Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 30 april 2013

Al lezende in Ogier van Denemerken – 19

Al lezende in Ogier van Denemerken – 19 : Vluchtende dieren en vlijtige erwten

Amand Berteloot


Nadat Charloot, de zoon van Karel de Grote, Ogiers zoon Boudijn, die als gijzelaar aan het hof verblijft, na een conspiratorisch overleg met de aartsverraders Macharijs van der Losane, Guweles, Berengier en Hardreit, met een schaakbord de schedel heeft ingeslagen, probeert Karel alles in het werk te stellen om een verzoening met Ogier te bewerkstelligen. Door bemiddeling van Ogiers verwanten is hij bereid Ogier alles te geven wat hij verlangt, behalve zijn zoon Charloot. Ogier wijst dit aanbod af en eist dat Charloot aan hem uitgeleverd wordt, zodat hij hem ter verantwoording kan roepen voor de moord op zijn zoon. Als Karel weigert, laat Ogier hem weten dat hij van nu af aan zowel de zoon als de vader naar het leven zal staan:
Doe tooch dat swert verbolghen seere
Ogier ende sprac: “In ware dinc,
hoet u vort ane vor mi, heere coninc,
dat ghi mi niet te naerre vaert,
want vorwaer wert ghi van mi ghespaert
niet meer dan Charloot, u sone,
die alre boesheit es ghewone
ende die mijn lieve kint slouch doot.”  (5930-5937, reconstructie)

maandag 29 april 2013

The Specificity of Language. A Workshop in Honour of Riny Huybregts

Date/time: June 28, 2013; 12:30-17:00
Location: Drift 25, Room 102, Utrecht [http://goo.gl/maps/7fiEs]
Contact: marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl

What are the properties setting the human language faculty apart from other cognitive capacities? Linguistic research of the past few decades have clarified many aspects of this issue, although many questions still remain to be answered.

 In this workshop, several aspects of the question will be discussed by a number of scholars who have one thing in common: they have worked together with Riny Huybregts, a linguist who has spent an active career in interpreting, explaining and expanding in particular Noam Chomsky's views on these issues. After having worked in the Dutch universities in Utrecht, Tilburg and Leiden, Riny retired recently. This workshop is the way in which his former colleagues want to mark the occasion of his retirement.

Bidden en wensen in de 17e eeuw

Door Marc van Oostendorp 

"Ijck wens,"  schreef een vrouw in de zeventiende eeuw aan haar echtgenoot op zee, "mijn alderlijste man dussent goeden nacht". De taalkundige uit de eenentwintigste eeuw wipt verheugd op uit haar stoel, bijvoorbeeld vanwege dat wens. Ooit had de eerste persoon enkelvoud in het Nederlands de uitgang -e: ik wense. In de loop van de tijd verdween die e ([ə]); inmiddels vind je hem alleen nog in dialecten, zoals in het oosten van Nederland en Oost Vlaanderen.

Hij heeft er eeuwen over gedaan om te verdwijnen. Hoe is dat precies in zijn werk gegaan? Dat is een van de vragen die de promovenda Judith Nobels stelt in het proefschrift dat ze later deze maand in Leiden verdedigt.

Tot voor kort werd zulk onderzoek ernstig bemoeilijkt doordat de onderzoeker weinig meer kon doen dan zelf allerlei gedichten en andere literatuur door te nemen. Daar waren twee problemen mee.

Ideaal

Gert de Jager
 
Een gedicht van Frida Vogels op de kalender van Van Oorschot vandaag. 
 
In dromen is er niet wat er geweest is
ook niet wat had kunnen zijn, maar
een werkelijkheid die men haat; die men eigenlijk wel
eens werkelijk zou willen beleven, om er
in rond te trappen als een paard in een porseleinkast,
maar die, tergend opdoemend, een spel van schimmen blijft
waarin men ook maar als schim meespeelt.
 
Titelloos, zoals alle gedichten in De harde kern 3. Om en nabij de driehonderd gedichten, verdeeld in twaalf afdelingen en voorzien van een datum. Dit gedicht komt uit VII en werd geschreven op 8 december 1966. Een werkelijkheid van Romeinse cijfers en dagtekeningen.

Zelfs dromen zijn bedrog, zou je kunnen zeggen.

zondag 28 april 2013

Seminar: Lezen en leesonderzoek in het digitale tijdperk



Datum: maandag 6 mei 2013
Tijd: 15.00 uur – 17.30 uur
Locatie: Universiteit Utrecht, Kromme Nieuwegracht 80, zaal 1.06 (Stijlkamer Van Ravensteyn)

Door de opkomst van de digitale media is niet alleen het lezen zelf maar ook het leesonderzoek ingrijpend veranderd. Literatuur-, media- en boekwetenschappers doen verwoede pogingen in kaart te brengen wat voor veranderingen het lezen via het beeldscherm, de iPad of de e-reader voor consequenties heeft voor het recipiëren van literatuur, wetenschappelijke teksten en allerlei vormen van informatie. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor leesonderzoek in heden en verleden sterk toegenomen door het beschikbaar komen van gedigitaliseerde bronnen en van elektronische zoek- en analysemogelijkheden.

Op maandag 6 mei worden in een seminar aan de Universiteit Utrecht een aantal van deze recente ontwikkelingen onder de loep genomen. Staan we aan het begin van een leesrevolutie? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er voor (historisch) leesonderzoek? Heeft de materialiteit van de informatiedrager consequenties voor het leesgedrag? Wat is de betekenis van leeservaringen op het internet?

