Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 30 november 2012

Diederik Stapel als taalkundige

Stel je voor dat Diederik Stapel geen fraudeur was geweest. Dat hij wel keurig al die formulieren door honderden scholieren had laten beantwoorden en al die antwoorden had laten intikken in tabellen en die dan vervolgens nauwkeurig statistisch had laten uitrekenen. Daar had je toch ook niet aan moeten denken. Dan hadden we nu nog steeds met zijn soort onderzoek opgescheept gezeten.

Het rapport dat over zijn zaak verschenen is, zet in pijnlijk detail uiteen wat er allemaal mis ging in Stapels geval en het bekritiseert ook tamelijk expliciet het hele vakgebied waarin Stapel werkte, dat van de sociale psychologie. Maar ook overal elders zou er ineens sprake zijn van 'slodderwetenschap'.

Het rapport is daarbij een beetje vreemd van opbouw: het is erg duidelijk dat er verschillende auteurs aan gewerkt hebben.

donderdag 29 november 2012

Nieuw Algemeen Letterkundig Lexicon in DBNL


Op 29 november 2012 is op de Dag van het Literatuuronderwijs in Rotterdam door de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) het Algemeen Letterkundig Lexicon gepresenteerd. Het lexicon verklaart meer dan 4000 termen het gebied van de letteren en bestrijkt een breed scala aan onderwerpen: onder meer stromingen, periodes en genres,  maar bijvoorbeeld ook  retorica, stilistiek, ‘populaire’ literatuur, de versleer en verteltheorie, teksteditie, boekwetenschap en zelfs raakvlakken met andere kunstvormen zoals de muziek komen aan bod. Het lexicon bevat niet alleen definities van specifieke concepten uit de academische literatuurwetenschap maar ook van schijnbaar eenvoudige termen als ‘gedicht’, ‘roman’ of ‘rijm’.

“Helden mijner jeugd” – Webtentoonstelling over Hendrik Conscience


Wie zijn de helden van Hendrik Conscience? Het is nu te ontdekken in de webtentoonstelling Helden mijner jeugd van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Het thema komt voort uit de Erfgoeddag 2012, die in het teken stond van helden. Daarnaast sluit de tentoonstelling aan bij het 200ste geboortejaar van Conscience.

De webtentoonstelling toont aan de hand van het autobiografische verhaal "Geschiedenis mijner jeugd" hoe een Antwerpse volksjongen het bracht tot de grootste Vlaamse schrijver van zijn tijd. Conscience neemt ons mee langs zijn jeugdjaren, zijn voornaamste inspiratiebronnen, zijn eerste romans die tot de grote doorbraak hebben geleid. Hij vertelt hoe zijn ervaringen als soldaat in het Belgische leger stof leverden voor zijn literair werk.

In deze online tentoonstelling wordt aan de hand van beeldmateriaal uit de collectie van de Erfgoedbibliotheek en biografische teksten het verhaal van Conscience verteld.

Oorrijm

't Stukje van Bas Jongenelen  over oogrijm (Neder-L van 26 november) herinnerde me aan een versje van Constantijn Huygens dat je vanwege de rijmwoorden als een geval van oorrijm zou kunnen zien. Nu is rijm altijd een kwestie van klankovereenkomst, maar in dit geval speelt ’t oor toch een bijzondere rol. ’t Versje dateert van 21 April 1685: 

Masteluijn.
Tom is geneight
To studie at night,
Most of his cares
Zijn by de kaers.


Nena (1,5 jaar): 'Uiterst voedzaam'

"Ik weet niet of ik wel ooit voor iemand zoveel en een zo gedetailleerde belangstelling heb gehad als voor haar," schreef Cornelis Verhoeven in 1975 over zijn anderhalf jaar oude dochter Neeltje. "Ik denk eigenlijk van niet en ik meen ook dat er geen aanleiding voor geweest is: kinderen vragen een indringender belangstelling dan volwassenen."

In dat jaar maakte Verhoeven bijna dagelijks aantekeningen van de taalontwikkelingen van zijn dochter. Hij publiceerde het in misschien wel het ontroerendste taalboek dat ooit in het Nederlands verscheen, Een vogel in mijn buik. De taal van Nena.

Wie een kind ziet opgroeien kan zich alleen maar mateloos verbazen over de manier waarop het vakkundig en in korte tijd een woordenschat en een zinsbouw in de steigers zet, en ondertussen ook nog de details van de uitspraak onder de knie krijgt.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 17


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




woensdag 28 november 2012

De functie van Hahahahahahaha

Gisterenmiddag om 16:44 heeft iemand zijn toetsenbord naar zich toegetrokken, zijn vingers gespreid en anoniem onder een stukje hier op Neder-L de volgende mededeling getypt:

Hahahahahahaha

U moet het maar even opzoeken: het is mij niet duidelijk wat dat lachen betekent. Het is een reactie op een reactie op een reactie, en om te beginnen lijkt mij niet evident op welke van al die reacties de anonymus nu zo ostentatief in lachen uitbarst. Anonieme reacties hebben altijd iets geheimzinnigs, vind ik, maar als ze dan ook nog zo weinig inhoudsloos hebben, staat mijn verstand er bijna bij stil.

