Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 28 februari 2013

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 61


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




woensdag 27 februari 2013

Short-list Gouden Boekenuil

Vandaag werd de short-list bekend gemaakt van de Gouden Boekenuil, de belangrijkste literaire prijs in Vlaanderen. Vlaamse en Nederlandse auteurs kunnen meedingen naar de prijs. De auteur die de Gouden Boekenuil 2013 in de wacht sleept, ontvangt een geldprijs van 25.000 euro en een kunstwerk van Philip Aguirre.


De vijf kanshebbers zijn:

Oek de Jong - Pier en oceaan
Arnon Grunberg - De man zonder ziekte
Peter Terrin - Post mortem
Marja Vuijsje - Ons kamp
Tommy Wieringa - Dit zijn de namen

Vanaf vandaag zal ook een lezersjury optreden. Deze jury kiest het beste boek uit de vijf genomineerde titels op de shortlist. Zij delen hun leeservaringen op een discussieforum online. Iedereen, niet enkel de 100 lezers van de lezersjury, kan de meningen op het discussieforum naar waarde schatten en meediscussiëren. De winnaar van de Prijs van de Lezersjury ontvangt 2.500 euro en een pen van Montblanc.

Vakjury en Lezersjury hoeven het niet met elkaar eens te zijn en mogen een verschillende auteur bekronen. Op 4 mei 2013 wordt duidelijk wie er in de prijzen vallen.

Resistent tegen stopwoordjes?

Door Marc van Oostendorp

Ineens besefte ik: er bestaat geen goede theorie over stopwoorden, of in ieder geval ik ken zo'n theorie niet. Waarom gebruiken mensen stopwoorden, maar vooral: hoe kunnen we begrijpen dat sommige stopwoorden ineens ergens opduiken en dan weer in de loop van de tijd verdwijnen. Er zijn allerlei theorieën over de aard en de functie van taal, maar geen ervan kan eigenlijk het fenomeen van het stopwoord verklaren.

Ik was aan het lezen in het aardige nieuwe taalboek Woorden weten alles van de journalist Ludo Permentier. In dat boek staan allerlei stukjes die Permentier de afgelopen jaren over taal schreef voor zijn krant De Standaard, steeds naar aanleiding van een woord. En een van die woorden is eigenlijk.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 60


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




dinsdag 26 februari 2013

Benali Boekt (vanaf 3 maart)

De NTR zendt een nieuwe reeks uit van Benali Boekt. Vanaf zondag 3 maart onderzoekt Abdelkader Benali in zes afleveringen de blijvende invloed van zes klassiekers uit zeer uiteenlopende periodes van de Nederlandse literatuur.

De boeken die worden besproken zijn:
Een hart van steen - Renate Dorrestein
Opwaaiende zomerjurken - Oek de Jong
Jan Rap en z’n maat - Yvonne Keuls
Bint- Ferdinand Bordewijk
De zaak 40 / 61 - Harry Mulisch
Boven is het stil - Gerbrand Bakker

De reeks wordt uitgezonden om 18.50 op Nederland 2. Kijk voor meer informatie op Benali Boekt.

Vacature: '3 PhD positions', Radboud Universiteit Nijmegen (reageren voor 1 april 2013)

Responsibilities
You will work at the research institute for Historical, Literary and Cultural Studies (HLCS) of the Faculty of Arts, starting September 1st 2013. Projects should be in line with one of the institute's research programmes. Preference will be given to proposals that fit within one of the two Humanities research themes, which are called ‘Europe and its Worlds' and ‘Language in Mind and Society' respectively.

More information

Masterclass ‘discourse analysis’ door prof.dr. Dominique Maingueneau (Sorbonne)

Datum: vrijdag 22 maart 2013
Locatie: Bungehuis 1.01, Spuistraat 210, Amsterdam
Tijd: 14.00-17.30 + borrel
Aanmelding: gratis, neem contact op met Eloe Kingma via OSL-fgw@uva.nl

Maingueneau ontwikkelde met behulp van centrale begrippen uit de linguïstiek (zoals enonciationshifters, deiktische woorden,  reported speech) een theoretische invalshoek voor het blootleggen van patronen in teksten die breed inzetbaar is. Zowel journalistieke teksten als preken, zowel literaire teksten als politieke speeches, ieder ‘discours genre’ heeft zijn discursieve  parameters maar ook zijn vertrouwde, door traditie gegroeide en bevestigde ‘ethos’ dat ons inzicht kan geven in achterliggende sociaal-culturele normen en waarden.