Programma

Pas verschenen: Floor van Renssen – “Lezer, er zijn ook Belgen!”



Op 15 maart 2013 verscheen bij Uitgeverij Garant Lezer, er zijn ook Belgen! Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995), de publieksversie van een proefschrift van Floor van Renssen (docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle). Hierin brengt zij het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart voor de periode 1980 tot 1995.

Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek en uitgeverij laat Van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.

Hierbij komen vragen aan de orde als: Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek? In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de Nederlandse? Zo probeert het boek inzicht te geven in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.

Floor van Renssen: Lezer, er zijn ook Belgen! Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995). Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2013 (Reeks Academisch Literair, nr. 7). 485 pagina’s. Prijs: € 39,90. ISBN: 9789044130096 

De economische mens en de taalkundige mens

Door Marc van Oostendorp 

In het toonaangevende tijdschrift Language verschijnt binnenkort een opmerkelijk artikel over de relatie tussen taalkundige theorie en economische groei. Het artikel van de Engelse informaticus Geoffrey Sampson staat nu al op internet, het is slechts zes pagina's lang en makkelijk te volgen.

Sampson wijst erop dat de economische theorieën over groei in tegenspraak zijn met het mensbeeld dat veel taalkundigen aanhangen. Economen moeten verklaren hoe het kan dat we in de afgelopen decennia wereldwijd almaar groei hebben gezien, ook in gebieden waar de bevolking toenam. Volgens de klassieke economie zou dat niet moeten kunnen: de groei wordt beperkt door de beschikbare grondstoffen, die eindig zijn en zeker bij bevolkingsgroei uitgeput raken.

De oplossing in de moderne economie is aan te nemen dat er een belangrijke grondstof is waarvoor die wet niet opgaat: ideeën.

zaterdag 27 april 2013

Discipline

Gert de Jager
 
Eeuwige roem door in 356 v. Chr. een Artemistempel in brand te steken, een verhaal in Sartres Le mur, een gedicht van Menno Wigman ter gelegenheid van de troonswisseling. Het werd afgelopen woensdag gepubliceerd op het literaire weblog Tzum en op de website van de Slaa. Ik neem aan dat ik het integraal mag citeren. 

Herostratos

Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
Ze naaien mijn gedachten op.
            Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,
            zo hevig en dramatisch dat mijn naam
            in alle kranten komt te staan. 

Een nieuwe spelling voor ‘droog’, ‘eeuw’ en ‘televisie’?


Sprekers van het Fries vinden het vaak lastig om hun taal goed te spellen. Geen nieuws op zich, maar dankzij facebook en twitter komen op een soms aandoenlijke, soms onthutsende wijze ook heel alledaagse schrijfsels in de spreektaal van gewone Friezen aan het oppervlak. Nogal wat Friestaligen blijken elementaire Friese spellingconventies amper onder de knie te hebben. Toegegeven: de Friese spelling ís iets waar je aan moet wennen. De voornaamste reden voor de vele schrijffouten in het Fries zal echter zijn dat de meeste sprekers op school niet of nauwelijks les gehad hebben in (en over) hun moedertaal.

In 2011 kwam het idee voor een Fries ‘Groen Boekje’ op, met als doel om eindelijk eens deugdelijke Friese spellingscontrole te kunnen hebben. Het provinciebestuur gaf de Fryske Akademy opdracht om zo’n standaardwoordenlijst samen te stellen. De lexicografen van de Akademy zijn voortvarend aan de slag gegaan met de bestaande spellingbesluiten en -conventies (de laatste ingrijpende wijziging kwam uit 1979/1980). Geruchten begonnen te circuleren dat er meer op stapel stond dan alleen het vaststellen van wat algemeen als norm geldt.

vrijdag 26 april 2013

Meldpunten malafide uitgeverijen (B & NL)


Naar aanleiding van klachten over uitgeverijen, die structureel de rechten van auteurs schenden, heeft de Vlaamse auteursvereniging (VAV) een centraal meldpunt ingesteld. Bij de VAV zijn meer dan zeshonderd professionele en semi-professionele Vlaamse auteurs aangesloten.

Dat dit meldpunt door de VAV is ingesteld en niet door de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen, wil niet zeggen dat deze problematiek alleen betrekking heeft op Vlaamse uitgeverijen en auteurs. Sterker nog: de uitgeverij die zich te buiten gaat aan de grofste rechtenschendingen is in Nederland gevestigd en geeft vooral werk van Nederlandse dichters uit. Nederlandse auteurs die zich herkennen in de klachten die de VAV meldt:

Onze Taalfout


door Gaston Dorren

Het Nederlandse naamvalssysteem is ongeveer zo actueel en relevant als het Indisch koloniaal recht of dat klassieke kookboek, ‘Heerlycke recepten met dodovleesch en -eiers’. De naamvallen zijn (buiten de voornaamwoorden) niet alleen in onbruik geraakt; wat er nog van over is, wordt niet meer begrepen.
Ter illustratie, om niet te zeggen ten bewijze, wil ik hier het net verschenen meinummer van Onze Taal ter tafel brengen (of ten tonele voeren). Jacco Snoeijer schrijft daarin dat deurwaarders ‘een warme band [hebben] met het multifunctionele voorzetsel te, bij voorkeur te gebruiken in de tweede naamval. Een willekeurige greep levert op: te eniger tijd, te gelegener tijd, ten verzoeke, ten titel (...).’