Zoals vaker in dat soort gevallen denk ik dan: wat zou Roman Jakobson (1896-1982) ervan vinden, de grote twintigste-eeuwse taalkundige?

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 16


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




dinsdag 27 november 2012

Pas verschenen: Over taal (jaargang 51, nr. 4)


West-Vlaams nog steeds ‘hot’

‘Het West-Vlaamse dialect is ook in West-Vlaanderen zelf nog steeds hot. Het is nog steeds de voertaal bij uitstek in informele regionale gesprekken met vrienden. Toch is er verandering in zicht. Het dialect wordt namelijk structureel steeds meer uitgehold: typische West-Vlaamse woorden gaan verloren en ook uitspraakkenmerken sneuvelen. Dat hoeft op zich geen probleem te betekenen (verandering is eigen aan taal), ware het niet dat op functioneel vlak het dialect steeds minder van ouder op kind wordt doorgegeven, zelfs niet in de Westhoek, een perifeer gebied in West-Vlaanderen dat traditioneel bekend staat als dialectvast. Processen van tweededialectverwerving zorgen er wel voor dat een groot deel van de populatie nog dialect (in een genivelleerde vorm) leert, maar de vraag is of die tweededialectverwerving ook bij de volgende generaties zal plaatsvinden.’
Dat staat te lezen in de bijdrage van Anne-Sophie Ghyselen in het nieuwe nummer van het tijdschrift Over taal.

Klankencyclopedie van het Nederlands (21): [ɪ]


[ɪ] De [ɪ], de klinker van pit, maak je door de voorkant van je tong licht op te tillen. Dat moet heel nauwkeurig gemikt worden: de klinker moet iets hoger dan voor de [e] (ee) en iets minder hoog dan voor de [i] (ie).

De ee en de ie zijn allebei zogenoemde lange klinkers, terwijl de [ɪ] kort is. Nu rijst de belangrijke vraag: is de [ɪ] een korte versie van de ee of van de ie. De spelling suggereert: dat laatste. Maar de spelling is natuurlijk in dit soort zaken niet per se een goede raadgever.


maandag 26 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 15


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Geert Joris wordt algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie


De Vlaming Geert Joris wordt de nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. Dat maakte het Comité van Ministers vandaag bekend tijdens een persconferentie in de Nederlandse ambassade in Brussel.

De algemeen secretaris geeft leiding aan het Algemeen Secretariaat in Den Haag en is het eerste aanspreekpunt voor de vier Taalunieministers. De komende jaren zal Geert Joris samen met hen vorm geven aan het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017, dat begin november werd gepubliceerd.

Bespreking: Taalcanon



Op de dag van mijn promotie kreeg ik, omdat ik volgens de gever nu alles wist, een boek over iets waar ik helemaal niets van wist, namelijk de geschiedenis van Nederland. Tegelijk kreeg ik een woord cadeau, want het boek had als subtitel De canon van ons Vaderlands Verleden, en canon in deze betekenis was nieuw voor mij. Sindsdien heb ik van de hunebedden via Christiaan Huygens tot aan Srebnica gelezen wat ik zou moeten weten over de geschiedenis van mijn nieuwe thuisland. En nu heeft mijn eigen vakgebied eveneens een canon uitgebracht: de Taalcanon. Die vraagt niet “wat zou iedereen moeten weten” maar “wat zou iedereen willen weten” en is een snoeptrommel vol lekkere, spannende weetjes over taal en taalkunde.

De eerste knappe prestatie van de Taalcanon is dat hij daadwerkelijk antwoord geeft op vragen waar mensen mee rondlopen:

Oogrijm


Na bijna vierenhalf jaar zangles
Kwam er een tophit voor The Bangles
De mooie meisjes zongen samen
Het stemmige Eternal Flame

Hem zien, Miekes vriendje

Hoera, vandaag gaan we ontleden! In de nieuwe LIN-bundel staat een artikel van de Groningse taalkundigen Dennis Ott en Mark de Vries (het artikel staat ook op hun eigen website) over een aardig probleem: hoe ontleed je zinnen als de volgende.

1. - Joop heeft ze al gezien, die nieuwe tablet-pc's.
2. - Joop heeft iets moois gezien: een tablet-pc van 10,1 inch.

Het probleem is natuurlijk dat in die zinnen het lijdend voorwerp twee keer wordt uitgedrukt. De eerste keer meestal met een algemenere beschrijving, en de tweede keer – aan het eind van de zin iets preciezer. Dat kan verder niet zo makkelijk, een lijdend voorwerp (of enig ander zinsdeel) twee keer uitdrukken. Waarom nu wel?

zondag 25 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 14


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Paan Paan Paan... Taan!

Hoe onderzoek je de taal van een kind van 4 maanden oud? In Nijmegen laten ze het naar een eindeloze rij plaatjes kijken, waarbij ze vertellen dat de ene een paan heet en de andere een taan. Zo'n kind vindt dat kennelijk in eerste instantie nog amusant ook en kijkt gespannen naar de eindeloze rijen panen en tanen.