Pas verschenen: Hulde aan Helmers. Lofdichten op Jan Fredrik Helmers (1767-1813) ter gelegenheid van zijn 200ste sterfdag op 26 februari 2013. Uitgegeven, ingeleid en toegelicht door Marinus van Hattum. 107 pp. ISBN 978-90-77246-55-9; € 10,00.

Vandaag is het 200 jaar geleden dat de dichter Jan Fredrik Helmers op 45-jarige leeftijd overleed. Dit moment is voor Marinus van Hattum aanleiding geweest om een werk over de nagenoeg vergeten Helmers uit te brengen. Van Hattum promoveerde eerder, in 1994, op een proefschrift over Helmers getiteld Jan Fredrik Helmers (1767-1813). Leven en werk van een Amsterdamse wereldburger. Daarnaast werkte hij mee aan de editie van De Hollandsche natie, die Lotte Jensen in 2009 uitbracht.

Utereg. T.

Door Marc van Oostendorp

Utrecht, dat is de stad die zichzelf Utereg noemt, terwijl Utrechtenaren tegelijkertijd soms enkelt zeggen in plaats van enkel, en brommert in plaats van brommer. De stad waar t's verdwijnen en verschijnen naar believen, althans op het eerste gezicht.

Helemaal lukraak is het toch niet, blijkt uit deze film op Facebook, waarvan de link me is toegestuurd door Weia Reinboud. In de film worden een aantal Utrechters geïnterviewd in de jaren '70. Dat was een spannende tijd in Utrecht – de komst van Hoog Catharijne en de grootschalige sloop van een deel van de binnenstad die daarvoor nodig is, zorgt voor onrust. De stad zal daarna nooit meer hetzelfde zijn. Volgens de makers van een nieuwe documentaire verandert Utrecht 'van een suf provinciestadje in een stad die landelijke aandacht trekt'.

Maar Reinboud viel nog iets anders op. De manier waarop enkele van de vrouwen met hun t's omgaan.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 59


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




maandag 25 februari 2013

De kracht van, en liefde voor taal

door Miet Ooms

Als docent Nederlands voor Anderstaligen probeer ik mij zoveel mogelijk in te leven in de situatie van mijn cursisten. Enerzijds betekent dat voor mij de moeilijkheidsgraad van mijn taal inschatten aan de hand van de moedertaal en de verdere talenkennis van de cursist. Dat is vrij eenvoudig als mijn cursist het Engels, Duits en/of Frans beheerst, dan koppel ik terug naar die talen en zoek ik zo een link. Het is moeilijker als de beheersing van die talen er niet of onvoldoende is en als ikzelf de moedertaal van de cursist niet ken. Dan is het moeilijk om te voorspellen waar de cursist precies problemen zal ondervinden. Ik heb afgelopen weekend bijvoorbeeld geleerd dat het Turks geen onderscheid kent in grammaticale geslachten. Geen wonder dus dat het gebruik van het lidwoorden en de correcte verbuiging van het adjectief in het Nederlands grote problemen voor hen oplevert.

Zoekgids Ewoud Sanders: ‘De digitale schatten van de KB’ nu ook digitaal beschikbaar



Onlangs verscheen, zoals eerder ook in Neder-L was te lezen, een zoekgidsje van journalist en historicus Ewoud Sanders over de ‘digitale schatten’ van de Koninklijke Bibliotheek. Het boekje dient als gids door verschillende webdiensten van de KB, waarbij ook praktijkvoorbeelden gebruikt worden.

Inmiddels is het rijk geïllustreerde gidsje ook digitaal beschikbaar: via de website van de KB is het online te bekijken of te downloaden als pdf.

Die oude Roman had toch gelijk!

Door Marc van Oostendorp.  

Eindelijk, eindelijk weten we waarom tongbrekers moeilijk zijn uit te spreken! Omdat de klanken teveel op elkaar lijken. Wanneer je het persbericht van Nature leest over een artikel dat vorige week in dat gezaghebbende blad verscheen, zou je denken dat er weer iets volkomen triviaals is ontdekt in de laboratoria: 'Sally sells seashells' is moeilijk uit te spreken omdat s en sh dicht bij elkaar liggen. Nee, daar hoef je niemand voor onder de scanner te leggen om het uit te vinden.

Wat het persbericht niet meldt is dat het artikel veel interessanter is dan dat: er is een geheel nieuw soort bewijs gevonden voor een theorie uit 1941 van Roman Jakobson, terwijl inmiddels vrijwel alle taalkundigen aannemen dat die te simplistisch was.