De grammaticale hype die ik niet verwachtte dat zou komen

Door Barend Beekhuizen 


Minstens even interessant als het koningslied zelf is de nasleep ervan. Ook, nee, zeker voor een taalkundige. In de dagen rond de rel kon je Facebook en Twitter niet openslaan zonder stukjes van de tekst in allerhande vertimmerde vormen aan te treffen. Soms met als voornaamste doel om met het liedje te spotten, soms omdat je er mooi mee kon laten zien dat je ook heus het nieuws wel volgde, terwijl het over iets heel anders ging. Wat vooral opviel was de hoeveelheid mutaties van de roemruchte versregel de dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier, je weet wel, die zin die acht fouten zou bevatten.

Dit soort in het oog springende stukjes grammatica worden wel vaker opgepikt door de creatieve taalgebruiker. Dat moeten we niet willen met z’n allen is de laatste die ik me kan herinneren. Hij werd te pas en te onpas gebruikt, maar hij vertoonde lang niet zoveel variatie als dit epidemische stukje taal in een kleine week heeft laten zien.

Er zijn namelijk heel veel dingen die je wist dat zouden komen: wist je bijvoorbeeld dat je wist dat het shirt, de vertaling, rekening, hoes, wallpaper, dogmatiek, pizza, de economische groei en de kleine burgeroorlog om straatruimte zouden komen?

Treft mij nu een blaam?

Door Marc van Oostendorp 

Het is voor iedereen maar het beste dat ik geen jurist ben. Voor hen tellen woorden zo zwaar – je kunt je niet permitteren de wet verkeerd te interpreteren of een onduidelijkheid te laten staan in een internationaal verdrag. De twijfel zou de hele tijd aan mij knagen. 

Wat betekent het woord 'Nederlands' bijvoorbeeld? Wanneer is een tekst precies in het Nederlands gesteld? In het dagelijks leven kom ik er best uit: een tekst hoeft niet perfect te zijn, en niet eens begrijpelijk, maar als een moedertaalspreker van het Nederlands hem herkent als Nederlands, is hij Nederlands.

Maar hoe moet dat nu als men van rechtswege gaan eisen dat je Nederlands schrijft? Wat zijn dan de grenzen? Stel dat iemand mij voor de rechter zou slepen omdat hij meent dat ik geen Nederlands schrijf, hoe kan ik me dan verweren? Hoe bewijs aan een onwillige dat de letters die hier staan wel degelijk Nederlands zijn?

De kwestie werd gisteren actueel toen Dertien. Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel (is magazine een Nederlands woord?) het bericht plaatste dat Vlaamse ambtenaren alleen in het Nederlands mogen twitteren. Ze mogen zelfs geen berichten in andere talen retweeten (doorsturen via Twitter).

Meteen begon ik me, plaatsvervangend voor de Vlaamse ambtenaar, allerlei zorgen te maken.

donderdag 25 april 2013

‘Weet ú waar de Woordenboekstraat is?’

Door Morries Leeraert

De straten in Arnhems nieuwste nieuwbouw krijgen de volgende namen: Daphnestraat, Ledastraat, Orpheusstraat en Dianaplantsoen. Het zijn (straat)namen van goden, nimfen en mensen-van-durfal, verbonden aan de Metamorfosen van de klassieke Romeinse dichter Ovidius.
Welke ambtenaar heeft dat bedacht? Hoe worden straatnamen gekozen?

Hoe komen straten aan hun naam?
‘Voor het benoemen van straatnamen zijn er weinig vaste regels’, zeggen de ambtenaren zelf in een rapport van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Dat geeft ruimte voor creativiteit, zou je zeggen. Maar er zijn kennelijk ongeschreven regels. Want ruimte voor een Pipi Langkousstraat, een Mammeloestraat, of een Kommastraat, is er niet. De Van Dalestraat – vernoemd naar Neerlands Grote Woordenboeksamensteller bestaat niet buiten het kleine Zeeuwse Sluis, zijn geboorteplaats.

Digitale lessenserie havo/vwo online

Bataven

Nu online: de digitale lessenserie Ware Bataven, ontwikkeld door masterstudenten Ineke van Gelder, Matti Gortemaker en Jolien Brussen onder begeleiding van Feike Dietz. Deze serie presenteert verschillende historische teksten over de Bataafse mythe en laat leerlingen daarmee niet alleen nadenken over historische literatuur, maar ook over thema’s als nationale identiteit en de constructie van nederlanderschap. Ga kijken op www.warebataven.wp.hum.uu.nl.
(bron: website Universiteit Utrecht)

Nogmaals 'doodziek'

Een vragenlijstje

Door Marc van Oostendorp  

Ruim een jaar geleden schreef ik al eens over ons onderzoekje naar de klemtoon in doodziek en zeeziek.  In het laatste bijvoeglijk naamwoord ligt de klemtoon onveranderlijk op het eerste lid (dat geef ik aan met onderstreping):

- Het kind is zeeziek.
- Het zeezieke kind ligt in bed.

Maar bij doodziek is dat anders. Daar ligt de klemtoon soms op het eerste lid en soms op het tweede:

- Het kind is doodziek.
- Het doodzieke kind ligt in bed.


Het werkt vooral wanneer het eerste lid het tweede versterkt: een doodziek kind is heel ziek. Sterker nog bij constructies met versterkers als heel en erg werkt het ook:

woensdag 24 april 2013

Tentoonstelling over Nederlandse militaire boeken in Museum Meermanno



Van 15 juni tot en met 15 september 2013 is in Museum Meermanno in Den Haag de zomertentoonstelling Gewapend met kennis. 500 jaar militaire boekcultuur in Nederland te zien. Aanleiding is de publicatie van het proefschrift Gewapend met kennis van Louis Sloos, conservator Literatuur en bibliothecaris van het Legermuseum in Delft.