En dan, op een bepaald moment, als de aandacht van het kind verslapt, grijpen de onderzoekers ineens in en laten een paan zien die ze ineens taan noemen, of omgekeerd. Spanning en sensatie! Bij zo'n verandering kijkt veel kinderen aantoonbaar ineens weer intensiever naar het scherm.

Althans, ze doen het soms wel en soms niet. Afgelopen vrijdag hield Paula Fikkert, de leidster van het onderzoeksteam, een inspirerende lezing in Leiden. Ze liet zien dat er een vreemde asymmetrie is: kinderen die een paan zien die ineens taan genoemd wordt, kijken op. Maar kinderen die een taan ineens een paan horen noemen, laat dit geheel koud.

zaterdag 24 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 13


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Pas verschenen: Hoorcollege over het Nederlands

Bij uitgeverij Home Academy verscheen deze week voor het eerst een cd-box over taal: 4cd's met een college van Marc van Oostendorp over het Nederlands.

Behalve de standaardtaal worden er in Nederland nog duizenden andere soorten Nederlands gesproken: de oude dialecten, de nieuwe straattaal, chat-taal en veel meer. Hoe komt het dat onze taal voortdurend aan het veranderen is? Is het niet onhandig voor de communicatie dat iedereen net een beetje anders praat? Moeten we ons zorgen maken over taalverloedering of ons juist verheugen in de vitaliteit van onze taal? Marc van Oostendorp behandelt in zijn college duizend jaar geschiedenis van het Nederlands.

De colleges kunnen worden besteld op cd of gedownloaded als mp3. Meer (bestel)informatie is te vinden op de website van de uitgever.

Meet hier uw eigen stijl

Doordat ik de afgelopen week zoveel positieve gevoelens heb gehad, en over mijn lichamelijke toestand heb geschreven, én zo vaak het woordje het heb gebruikt – door dat alles weet een computer in Antwerpen dat mijn schrijfsels tot het genre van de non-fictie gerekend moeten worden.

Ik heb zojuist mijn Neder-L-stukjes van de afgelopen week gevoerd aan een demoversie van Stylene, een online programma dat aan stijlanalyse doet. Het bepaalt of je mannelijk of vrouwelijk schrijft (Ik zit precies halverwege. Precies!) Of je 'wetgeving', 'poëzie', 'literair', 'sprookje' of 'non-fictie' schrijft (misschien de bizarste genre-indeling ooit).

vrijdag 23 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 12


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Jubileumnummer Internationale Neerlandistiek

Het tijdschrift Internationale Neerlandistiek – voorheen Neerlandica extra muros – bestaat vijftig jaar. Ter gelegenheid van die verjaardag heeft de redactie een bijzonder nummer van IN uitgebracht, waarvan het eerste exemplaar tijdens het Colloquium van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) werd uitgereikt aan Marja Kristel, die van 1981 tot 2011 als redactiesecretaris werkzaam is geweest.

Die naamsverandering, in 2008, had betekenis. Was er in het verleden op tal van gebieden nog vaak sprake van een strikte scheiding tussen de neerlandistiek intra en extra muros, in de afgelopen jaren is er door de ontwikkelingen binnen en buiten het Nederlandse taalgebied een opvallende toenadering ontstaan. Men is zich ‘intra’ bewust geworden van de geheel eigen expertise die er ‘extra’ ten aanzien van veel deelaspecten van de neerlandistiek te vinden is. Ook in het onderwijs is de internationale samenwerking eerder regel dan uitzondering geworden.

De taal van de Nederlandse Spoorwegen

De NS praat tegen de reizigers als een vermoeide echtgenoot. Gisterenavond zat ik in de trein en wist ik het ineens. Er is in het verleden eigenlijk veel te veel voorgevallen tussen de NS en ons. U kent die echtparen wel. Zij is zich gaandeweg aan alles gaan ergeren wat hij zegt: 'daar heb je hem weer'. Daarom begint hij zich voorzichtig uit te drukken, maar hij doet dat net iets te opzichtig ('ik zal maar de wijste zijn, want ik wil geen ruzie'). Zo opzichtig dat zij zich daar weer ergert. En er alsnog ruzie komt.

De NS beschouwt zichzelf niet als een echtgenoot, maar als een bedrijf. Hij noemt zijn opzichtige maar-de-wijste-zijn daarom een 'communicatiestrategie'. En er is nog een verschil: degene die deze strategie bedacht heeft, weet waarschijnlijk niet eens dat er alsnog ruzie ontstaat.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 11


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




donderdag 22 november 2012

Dag van de Friese Taalkunde 2012


Het Taalkundich Wurkferbân van de Fryske Akademy organiseert dit jaar voor de vijfde keer de Dag van de Friese Taalkunde, bedoeld voor ieder die zich direct of indirect bezig houdt met de taalkunde van het Fries.

Datum:                        vrijdag 14 december 2012
Plaats:                         Fryske Akademy, It Aljemint, Doelestraat 2-4, Leeuwarden

Het programma van deze dag volgt hierna. De samenvattingen van de lezingen staan op de website van de Fryske Akademy (www.fryske-akademy.nl).

