek, dat wil zeggen de ANS, noemt af wél een voorzetsel, zie ik, of preciezer geciteerd: een achterzetsel.)

Klankencyclopedie van het Nederlands (7): de [v]

[v] De [v]-klank maak je door je boventanden op kleine afstand boven je onderlip te houden. De lucht die uit de longen geperst wordt, kan daardoor niet vrij naar buiten stromen: de luchtdeeltjes beginnen te wervelen en daardoor ontstaat het kenmerkende ruisende geluid. De [v] lijkt hierin veel op de [f]. Het voornaamste verschil is, op het eerste gehoor, in de stembanden: die trillen tijdens het uitspreken van de [v], maar niet van de [f].

Omdat het Nederlands een voorkeur heeft voor stemloze klanken aan het eind van het woord, zijn er geen woorden die op een [v]-klank eindigen (zie ook het lemma over de [b]): we zeggen lieve maar lief, lijven maar lijf, en weven maar weef).

woensdag 8 augustus 2012

Financiële ondersteuning Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Op 23 maart 2012 zijn de eerste pagina's van de 'Nederlandse Poëzie Encyclopedie' (NPE, www.nederlandsepoezie.org ) online geplaatsteen project waar al vanaf 1998 research voor gedaan is.

De NPE is een online-naslagwerk dat een overzicht gaat bieden van alle Nederlandstalige professionele dichters, die op of vanaf 1 januari 1900 tot en met nu actief waren/zijn en hun dichtbundels, verschenen in of na 1900. Tevens bevat de NPE jaaroverzichten, met daarop alle bundels uit het desbetreffende jaar, alsmede de dichters die in dat jaar zijn overleden. Elke dichter en elke bundel zal er met een eigen pagina in worden opgenomen Om een indruk te krijgen kunt u de volgende pagina's al bezoeken: Marleen de Crée, F. Harmsen van Beek, Ingmar Heytze, Jean Pierre Rawie, J. Slauerhoff, Max Temmerman, Vrouwkje Tuinman, M. Vasalis, Simon Vestdijk, Driek van Wissen en Jan Wolkers: http://nederlandsepoezie.org/dichters/index.html

De taal van Hans van Zetten

De taalgebruiker van gisteren was geen dichter of romanschrijver, maar een freelance-sportcommentator. Hans van Zetten, de man die voor de NOS commentaar gaf bij het turnen werd ineens allerwege geprezen. Dat wil zeggen: op Facebook kreeg hij een fanpagina, en op Twitter werd hij trending topic. Dat commentaar op het commentaar werd dan weer aanleiding tot commentaar in de oude media: de NOS en de NRC geven bijvoorbeeld enkele tweets.

Wat is er nu zo bijzonder aan het commentaar van Van Zetten? Gelukkig hebben een aantal liefhebbers hem getranscribeerd (en via de links van de NOS en de NRC valt het fragment ook nog terug te zien):

dinsdag 7 augustus 2012

Medici en moedertaal

Als het Nederlands terrein verliest aan het Engels, dan gebeurt dat, behalve in het internationale bedrijfsleven, waarschijnlijk vooral in de wetenschap. Hoe staat het er bijvoorbeeld voor in de medicijnen. Daarover maakte Martin Kabos, een redacteur van een medisch-wetenschappelijke publicaties onlangs een intrigerende opmerking in een reactie bij een bericht op Neder-L. We vroegen hem om meer informatie en hij schreef het onderstaande artikel.

(door Martin Kabos)


Veel medisch-wetenschappelijke artikelen worden in het Nederlands geschreven. Het gaat om algemeen medische tijdschriften, maar ook om specifieke: bijna in alle specialismen zijn nog Nederlandstalige publicaties mogelijk. De Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften worden volgens een recent artikel in Medisch Contact goed gelezen:

‘Bijna driekwart van de artsen zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed’ bij te houden, ruim een kwart zegt dat niet te doen. Geïnteresseerde artsen lezen vrijwel allemaal (99%) artikelen en berichten over wetenschap in Medisch Contact; 77% doet dat zelfs wekelijks. Ook volgen zij Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften als het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) of Huisarts en Wetenschap. (...) Het percentage artsen dat Engelstalige bladen zoals The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest, is aanzienlijk lager: 31% doet dat wekelijks, 21% zelfs nooit.’