De tentoonstelling biedt een overzicht van Nederlandse militaire boeken door de eeuwen heen: van het eerste gedrukte militaire boek in Nederland uit 1473, tot het exemplaar van het Handboek Soldaat van Ridder der Militaire Willems-Orde kapitein Marco Kroon. Deze brede selectie van bijzondere en vaak rijkelijk geïllustreerde boeken wordt aangevuld met objecten, zoals uniformen, wapens en schilderijen uit de collectie van het Legermuseum, andere openbare collecties en particulier bezit.

Wetenschappelijke discussie in het openbaar

Over taalkundige blogs

Door Marc van Oostendorp 

Terwijl in de echte wereld het weblog alweer op zijn retour is, hebben de taalkundigen het medium nu ineens ontdekt. Dat wil zeggen, het is inmiddels alweer tien jaar geleden dat de Amerikaanse foneticus Mark Liberman zijn Language Log begon – maar dat is vooral een populair-wetenschappelijk blog (en de moeder van alle taalkundige populair-wetenschappelijke blogs). 

Het laatste jaar komen er ook weblogs bij waarop wetenschappelijke discussie wordt gevoerd. Faculty of Language, bijvoorbeeld, van Norbert Hornstein, en het weblog van Pieter Seuren, emeritus-hoogleraar in Nijmegen.

dinsdag 23 april 2013

Pas verschenen: Preromantisch classicisme en reactionaire romantiek. Bilderdijks dramaturgie (2012)


Martien J.G. de Jong, Preromantisch classicisme en reactionaire romantiek. Bilderdijks dramaturgie (2012) 614 + 164 p. Boek + Cd-rom ISBN 978-90-72474-86-5
D/2012/0228/1 39,50 euro

Dit boek is een belangrijke bijdrage tot de geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur en dramaturgie in Europese context en het werpt nieuw licht op de veel omstreden figuur van Willem Bilderdijk (1756-1831) als meest geprezen maar waarschijnlijk ook meest verguisde auteur in onze literatuurgeschiedenis.

Verschenen: Syntax of Dutch. Adjectives and Adjective Phrases

De afgelopen vijftig jaar zijn er talloze wetenschappelijke en vaak specialistische werken over grammatica verschenen. In diezelfde periode is echter niet alleen de discussie over grammatica veranderd, maar ook de presentatie van formele structuren en de interpretatie van informatie. Gedegen antwoorden over de structuur van een bepaalde taal zijn daarom niet eenvoudig te vinden. Syntax of Dutch slaagt hier echter uitstekend in.

Klankencyclopedie van het Nederlands (34): [ʃ, ʒ, ɲ, ɕ]


Door Marc van Oostendorp

[ʃ, ʒ, ɲ, ɕ] We zijn nu in de Klankencyclopedie aangekomen bij de klanken waarover je zou kunnen discussiëren: horen ze eigenlijk wel bij de standaard-klankverzameling van het Nederlands? Horen we aan het begin van sjouwen wel een enkele klank [ʃ], of het toch eerder [sj]? En zit er in beige een [ʒ], of is het [zj]? Is het [oraɲə] of [oranjə]? Die t en j in katje wordt die niet eerder uitgesproken als [kɑɕə]?

Wat is het verschil tussen [ʃ] en [s]?

maandag 22 april 2013

Pas verschenen: TNTL (Vol. 130, Nr. 1)



Onlangs verschenen: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 130 (2013), nr. 1. ISSN: 0040-7550. eISSN (online): 2212-0521


Inhoud

Rijksmuseum: Geschiedjuweel


door Jan Stroop

Kijk bij een bezoek aan ’s Rijks museum  in Atrium West ook eens langs de  linkermuur omhoog. Dan zie je een groot  paneel met een interessante tekst.  Er staat:





“Aen d’Amstel en aan ’t Y, daer doet sich heerlijck ope
Sy die, als Keyserin, de kroon draeght van Europe.”
’t Geschiedjuweel, dat blinkt aan dien doorluchten krans
Vindt in dit heiligdom zijn echten wederglans. 

Het Vlaams groeit aan elkaar

Door Marc van Oostendorp 

Als het artikel dat Sarah van Hoof deze maand publiceert in het tijdschrift Nederlandse Taalkunde representatief is voor haar proefschrift, belooft dat een spannend, om niet te zeggen: verontrustend boek te worden.

(Het artikel heet Feit en fictie en haar proefschrift heet ook zo, dus ik neem aan dat het een een samenvatting is van het ander. Maar het is dan een beetje vreemd dat ze dit artikel samen met haar collega Bram Vandekerckhove geschreven heeft én dat het proefschrift helemaal niet in de bibliografie genoemd is.)

Affijn, dat is allemaal natuurlijk niet verbazingwekkend. Maar vreemd en verontrustend is wel wat Van Hoof en Vandekerckhove in dit artikel beschrijven: dat er in Vlaamse tv-series steeds meer tussentaal wordt gebruikt, en steeds minder dialect én steeds minder standaardtaal.

zondag 21 april 2013

Paul Snoek Poëzieprijs 2013 naar Leegte lacht van Tonnus Oosterhoff

                           Door Bart FM Droog

Zojuist is in de Stadsschouwburg Sint-Niklaas voor de zevende maal de Paul Snoek Poëzieprijs van de Stad Sint-Niklaas uitgereikt. Tonnus Oosterhoff kreeg de prijs voor zijn bundel Leegte lacht. Gedichten (2011). De prijs bestaat uit een bedrag van € 4000,-.