Met het oog op de catering wordt ieder die van plan is te komen, verzocht dit aan de organisatie door te geven. Dit kan

via de mail:                  wvisser@fryske-akademy.nl
telefonisch:                  058-2131414 (Fryske Akademy)
schriftelijk:                  Fryske Akademy, Taalkundich Wurkferbân, Postbus 54, 8900 AB                                      Leeuwarden

Taalkunde moet gratis zijn! En vrij!

Gisteren is het tijdschrift Taal en Tongval online gegaan. Vanaf nu gaat de redactie alle nummers – twee per jaar – integraal en gratis op het internet zetten. Ook de oude nummers zullen langzaam maar zeker op het internet verschijnen.

Zo moet het. Ik hoop dat andere tijdschriften snel volgen. (Internationale neerlandistiek is sinds kort ook al zo ver.) Wij wetenschappers maken kennis en daar moet idealiter niemand iets aan verdienen, bijvoorbeeld omdat dit de beste garantie is voor onafhankelijkheid. Of omdat informatie uiteindelijk toch gratis wil zijn.

Ondertussen gaat het niet goed met het eerste en tot voor kort enige elektronische gratis wetenschappelijke tijdschrift voor de neerlandistiek, Neerlandistiek.nl.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 10


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




woensdag 21 november 2012

De ridders van de Ronde Tafel. Arturverhalen uit de Lage Landen



Gisteren verscheen: De ridders van de Ronde Tafel. Arturverhalen uit de Lage Landen. Vertaald door Ingrid Biesheuvel. Met een voorwoord van Frits van Oostrom. Amsterdam [Athenaeum - Polak & Van Gennep] 2012. Gebonden, geïllustreerd, 766 pagina's. Prijs € 39,95. Helaas zonder leeslint(en).

Kletskoppen van Harry Mulisch

64+1 is een aardige nieuwe verzameling voetnoten bij De ontdekking van de hemel door de schaker en schrijver Jan Timman. De opmerkingen gaan over van alles en nog wat: de gebroeders Karamazov, de personen Harry Mulisch en Jan Hein Donner, de vraag hoeveel mensen hun kinderen tegenwoordig nog Quinten noemen, en zo verder.

Het is niet Timmans bedoeling om een geheel nieuwe kijk op het boek te geven, hij fladdert een beetje van het ene naar het andere detail. Zelfs de titel (64+1) suggereert meer structuur dan er in dit boek zit. Ja, het telt 65 hoofdstukjes, zoals De ontdekking ook 65 hoofdstukken had, terwijl Mulisch het boek voltooide rond zijn 65e verjaardag. En ja, een schaakbord heeft 64 velden. Maar een belangwekkend verband tussen die getallen – althans belangwekkender dan 65=64+1 – toont Timman niet aan. Het blijft een getallenspelletje.

Nu houd ik heel erg van voetnoten, deze blogpost wil weer een voetnoot zijn bij een voetnoot van Timman; wanneer iemand er hieronder weer commentaar op schrijft, dan is dat weer een voetnoot bij mijn voetnoot op die voetnoot.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 9


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




dinsdag 20 november 2012

Interparlementaire Commissie Taalunie luistert naar het Afrikaans


De Interparlementaire Commissie (IPC) van de Nederlandse Taalunie gaat zich buigen over het Afrikaans. Daarom houdt de IPC op maandag 3 december een openbare hoorzitting met gasten uit Zuid-Afrika. De IPC zoekt antwoord op vragen als: wat is de positie van die taal in het huidige Zuid-Afrika? Is de positie van het Afrikaans wettelijk voldoende verankerd? Heeft de taal nog een plek in het openbare leven? Is er reden tot optimisme of juist niet?

In de Nederlandse Taalunie werken Nederland, Vlaanderen (België) en Suriname samen voor de Nederlandse taal. Het beleid van de Taalunie wordt bepaald door het Comité van Ministers dat bestaat uit de Nederlandse en Vlaamse bewindspersonen bevoegd voor Onderwijs en Cultuur. De IPC ziet toe op dat beleid en wordt gevormd door leden van het Vlaams Parlement en de (Nederlandse) Eerste en Tweede Kamer. Op dit moment is Martin Bosma (Nederland) voorzitter van de IPC en is Johan Verstreken (Vlaanderen) vicevoorzitter.

Arjan Peters houdt Scarab-lezing in Nijmegen

Op vrijdag 14 december spreekt Volkskrant-criticus Arjan Peters de SCARAB-lezing uit. Deze lezing wordt georganiseerd door het Nijmeegse onderzoeksprogramma SCARAB (Studying Criticism and Reception Across Borders) van de Faculteit Letteren van de Radboud Universiteit. 

Tijdens de jaarlijkse SCARAB-lezing komen afwisselend literatuurwetenschappers en critici aan het woord die zich uitspreken over een brandende actuele kwestie in of rond de literaire kritiek. Vorig jaar werd de lezing gehouden door prof. Gary Day van de De Montfort University in Engeland. Dit jaar is het de beurt aan Arjan Peters, redacteur van deVolkskrant en als gastcriticus verbonden aan de Nijmeegse letterenfaculteit.