Recensie: Mooi hè, zo'n naadloze bh!

Een ready-made is een troost voor iedere compulsieve lezer. Al van kindsbeen zou ik het liefst ieder woord dat me voor de voeten komt willen lezen: de kentekenplaten op iedere auto waar ik voorbij loop, iedere bijsluiter van ieder medicijn, iedere zin op elke kassabon die ik krijg.

André Westra moet dat ook hebben. Hij heeft een eigen uitgeverijtje, Tanker Boot, en daar geeft hij boekjes uit met de tekst van brochures of ander materiaal dat hij ooit in de trein gevonden heeft. Van zo'n boekje worden dan enkele tientallen exemplaren verkocht: één ervan wordt teruggelegd in de trein.

maandag 6 augustus 2012

Gezocht: transcribent

De onderzoekster Galey Modan (Ohio State University) zoekt op korte termijn iemand die ongeveer 80 uur Nederlandstalige opnamen voor haar kan transcriberen. De ideale kandidaat is een moedertaalspreker van het Nederlands met ervaring met discourse-analytische transcripties. Het is vrij rechtlijnig werk, niet al te technisch, en betreft vooral sociolinguïstisch interviews en narrative, dus niet al te gecompliceerd om te transcriberen. In het ideale geval zouden de transcripties per eind september voltooid moeten zijn.

De beloning is in overleg, ongeveer 75$ per opname-uur. Eventueel kan in overleg een werkplek in Nederland geregeld worden, maar het werk kan ook van huis uit gebeuren. Meer informatie kan worden verkregen bij Galey Modan (gmodan@gmail.com).

25ste Letterenlezing: Anna Enquist opent het Academisch Jaar van de Groningse letterenfaculteit


Op dinsdag 4 september 2012 zal Anna Enquist aan de Rijksuniversiteit Groningen de 25ste Letterenlezing uitspreken, getiteld: ‘Levens lezen. Het levensverhaal in psychotherapie en literatuur’. Met de Letterenlezing, waarin een bekende Nederlander zijn of haar mening geeft over het belang van de Letteren voor de maatschappij, opent de Faculteit der Letteren van de RUG haar academische jaar.

Anna Enquist, naast schrijver en dichter ook psychoanalytica en psychotherapeute, zal spreken over de (auto)biografie in de literatuur en daarbij een vergelijking maken met de rol van het begrip ‘levensverhaal’ in de psychotherapie. In haar lezing zal Enquist ingaan op vragen als: Zijn er raakvlakken tussen de benadering van het levensverhaal in psychotherapie en literatuurwetenschap? Wat zegt de autobiografie van de schrijver, al dan niet contrasterend met de biografie, over diens werk?

Datum en tijdstip
De Letterenlezing is gratis toegankelijk voor belangstellenden.
Tijd: 4 september 2012 om 16.00 uur
Locatie: Aula, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Meer informatie over de Letterenlezing is te vinden op www.rug.nl/let/letterenlezing2012.

'Klucht van de koe' vandaag 400 jaar

Bredero, schilder en rasverteller

Vandaag op de kop af 400 jaar geleden voltooide Bredero de Klucht van de koe. Onder het stuk schreef hij de datum: 6 augustus 1612. Het stuk wordt tot de absolute hoogtepunten van onze literatuur gerekend. Maar waarom eigenlijk?

Hij voelde zich vooral `Amsterdammer'. Geboren en getogen aan de Oude Zijde kende Gerbrand Adriaens­zoon Bredero de stad van binnen en van buiten. Al zijn komische toneelteksten situeerde hij er. Daarin laat hij het Amsterdam van zijn tijd voor ons herleven, via de woorden van bewoners en bezoekers van de stad. Ruim vierhonderd jaar geleden begon Gerbrand te publiceren. Vanaf het eerste moment oogstte hij bewondering. Zijn Klucht van de Koe bleek de klaroenstoot voor wat nog aan toneelsuccessen zou volgen, inclusief de beroemde Spaanschen Brabander, die vlak voor zijn plotselinge overlijden in 1618 in druk verscheen.

