Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 30 september 2013

Nieuwbrief 3 Eerstelijnsconservering UA

Door Willem Kuiper

Vandaag verscheen voor de derde en laatste keer deze nieuwsbrief [in pdf] over dit conserveringsproject Eerstelijnsconservering boeken Universiteit Antwerpen Afdeling Bijzondere Collecties – Ruusbroecgenootschap, waarbij circa 1.500 waardevolle en interessante oude drukken een opknapbeurt kregen.
Voor wie zich niet geabonneerd heeft op individuele e-mail toezending, zie hier een link naar deze digitale nieuwsbrief.

Nieuw nummer Taal & Tongval over de rechterperiferie van de zin

Er is een nieuw nummer van Taal & Tongval verschenen (jg. 64-1), een thematisch nummer onder redactie van Evie Coussé en Hans Bennis, over "Werkwoordsvolgorde in de rechterperiferie van de Nederlandse zin". Het nummer is te bekijken via www.taalentongval.eu. Daarnaast zijn alle jaargangen vanaf 1990 zijn nu online beschikbaar.

Taal & Tongval is een wetenschappelijk tijdschrift dat zich sinds 1948 bezighoudt met taalvariatie in Nederland en Vlaanderen, waarin ook aandacht wordt geschonken aan naburige taalgebieden en aan het Nederlands sterk verwante talen. Alle vormen van variatie kunnen worden besproken, o.a. geografische, sociale, etnische, stilistische en diachrone variatie. Vanaf jaargang 63 verschijnen alle nummers niet alleen op papier, maar ook in Open Access online. Geïnteresseerde lezers kunnen zich registreren via https://aupjournals.nl/index.php/TenT/user/register.

Pas verschenen: Lotte Jensen, De les van Leeuwtje. Kinderboeken over het beleg en ontzet van Leiden.

Het beleg en ontzet van Leiden heeft in de loop van de tijd veel kinderboekenschrijvers geïnspireerd. Zij vertelden spannende verhalen over stoere knapen, die de stad verdedigden tegen de vijand, duiven die berichten overbrachten en de vondst van de ketel met hutspot. Tegelijkertijd moesten de jonge lezers er iets van leren. Dit boek laat zien hoe de moraal in de loop van de tijd onder invloed van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen is veranderd.

Deze uitgave (ISBN 9 7890059 971578) is te bestellen bij Primavera Pers   te Leiden: http://www.primaverapers.nl/shop/index.php?main_page=product_info&products_id

Zuiver Fries heeft nooit bestaan

(Net zo min als zuiver Nederlands)

Door Marc van Oostendorp

De geschiedenis van het Fries begint met het Latijn. Dat was in ieder geval de eerste geschreven taal waarvan we weten dat hij in onze streken gebruikt werd. Daarnaast werden er pakweg tweeduizend jaar geleden in onze streken ook allerlei Germaanse dialecten gesproken, waar we weinig vanaf weten, maar die mogelijk nog niet zoveel van elkaar verschilden als later het geval was. En die bovendien allerlei woorden aan het Latijn ontleenden, zoals het Friese finster (venster) en kers van het Latijnse fenestra en ceresia.

De recente geschiedenis van het Fries is er een van kompjûter, update en trener – van uit het Engels geleende leenwoorden, en van toenadering van het Nederlands, die tegelijk eigenlijk ook al zo'n beetje van alle tijden is.

Die historie van Urbaen : hoofdstuk [5]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 29 september 2013

Ook eenheid

Gert de Jager

Omdat Judith Herzberg het niet in Doen en laten heeft opgenomen, haar – naar ik aanneem – eigen keuze uit eigen dichtwerk, kende ik het niet:

 
Vliegen en rijden 

Van boven lijken wolken niet alleen
op slagroom, pakijs, bloemkool, stoom
maar ook op nooit geziene polen.
(Hij schreef de pool die is waanzinnig mooi
en maakte zo het woordje mooi onmogelijk.)  

