Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 17 januari 2013

Dieren- en plantennamen in het Huizer dialect

Door Viorica Van der Roest



Huizen zoe as ’t nooit meer wurdt. Deze melancholieke titel van een boekje uit 1981 over het Noordhollandse Huizen geeft aardig weer hoe veel oudere Huizers zich tegenwoordig over hun dorp voelen. Huizen had altijd een geïsoleerde positie in het Gooi, maar sinds halverwege de twintigste eeuw is het dorp volgestroomd met ‘buitenlui’ en is de Huizer cultuur iets geworden dat beschermd moet worden om te kunnen blijven bestaan. Een belangrijk onderdeel van die cultuur is het Huizer dialect, dat in een aantal opzichten afwijkt van de andere dialecten in het Gooi, en meer verwant is met bijvoorbeeld het Urks of het Westfries. De Huizer Historische Kring en toneelvereniging Ontwaakt doen erg hun best om het dialect levend te houden, tegen de stroom in. Maar of het gaat lukken? Gelukkig heeft het Meertens Instituut een aantal mooie opnamen gemaakt. Op de website van de Historische Kring Huizen is één van deze opnamen te beluisteren.

Intussen is er nog wel heel veel interessants te ontdekken over het Huizer dialect.

Bijvoorbeeld de namen van een aantaldieren en planten. Een meikever heet in Huizen eenkasselemai. Een lieveheersbeestje een boketorre. Een buizerd is een kremmerd, en een Vlaamse gaai eenmarriekolf. Een eend heet in het Huizer dialect een piele.Wat is de etymologie van deze woorden? Komen ze ook in andere dialecten en talen voor? In onder andere Friesland en de Achterhoek noemen ze uitsluitend een jonge eend een piele. Volgens De Nederlandse vogelnamen en hun betekenisvan Blok en Ter Steege (2008) gaat dit woord misschien terug op het Latijnse pillula, dat zoiets als ‘haarbal betekent (Blok en Ter Steege zien een verband met het donzige uiterlijk van een eendekuiken). In Huizen wordt het woord ook voor volwassen eenden gebruikt en wordt een jonge eend gewoonaangeduid met ‘jonge piele’. In de Achterhoek kennen ze volgens Blok en Ter Steege het woord klemmerd voor buizerd, een naam die verwijst naar het vastklemmen van de prooi.

Die boketorre, dat heeft misschien wel wat te maken met boekweit, booket in het Huizer dialect. Dat gewas komt tenslotte van oorsprong veel voor op de zandgronden in het Gooi. Interessante plantennamen zijn bijvoorbeeldhongdeblom voor paardenbloem en prikneus voor duizendschoon. Dat de (orthodox protestante) Huizers ook gevoel voor humor hadden, bewijst papeklooien, voor de zaadbolletjes van de aardappelplant.



Het ‘mai’ (uitgesproken als ‘maai’) in ‘kasselemai’ moet misschien worden opgevat als made. Het Van Dale Etymologisch Woordenboek meldt daarover dat het teruggaat op het Oudsaksische matho, en dat er misschien ook verwantschap bestaat met het woord mot. Ik kom zelden een meikever, ik bedoel een kasselemai, tegen. Maar op een plaatje lijkt zo’n beestje inderdaad wel een beetje op een mot.



Toch blijft kasselemai qua etymologie een mysterie, enmarriekolf misschien nog wel meer. Ik ben benieuwd of er mensen zijn die in andere talen of dialecten woorden kennen die erop lijken.