Ad de Bont wint Taalunie Toneelschrijfprijs 2012


Ad de Bont kreeg maandagavond voor zijn stuk Mehmet de Veroveraar de Taalunie Toneelschrijfprijs 2012. ‘Ad de Bont slaagt er met welhaast Shakespeareaanse allure in historische gegevens relevant te maken voor de tijd waarin we nu leven’, vindt de jury. De prijs bedraagt € 10.000.

Maandagavond reikte Judith Herzberg in de Rotterdamse Schouwburg de Taalunie Toneelschrijfprijs uit aan Ad de Bont. Dat is de prijs voor de beste theatertekst van het afgelopen seizoenHerzberg hield die avond ook de jaarlijkse Taalunie Toneellezing.

Mehmet de Veroveraar is een theatermarathon uitgebracht ter gelegenheid van Ad de Bonts afscheid als artistiek leider bij de Toneelmakerij Amsterdam. Het stuk gaat over deTurkse prins Mehmet II die op zijn twaalfde sultan van het Ottomaanse Rijk wordt en het christelijke Constantinopel wil veroveren. De jury koos de tekst uit ruim 50 inzendingenZij noemt het stuk ‘een gelaagd, rijk en verfijnd epos, bevolkt door een twintigtal personages dat zonder uitzondering kleurrijk en rond is’.

Het nieuwe slaaplied

Ik vraag me af of de gemiddelde Nederlander wel genoeg slaapt. Populaire cultuur is volgens sommigen een graadmeter van hoe het gaat met een samenleving. Welnu, het is een en al slapeloosheid, hier aan het eind van 2012.

Die conclusie trek ik uit de recentste Top-10 van Nederlandse liedjes, die bijna helemaal bestaat uit liedjes over slapen en dromen, en vooral het gebrek eraan. Volgens onze muzieksmaak, willen we allemaal het liefst onder de warme wol.

Bij twee liedjes is het zelfs duidelijk uit de titel:

maandag 19 november 2012

Annette Hemmes-Hoogstadt en Greet Kuulkers-Jungman ontvangen de gouden penning van Teylers Tweede Genootschap voor hun inzending over Middelnederlandse rijmspreuken.


Annette Hemmes-Hoogstadt en Greet Kuulkers-Jungman ontvangen op woensdagmiddag 12 december 2012 de gouden penning van Teylers Tweede Genootschap voor hun inzending over Middelnederlandse rijmspreuken.

In 1778 werd Teylers Stichting opgericht om de kunst en de wetenschap te bevorderen. Dit gebeurde door de bouw van een eigentijds centrum voor kunst en wetenschap, dat is uitgegroeid tot Teylers Museum. Daarnaast werden twee genootschappen opgericht: het Eerste of Godgeleerde Genootschap en het Tweede Genootschap, dat zich bezighoudt met natuurwetenschap, dichtkunst, historie, tekenkunde en penningkunde.

Sinds de oprichting loven de twee genootschappen prijzen uit voor verhandelingen over belangrijke actuele of wetenschappelijke thema’s. Ieder jaar schrijft een lid van het genootschap een prijsvraag uit. Professor Wim van Anrooij (Universiteit Leiden) schreef in 2009 de betreffende prijsvraag uit. Gevraagd werd een “oorspronkelijke studie over Middelnederlandse spreukencollecties, waarin het grote belang voor de cultuurgeschiedenis van de studie van deze tekstsoort wordt gedemonstreerd” in te zenden. Traditiegetrouw worden de inzendingen anoniem beoordeeld door de leden van het betreffende genootschap en Directeuren (de bestuursleden) van Teylers Stichting. De prijs bestaat uit een grote gouden penning, ontworpen in 1779 door Johan George Holtzhey, waarop zinnebeeldige voorstellingen te zien zijn.

Sub Signo Libelli begint 'n tweede leven


De belangrijkste 'drukker in de marge' van Nederland, Ger Kleis, heeft een streep gezet onder zijn activiteiten als drukker/uitgever. Die activiteiten beslaan de periode 1974 tot 2011. Het drukken zelf gebeurde in de marge van zijn baan als docent Nederlands aan 't Barlaeusgymnasium te Amsterdam. Kleis heeft roem verworven met zijn exclusieve bibliofiele uitgaven van werk van onder anderen Gerrit Komrij, Boudewijn Büch en Frédéric Bastet. In totaal omvat de lijst van het drukwerk Sub Signo Libelli 258 titels.

Literatuurmethodes in het vo

Ik vroeg me onlangs af welke literatuurmethodes er gebruikt worden in het voortgezet onderwijs. Vandaar dat ik een kleine enquête uitgezet heb, met maar twee vragen: Welke literatuurmethode wordt er op jouw school gebruikt op havo, en: Welke literatuurmethode wordt er op jouw school gebruikt op vwo? Veertig scholen gaven antwoord, de meeste uit het zuiden van Nederland (Breda, Brunssum, Goes en Weert - om er een paar te noemen), maar ook uit Barendrecht, Brielle, Hellevoetsluis, Rotterdam en Nijmegen.

'Lang zal ze leven' onthouden

Als er een goede fee kwam en ik mocht precies één raadsel aanwijzen dat me zou worden opgehelderd, dan wist ik het wel. Wat onthouden we als we taal onthouden? In sommige opzichten lijkt het erop dat we heel kleine details opslaan, maar tegelijkertijd ben je de meeste details tegelijk weer vergeten.