In ouderwetse treinen is ook eenheid.
Banken met grijs gestreept velours, coupés
met leer bekleed en dan de derde klas
met gele planken. Beter dan bungalows
die door het raam te zien zijn. 

Boeken staan vol van leegte,
het tanen van moraal en steden
de treurigheid van bouwval. Natuur
heeft weinig vormen, landhuis
Ons Leven waarlangs we flitsen, is er één.


Het gedicht komt uit de bundel Strijklicht uit 1971. Ik las het een paar dagen geleden op de poëziekalender van Van Oorschot en sindsdien houdt het me nogal bezig – langer dan meestal het geval is bij Herzbergs gedichten. Voor zover ik ze ken, zijn dat gedichten die niet meer dan één korte sessie van aandachtige lectuur vergen voor een respons. Een glimlach, melancholische herkenning, existentiële instemming: alleen of in combinatie - mooie dingen zijn dat.

Alle talen lijken op elkaar

Een nieuwe vertaaltruc van Google
door Marc van Oostendorp


Wie wil weten hoe de taaltechnologie – onze kennis over hoe computers met taal kunnen omgaan – zich ontwikkelt, doet er goed aan om Google in de gaten te houden. Daar worden doorlopend slimme mensen aangesteld, bijvoorbeeld om te werken aan Google Translate.

Vorige week verscheen er een nieuw artikel op internet waarin een paar van die slimme jonge mensen een nieuwe techniek opbouwen om een vertaalwoordenboek op te bouwen tussen twee willekeurige talen, dat vervolgens (onder andere) door een computer gebruikt kan worden. (Hier is een artikel dat het idee moet populariseren, maar dat ik eerlijk gezegd pas begreep nadat ik het wetenschappelijke artikel gelezen had.)

Het interessante aan de nieuwe techniek is dat je het woordenboek bijna helemaal kunt maken door de computer eentalige teksten in allebei de talen te laten bestuderen.

zaterdag 28 september 2013

Anna Bijns en PowerPoint

Door Marc van Oostendorp


Anna Bijns is vooral bekend als de dichteres van lange lappen tekst. Haar tirades tegen Luther en het huwelijk hebben heel kunstige rijmschema's en ritmische patronen, maar lijken op het eerste gezicht vooral een opeenstapeling van woedende kreten.

In haar proefschrift, nu bij uitgeverij Verloren verschenen in een handelseditie, laat Judith Keßler zien dat de refereinen inhoudelijk juist ook een strakke structuur hadden: een structuur die begrepen kan worden met retorica. Aan de hand van een vijftal gedichten toont Keßler dat Bijns juist heel zorguldig een bouwwerk opbouwde van elkaar versterkende en aanvullende argumenten.

Hier is de derde strofe van Bijns antilutherse gedicht 'Tsijn eertsce duvels die de menscen quellen':

vrijdag 27 september 2013

Leerlingen over Anton Van Wilderode

Anton van Wilderode (1918-1998), dichter, priester en leraar te Sint-Niklaas, had als leerlingen onder meer Paul Snoek, Tom Lanoye, Dirk van Bastelaere en Erik Spinoy. De laatste twee laten hun licht schijnen over hun oud-leraar, zijn aanpak, zijn tekstkeuzes, zijn vertalingen, zijn poëzie, zijn invloed.

Foyer, Stadsschouwburg Sint-Niklaas
Poëzie op Zondagmorgen
Zondag 6 oktober 2013
Aanvang 10.30 uur. Vrij toegang


Richard Van Britsomstraat 21
9100 Sint-Niklaas, België

Vondel en psycholinguïstiek deel 2: het geheugen en de Clause Boundary

Door Viorica Van der Roest

In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie over de spannende combinatie tussen Vondel en psycholinguïstiek.
Voorwoord           Deel 1

Het geheugen speelt een belangrijke rol bij taalperceptie. Taaluitingen worden geanalyseerd in het werkgeheugen, waarbij het kan putten uit de algemene kennis en herinneringen in ons langetermijngeheugen. Het werkgeheugen beschikt over een beperkte hoeveelheid aandacht die kan worden verdeeld over enkele taken: een deel van het werkgeheugen houdt de informatie vast, terwijl een ander deel  zich bezig houdt met de interpretatie van de taaluiting. De informatie in het werkgeheugen vergaat snel. Daarom is het zaak dat gegevens die nuttig genoeg zijn om langer te onthouden, in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen.