Het is overigens de achtste maal dat een naar Paul Snoek vernoemde prijs is uitgereikt. In 1986 ontving de vorig jaar overleden Rutger Kopland de alleereerste Paul Snoekprijs voor zijn bundel Voor het verdwijnt en daarna (1985). Die net iets anders dan de huidige prijs geheten bekroning werd uitgereikt in Brussel door een nog ongeïdentificeerde organisatie. Wat het geldbedrag destijds was is vooralsnog ook onbekend.

Met dank aan J.J. Polllet.

Tachtig jaar Paul Snoek


                                                 Door Bart FM Droog

Als hij zich op 19 oktober 1981 niet met hoge snelheid in een kraanwagen had geboord, op de weg die nu N50 heet, zou de flamboyante dichter/zakenman Paul Snoek dit jaar zijn tachtigste verjaardag gevierd kunnen hebben.

Het heeft niet zo mogen zijn. Daarom wordt dit jaar in Vlaanderen en  Nederland en masse zijn tachtigste verjaardag herdacht. Onder meer middels het nieuwe Paul Snoek-NPE-lemma. Dat toegang geeft tot een online-expositie over al zijn dichtwerken.

De erven Paul Snoek hebben toestemming gegeven tot het plaatsen van zeven gedichten, die door Delphine Lecompte, Andy Fierens en de NPE-redactie geselecteerd zijn.:

Ook een slecht lied verdient een goede criticus

Door Gaston Dorren

Dat het k-lied te slecht geschreven was om de tand des tijds te doorstaan, was meteen al duidelijk – al had ik ook weer niet verwacht dat het zó’n kort leven beschoren zou zijn. Maar bijna even tenenkrommend als het lied zelf was de manier waarop taaladviseur Wim Daniëls gisteravond bij Pauw en Witteman de zwaktes van de tekst wilde aantonen.
Hij begon – uiteraard – met de zin die binnen luttele uren landelijke beruchtheid verwierf, ‘de dag die je wist dat zou komen’. “Daar zitten acht fouten in”, aldus Daniëls. Want die, legde hij uit, moest waarvan zijn en achter dat moest nog hij. Dat is samen kennelijk acht; de andere zes fouten noemde hij althans niet.

Wouter Pieterse krijgt een iPad


Nieuwe aflevering van het spannende misdaadfeuilleton 'De verleden tijd van lijken'.

Door Marc van Oostendorp 

"Goed om te zien, Joop, Femke, Rie, Gerard, Sophia", zei Wouter Pieterse, hoogleraar Financiële Letterkunde en liefhebber van voornamen, "dat jullie er allemaal zijn. Voor jullie ligt een iPad. Die hebben we allemaal gekregen van het faculteitsbestuur, om deze heidagen nog succesvoller te maken!" De medewerkers staarden allemaal beduusd naar het apparaatje dat voor hen lag. Alleen Femke, de postdoc, keek stralend om zich heen alsof zij het faculteitsbestuur zelf op het idee van die iPad had gebracht. 

"Ik heb bovendien Joost gevraagd om hier vanochtend ook aanwezig te zijn om ons een training te geven" zei Wouter, "in het bedienen van de iPad." 

zaterdag 20 april 2013

Penantie

Door Marc van Oostendorp


In het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde staat een artikel van de Utrechtse taalkundige Wim Zonneveld over 'de vroegste geschiedenis van voetbalvocabulair in het Nederlands'. Van alles en nog wat wordt in het artikel belicht: dat goal in de concrete betekenis – de palen waartussen de bal moet worden geschoten – al vrij snel wordt vervangen door doel (en niet door het concurrerende poort, terwijl in Duitsland Tor het wel haalde), maar dat doelpunt langer op zich liet wachten – men zei eerst een tijdje punt.

Ook het woord penalty komt aan de orde. Zonneveld wijst erop dat de klemtoon soms op de middelste lettergreep wordt gelegd en dat dit overeenkomt met een regelmatigheid van het Nederlands: we doen dat immers ook met folklore en detective. Voor een verdere subtiliteit in de uitspraak heeft Zonneveld helaas alleen een voetnoot over:

vrijdag 19 april 2013

Polyfonie

Gert de Jager
 
Een polyfone roman met één hoofdpersonage – dat is Pier en oceaan. Polyfoon volgens de auteur zelf: “Daarom heb ik een polyfone roman geschreven, over individuele levens in verscheidene generaties.” Aldus De Jong in een interview in Vrij Nederland.  Dat er in ruim achthonderd pagina’s doorgaans één stem opklinkt, die van het achter Friese en Zeeuwse dijken opgroeiende personage Abel Roorda, zal iedereen erkennen die de roman gelezen heeft. Ook De Jong doet daar niet moeilijk over. In een ander interview, in NRC Handelsblad, gaat hij in op het autobiografische gehalte van het boek. Pier en oceaan werd geschreven om een tijd te evoceren - de tijd van een jeugd.

Wanneer één stem overheerst in iets wat polyfoon bedoeld is, zou het zomaar eens kunnen dat na achthonderd pagina’s de compositie behoorlijk uit het lood is geslagen. Dat gebeurt niet – het is althans niet mijn ervaring. Met die polyfonie valt het ook wel mee. Met uitzondering van de eerste honderd pagina’s, waarin de lotgevallen van een toekomstig ouderpaar worden beschreven, ligt het perspectief bij het hoofdpersonage. Perspectief is een te magere term. Het personage wordt met al zijn zintuigen de zaken van het leven gewaar, denkt over die zaken na en probeert zich een manier van doen aan te meten.