Al lezende in Ogier van Denemerken – 18

Al lezende in Ogier van Denemerken – 18 : Ontzien

Amand Berteloot



Het Germaanse prefix ‘ant-‘ is alleen in het woord ‘antwoord’ in zijn originele vorm bewaard gebleven. In het Nederlands vinden we het meestal terug in de vorm ‘ont-‘, terwijl het Duits gewoonlijk ‘ent-‘ gebruikt. Met dit prefix worden in de regel werkwoorden afgeleid van andere werkwoorden, b.v. ‘ontstaan’ van ‘staan’ of ‘ontdekken’ van ‘dekken’. Soms wordt het ook gebruikt om werkwoorden van substantieven (b.v. ‘ontvlammen’, ‘ontlasten’) of van bijvoeglijke naamwoorden (‘ontheiligen’, ‘ontvreemden’) af te leiden (De Haas & Trommelen 1993, 77-81). De betekenis van ‘ont-‘ of de semantische component die ‘ont-‘ in afleidingen aan het grondwoord toevoegt, is niet makkelijk te definiëren. De etymologische woordenboeken onderscheiden meestal drie verschillende betekenisaspecten: scheiding (zoals in ‘ontlopen’, ‘ontsnappen’), ontkenning (zoals in ‘ontbinden’, ‘onthullen’, ‘ontwikkelen’) en begin (zoals in ‘ontdooien’, ‘ontwaken’; Veen 1997, 616). Elders is sprake van “een aspect van verwijdering, scheiding, ontneming of tegenstelling” evenals “het begin van een handeling” (Philippa 2003-2009, III 459).

zondag 24 februari 2013

Waar kwam het Proto-Indo-Europees vandaan?

Door Viorica Van der Roest

Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology hebben deze week in het blad Frontiers in Psychology geopperd dat de mens (50.000 tot 80.000 jaar geleden) eerder leerde zingen dan praten. Toen het Proto-Indo-Europees (PIE) ontstond, was de mens dat stadium van zingen natuurlijk al lang voorbij. Lange tijd was de consensus, op basis van onderzoek uit de historische taalwetenschap, dat het PIE zo’n 5000 jaar geleden gesproken werd op de steppen in het huidige Oekraïne, ten Noorden van de Zwarte Zee. Van daaruit verspreidde de taalfamilie zich vervolgens over Europa en Azië.

Sinds de publicatie in Science van een recent onderzoek van een groep onderzoekers van o.a. het Max Planck-Instituut en de Auckland University is daar discussie over. Deze groep onderzoekers gebruikte een omstreden methode, om vervolgens te concluderen dat het PIE 9500 tot 8000 jaar geleden aan zijn opmars begon, en niet vanuit Oekraïne, maar vanuit Anatolië (in het huidige Turkije). 

Festival voor het Afrikaans, Amsterdam 13 juni en Den Haag 14-16 juni 2013

Na het succes van de eerste editie in 2011 gaat het Festival voor het Afrikaans in Nederland op herhaling: op 13 juni in De Melkweg in Amsterdam en van 14 t/m 16 juni 2013 in het Theater aan het
Spui in Den Haag.

Ook dit keer weer een sterk programma met veel muziek, toneel en poëzie, alles in het Afrikaans met, waar mogelijk, voorzien van Nederlandse ondertiteling.

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 141-150


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 141-150
(regels 9063-10001)

Verantwoording van de editie

zaterdag 23 februari 2013

Gastcollege Oek de Jong aan Universiteit Utrecht op 28 maart



Oek de Jong zal op donderdag 28 maart 2013 een gastcollege geven aan de Universiteit Utrecht. Het college is getiteld ‘Niet-weten, niet-handelen. Mystiek en literatuur’ en vindt plaats als afsluiting van de door prof. dr. Johan Goud gegeven cursus ‘Religie en zingeving in de Nederlandse literatuur’. Het gastcollege is toegankelijk voor alle belangstellenden.

Lezingen Jelle Reumer



De Historische Uitgeverij maakt melding van twee lezingen van Jelle Reumer, directeur van het Natuurmuseum Rotterdam en auteur van De Mierenmens.

Zondag aanstaande, 24 februari 2013 van 11.00-12.00 uur houdt Jelle Reumer in Amsterdam de Vierde Paradisolezing, getiteld 'De ontwikkeling van het leven'. De Paradisolezingen worden georganiseerd door de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, de VPRO, de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en NEMO. Jelle Reumer is bijzonder hoogleraar vertebratenpaleontologie aan de Universiteit Utrecht.
Meer informatie.

Op dinsdag 12 maart is Jelle Reumer in het Natuurmuseum van Nijmegen te gast. Hij zal er een voordracht houden, getiteld 'Bij de konijnen af': aanvang 20.00 uur.
Meer informatie.

