Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 31 juli 2013

De Parelduiker 2013/3: Jan Eijkelboom, de lange aanloop naar het debuut



Op 4 augustus 2013 (aan de vooravond van de Deventer Boekenmarkt) verschijnt bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen het nieuwe nummer van De Parelduiker, tijdschrift over schrijvers en literatuur.

Centraal in dit nummer staat schrijver/dichter Jan Eijkelboom, die pas op zijn 53ste debuteerde. Kees van ’t Hof, vorig jaar bezorger van Eijkelbooms Verzamelde gedichten, schetst de lange aanloop naar het debuut Wat blijft komt nooit terug, in 1979. Socioloog en oud-studiegenoot Joop Goudsblom haalt herinneringen op aan zijn jaren met ‘Eijk’, toen ze samen in Propria Cures zaten en Tirade oprichtten.

Verder in dit nummer:  deel 3 van literair Oegstgeest, nieuwe rubriek: Berliner Beobachter, Bertus Aafjes in Rome, Athene en Egypte, een stripbiografie van Kurt Schwitters en het huwelijk van Raymond Brulez.


De Parelduiker 2013/3. 72 pagina’s. ISBN:  978 90 5937 342 6. Prijs: € 12,50

Rijckaert zonder Vreese : hoofdstuk 3


Een schone ende wonderlijcke historie van

Rijckaert zonder Vreese,

sone van Robrecht de Duyvel, hertoghe van Normandien,
die door sijne kloecke daden ende voorsichticheyt
koninc van Enghelandt wert. 

Zeer genuechlijcken ende zeltsaem om lesen.

Van nieus uut de Fransoysche in Nederlandtsche tale overgheset.

Tot Antwerpen,
by Hieronimus Verdussen,
Anno 1619.



dinsdag 30 juli 2013

Rijckaert zonder Vreese : hoofdstuk 2


Een schone ende wonderlijcke historie van

Rijckaert zonder Vreese,

sone van Robrecht de Duyvel, hertoghe van Normandien,
die door sijne kloecke daden ende voorsichticheyt
koninc van Enghelandt wert. 

Zeer genuechlijcken ende zeltsaem om lesen.

Van nieus uut de Fransoysche in Nederlandtsche tale overgheset.

Tot Antwerpen,
by Hieronimus Verdussen,
Anno 1619.



maandag 29 juli 2013

Als De Schutter dat geweten had, of zou geweten hebben...



door Jan Stroop


Georges de Schutter betoogt in zijn artikel ‘De werkwoordelijke eindgroep en nog steeds geen einde?’ dat metrum en ritme belangrijke factoren zijn bij de keuze van de volgorde in de werkwoordsgroep. ’t Is een artikel dat zich niet leent voor lezing bij hoge temperaturen. Marc van Oostendorp geeft er in zijn blog de essentie van weer: we zeggen liever gelopen had dan had gelopen, omdat de eerste volgorde beter klinkt. Dat laatste vind ik ook, maar de vraag is of dat ‘klinken’ wel uit dit onderzoek geconcludeerd mag worden. De Schutter baseert zich namelijk op geschreven taal, een roman van Hella Haasse en teksten uit twee Vlaamse kranten (Knack en De Standaard) van journalisten die beide volgordes door elkaar gebruiken, de rode (had gelopen) en de groene (gelopen had) volgorde. Zo heten ze nu eenmaal, sinds ze met die kleuren door Anita Pauwels op haar dialectkaarten weergegeven werden.

Rijckaert zonder Vreese : hoofdstuk 1


Een schone ende wonderlijcke historie van

Rijckaert zonder Vreese,

sone van Robrecht de Duyvel, hertoghe van Normandien,
die door sijne kloecke daden ende voorsichticheyt
koninc van Enghelandt wert. 

Zeer genuechlijcken ende zeltsaem om lesen.

Van nieus uut de Fransoysche in Nederlandtsche tale overgheset.

Tot Antwerpen,
by Hieronimus Verdussen,
Anno 1619.