Vacature: Juniorprofessur Niederländische Sprachwissenschaft


An der Universität Duisburg-Essen ist am Institut für Germanistik der Fakultät für Geisteswissenschaften zum 1. Oktober 2013 eine


Juniorprofessur (Bes.-Gr. W 1) für "Niederländische Sprachwissenschaft"

zu besetzen.

Voraussetzung für die Einstellung sind eine qualifizierte sprachwissenschaftliche Promotion im Fach Niederlandistik sowie ein aktuelles Forschungsprojekt in der niederländischen Sprachwissenschaft.

Constantijn Huygens op dienstreis

Zijn verslag van een tocht naar Eindhoven en Spa, Luxemburg en Meurs, 1654


Op 24 april 2013 verschijnt bij Uitgeverij Verloren in het kader van de Huygens-manifestatie in Den Haag Constantijn Huygens op dienstreis. Zijn verslag van een tocht naar Eindhoven en Spa, Luxemburg en Meurs, 1654. De Leidse hoogleraar Simon Groenveld ontdekte het werk en voorzag het van een uitgebreide inleiding, waarin we nader kennismaken met Huygens, zijn tijd en de omstandigheden.

Kapper! Laat de bomen staan


                                                         Door Bart FM Droog

Paul van Ostaijen beschreef zijn dichtwerk als 'goede konfektie', 'vlot geschreven en vlot gerijmd'. Albe zag er 'de heldere weerklank van een eenvoudige maar persoonlijke belijdenis' in terug. De dichter werd onderscheiden met onder meer de Nijverheidsmedaille 2de klas. Na zijn dood deelde men meer dan negenhonderd doodsprentjes uit. In Erembodegem, Halle en Elsene werden straten naar hem vernoemd. Maar zijn gedichten zijn uit het collectieve blikveld verdwenen: Fons van de Maele (1874-1938) kan met recht een vergeten dichter genoemd worden.  

Jurgen Eissink haalde zijn werk van de vergeetplank en koos voor Van Maele's Nederlandse Poëzie Encyclopedie-lemma het gedicht 'De plicht' uit - een gedicht uit 1917. Rond 1924 schreef Van de Maele:

                                  'Kapper! Laat de bomen staan
                                  Langs de baan!
                                  Laat ze staan met tak en blad,
                                  'k heb hen steeds zo liefgehad!'

Dit is niet alleen een zeer vrije bewerking van Herman Gorters bekende gedicht 'Zie je ik hou van je', maar ook een vers dat tweeënnegentig jaar vooruitloopt op de bloemlezing Kastanjegedichten.

Bron afbeelding: Dirk Meert, 'Alfons van de Maele, werkman-dichter'.  Meert Genealogie, c. 2004.
 http://users.skynet.be/meertgenealogy/foto_bestanden/pages/maele.htm

Het Koningslied is een populistisch lied


Door Marc van Oostendorp 


Bent u al aan het oefenen op het nieuwe 'Koningslied' dat we op 30 april allemaal moeten gaan zingen? Er valt enorm veel uit te leren over wat het Nederlanderschap aan het begin van de 21ste eeuw betekent.

Muzikaal is het een allegaartje dat de laatste jaren steeds uit de kast wordt gehaald als de nationale eenheid benadrukt moet worden: een zoete melodie die doet herinneren aan musicals en dan wat rap erdoorheen, omdat dit iets moet zijn voor jongeren en multiculturaliteit. Al een jaar of twintig is rap de jongerenmuziek bij uitstek, bij sommige van de rappers die je hoort in het Koningslied zijn de eerste grijze haren al een paar jaar geleden weggespoeld.

Maar het gaat mij natuurlijk om de tekst. Die is een schatkamer van modern Nederlanderschap.

donderdag 18 april 2013

Pas verschenen: De duizendvoudige tong.


Op 17 oktober 2013 is het 115 jaar geleden dat Simon Vestdijk in Harlingen werd geboren. En in april van dit jaar is het 40 jaar geleden dat de eerste Vestdijkkroniek verscheen. In die tijd zijn er meer dan 120 nummers verschenen en is het tijdschrift uitgegroeid tot een belangrijke bron voor de Vestdijkstudie. Wat heeft 40 jaar Vestdijkstudie opgeleverd? De huidige hoofdredacteur van de Vestdijkkroniek, Wilbert van Walstijn heeft 20 artikelen uit alle jaargangen geselecteerd om een goede impressie te geven van Vestdijk, de auteur die volgens literair-criticus Jeroen Vullings ‘als literair ijkpunt zou moeten dienen’.

woensdag 17 april 2013

Een avond met prijswinnende auteurs

Ontmoet literair talent tijdens een avond met interviews en voordrachten in de UB. Op 1 mei 2013 presenteert de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de recent door haar bekroonde auteurs Kira Wuck en Gita Deneckere.

Elk jaar kent de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een aantal prijzen toe aan talentvolle schrijvers om de beoefening van de Nederlandse taal, letterkunde en geschiedenis te bevorderen. Dit jaar zijn de stimuleringsprijs (Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs) en de biografieprijs (Henriëtte de Beaufort-prijs) toegekend, respectievelijk aan Kira Wuck en Gita Deneckere.

Überfijne tijd in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp

2013 moet het jaar worden van het Gruuthusehandschrift, die grote schat aan vooral liedteksten uit het jaar 1400. Binnenkort verschijnt er een wetenschappelijke editie van Herman Brinkman, momenteel is er in Brugge een tentoonstelling, en er is nu ook een mooi uitgegeven en geïllustreerde selectie, ook van Brinkman, van teksten uit het handschrift, met vertalingen van Maria van Daalen.