Wanneer we deze zin horen:

Vondel sloeg een spijker in de muur.

onthouden we, in het werkgeheugen, heel even woordelijk wat er gezegd wordt. Dat is de surface form, die snel vergaat. Tegelijk worden de textbase en het situational model gemaakt. De textbase wordt langer onthouden dan de surface form en geeft de betekenis van de taaluiting nog steeds vrij nauwkeurig weer. Volgens Carroll* bestaat deze representatie van de taaluiting uit een aantal proposities die afkomstig zijn van wat er werkelijk gezegd is en van de inferenties die de hoorder heeft gemaakt bij het luisteren. Bij de bovenstaande zin gaan we ervan uit dat Vondel een hamer gebruikt om een spijker in de muur te slaan. De hamer is een inferentie die we zelf maken; hij wordt niet expliciet genoemd. Wanneer het wat langer geleden is dat we deze zin gehoord hebben, weten we waarschijnlijk niet meer of er wel of niet gesproken werd van een hamer.

Suffix-sonnet: -er en -aar

De woorden met een achtervoegsel -aar
betekenen ‘degene die zo handelt’ –
een wandelaar is een persoon die wandelt,
en wie voortrijmelt heet een rijmelaar.

Nu is er ook een 'allomorf' van -aar
want -er haalt haast hetzelfde trucje uit:
een fluiter ben ik altijd als ik fluit,
een ruimtevaarder als ik ruimten vaar.

 -Aar kies ik als de laatste lettergreep
van het werkwoord een stomme [ə] bevat
en anders kies ik -er. Eenvoudig zat,
tenzij ik leraar u voor ogen sleep.

Als u mij toestaat, zwijg ik dan nog maar
van de gevallen gijzelaar en martelaar.

donderdag 26 september 2013

KANTL Najaarslezingen 2013: Louis Couperus‏



Het Couperusjaar is nog immer in volle gang. Ook de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) besloot, vanuit Vlaanderen, een bijdrage te leveren aan de gedenking van de honderdvijftigste geboortedag van Louis Couperus door haar reeks najaarslezingen in het teken te stellen van deze schrijver.

Programma
Woensdag 16/10 Patrick Lateur > Couperus en Italië
Woensdag 20/11 Anne Marie Musschoot > Couperus en Vlaanderen
Woensdag 18/12 Elsbeth Etty > Meesteres over eigen hemd, Couperus en seksuele emancipatie

Locatie: Academiegebouw van de KANTL, Vergaderzaal, Koningstraat 18, Gent
Tijd:  20.00 uur, gevolgd door een kleine drink in de salons omstreeks 21.30 uur
Toegang: Gratis; wel graag reserveren. Dit kan telefonisch (+32 9/265 93 40) of per e-mail: info@kantl.be

Pas verschenen: Henk Romijn Meijer & J.J. Voskuil – Een trans-Atlantische briefwisseling



Onlangs verscheen bij Uitgeverij Flanor: Een trans-Atlantische briefwisseling van Henk Romijn Meijer & J.J. Voskuil.