In een normaal gesprek weet je bijvoorbeeld na twee zinnen nog best wat je gesprekspartner gezegd heeft, maar niet meer precies welke woorden hij daarvoor gebruikt heeft, en in welke volgorde. (U kunt zonder terug te kijken de eerste zin van dit stukje niet meer woordelijk reproduceren.) Zei hij nou 'Die De Vries zat daar helemaal alleen met zijn honderd ballonnen' of 'Hij had een honderdtal ballonnen maar er kwam niemand'? Laat staan dat je je nog precies herinnert hoe hij dat woord ballonnen nu precies uitsprak, hoe lang de a was, of hij de n nu wel of niet uitsprak aan het eind. Zodra zo'n zin binnenkomt in ons brein, wordt hij geanalyseerd, de betekenis eruit gepeurd en de vorm weggegooid als een het bakje van een magnetronmaaltijd.

Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat we juist wel allerlei details onthouden.

zondag 18 november 2012

Paulus de Boskabouter als godsdienstwaanzinnige

Jean Dulieu had te veel talenten. Hij speelde een (korte) tijd mee in het Concertgebouworkest, hij tekende prachtig, hij schreef pakkende verhalen, en hij acteerde heel goed (of kon in ieder geval goed typetjes doen). Het waren misschien wel te veel talenten, verzuchtte hij soms. Het maakte dat hij niet kon kiezen, hij versnipperde zichzelf er alleen maar door.

Er mislukte dan ook wel het een en ander in zijn leven. Bij het Concertgebouworkest hield hij het niet lang vol, bijvoorbeeld. En hij schreef twee romans die nooit zijn uitgegeven; en je krijgt niet de indruk dat de biografe denkt dat dit alsnog zou moeten gebeuren.

Maar in Paulus de Boskabouter kwam het allemaal samen. Dulieu schreef zelf de teksten, tekende de strips, maakte de poppen voor poppenkastvoorstellingen en tv-series, deed bijna alle stemmetjes, behalve de ene die gedaan werd door zijn oudste dochter, en hield alles in de hand.


Laatste gedicht (1)


       Een nacht

          Ik kwam door de voordeur naar binnen,
          sliep een nacht in een goed bed,
          ’s ochtends door de achterdeur naar buiten,
          zag het water van de grote vijver,
          ik wist niet dat dit er was.

 
Als ik als eerste aankom – het is de titel van de veertiende bundel van Nachoem Wijnberg. In dit laatste gedicht lijkt er inderdaad iemand aangekomen te zijn. Een en al rust en vrede: nachtrust en de volgende ochtend een regelrechte epifanie. Dat alles in vijf regels die zo uit een bloemlezing met Chinese poëzie kunnen komen – de van haar formele kenmerken ontdane Chinese poëzie waaraan westerse lezers gewend zijn en die zo’n natuurlijke indruk maakt. Alledaags taalgebruik krijgt poëtische kracht door een beeld en een emotie. Of Japans: de beroemde haiku met de vijver. Wat het lyrisch subject hier meemaakt, lijkt aardig in de buurt te komen van een moment van satori.

Veertien bundels sinds 1989, het jaar dat Wijnberg debuteerde met De simulatie van de schepping.

zaterdag 17 november 2012

Taalbeleid – geen luxe maar een noodzaak?


Bij ons in de Lage Landen bemoeit de overheid zich met de taal. Ze trekt daar blijkens het nieuwe 'meerjarenbeleidsplan' van de Nederlandse Taalunie ieder jaar 11,6 miljoen euro voor uit. Heeft dat zin? "Taalbeleid is geen luxe maar noodzaak," schrijven de opstellers van het plan, maar ik kan geen argumenten voor die stelling vinden.

Wat wil men precies bereiken dat niet ook zou lukken zonder overheidsinterventie? Zou 'het Nederlands' er inderdaad minder goed voor staan zonder sie 11,6 miljoen per jaar? Dat lijken me cruciale vragen maar ze worden in het plan niet beantwoord.


vrijdag 16 november 2012

Conflict en polemiek in de Nederlandse Letteren


Klein symposium bij het afscheid van Jaap Goedegebuure 
als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden 

Datum:  Vrijdag 14 december 2012
Locatie:  Universiteitsbibliotheek Leiden,Grote Vergaderzaal, Witte Singel 27, Leiden
 
Tijd:  13.00-15.00 uur
Aansluitend:  16.00: Afscheidscollege  Jaap Goedegebuure: Het pernicieuze slot. Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden   (op loopafstand van de UB)
 

Een zachte g en wat verdraaide klinkers

Dialect volgens de publieke omroep

In Roermond is beroering ontstaan over het Sinterklaasjournaal. Dat blijkt uit de Facebook-pagina van de Limburgse omroep L1. Het probleem is dat er iedere dag twee acteurs ten tonele worden gevoerd die het Remunjs imiteren. Zij doen dat inderdaad bar slecht: met een rare g en wat eigenaardige klinkers denken ze er te zijn.