Rijckaert zonder Vreese als feuilleton in Neder-L


Toen in 1951 de handelseditie verscheen van Luc. Debaenes De Nederlandse Voksboeken, was er geen oudere druk van Rijckaert zonder Vreese bekend dan die van Hieronimus Verdussen, Antwerpen 1619. E. van Autenboer noemt in ‘Onbekende drukken van volksboeken en andere duutsche werken in 1569’, in: Leuvensche bijdragen, 45 (1955), p. 134-145, een verloren gegane Antwerpse druk uit of van vóór 1569: nr. 103: Ryckaert sonder bieese [sic], een historie. Helaas moet deze druk als verloren beschouwd worden.
     Rijckaert zonder Vreese is de Nederlandse vertaling van een Franse prozaroman, Richard sans Peur, geredigeerd door Gilles Corrozet. De oudste bekende druk is die van Pierre Mareschal en Barnabé Chaussard, Lyon s.d. Vanaf ca. 1530 wordt de roman ook te Parijs herdrukt door Alain Lotrian en Denis Janot. Deze drukken zijn digitaal (nog) niet beschikbaar, wel een herdruk Barthelemy Ancelin, Lyon 1601. Onlangs vond ik deze druk in facsimile op Gallica, de website van de Bibliothèque nationale de France.
     Met de digitale publicatie van deze druk kan de Nederlande vertaling effectief met de Franse brontekst vergeleken worden. De editie van de roman door Denis Joseph Conlon, Richard sans Peur. Edited from Le Roman de Richart and from Gilles Corrozet's Richart sans Paour, Chapel Hill 1977, is hiervoor minder geschikt.

zaterdag 27 juli 2013

Museum Meermanno opent speciale zaal voor bijzondere boekvormen



Museum Meermanno heeft een nieuwe tentoonstellingszaal geopend, speciaal voor bijzondere boekvormen. Belangrijk onderdeel hiervan is de Bibliotheca Thurkowiana Minor, een miniatuurbibliotheek met 1515 miniboekjes van Guus Thurkow (1942-2011), uitgegeven onder de naam ‘The Catharijne Press’, die vorig jaar werd verworven door het museum.

In de nieuwe zaal op de tweede verdieping van het museum zijn naast een selectie bijzondere uitgaven van de Catharijne Pers, enkele hele vroege voorbeelden van miniatuurboekjes te zien uit ca. 1800. Ook worden er boekjes getoond die in het teken staan van de tentoonstelling ‘Gewapend met kennis’, die t/m 15 september 2013 te zien is in het museum. Tot slot is er een vitrine ingericht met  bijzondere miniatuurkinderboekjes. In de toekomst zullen er steeds wisselende verzamelingen bijzondere boekvormen getoond worden in deze zaal.


vrijdag 26 juli 2013

Scriptieprijs Tiele-Stichting 2013


In 2013 schrijft de Dr. P.A. Tiele-Stichting weer een prijs uit voor de beste scriptie op het gebied van de boekwetenschap. De Tiele-Stichting wil de wetenschap van het boek in al haar aspecten bevorderen. Zij doet dit door middel van leerstoelen, wetenschappelijk onderzoek, wetenschappelijke publicaties, symposia, lezingen etc. en sinds 2007 door het bekronen van opmerkelijke scripties.
 
Deelname staat open voor iedere studerende aan een WO- of HBO-opleiding in Nederland. De scriptie moet gereed gekomen zijn in het academisch jaar 1 september 2012 - 1 september 2013 en door de onderwijsinstelling aanvaard zijn. Reeds gepubliceerde scripties komen niet in aanmerking. De taal van de scriptie is Nederlands of Engels.
De jury bestaat uit drie personen: dr. Sandra van Voorst (voorzitter), universitair docent Moderne Letterkunde, Kunstsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen; Erik Geleijns, informatiespecialist Bijzondere Collecties in de Koninklijke Bibliotheek; en dr. Boudien de Vries, universitair hoofddocent Sociale Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
 
Voor de beste inzending looft de Tiele-Stichting € 1.000,- uit. Daarnaast streeft de Tiele-Stichting ernaar om in overleg met de auteur de scriptie te (doen) publiceren in een passend vakblad, op internet of als afzonderlijke publicatie. De stichting wordt daartoe gesteund door het Frederik Mullerfonds, dat een subsidie van maximaal € 1.000, - beschikbaar stelt. De sluitingsdatum voor de inzending is 1 oktober 2013.
 
Inlichtingen over de scriptieprijs zijn te verkrijgen bij Maaike Napolitano, coördinator van de Dr. P.A. Tiele-Stichting, e-mail: info@tiele-stichting.nl, website: www.tiele-stichting.nl.
 
De scriptie dient in papieren vorm in tweevoud te worden gestuurd naar:
Jury Scriptieprijs Dr. P.A. Tiele-Stichting
p/a Koninklijke Bibliotheek
Postbus 90407
2509 LK Den Haag
Daarnaast dient de scriptie als een PDF- of Word-document via e-mail gezonden te worden aan info@tiele-stichting.nl.