Waarschijnlijk werd de Klucht van de koe direct na voltooiing opgevoerd in de Nes, in het krappe zaaltje van de Amsterdamse rederijkerska­mer, dat vanaf dat moment uit zijn voegen barstte.

What’s in a name?

(door Sophie Reinders)



Je zult maar Henk of Ingrid heten. Zelfs hier in Lyon heb ik bij het horen van (een van) de namen meteen de associatie met het fictieve Nederlands echtpaar dat door Geert Wilders te pas en te onpas van stal wordt gehaald. Toen hij namens de Partij voor de Vrijheid zijn politieke programma presenteerde, stelde hij dat zijn partij het opneemt voor Henk en Ingrid, de “doorsnee Nederlanders”. Volgens De Telegraaf en RTL Nieuws wonen Henk en Ingrid in een koophuis in een Vinex-wijk, hebben ze twee schoolgaande kinderen, een modaal inkomen en allebei een baan. Ze maken regelmatig gebruik van hun auto en stemden ooit PvdA maar nu PVV. Henk en Ingrid vrezen dat ze minder kansen krijgen dan allochtonen en dat zij moeten opdraaien voor de economische crisis.
Eerder had Wilders het overigens over ‘Henk en Anja’ toen hij in een debat met Wouter Bos stelde dat “Henk en Anja zouden betalen voor Ahmed en Fatima”. Toen Wilders Henk en Ingrid aanhaalde in een later debat in de Tweede Kamer vroeg Mariëtte Hamer waar Anja gebleven was. Dit geeft al aan hoe willekeurig de namen Henk en Ingrid gekozen zijn. 

Middelnederlandse scheldwoorden 2

Vorige week kwam ik met een lijst van Middelnederlandse scheldwoorden die ik uit het Rhetoricaal Glossarium van J.J. Mak had samengesteld. Uiteraard was deze lijst niet compleet; ik heb nog een paar aanvullingen:

Capoen, cappoender, capuijn,

Een raar gebrek

Ik heb een raar, klein gebrek, waar ik eigenlijk nog nooit iets over gelezen of gehoord heb terwijl andere mensen het ook moeten hebben: sommige woorden neem ik altijd te letterlijk. Een voorbeeld is uitleggen: als iemand zegt dat hij iets gaat uitleggen, zie ik altijd even een grote landkaart opengevouwen worden en op een tafel uitgelegd.

Hetzelfde heb ik met fatsoenlijk.

 

zondag 5 augustus 2012

En dan kreeg ik spataders

'Heb jij enig idee,' vroeg Anna (@AnnaDixit) me gisteren via Twitter, 'waarom kinderen via Twitter altijd de verleden tijd gebruiken?' Ze gaf ook een voorbeeld:

Dan was ik de moeder en jij de vader en we gingen wandelen.
Ik twitterde terug dat ik dacht dat die kinderen de verledentijdsvorm hier net iets anders interpreteren.

Naschrift


Toen ik vrijdagochtend 10 februari 2012 kort na middernacht het eerste hoofdstuk van de Historie van Valentijn ende Oursson als feuilleton in Neder-L publiceerde, kon ik mij geen voorstelling maken van hoe lang het zou duren voordat ik het laatste woord "F I N I S" op het beeldscherm zou zien verschijnen. Dat gebeurde vanavond, zaterdag 4 augustus 2012.
   Evenmin van de belangstelling. Dankzij de 'Statistieken' van dit blog kon ik zien hoeveel 'pageviews' er wereldwijd waren kort na het verschijnen van een hoofdstuk. Dat aantal groeide in de loop der maanden van iets meer dan 10 tot een kleine 40 trouwe lezers.

zaterdag 4 augustus 2012

Valentijn ende Oursson : (inhouds) Tafel


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



De edele taal van Vlaamse soapsterren

Dat er in Vlaanderen een nieuwe taalvariëteit van het Nederlands aan het ontstaan is, is geen nieuws. Ze wordt bijvoorbeeld in soapseries gebruikt, omdat een specifiek dialect daar niet voor iedereen begrijpelijk zou zijn en het Standaardnederlands te stijf zou klinken, maar ook steeds meer in het dagelijks leven.