Inhoud
Van oktober 1962 tot oktober 1963 verbleven Henk Romijn Meijer met zijn vrouw in de Verenigde Staten, eerst in New Haven en daarna in San Francisco. Zo ontstond een briefwisseling tussen Romijn Meijer en J.J. Voskuil, tussen Amerika en Nederland. In dit boek zijn deze brieven bijeengebracht, ingeleid en van verklarende noten voorzien door Gerben Wynia. Speciaal voor deze uitgave schreef Elizabeth Mollison, de weduwe van Romijn Meijer, haar herinneringen aan dat Amerikaanse jaar op. Het boek bevat foto’s afkomstig uit haar archief en bovendien twee niet eerder herdrukte verhalen van Romijn Meijer uit de periode van de briefwisseling. Uit deze briefwisseling blijkt dat Romijn Meijer en Voskuil een andere opvatting over schrijven en publiceren hebben. In Romijn Meijer leert Voskuil een schrijver kennen die druk doende is zich een plaats te verwerven in de literaire wereld. Hij publiceert in kranten en tijdschriften, beoefent verschillende genres en heeft van de literatuur zijn werk gemaakt door te kiezen voor een universitaire loopbaan in de letteren. Maar bij Voskuil is er aanvankelijk zelfs sprake van onwil om literair werk te publiceren. Als hij dan toch besluit zijn roman Bij nader inzien uit te brengen, herinnert Romijn Meijer hem er fijntjes aan, dat Voskuil hem ooit een avond lang heeft uitgescholden juist omdat hij wel publiceerde. Deze briefwisseling documenteert de beginjaren van deze twee schrijvers.


Henk Romijn Meijer & J.J. Voskuil, Een trans-Atlantische briefwisseling. Ed. Gerben Wynia. Nijmegen: Uitgeverij Flanor, 2013. 204 pagina’s, 23,5 x 15,5 cm, gebonden met stofomslag. Prijs: € 21,50
Het boek is te verkrijgen door overmaking van € 21,50 op ING-bankrekening 680.252.215 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen, onder vermelding van ‘HRM-JJV’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Voor meer informatie, zie de website van de uitgeverij, onder de knop ‘Bestellen’.

Louis Couperus in Spiegel der Letteren

Het pas verschenen nummer van Spiegel der Letteren (nr. 3, 2013) is een themanummer over Louis Couperus, samengesteld door Mary Kemperink en Wim van Anrooij. In ‘Louis Couperus in de spiegel van de neerlandistiek’ vindt u de volgende artikelen:

Ton van Kalmthout, De beoefening van de Couperus-kunde. Hoofdlijnen en discussiepunten in de wetenschappelijke literatuurbeschouwing
Wim van Anrooij, Couperus’ belangstelling voor de middeleeuwen
Petra Boudewijn, Halfslachtige en halfkrachtige zielen. Rasvermenging in de Indische romans van Louis Couperus
Siegfried Huigen, Louis Couperus en de globalisering. De reizen naar Noord-Afrika en Azië
Anne van Buul, Een atmosfeer van goud. Beeldende kunst in het vroege werk van Louis Couperus
Saskia de Bodt, Couperus geïllustreerd
Mary Kemperink, Kunstenaar, aristocraat en zakenman: Louis Couperus’ self-fashioning


Voor meer informatie: zie www.spiegelderletteren.be

Oifobie

De uitspraak van oecumene, economie, en oikofobie

Door Marc van Oostendorp

Hoe spreek je de eerste klinker oecumene uit? Daarover zijn de afgelopen dagen wat observaties verschenen op het Meldpunt Taal. De discussie gaat tussen twee varianten: de [ø] (eu) en de [ʌy] (ui).

Ook elders op het internet blijkt er informatie over te vinden. De taalwebsite van de Vlaamse omroep VRT schrijft bijvoorbeeld: 'In Nederland komt ook de uitspraak [ui·kuu·mee·nə] voor. We zeggen [eu·kuu·mee·nə].' Waarom 'we' dat zeggen, vertelt de VRT er helaas niet bij. (Op de uitspraakwebsite Forvo hoor je een anonieme Nederlander inderdaad een ui zeggen.)