 

Ik wou dat ik twee hondjes


Nieuwe ontwikkelingen


Door Bart FM Droog


Tot enkele dagen geleden dacht men dat Spleen (een van de bekendste Nederlandse gedichten uit de 20ste eeuw, aan Godfried Bomans (1913-1971) toegeschreven maar door Michel van der Plas (1927-2013) in of vóór 1954 gemaakt) een variatie was op het Duitstalige gedicht Ballade der großen Müdigkeit van de Oostenrijkse schrijver Friedrich Torberg (1908-1979). De slotregels van Torbergs 68-regelige poëem luiden:

ich möchte gern zwei kleine Hunde sein
und miteinander spielen.

In Spleen is het:

Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

Het overlijden van Michel van der Plas bracht historicus Jan Dirk Snel ertoe om "Ik wou dat ik twee hondjes was" in het Historisch Krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek na te zoeken. Daar vond hij tot zijn grote verrassing een bericht in het Algemeen Handelsblad van 29 april 1929 waarin dít voorkwam:

‘Verzuchting van een vijfjarigen knaap: “Ik wou, dat ik twee hondjes was, dan kon ik met elkaar spelen.”’

Pas verschenen: Ecrire la grammaire italienne aux Pays-Bas

 

​​Onlangs verscheen van de hand van de romanist Minne G. de Boer de bundel Ecrire la grammaire italienne aux Pays-Bas. Dit boek was oorspronkelijk bedoeld als een verzameling van De Boers verspreide artikelen rond de Italiaansche Spraakkonst van Lodewijk Meijer uit 1672. Lodewijk Meijer (1629-1681), vriend en huisarts van Spinoza, directeur van de Amsterdamse Schouwburg en de ziel van een Fransgezinde academie, die zich ook met grammatica bezig hield, zag zijn Spraakkonst als een geleerd werk, waarin hij de algemene taalkunde wilde toepassen op het Italiaans.

Vacatures Universiteit Antwerpen: twee doctoraatsbursalen

Aan het departement Taalkunde van de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de Universiteit Antwerpen zijn twee vacatures voor een doctoraatsbursaal (100%).

Meer informatie op:

Solliciteren voor deze vacatures kan tot en met 11 augustus 2013.

 

Dode bomen omhakken

Ook de Rotterdamse bibliotheek wordt vernield door een manager

Door Marc van Oostendorp

Nu is ook de bibliotheek van Rotterdam in handen gevallen van een manager. Gisteren stelde hij zichzelf voor in een interview met NRC Handelsblad: Gert Staal, afkomstig uit het bedrijfsleven, en aldaar 'gespecialiseerd in innovatiemanagement'. Het lijkt me het einde van die ooit zo mooie bibliotheek.

Van boeken houdt hij in ieder geval niet, meneer Staal. 'Dode bomen', noemt hij het, heel grappig en hij maakt er geen geheim van dat hij al die boeken wil omhakken. Hij wil in het centrale pand in de Hoogstraat een 'reisbureau' vestigen, en 'horeca' en andere 'nieuwe activiteiten met culturele partners'. En o wat is hij 'innovatief'. En o wat staat hij te popelen om zijn moderne managershanden uit zijn moderne managersmouwen te slaan om alle boeken die nu de ruimte bevatten voor al die prachtige activiteiten eigenhandig weg te gooien.

Professor van Winterprijs 2013 voor Boudien de Vries

De Professor van Winterprijs wordt elke twee jaar uitgereikt voor het beste boek op het terrein van de lokale en regionale geschiedenis. Het gaat om boeken met een bovenlokaal en wetenschappelijk belang. Het prijsbedrag van 3500 euro wordt ter beschikking gesteld door het Prof. Van Winterfonds.
 
In 2013 zal de Professor van Winterprijs 2013 zal worden uitgereikt aan Boudien de Vries. De jury verkoos haar boek Een stad vol lezers. Leescultuur in Haarlem in de negentiende eeuw (Uitgeverij Vantilt) unaniem tot prijswinnend boek. Uitreiking zal plaatsvinden in het najaar van 2013.

donderdag 25 juli 2013

Pas verschenen: Indische Letteren (Vol. 28, nr. 2 – Themanummer Hella S. Haasse)



Onlangs verscheen bij Uitgeverij Verloren het juni-nummer 2013 van Indische Letteren. Deze aflevering is geheel gewijd aan Hella S. Haasse, die in september 2011 overleed.