Een vraag die zich daarbij voordoet: waarom is een slechte imitatie van iemands accent eigenlijk beledigend?

donderdag 15 november 2012

Klankencyclopedie van het Nederlands (20): [n]

[n] De [n] maak je door het punt je van je tong op te tillen en tegen het harde verhemelte te houden terwijl ondertussen de lucht uit de longen door je neus naar buiten stroomt en je stembanden trillen.

Over de [n] is altijd van alles te doen, bijvoorbeeld bij Neder-L. Het is een uitermate beweeglijke medeklinker. Hij verdwijnt vrij gemakkelijk (jongen kun je in veel variëteiten van het Nederlands uitspreken zonder slot-n), maar hij verschijnt ook vrij gemakkelijk (in sommige dialecten kun je dingen zeggen als dat wilde-n-ik net zeggen, met een extra n).

Tegelijkertijd is de n ook de kameleon onder de medeklinkers.

woensdag 14 november 2012

Postacademische cursus Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde

In het voorjaar van 2013 organiseert de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen wederom in samenwerking met de kring Nederlands van de alumnivereniging Vrienden van de Radboud een postacademische cursus Recente Nederlandseen Vlaamse letterkunde. De cursus is bedoeld voor Neerlandici, leraren Nederlands en andere belangstellenden.
Het programma bestaat uit acht bijeenkomsten, op woensdagavonden in de periode van 6 februari tot en met 24 april.


Conscience-dagen 3 en 4 december 2012


Op maandag 3  en dinsdag 4 december 2012 organiseren de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) en het Centrum voor Receptiestudie (CERES) van de Hogeschool-Universiteit Brussel in Antwerpen en Brussel een tweedaags evenement in het kader van de tweehonderdste verjaardag van Hendrik Conscience (1812-1883).

Vals plat

Ik heb mezelf betrapt op een talig vooroordeel.

Twee maal per week doe ik aan spinning: ik trap me drie kwartier lang in het zweet op een rijwiel dat niet rijdt, en dus beter spinnewiel zou kunnen heten. Het Engelse woord spinning is afgeleid van het spinnen van wol, dus zo raar is die gedachte niet eens. Wist u trouwens dat het spinnen van de kat zo heet omdat dat geluid klinkt als een spinnewiel? En in het Duits ...

Wil je koffie of thee?

Over taal en wiskunde

In een aardige blogpost beschreef de wiskundige Ionica Smeets gisteren de taalopvatting van haar vakgenoten:
Ik ken [...] wiskundigen die de vraag ‘Wil je koffie of thee?’ steevast met een triomfantelijk ‘Ja’ beantwoorden. Mijn collega’s hebben een wat merkwaardig gevoel voor humor, en ze gebruiken taal anders dan de meeste mensen. Hun zinnen zijn logisch gezien volkomen correct, maar in de praktijk soms wat onhandig. Hoe kun je een gesprek met dit soort abstracte wezens voeren? En kun je ze toch nog te slim af zijn?
Hoe zit dat eigenlijk met wil je koffie of thee? Is het antwoord inderdaad 'logisch correct' en moeten we dus concluderen dat de taal van niet-taalkundigen '(nu eenmaal) niet logisch' is? Er is volgens mij iets anders aan de hand. Natuurlijke menselijke taal is niet speciaal minder logisch dan de symbolentaal van de wiskunde. Ze is alleen maar ingewikkelder.

dinsdag 13 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 8


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Verschenen als Open Access-publicatie: Syntax of Dutch. Nouns and Noun Phrases

Op 5 november kondigden we al het verschijnen van de eerste twee delen van de Syntax of Dutch aan, een Engelstalig naslagwerk over de bouw en de interne organisatie van zinnen en woordgroepen in het Nederlands dat tussen 2012 en 2016 verschijnt en maar liefst zeven delen zal tellen. Het werk, dat voornamelijk beschrijvend van aard is, is in eerste instantie bedoeld voor taalkundigen maar biedt ook veel voor geïnteresseerde leken die meer willen weten over de syntaxis van het Nederlands.

Dit unieke naslagwerk verschijnt niet alleen in boekvorm bij de Amsterdam University Press maar zal ook beschikbaar komen als open access publicatie via Oapen.org. Vanaf vandaag zijn de eerste twee delen, die handelen over zelfstandig naamwoorden en zelfstandignaamwoordgroepen, dankzij een subsidie van NWO gratis te downloaden. Dit geldt zowel voor deel I, dat geschreven is door Hans Broekhuis (Meertens Instituut) en Evelien Keizer (Universiteit van Wenen), als voor deel II, dat geschreven is door Hans Broekhuis en Marcel den Dikken (New York University).

Congres Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde

De VLDN organiseert haar 38e congres op zaterdag 24 november in het stadhuis van Bree, Vrijthof 10.

Het thema is:
  • Dialecten, namen en geschiedenis in het Maaskempens-Breeërlands

Deelname aan het congres is gratis. Belangstellenden verzoeken wij om zich vooraf, uiterlijk op 16 november, aan te melden.