Al lezende in Ogier van Denemerken – 17

Al lezende in Ogier van Denemerken – 17 : De chronologie van Ogier van Denemerken

Amand Berteloot


Is het belangrijk te weten wanneer een werk ontstaan is? Voor literatuurhistorici zeker, daarom stellen we deze vraag hier ook aan de orde. Maar in een geval als OvD, waar de tekst zelf vol onzekerheden zit, is de kwestie nog dringender dan elders. Een voorbeeld voor wat er kan gebeuren als men daar geen rekening mee houdt, hebben we leren kennen in Al lezende 13 (Want si sijn valsc uwe gode). De vervanging van het woord ‘baroen’ in vers 4073 door ‘barren’ in de betekenis “goudbaar” is o.a. ontoelaatbaar omdat de ontlening van ‘baar’ in die betekenis uit het Frans pas in de 18de eeuw heeft plaats gevonden. Het woord kan dus onmogelijk in LuFl’s tekst, laat staan in diens Nederlandse brontekst gestaan hebben. Maar dat is niet de enige keer dat HiWe in de chronologische val loopt. Nog geen 20 regels lager is dat opnieuw het geval. Bij het afscheid van Karahen en Gloriande op het einde van Ogiers Kintsheit nodigen dezen Ogier uit voor een tegenbezoek in Perthie. In de editie-Weddige luiden deze regels als volgt (zoals steeds zonder diacritische tekens):

vrijdag 22 februari 2013

Over Bertus Aafjes, Cees Buddingh' en P. Hoogenboom

                                                                               Door Bart FM Droog

Als je het hebt over het boek in 1942 zullen veel mensen denken aan illegaal drukwerk of juist aan producten uit de naziboekenhoek. Het gros van wat toen verscheen bestond evenwel uit 'normale' boeken. Het was een zeer goede tijd voor de boekenbranche. Boekhandelaren verzuchtten zelfs dat ze door de drukte niet aan hun administratie toekwamen of klaagden dat hun winkel op een warenhuis begon te lijken - al die verkoop! Veel gekker moest het niet worden.[1]

Na een kort ziekbed

Door Marc van Oostendorp

Ik had ter voorbereiding op de komst van de begrafenisondernemer gisterenavond alvast een tekstje geschreven. "Na een kort ziekbed", waren de eerste woorden.

"Daar maken we maar van kortstondig", zei de begrafenisondernemer, een dertiger die al twaalf jaar in het vak zat.

"Nee, dat willen we niet," zei ik, terwijl ik naar mijn tante keek.

Al lezende in Ogier van Denemerken – 16


Al lezende in Ogier van Denemerken – 16 : Zesentwintig verdwaalde verzen

Amand Berteloot


Karel de Grote is er het hart van in dat zijn zoon Charloot Ogiers zoon Boudijn, die als gijzelaar aan het hof verbleef en voor wie Karel de verantwoordelijkheid droeg, heeft gedood. Hij is dan ook bereid Ogier heel ver tegemoet te komen om hem te verzoenen. Drieduizend ridders wil hij naar het Heilige Land zenden om daar levenslang voor Boudijns zieleheil te strijden. De helft van Frankrijk biedt hij hem aan en hij belooft een kapel te laten bouwen, waarin 25 priesters dagelijks 25 missen zullen lezen voor Boudijns zielelafenis. Dit voorstel sluit hij af met devolgende woorden. We geven de tekst zoals steeds weer naar de editie-Weddige, maar zonder de diacritische tekens.

donderdag 21 februari 2013

Nieuwe pictogrammen bij de NS

Door Bas Jongenelen

Vorig jaar mei had ik het over het pictogram dat aangaf dat het verboden is om geen flessen uit het raam te gooien. Pictogrammen zijn handig, omdat niet iedereen E Pericoloso Sporgersi op de juiste wijze weet te interpreteren. Tegenwoordig hebben de Nederlandse Spoorwegen nieuwe pictogrammen die recht doen aan de belevingswereld van de moderne mens.

Laatste gedicht (slot)

Gert de Jager
 
 
In een bos
  
Ik loop in een bos,
de bomen dicht bij elkaar
alsof zij teruggestuurd zijn
om hier te wachten.
 
Daar loop ik,
tussen de bomen,
kom nauwelijks vooruit,
zo veel takken die ik weg moet duwen.