Inhoud
Redactioneel  
Patricia de Groot, Hella S. Haasse of De rol van de verbeelding  
Kees Snoek, Nederlands-Indië in het werk van Hella S. Haasse. Een speurtocht naar identiteit en het beeld van de Ander  
Olf Praamstra, Voor de tweede keer verbannen. Hella S. Haasse en de Indische gemeenschap  
Pamela Pattynama, Java is mijn innerlijk landschap. Interview met Hella Haasse  
Esther ten Dolle, Schaken met Diponegoro. Een vergeten toneelstuk over een vergeten vrijheidsstrijder

Indische Letteren 28 (2013), afl. 2 [Themanummer Hella S. Haasse]. 80 pagina’s. ISBN: 9789087043704. Prijs: € 12,50

woensdag 24 juli 2013

Pas verschenen: Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876



Het Meertens Instituut heeft onlangs het Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876 uitgegeven. Het boek bevat 2100 woorden en vaste verbindingen met hun betekenis en informatie over bijvoorbeeld etymologie en leenwoorden.

In 1667 veroverden de Nederlanders Suriname op de Engelsen. Het Nederlands werd hierbij geëxporteerd naar Suriname en maakte daar vervolgens een geheel eigen ontwikkeling door, met name omdat in Suriname woorden gemaakt moesten woorden voor zaken die in Nederland niet voorkwamen – bijvoorbeeld gebruiken, planten en dieren.

100 machientjes in 100 minuten

Door Marc van Oostendorp

Het Internationale Congres voor Taalkundigen (CIL) is een grote snoepwinkel waar ik een week lang — deze week — mag rondlopen! Sinds 1933 wordt het congres een keer in de vier jaar gehouden, en dit jaar lopen er 1500 taalkundigen van over de hele wereld in Genève rond.

Wat een prachtig leven heb je als je daar bij mag zijn! Er is zoveel te ontdekken aan de menselijke taal. Wie een lezing over voor- en achtervoegsels in het Servisch wil horen, of over de vraag waarom Franse obers J'arrive! zeggen terwijl ze van je weglopen, of over de taalontwikkeling van autisten: neem de trein of het vliegtuig en kom ook! We gaan nog tot zaterdag door.

Het speciale thema is deze keer: de relatie tussen taal en denken.

dinsdag 23 juli 2013

Realistisch frame (slot)

Gert de Jager
 
Merkwaardig in Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur van Thomas Vaessens is dat er iets ontbreekt wat doet denken aan zijn framebegrip en in de jaren tachtig furore maakte in de literatuurwetenschap: het concept literatuuropvatting. Het werd min of meer gelijktijdig geïntroduceerd door J.J. Oversteegen en Hugo Verdaasdonk - door de eerste in zijn boek Beperkingen en door de tweede in een serie artikelen in De Revisor en in zijn proefschrift Literatuurbeschouwing en argumentatie. Verdaasdonk liet zien dat veel literatuurwetenschappelijk getheoretiseer nauw verbonden was met een poëtica en niet het soort kennis opleverde dat je van wetenschappelijke kennis mocht verwachten. Veel bevindingen zijn niet wetenschappelijk, maar – mijn adjectief is het niet – literatuuropvattelijk. Omdat dat het geval was vond Oversteegen dat de literatuurwetenschapper zich in zijn vraagstellingen moest beperken. Wie streeft naar algemene geldigheid van zijn uitspraken zal vaak de denkbeelden van anderen beschrijven: hij wordt een analyserende historicus. 
 
Veertien opvattingen omtrent de rol van literatuur onderscheidde Oversteegen in heden en verleden. Hij definieerde het concept literatuuropvatting als ‘de beschrijving van de denkbeelden van een (groep) auteur(s) of een (groep) lezer(s) omtrent aard en funktie van de literatuur, uitgebreid met een beschrijving van de strategieën als deze een programmatisch karakter hebben’ (66). Het ligt niet zo heel ver af van de manier waarop Vaessens het begrip ‘frame’ definieert: als ‘een denkraam, een cognitief schema dat bepaalt hoe we de wereld zien’ (111). Wat Vaessens wel heeft en Oversteegen niet, is de psychologische theorievorming rond het concept.