Man-dar-ijn



De Servische promovendus Marko Simonovic luisterde deze week naar een leuk Vlaams meisje op YouTube. Dat meisje zong daar het liedje Zeester met koffie van Bart Peeters en Simonovic, die vloeiend Nederlands spreekt, viel daarbij iets op: in het refrein verdeelt het meisje (Eveline) het woord mandarijn op een bijzondere manier op in lettergrepen (het eerste refrein begint ongeveer op 1:04, maar Eveline doet het ook later steeds weer):

Zeester met koffie en een man-dar-ijn  
een boterkoek met confiture en een stukje marsepein


maandag 12 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 7


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




Beatrijs in het Hongaars

De basis van het Nederlandse Beatrijsverhaal is een legende die door Caesarius van Heisterbach opgetekend is in het Latijn (moderne Nederlandse vertaling is in 2003 uitgegeven door Uitgeverij Voltaire; deze uitgeverij heeft geen eigen site). Deze legende is een mooi voorbeeld van Europese literatuur, omdat het Latijn in de Middeleeuwen door heel Europa gelezen en gesproken werd. Veel mensen vinden de Middelnederlandse versie de mooiste, in ieder geval is deze versie een stuk uitgebreider dan die we bij Caesarius kunnen lezen. 

Nachtouder

Al bijna vier jaar schrijft de Nederlandse hoofdredacteur van Van Dale, Ton den Boon, vrijwel iedere dag een stukje op zijn weblog met steeds een nieuw 'woord van de dag'. Die woorden komen meestal uit de krant, maar inhoudelijk uit alle domeinen van het leven, al meen ik wel een lichte voorkeur voor de financiële sector te bespeuren. Aan de andere kant is die sector natuurlijk ook al vier jaar uitgebreid in het nieuws.

Het zijn vast niet allemaal blijvertjes, maar vaak wel woorden waar een verhaal aan zit; de afgelopen dagen kwamen bijvoorbeeld suikerarrangement, nivelleringsfeestje en spermalamp voorbij. Ik lees het weblog bijna iedere dag en verbaas me dan over het scherpe oog van Den Boon – hoe vist hij er iedere dag toch weer een nieuw woord uit de krant? (De Groningse hoogleraar Jack Hoeksema lukt het hooguit een keer per week.)

Sociaal


Steek ik mijn neus buiten de deur dan begint iedereen, echt waar, over de biografie van Reve. De vanzelfsprekendheid waarmee het particuliere publiek bezit wordt.  Het soortelijk gewicht van Gerard en Joop. Gefragmenteerde intellectuele wereld creëert zijn gesprek bij de koffieautomaat. Het angstaanjagende geroddel bij de dorpskapper dat ik me, echt waar, herinner als de dag van gisteren.

Boer zoekt vrouw of Kroniek van een schuldig leven. Er zal een variatie zijn in de opleidingsniveaus. In zekere straten van Oud-Zuid wat meer van het een; in zekere straten van Amsterdam-Noord wat meer van het ander.  

Het ironische is dat het allemaal begonnen lijkt te zijn met Op weg naar het einde en Nader tot u.

zondag 11 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 6


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




De stenen leeuw brult

Ik heb de afgelopen dagen hier in Amerika weer van alles geleerd over het Nederlands. Een van de spreeksters tijdens de workshop waar ik nu ben, Lotte Hogeweg van de Radboud Universiteit, had namelijk onderzoek gedaan naar de betekenis van woordgroepen als stenen leeuw of gebreid vliegtuigje.
Om precies te zijn had ze gekeken wat voor associaties mensen hadden met dat soort begrippen.

zaterdag 10 november 2012

TiNT 2012 aan het Meertens Instituut te Amsterdam



Op vrijdag 7 december 2012 organiseert de vereniging NL-Term in samenwerking met het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie voor de vierde maal de TiNT-dag. TiNT staat voor Terminologie in het Nederlandse Taalgebied. Dit jaarlijks terugkerende evenement is bedoeld om actueel onderzoek en de professionele praktijk op het gebied van Nederlandstalige terminologie voor te stellen voor een breed publiek. 

Taalwoede

Ik heb mezelf nooit een bibliofiel genoemd, maar nadat ik in april trouwde, ben ik nog steeds niet helemaal bij mijn vrouw ingetrokken en dat alleen maar vanwege de boeken. Ik had een klein huisje, een bewoonde boekenkast in het centrum van Leiden, en hoewel ik er nu niet meer slaap, staan Horatius en Bredero en Schopenhauer er nog op me te wachten.
Ik noem me geen bibliofiel omdat ik helemaal niet gehecht ben aan mijn boeken.

vrijdag 9 november 2012

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 5


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




De Griekse in het Griekse

Die -e in de Griekse wat doet hij daar? Is het dezelfde vrouwelijke uitgang die we vinden in redactrice of diëtiste? Of is Griekse eigenlijk een bijvoeglijk naamwoord (zodat de hele constructie een soort verkorting wordt van de Griekse vrouw)? Daar denk ik weleens aan als ik niet slapen kan.

Toevallig vond ik in de novemberlading van de DBNL een artikel van de Utrechtse taalkundige Wim Zonneveld dat over dat onderwerp gaat. Volgens Zonneveld is Griekse inderdaad een bijvoeglijk naamwoord. Hij geeft daar aardige argumenten voor.