De nieuwe vorm heeft zelfs al twee min of meer algemeen bekende namen: Verkavelingsvlaams en tussentaal. De tweede term is het neutraalst en het duidelijkst: het betreft hier een taalvorm die tussen het traditionele dialect en de standaardtaal in zit: het is niet zo duidelijk aan een bepaalde regio (Limburg, West-Vlaanderen, enz,) gebonden als het dialect, maar heeft daar wel vormen van overgenomen ('kunde gij dat doen').

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 74


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 3 augustus 2012

Door elkaar heen praten op zijn Italiaans en op zijn Nederlands

Ik heb de afgelopen jaren nergens zoveel over het Nederlands geleerd als bij mijn Zuid-Italiaanse schoonfamilie. Deze zomer was ik er ook weer een paar weken en iedere keer steek ik weer van alles op.

Natuurlijk, sommige dingen weet iedereen. Dat Italianen veel meer met hun handen praten, en veel meer geneigd zijn elkaar in de rede te vallen, dan Nederlanders of Vlamingen bijvoorbeeld.

Met dat eerste heb ik grote problemen.

donderdag 2 augustus 2012

Valentijn ende Oursson : hoofdstuk 73


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Linguïstisch Miniatuurtje CLVI: Schrijfeigenwijzer

Bijna twee jaar heb ik rustig kunnen slapen. Precies 20 maanden heb ik in de veronderstelling geleefd dat op de taalprofsite het definitieve stukje stond over de constructie de reizigers worden verzocht over te stappen. Sinds ik die kwestie negen jaar geleden in een miniatuurtje had opgerakeld had zich, voornamelijk op de taalprofsite, een verwoede discussie afgespeeld, die met veel inspanning tot een acceptabele conclusie gevoerd was, waar toentertijd iedereen mee leek te kunnen leven. Maar drie dagen geleden werd deze illusie ruw verstoord door de -terloopse- mededeling van Jan Renkema dat hij het "deze keer niet met [mij] eens" was.

Drie nachten heb ik wakker gelegen, piekerend waar Renkema en ik het nu in vredesnaam over oneens waren.

Barackje Obama

Hoe spreken we geleende namen uit. Het stukje van Gaston Dorren van gisteren deed me denken aan een ontdekking die de jonge Sloveense taalkundige Peter Jurgec onlangs over het Nederlands deed.

We kunnen in het Nederlands namen als Barack en Oprah best met een Amerikaanse r uitspreken. Met een Nederlandse r vind ik die namen zelfs een beetje raar klinken, ook in een verder door en door Nederlandse zin (Ik heb gisteren Oprah gekeken; Barack gaat volgens zijn vrouw de verkiezingen winnen.). Wat Jurgec ontdekte: dat verandert in de verkleinvorm. Oprah'tje en Barackje - je zult het niet vaak zeggen, maar áls je het zegt (Toen Oprah nog een Oprah'tje was, Daar komen nog kleine Barackjes van) dan beslist niet met een Amerikaanse r.

woensdag 1 augustus 2012

Don Kíkóti


Zou Miguel de Cervantes de naam van zijn bekendste personage nog herkennen als hij hem nu zou horen? In Spanje wel, want de hedendaagse uitspraak, ‘donkiechotte’, is bij mijn weten niet wezenlijk anders dan in zijn tijd (1547-1616). De spelling wel een beetje: Don Quixote heet nu Don Quijote.
Maar elders?

Klankencyclopedie van het Nederlands (6): De [b]

[b] De [b] maak je door de lucht die uit je longen komt even tegen te houden met je lippen terwijl je je stembanden laat trillen. Dan laat je je lippen los en de lucht komt vrij.

Zo'n klank is lastig te maken aan het eind van het woord. Misschien is dat de reden dat de [b] maar zelden op die plaats staat. Als het al zo is, dan altijd na een korte klinker, om redenen die we niet kennen: eb, web, drab, slob. Hij wordt daar overigens als een [p] uitgesproken, maar dat hij toch echt een [b] is blijkt in het meervoud (ebben, webben, enzovoort).