zondag 21 juli 2013

Een kleine kroniek

Gert de Jager
 
‘Doe het niet, zou je willen schreeuwen’. Het is de kop boven een interview met historicus Bart van der Boom dat op 12 juli in NRC Handelsblad verscheen. De aanleiding voor het interview was zijn boek Wij weten niets van hun lot waarin hij aan de hand van 164 dagboeken, van joden en niet-joden, probeerde te reconstrueren wat er in de oorlogsjaren aan kennis circuleerde over deportatie en holocaust. Niemand had een helder beeld, is zijn conclusie, de berichten waren tegenstrijdig. Dat de gedeporteerden terecht zouden komen in gruwelijke werkkampen, was nog de meest voorkomende verwachting. Het verklaart waarom zo vaak werd besloten om niet onder te duiken. ‘Veel joden dachten dat ze in Polen minder gevaar liepen dan in de onderduik. Gesnapte onderduikers gingen naar Mauthausen, zo wist iedereen, en daar was je na drie weken dood. Maar uitroeiing door arbeid zou enige tijd vergen, terwijl men dacht dat de oorlog heel snel zou zijn afgelopen. Dus was het voorstelbaar dat gaan minder gevaarlijk was dan duiken. In werkelijkheid bood onderduik zestig keer zo veel overlevingskans als deportatie.’

Aanleiding voor het interview zijn ook de felle reacties waartoe Van der Booms aanpak en observaties leidden. Dat weinig Nederlandse joden de oorlogsjaren overleefden, is niet het gevolg van het wegkijken en de onverschilligheid van de omstanders, maar van een verkeerde risicoanalyse bij omstanders en slachtoffers – ‘zestig keer zo veel’. De motieven van omstanders en slachtoffers worden op die manier gelijkgetrokken en gereduceerd tot een misrekening. Het interview leidde eveneens tot felle reacties. Een week later vult de krant een pagina met een selectie uit de ingezonden brieven.

Een van de brieven is afkomstig van de historici Baggerman en Dekker, die het debat uit de morele sfeer willen trekken en methodologische kritiek leveren. Hun belangrijkste bezwaar betreft Van der Booms materiaalkeuze: dagboeken. Dat is geen eenduidig materiaal.

vrijdag 19 juli 2013

Dichters in de Prinsentuin (Groningen 24 t/m 26 juli 2013)

Een tip voor poëzie-liefhebbers: Dichters in de Prinsentuin.

Dichters in de Prinsentuin is één van de populairste poëziefestivals van Nederland. Bijzonder is dat bijna het hele programma zich in de open lucht afspeelt. In de prachtige renaissancistische tuin achter de Prinsenhof. In het hart van de stad Groningen. De meeste programma-onderdelen zijn vrij toegankelijk.

Dit jaar wordt de eerste internationale editie georganiseerd. Onder de noemer Land der Horizonten: dichters uit Hanzeland kunnen Nederlandse, Vlaamse, Duitse, Deense, Poolse en Estische dichters worden beluisterd en ontmoet: Vahur Afanasjev (EE), Obe Alkema, Mischa Andriessen, Tina van Baren, Gerard B. Berends, Dien L. de Boer, Jan Bos, Sarah Bosetti (DE), Hans-Herman Briese (DE), Michelle Brouwer, Loren Brouwers, Christa Bruns (DE), Gerd Constapel (DE), Aldert Jan van Dijk, Jan-Willem Dijk, Nico Dijksterhuis, Serge van Duijnhoven, Hanneke van Eijken, Evy van Eynde (BE), Vicky Francken, Julia Fiedorczuk (PL), Hélène Gelèns, Wouter Godijn, Fieke Gosselaar, Etwin Grootscholten, Lloyd Haft, Niels Hav (DK), Klaas Knillis Hofstra, Daniël Hoth (DE), René Huigen, Michael Hüttenberger (DE), Tjitske Jansen, Marte de Jong, Emiel Joormann, Freda Kamphuis, Sabine Kars, Stien Keunen (BE), Esther Kinsky (DE), Bernke Klein Zandvoort, Nadja Küchenmeister (DE), Jelmer van Lenteren, Gerry van der Linden, Erik Lindner, Hans Mellendijk, Laura Mijnders, Joost Oomen, Tim Pardijs, Kasper Peters, Marion Poschmann (DE), Alexandre Popowycz (BE), Gerda Posthumus, Mathilde Schelin (DK), Norbert Scheuer (DE), Karl Martin Sinijärv (EE), Dariusz Sośnicki (PL), Pauline Sparreboom, Mustafa Stitou, Tonko Ufkes, Leonie Veraar, Rosan Vloedgraven, Aloys Vonckx (BE), Brigitte Schulz van der Wal (DE), Anneke Wasscher, Hanne Wilzing en Adam Wiedemann (PL). 

Voor meer informatie, zie hier.