E. du Perron Genootschap: voorjaarsbijeenkomst op zaterdag 11 mei in Den Haag

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de schrijver Louis Couperus (1863-1923) werd geboren. Reden voor het EDPG om aandacht te besteden aan de waardering van E. du Perron voor Couperus en diens werk. Op zaterdag 11 mei zijn we welkom in het sfeervolle Louis Couperusmuseum, Javastraat 17, Den Haag, www.couperusmuseum.org. Het museum is van 12.00-17.00 uur geopend voor bezoekers. Daarom is onze bijeenkomst ditmaal van 16.00-19.00 uur. De eerste lezing - aan Couperus gewijd - is dan ook toegankelijk voor bezoekers van het museum. Als u wat vroeger komt, kunt u eerst het museum bezoeken.

Vacature: onderzoeker/ontwikkelaar op het gebied van taalontwikkeling en taalonderwijs – Expertisecentrum Nederlands



Het Expertisecentrum Nederlands is op zeer korte termijn op zoek naar een

onderzoeker/ontwikkelaar op het gebied van taalontwikkeling en taalonderwijs
(32 uur per week)

Indien ‘als’ te gewoontjes is ... (worsteling met wanneer)


Door Hans Aniba

“Als ik thuiskom na mijn werk, drink ik meestal een glas bier. Als we honger krijgen, gaan mijn vrouw en ik naar de keuken en maken we het eten klaar. Als alles klaar is, dekken we de tafel; we scheppen onze borden vol en beginnen te eten. Als we klaar zijn met eten, ruim ik meestal de tafel af en doe ik alles in de afwasmachine. Als we een paar uur later naar bed gaan, is alles lekker schoon. Als we eenmaal liggen, probeer ik vaak nog wat te lezen, maar meestal val ik al snel in slaap.“

Geen bloedstollend proza – ik geef het toe. Tamelijk lelijk bovendien, met al dat ge-als. Maar volkomen natuurlijk, authentiek en adequaat als beschrijving van iemands avondroutine.

Scriptieprijs Stichting Lezen bekroont onderzoek over relatie tussen lezen en media



De Scriptieprijs Stichting Lezen, die op initiatief van Stichting Lezen Vlaanderen en Stichting Lezen Nederland elke twee jaar de beste afstudeerscriptie over lezen beloont met een geldprijs van 2.500 euro, is toegekend aan Renée Moernaut voor haar scriptie Van volksverheffing tot ‘pretliteratuur’? De evolutie van De Standaard der Letteren tussen 1956 en 2011. Ze diende deze scriptie in bij de masteropleiding Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel.

In haar onderzoek stelt Moernaut één vraag centraal: verandert de informatie over literaire romans in de media doorheen de tijd?

Klankencyclopedie van het Nederlands (28): [ɛ]



door Marc van Oostendorp
] De [ɛ] (van wet) maak je een mond die vrijwel helemaal open is, behalve dat de voorkant van je tong een beetje omhoog gaat: het is een [e] (van weet) met de tong een beetje naar beneden, of de [a] (van water) met de tong iets meer omhoog. Dat is allemaal millimeterwerk, maar voor het oor van een Nederlandstalige klinkt het gigantisch.

Zoals de [ɛ] soms net wat langgerekter is. In een aantal (Franse) leenwoorden, bijvoorbeeld, zoals frêle, beige en (voor veel mensen) au pair. En voor sommige jonge (Nederlandse, Randstedelijke) sprekers voor alle woorden waar die [ɛ] voor een [r] staat:

woensdag 20 februari 2013

In memoriam




En dan 100.000 jaar collationeren.’
 
Piet Verkruijsse
(27 jan. 1943 - 20 febr. 2012)

 

Verdwijnt de dialectologie?

Door Miet Ooms

Vorige week bracht ik nog eens een bezoekje aan mijn oude werkplek, mijn kantoor in de Letterenfaculteit van de K U Leuven en momenteel het dialect- en naamkundearchief. Het deed me pijn te merken hoe vol en tegelijkertijd leeg het was. Vol met dialectologische en naamkundige eindverhandelingen uit een periode van ongeveer honderd jaar, met vragenlijsten uit de eerste helft van de vorige eeuw, microfiches, atlassen, enz. En leeg, omdat er al meer dan een jaar niemand meer zit. De enige die er nu sporadisch komt, is prof. em. Goossens, die ondanks zijn 83 levensjaren naarstig aan het werk blijft.

De plicht van de dichter – Hugo Claus en de politiek




Op 15 maart 2013 verschijnt bij De Bezige Bij – Antwerpen de essaybundel De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek, onder redactie van Kevin Absillis, Sarah Beeks, Kris Lembrechts en Georges Wildemeersch. Ter gelegenheid van het verschijnen van dit boek organiseert het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus op deze dag bovendien een aantal activiteiten op de stadscampus van de Universiteit Antwerpen.