Het woorddeel oecu komt van het Griekse oikos 'huis'. Wanneer we andere Nederlandse woorden bij de beschouwing betrekken met datzelfde woorddeel, blijken zich nóg twee mogelijkheden voor te doen: ecologie en economie worden uitgesproken (en geschreven) met een [e]. Het door de schrijver Thierry Baudet geïntroduceerde begrip oikofobie ('angst voor het eigene') wordt, blijkens dit radioprogramma door Joost Prinsen, Petra Possel én Baudet zelf uitgesproken als [ɔj].


woensdag 25 september 2013

Te verschijnen: Ko van Geemert – Dushi Willemstad



Op 26 september verschijnt in de Het Oog in ’t Zeil Stedenreeks bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen: Dushi Willemstad van Ko van Geemert (1950). Het boek wil duidelijk maken waarom Curaçao zo fascinerend is en bevat twee wandelingen door Willemstad, de routes voorzien van vele citaten uit het werk van talloze auteurs. Vijf kenners van de Curaçaose cultuur en literatuur leveren hun bijdrage: Lucille Berry-Haseth, Wim Rutgers, Carel de Haseth, Nic Møller en Jan Brokken.

De boekpresentatie vindt plaats op donderdag 26 september 2013 in het MC Theater, Westergasfabriekterrein, Polonceaukade 5 te Amsterdam. Hierbij wordt een preview van de film vertoond die Cindy Kerseborn maakte van Frank Martinus Arion. Verder zijn te gast onder anderen Aart G. Broek, Wanda Reisel en Walter Palm. Aanvang 17.00 uur.

Dushi Willemstad. Samengesteld door Ko van Geemert. 2013: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam. 272 pagina’s. ISBN: 9789059373594. Paperback. Prijs: € 22,50

Boekpresentaties bij de KANTL



In oktober worden er in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) in Gent twee nieuwe boeken gepresenteerd: een teksteditie van het Snoeijmes der Vlaemsche Tale door Rik Vosters en Gijsbert Rutten op maandag 7 oktober 2013 en De spiegel van Alexander, een postume essaybundel van Christine d’Haen, op donderdag 10 oktober 2013.

Nederlands Letterenfonds vraagt nieuwe leden voor Raad van advies

Raad van advies
Het Nederlands Letterenfonds laat zich over de toekenning van subsidies adviseren door een breed samengestelde Raad van advies met grote kennis van de nationale en internationale letterkunde. Daarnaast hebben de leden specifieke deskundigheid op het gebied van bijvoorbeeld literair proza (fictie en non-fictie), de literaire vertaling (uit verschillende taalgebieden), poëzie, (geïllustreerde) kinder- en jeugdboeken, literaire uitgaven (boeken, tijdschriften en digitaal), literaire festivals (nationaal en internationaal), Friese letterkunde, interculturele letteren en literair erfgoed. De Raad van advies bestaat maximaal uit 50 personen. Uit de Raad worden de adviescommissies voor de verschillende subsidieregelingen samengesteld. De zittingstermijn is twee jaar en kan eenmaal worden verlengd.

Het Letterenfonds is op zoek naar adviseurs op het terrein van de Nederlandse literatuur, internationale literatuur (in vertaling), jeugdliteratuur en literaire manifestaties. In totaal gaat het om zeven vacatures.

Over een gedicht van Gerard Reve

Door Paul Dijstelberge

Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
Waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de dood!

Sinds het inmiddels weer weggestorven rumoer over een aardige mevrouw met een boekwinkel in Bos en Lommer denk ik veel aan Gerard Reve. Ik kom uit die buurt en zodra iemand 'Zeeheldenbuurt' tegen mij zegt, val ik bij wijze van spreken op mijn knieën en dank ik de Heer.