Met die vertalingen is iets wonderlijks aan de hand. Ze zijn in een wel heel populaire toon gesteld. Neem de volgende regels:

Adieu, adieu, gheselscap al,
mi ic u verbiede!
God kent die weet, waer henen sal.
Of ic van u sciede,
dochtic onder liede.

Van Daalen maakt daar, schokkend van:


dinsdag 16 april 2013

Nieuw nummer Over taal (jrg. 52, nr. 2)

Op 21 maart, de Internationale Dag tegen Racisme, werd tijdens een manifestatie in Gent (een stad met ruim 160 nationaliteiten, waaronder driekwart Turken) het woord allochtoon‘symbolisch ten grave gedragen’. Initiatiefnemer was de Gentse schepen van Gelijke Kansen Resul Tapmaz. Alsof je woorden kunt begraven ... Je kunt woorden pas begraven als ze een natuurlijke dood zijn gestorven, dat wil eenvoudig zeggen: als ze niet meer gebruikt worden. En dat kun je amper beweren van het woord allochtoon. Daarnaast staat de gemeenplaats als zou taal het ‘denken’ bepalen, in de wetenschap al langer onder vuur.

Maar dat zijn niet de enige twee taalkronkels, en niet de enige twee taalkundige bevindingen waar in de discussie aan voorbij gegaan wordt. Op zijn minst nog twee belangrijke (communicatief-)linguïstische wetmatigheden kunnen wat stof brengen in de (termen)discussie. De ene werd geformuleerd door de taalfilosoof Herbert Paul Grice, de andere door de cognitiewetenschapper Steven Pinker.

De ‘Taalkronkel’ van Filip Devos staat te lezen in het nieuwe nummer van Over taal en ook op www.overtaal.be.

Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed

In samenwerking met het Letterkundig Museum brengt het Nationale Toneel de roman Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch tot leven. Met dit meesterstuk schreef Harry Mulisch een roman over daders en slachtoffers in tijden van oorlog. Als Amerikaanse gevechtspiloot nam Norman Corinth deel aan het bombardement op Dresden. Elf jaar later keert hij terug naar de plek des onheils.

Vanaf 28 mei is de voorstelling Het stenen bruidsbed te zien in de theaters. Het Letterkundig Museum en het Nationale Toneel brengen samen ook een reeks aan verdiepende activiteiten. Van interviews en themamiddagen tot nabesprekingen met gastsprekers, acteurs en de regisseur. Ook ontwikkelen de instellingen een gezamenlijke educatieve website die de bezoeker onderdompelt in het verhaal van Het stenen bruidsbed en confronteert met thema's als macht en moraliteit, goed en kwaad. De voorstelling speelt eerst exclusief twee weken in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag (tot en met 15 juni) en vanaf september door het hele land.


Meer informatie:
Het Nationale Toneel
Letterkundig Museum1
Letterkundig Museum2
Making of

Socrates geeft een weblecture

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik binnenkort een presentatie moet geven over het inzetten van internetvideo's voor het onderwijs, heb ik de afgelopen dagen een beetje gebladerd op sites zoals weblectures.nl. Ik ben geïnteresseerd in het onderwerp, maar ik word peilloos treurig als ik teveel zinnen moet lezen als 'Een goed onderwijsontwerp, dus ook van weblectures, is 'aligned': er is een nauwe samenhang tussen beoogde leerdoelen, de leeractiviteiten waarmee die bereikt moeten worden en de feedback op en de toetsing van het leerproces.' Net zoals ik het al snel heel benauwd krijg als ik naar figuren als de bovenstaande moet kijken (toelichting: 'Deze infographic laat zien hoe een goede onderwijskundig ontwerp (het ondergrondse deel) vormgeeft aan verschillende vormen van weblectures (de plant).')

Het probleem is: je hoort in dat soort zinnen niet het krijtje over het schoolbord gaan, je hoort de monotonie van de vergadertafel, het vertrouwen van deskundigen dat het allemaal goed komt als je maar een 'model' maakt en dit met een fijne infographic illustreert.

maandag 15 april 2013

Vacature: Doctoraatsbursaal FWO/UGent (tot 31 mei 2013

Jan Dumolyn (Vakgroep Geschiedenis, UGent) zoekt een doctoraatsbursaal voor het FWO-onderzoeksproject ‘Réécriture en Ideologie in de Excellente Cronike van Vlaanderen-traditie’.

Het gaat over een periode van 2,5 jaar, die we met één jaar zullen proberen te verlengen door middel van extra financiering, opdat een volwaardig doctoraat (op A1-artikelen) zou kunnen worden afgewerkt. Het project wordt mede begeleid door Johan Oosterman (Radboud-Universiteit van Nijmegen) en leidt in beginsel tot een joint-PhD aan beide universiteiten.

Vacatures: Postdoc Middelnederlandse literatuur (Universiteit Utrecht of Universiteit Antwerpen)


De Universiteit Utrecht zoekt voor het onderzoeksproject (samenwerking FNO-NWO) 'De gedaanteverandering van de Middelnederlandse verhalende literatuur in de eerste decennia van de boekdrukkunst’ een



Postdoc Middelnederlandse literatuur (1,0 fte)




Functie


Het project bestudeert 35 boeken die gedrukt werden in de vroege periode van de boekdrukkunst (1477-c.1540). Hoewel deze uitgaven met verhalende Middelnederlandse teksten slechts een gering deel van het totale aantal drukken in de eerste decennia van het gedrukte boek vormen, is hun belang voor de geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de Lage Landen groot. Zij vormen de cruciale schakel tussen de middeleeuwse verhalen die in handschriften bewaard gebleven zijn en de vroegmoderne verhalen die gedrukt werden na het midden van de zestiende eeuw. De ontwikkeling van handschrift naar druk heeft het karakter van deze teksten diepgaand beïnvloed. 

Studiedag De dichter-editeur


Op 26 april 2013 organiseren de Universiteit Gent (Vakgroep Letterkunde-Afdeling Nederlands), Poëziecentrum (Gent) en Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL, Gent) de studiebijeenkomst met als titel Dichter-editeur

Niet alleen tekstediteurs, die al dan niet wetenschappelijk geschoold zijn, ook schrijvers zelf hebben het literaire werk van andere schrijvers bezorgd en gepresenteerd als een teksteditie. Deze tekstuitgaven kunnen op diverse wijzen worden gelezen: de constitutie van (een postume editie van) een dichtwerk kan onder meer poëticaal, literair-sttategisch, literair-institutioneel en zelfs biografisch worden gelezen. Het gaat in dit geval niet over 'zelfbloemlezingen' maar wel over schrijvers die poëzie van anderen bloemlezen en/of editeren.

De ‘clausiaanse’ handgreep. Hugo Claus en de literaire vertaling

Donderdag 18 april 2013, 13-17u.
Vakgroep Letterkunde - Universiteit Gent i.sm. AOG Literatuur in vertaling en het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus
Locatie: Auditorium, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18, Gent.
Aanmelden voor de studiedag bij Linde.DePotter@UGent.be

De ‘duivelskunstenaar’ Hugo Claus verzorgde, naast zijn eigen ‘origineel’ werk, heel wat verschillende soorten vertalingen – of hertalingen – van gedichten, proza en theater. De postuum verschenen bundel poëziebewerkingen Dichterbij (2009), de prozabewerking Verroeren (naar Samuel Becketts Stirrings Still, 1992) en Onder het Melkwoud (1957) naar Dylan Thomas’ toneelstuk Under Milk Wood zijn slechts enkele voorbeelden hiervan. Niettemin is in de Clausstudie vooralsnog weinig aandacht besteed aan de wijze waarop de vertaler (of hertaler) tewerk ging. Publicaties als het themanummer ‘Claus, vertaler pur sang’ uit 2008 van Filter en Het teken van de ram. Bijdragen tot de Clausstudie, waarin vertalingen van de auteur gepubliceerd en/of bestudeerd worden, vormen hierop een eerder zeldzame uitzondering.

De reis van Sint Brandaan

Door Bas Jongenelen

Het verhaal van de Ierse abt Brandaan die een zeereis onderneemt en allerlei vreemde dingen meemaakt, was populair in de Middeleeuwen. Het verhaal van de Ierse abt Brandaan die een zeereis onderneemt en allerlei vreemde dingen meemaakt, is populair in onze tijd. De afgelopen jaren zijn er diverse boeken uitgegeven met als titel De reis van Sint Brandaan, zoals deze en deze. Sinds kort is er een nieuw boek bij met die titel. Verwarrend, dat wel, maar hoe zou je een boek met als titel De reis van Sint Brandaan anders moeten noemen?

Rucola

Nieuwe aflevering van het spannende misdaadfeuilleton 'De verleden tijd van lijken'.

Door Marc van Oostendorp 

Terwijl professor Pieterse aan zijn postdoctorale onderzoekster Femke probeerde uit te leggen dat er helemaal geen strategie hoefde te worden uitgedacht voor de aanstaande heidagen, omdat er helemaal geen onenigheid te verwachten was, zat Rie Veld een kamer verderop na te denken over wat ze die avond zou gaan eten. Liefst iets met rucola.

Veld was universitair hoofddocent en haar specialisatie was Geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800. Ze was de enige ter wereld met die specialisatie en dertig jaar geleden, aan het begin van haar carriere, had haar dat wel een eens wat benauwd: nooit een congres over haar vak, nooit een tijdschrift waarin ze kon publiceren, en vrijwel nooit een student die nu eens een scriptie bij haar wilde schrijven. Dat had er ongetwijfeld mee te maken dat de neerlandistiek als georganiseerd vak pas in de 19e eeuw was opgekomen, maar waren er voor die tijd soms geen voorgangers geweest? Nou dan!

zondag 14 april 2013

In memoriam Jan van Donselaar


Door Nicoline van der Sijs 

Op vrijdag 12 april 2013 is Jan van Donselaar op 85-jarige leeftijd overleden. Jan heeft zijn werkzame leven als bioloog aan de Utrechtse universiteit gewerkt. Taalkundigen kennen hem echter van een heel andere kant, namelijk als de grote specialist op het gebied van het Surinaams-Nederlands en de talen in Suriname.

Zijn fascinatie voor het Surinaams-Nederlands ontwikkelde hij tijdens het werk aan zijn proefschrift. Voor dit proefschrift, An ecological and phytogeographic study of northern Surinam savannas, dat in 1963 verscheen, deed Jan met zijn echtgenote Lies veldwerk in Suriname. Hij hield er een levenslange liefde voor dit land aan over. Hij verzamelde tijdens zijn verblijf niet alleen gegevens over de plantenwereld, maar ook alles wat hem opviel aan woorden, betekenissen, klanken en woordcombinaties van het Nederlands zoals dat in Suriname werd gesproken. En zo werd hij de eerste die een systematische en wetenschappelijke beschrijving aanlegde van de verschillen tussen het Europees-Nederlands en het Surinaams-Nederlands.