De vergeten taalvaardigheid: luisteren

Door Marc van Oostendorp

Als het evolutionaire doel van taal communicatie was, zegt de psycholoog Geoffrey Miller, zouden mensen enorme oren hebben. Degene die immers het meest te winnen heeft bij de overdracht van informatie is de luisteraar. Gesprekken tussen mensen zouden zo gaan dat mensen zo min mogelijk willen spreken (alleen als het echt de moeite waard is van al die speekselproductie zou je wat zeggen) en iedere keer als iemand toch de stilte doorbrak zouden alle anderen onmiddellijk die grote oren op hem of haar richten om maar geen lettergreep te missen.

Dat is bijna het omgekeerde van vrijwel ieder gesprek dat je over de hele wereld kunt observeren, waar de gemiddelde deelnemer terwijl een ander aan het praten is, hooguit beleefd wacht tot hij zelf weer aan het woord kan komen.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 58


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




dinsdag 19 februari 2013

Verschenen: 'oerboek' van Jan Siebelink

Ter gelegenheid van de 75e verjaardag van Jan Siebelink verschijnt – dertig jaar na dato – zijn allereerste roman Daniël in de vallei als ‘oerboek’. Een oerboek bestaat bij de gratie van het oeuvre dat een auteur naderhand heeft opgebouwd. Het bevat oermateriaal dat nooit in zijn oorspronkelijke vorm is gepubliceerd, maar wél op de een of andere manier in later werk is terechtgekomen. Dat materiaal kan bestaan uit eerste vingeroefeningen, probeersels en kladversies, maar ook uit een min of meer voltooid werk dat nooit werd uitgegeven. Veel schrijvers bewaren dergelijke oermanuscripten om er later nog eens uit te kunnen putten. Zo ook Jan Siebelink. Hij bleek zelfs een complete roman in een la te hebben liggen: Daniël in de vallei. Dertig jaar na dato wordt het alsnog uitgegeven in de Oerboek-reeks, de reeks die is opgezet om onbekend werk te publiceren dat beschouwd kan worden als een sleutel tot het oeuvre van belangrijke Nederlandse schrijvers.

Jan Siebelink, Daniël in de vallei. Samenstelling en redactie Lisa Kuitert en Mirjam Rotenstreich. Amsterdam (De Bezige Bij), 2013.

De redactie van de Oerboek-reeks wordt gevormd door Peter de Bruijn, Daan Cartens, Sjoerd van Faassen, Lisa Kuitert, Mirjam Rotenstreich en Yves T’Sjoen. In de reeks verschenen eerder oerboeken van Hella S. Haasse (2002), Jeroen Brouwers (2006), Mensje van Keulen (2008) en S. Vestdijk (2010).

Meer informatie

Studium Generale Fryslân 2013 over Louis Couperus

In 2013 is het 150 jaar geleden dat Couperus werd geboren. Het Louis Couperus Genootschap heeft 2013 daarom uitgeroepen tot het Couperus Jubileumjaar. Couperus (1863-1923) was in zijn tijd een gevierd schrijver. Zijn romans beleefden vele herdrukken en werden volop vertaald. En nog steeds wordt zijn werk gelezen. Zijn bekendste romans zijn Eline Vere (1889), De stille kracht (1900), Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan… (1906) en De boeken der kleine zielen (1901-1903).

In een lezingencyclus in Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar, wordt de schrijver voor het voetlicht gehaald als exponent van het culturele leven in het fin de siècle.

Programma:
27 februari: Bas Heijne
6 maart: Petra Teunissen-Nijsse, Couperus uit de kast
15 maart: Yme Kuiper, Van oude mensen, de dingen die niet voorbijgaan. Friese kleine zielen in het Den Haag van Louis Couperus.

Plaats: Tresoar, centrale studiezaal, Boterhoek 1,Leeuwarden
Tijd: Zaal open vanaf 19.30 uur
Aanvang 20.00 uur
Prijs € 12,50 voor 3 lezingen, € 5 per lezing
Kaarten zijn verkrijgbaar bij boekhandel De Tille + De Slegte, Ruiterskwartier 173, 8911 BT Leeuwarden. Bestellen kan ook per email: klantenservice.detillle@selexyz.nl

De toekomst van het wetenschappelijke tijdschrift (repliek)


Door Marieke Winkler

We will always look forward, we will not fear innovation

Op 12 februari publiceerde het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift PeerJ zijn eerste artikelen. PeerJ publiceert wetenschappelijke artikelen op het gebied van de Biologie en Medische wetenschappen middels een, volgens de oprichters, compleet nieuw publicatiemodel. Het biedt namelijk een Open Acces platform dat wetenschappelijke, want peer-reviewed, artikelen toegankelijk maakt voor iedereen die mogelijk geïnteresseerd is. De lezer hoeft niet perse medewerker van een universiteit te zijn, noch hoeft hij abonnementskosten te betalen om toegang te krijgen tot de nieuwste vruchten van wetenschappelijk onderzoek. Op die manier hoopt PeerJthe catalyst of change within the system of academic publication’ te zijn.