De tekst en ‘de’ lezer in de modern-letterkundige neerlandistiek. Een steekproef

Fabian R.W. Stolk, Universiteit Utrecht


Abstract The literary text still is in focus in recent Dutch literary scholarship. Most of the contributions to three (digital or digitalized) academic magazines scrutinize texts, and they do so not only for the (interpretation of) the text’s sake; the text often is the departing platform for investigations in literary theory, history, knowledge, criticism, reviewing and the like. Old school single minded close reading is out of date. Most of these investigations tend to rely on the interpretative activities of one single reader, who often appears to be akin to the scholar him- or herself but who nevertheless is presupposed to represent the entire interpretive community (of colleagues).
This text originated as a contribution to the international conference of modern Dutch literary studies  ‘Achter de verhalen 4’, Utrecht, 18-20 april 2012.

1 Inleiding


Rónán McDonald geeft met The Death of the Critic (2007) één lang en aanhoudend, bevestigend antwoord op de vraag of de balans van de wetenschappelijke aandacht voor de literaire tekst onder invloed van Cultural Studies doorgeslagen is naar de sociale en culturele en politieke context ten koste van die voor de literatuur zelf of voor het specifiek literaire en esthetische van literatuur. Let wel: doorgeslagen. Hij pleit niet voor een terugkeer naar een orthodox ergocentrisme met die ‘goede oude’ esthetische isolatie van de literaire tekst, maar voor het (her-)vinden van een - dialectisch of dynamisch - evenwicht van aandacht voor tekst en aandacht voor de context.

Voortekenen van de terugslag ziet McDonald in de bundel The New Aesthticism (2003), samengesteld en ingeleid door van John J. Joughin en Simon Malpas.

De uitwisselbaarheid van 'en' en 'of'

Door Marc van Oostendorp

Bij een kantine hangt een bordje: Voor € 15,- mag u een voor- of een nagerecht bij uw hoofdgerecht nemen. De heer Van Dalen laadt zowel een voor- en een hoofdgerecht op zijn dienblad en wil vervolgens alleen vijftien euro betalen. Mag dat? Het woord of kan immers soms ook en betekenen ('Ik drink iedere dag wel wat kopjes koffie of thee': dan kunnen het er ook best van allebei zijn), maar soms ook niet ('Ik ga naar Zwolle of ik ga naar Deventer': dan verwacht je niet dat ze allebei worden aangedaan.)

Je zal maar rechter zijn en in een dergelijk geval moeten beslissen. Gelukkig is er nu een proefschrift (van Martin Aher) dat dit soort zinnen in juridische teksten vertaalt in logische formules. 

dinsdag 24 september 2013

Digitalisering dra Afrikaans die wêreld in: die DBAT

Door Wannie Carstens

In Afrikaanse taalkundige geledere word daar tans hard gewerk aan die konseptualisering van ʼn groot nuwe digitaliseringsprojek  wat Afrikaans letterlik vlerke sal gee. Meer oor hierdie projek ʼn volgende keer.

Ek berig vandag oor een van die subprojekte wat mettertyd deel van hierdie groot projek sal uitmaak. Ek verwys hiermee na die Digitale Biblioteek van die Afrikaanse Taalkunde – kortweg bekend as die DBAT.

Die DBAT-projek staan tans steeds onder my beheer, maar die intrek van jonger personeel (dr Jako Olivier en dr Adri Breed) het reeds begin ten einde ʼn gladde oorgang te verseker as ek oor ʼn paar jaar die aftrede-ouderdom  bereik.

Dié projek het in 1994 begin toe besluit is om saam te werk met die Bibliografie van die Nederlandse Taal- en Letterkunde (BNTL). Die plan was om op basis van die struktuur van die BNTL ʼn ooreenstemmende struktuur vir Afrikaans te vestig, dus ʼn soort Bibliografie van die Afrikaanse Taal- en Letterkunde (BATL). Kort voor lank was dit duidelik dat Afrikaans nie dieselfde uitsette (publikasies) as Nederlands het nie en dat  ʼn eie struktuur vir Afrikaans ontwikkel sou moes word.