Marc van Oostendorp signaleert PeerJ op Neder-L en stelt in de eerste zin van zijn signalement dat de toekomst van wetenschappelijk publiceren misschien nu echt begonnen is.

Kankermoer voor kinderen


Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet hoeveel u kunt verstaan van de coupletten van het bovenstaande nummer, uitgevoerd door de jonge Amsterdamse aanstormende rapper Lil Kleine ('de 17-jarige loodgieter'). Ik vind het in ieder geval jammer dat ik nergens een uitgeschreven tekst kan vinden, want ik versta hooguit een enkel fragment ('Ik hoef niks te weten van je holy ghost, ik weet alleen dat ik smoke till an overdose' is het langste aaneengesloten stukje dat ik kan volgen). Maar ik hoor wel dat de tekst op een eigenaardige manier contrasteert met het engelachtige gezicht van de Kleine.

Dat geldt ook voor het refrein. Het enige dat daar enigszins in character lijkt, is het feit dat roken als een bewijs wordt gezien voor het stoere karakter van de zanger:

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 57


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




maandag 18 februari 2013

In Memoriam Frida Balk-Smit Duyzentkunst

Door Wim Klooster

Op 7 februari van dit jaar overleed Frida (‘Fried’) Balk, op 82-jarige leeftijd. Er is mij, jarenlang haar naaste collega, gevraagd dit In Memoriam te schrijven. In de bijna zestig jaar dat wij elkaar kenden, heb ik in uiteenlopende hoedanigheden met haar te maken gehad.

Ik heb bij haar college gelopen, wij werden collega’s in de staf Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, nog weer later werden we collegae proximi (haar leeropdracht luidde ‘Taalkunde van het hedendaags Nederlands’), we werden – zij na mij – voorzitter van de toenmalige Subfaculteit Neerlandistiek, en werkten soms samen als bestuurders van stichtingen en verenigingen. Zij was jarenlang voorzitter van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Het Subfaculteitsvoorzitterschap ervoeren wij als Galahads ‘vreselike sitten’.

Mooie woorden zijn een ziekte

Door Marc van Oostendorp

De onlangs teruggetreden Leidse hoogleraar Jaap Goedegebuure is geloof ik niet een erg polemisch ingestelde persoon. Ik kan me niet herinneren dat er vlammende essays tegen hem geschreven zijn, of dat hij zelf auteurs kwetsend beschreven heeft. Ook in zijn academische carrière heeft hij geloof ik geen grote vijanden gemaakt.

Het is dan voor de buitenstaander (want wat weet ik er eigenlijk van) ook enigszins wonderlijk dat Goedegebuures Leidse collega's nu net Strijd! tot het onderwerp van hun afscheidsbundel gekozen hebben. Maar dat wil niet zeggen dat het geen interessant boek geworden is.

Integendeel. De Nederlandse literatuur bloeide vaak pas op wanneer er een potje geknokt kan worden, misschien omdat chagrijn bij ons vanoudsher de meest geaccepteerde emotie is. Enthousiasme of liefde houd je liever voor je, maar als je pissig bent, zeg je het. Dat laat Strijd! goed zien.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 56


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




zondag 17 februari 2013

Waarom geesteswetenschappen zo moeilijk zijn


Door Marc van Oostendorp

Geesteswetenschappers houden zich bezig met het ingewikkeldste onderwerp dat er is. De natuurwetenschappen gaan over betrekkelijk eenvoudige zaken: natuurverschijnselen die relatief gemakkelijk, met enig experimenteel vernuft, uit hun context te lichten zijn, zodat je abstracte theorieën kunt formuleren die deze vereenvoudigde verschijnselen beschrijven.

Dat de menselijke geest het moeilijkst denkbare onderzoeksgebied is, komt door twee redenen. In de eerste plaats is de geest waarschijnlijk het product van op zichzelf al zeer complexe verschijnselen als het menselijk brein en de menselijke samenleving.

zaterdag 16 februari 2013

Geen jonge wetenschap

Door Marc van Oostendorp


Aan het eind van de negentiende eeuw was het voor veel mensen duidelijk: de taalwetenschap leek van alle geesteswetenschappen het meest op een natuurwetenschap. Een geleerde als Charles Darwin had belangstelling getoond voor de manier waarop je talen in een stamboom kon plaatsen, en die stambomen vergeleken met de evolutie van soorten in de biologie.

Die stambomen hadden de taalkunde dan ook een van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen van die eeuw opgeleverd: dat bijna alle Europese talen konden worden afgeleid van een en dezelfde historische oertaal, het Indo-Europees, die bovendien ten grondslag moet hebben gelegen aan het Perzisch en aan Indische talen zoals het Sanskriet.

Bovendien was er van alles duidelijk geworden over de plaats van taal in het menselijk brein.

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 55


Een schoone ende amoruese historie van

Ponthus ende die schoone Sydonie,

welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.


Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.




vrijdag 15 februari 2013

Webdienst tijdschriften.kb.nl zet 1,5 miljoen pagina’s van 80 tijdschriften uit 1850-1940 online

De Koninklijke Bibliotheek te Den Haag vindt dat alle boeken, kranten en tijdschriften die sinds 1470 in Nederland zijn verschenen, digitaal beschikbaar moeten komen. Er is weer een stap gezet op deze weg, nu de webdienst Tijdschriften 1850-1940 (http://tijdschriften.kb.nl/) vandaag, 15 februari 2013, is gelanceerd.

Een paar oude woorden uit het Huizer dialect


                                                                                                                            Door Viorica Van der Roest

Toen eind jaren vijftig Henk Rebel, alias Haindruk van ’t Noorderainde, op de radio een tekst in het Huizer dialect had voorgedragen, was het commentaar van mijn overgrootmoeder tegen mijn vader: ‘Dat was nijt goeëd. Hij had ’t over een skutteltje, mar ’t most een téëltjen wezen’. Het gevolg van een generatieverschil. Mijn overgrootmoeder was geboren in 1877, Haindruk van ’t Noorderainde zo’n dertig jaar later. In die periode waren er, met de import van nieuwe bewoners, ook nieuwe woorden in het Huizer dialect terecht gekomen. En zo kon de grootste voorvechter van het Huizer dialect in de twintigste eeuw een woord voor schotel gebruiken (wel aangepast aan het Huizer klanksysteem) dat Huizers van een generatie ouder vreemd in de oren klonk.

ëltjen voor ‘schotel(tje)’, wat is dat voor woord? Het blijkt verwant te zijn aan teil, eigenlijk niet gek als je de overeenkomst in vorm tussen beide voorwerpen in gedachten houdt.

Boekenweekgeschenk 1941 - een daad van verzet

                                                                                                                      Door Bart FM Droog

Ter gelegenheid van de boekenweek 1941 verscheen de bloemlezing Novellen en gedichten, samengesteld door Victor E. van Vriesland en Emmy van Lokhorst. Het kwam uit in een oplage van 67.000 exemplaren, en was bestemd voor iedereen die van 1 tot 8 maart 1941 voor fl. 2,50 aan boeken kocht.

Op 27 februari publiceerde de NSB-krant Het Nationale Dagblad een artikel waarin schande wordt gesproken over de aanwezigheid van verzen van 'den Jood Maurits Mok'. Van Vriesland, een van de samenstellers, was ook van joodse komaf. Een nationaal-socialistisch boekhandelaar doet op 28 februari zijn beklag bij de uitgever, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels: "Een mooi gebonden werkje […] om een aantal Jodendichters […] naar voren te kunnen brengen."

H. Lohse, de leider van de met boekencensuur belaste Duitse instantie Referat Schrifttum, is zeer verontwaardigd - let wel - dit speelt in de dagen direct ná de Februaristaking (25 en 26 februari 1941).

The Son of Jood

Door Marc van Oostendorp

Er is nu een maand voorbij sinds ik hier op een koude maandagochtend een stukje tikte over het woord Jood. Twee scholieren hadden me verteld dat ze het woord op school gebruikten (om precies te zijn, een vertelde het; de ander knikte), en op het Meldpunt Taal vond ik iemand anders die het meldde.

Dat was alles wat ik die maandagochtend te melden had. Het was koud en ik heb nog even getwijfeld of de wereld het wilde weten. Wat bleek: dat wilde de wereld! Na The Times of Israel, Al Arabiya en allerlei andere media blijkt het bericht deze week zelfs de nieuwspagina van het tijdschrift Onze Taal te hebben gehaald.

Ik kreeg ook allerlei interview-aanvragen van allerlei radiostations die graag wilden weten hoe het zat.