Het rapport Mart Bax en wetenschappers die eigenlijk schrijver willen zijn

Door Marc van Oostendorp

Een van de eigenaardige aspecten van het rapport over de fraudulente antropoloog Mart Bax, is dat het een poëtische titel gekregen heeft: Draaien om de werkelijkheid. De ondertitel van het rapport is veel duidelijker: Rapport over het antropologisch werk van prof. em. M.M.G. Bax. Waarom heeft de commissie het daar niet bij gelaten?

De titel is waarschijnlijk dubbelzinnig bedoeld - ja, ja, het draait in de wetenschap allemaal om de werkelijkheid! Maar Bax die draaide er zo'n beetje omheen! Maar in de eerste plaats vind ik zo'n dubbelzinnigheid een beetje frivool voor zo'n ernstige kwestie. In de tweede plaats verwijst natuurlijk nooit iemand naar de titel van zo'n rapport (dat heet gewoon het rapport-Baud, naar de voorzitter). En in de derde plaats lijkt mij niet zozeer de zaak dat Bax om de werkelijkheid heendraaide, maar dat hij er zich minder van aantrok dan van zijn carrière.

Natuurlijk: het kan altijd nog slechter.

maandag 23 september 2013

Oude stilte

Gert de Jager

‘Jezus, een dichter in Domburg!’ Wanneer zijn vriend Toni, een forse hockeyer met hockeygewoontes, hem het huis wijst van J.C. van Schagen, bloost Abel Roorda en volgt deze uitroep. Niet dat hij ooit iets van Van Schagen gelezen heeft, net zo min als Toni of enig ander personage in Oek de Jongs Pier en oceaan. Meer nog dan de uitroep is daar het blozen. Subtiel laat De Jong zien wat er aan ambities en verlangens huist in een achttienjarige die we al bijna zevenhonderd pagina’s op de voet volgen en die zojuist eindexamen heeft gedaan. 

Vandaag staat er een gedicht van Van Schagen op de poëziekalender van Van Oorschot. Een titelloos gedicht - drie gedichten misschien wel: 
 

ergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte 

De stilste taal van Nederland

door Gaston Dorren

Voor het eerst in 35 jaar maakte ik een paar dagen geleden deel uit van een klasje dat zijn allereerste les kreeg in een vreemde taal. Ik ben in de tussentijd nog wel eens aan een nieuwe taal begonnen, vrij vaak zelfs, maar dat was dan altijd in mijn eentje, in een talenpracticum of met een zelfstudieboek.

Terug in de schoolbanken dus, met zeven medeleerlingen, één docent en, voor deze ene keer, een tolk. De docent spreekt namelijk geen Nederlands, al schrijft ze het gelukkig wel. Ze is doof (kan niet horen) en zelfs Doof (lid van de Dovencultuur), en geeft les in Nederlandse Gebarentaal. De meeste deelnemers daarentegen zijn volslagen beginners in NGT. Dat geldt ook voor mij; ik heb wel het een en ander erover gelezen, maar ja, over schaatsen heb ik nog veel meer gelezen en toch kom ik geen meter vooruit op die enge ijzers.

Klankencyclopedie van het Nederlands (40): [iː, yː, uː]

Door Marc van Oostendorp

[iː, yː, uː] Het Nederlands heeft geen echt lange klinkers. Althans, de [a] in baad is bijvoorbeeld wel systematisch langer dan de [ɑ] in bad, maar die klinkers verschillen ook nog op een andere manier van elkaar: als je de [ɑ] lang aanhoudt, krijg je niet automatisch een [a].

Dat ligt iets anders voor de [iː, yː, uː]. De [i] in bier is wel degelijk alleen maar langer dan die in biet; zoals de [y] in buur langer is dan die in buut, en de [u] in boer langer dan die in boek. Het verlengingsteken [ː] dient om dat weer te geven: [biːr, byːr, buːr].

Die verlengde klinkers vinden we altijd voor de r, althans als de klinkers zelf beklemtoond zijn en helemaal aan het eind van het woord staan: