Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 31 oktober 2013

De tekst is een inktvlek

Door Marc van Oostendorp


Ergens op de wereld bestaat een blogpost die 'De tekst is een inktvlek' heet. U bent die nu aan het lezen, maar waar is die tekst verder precies?

Ja, ergens in de digitale ruimte, dat is nogal wiedes. Een tekst kon natuurlijk altijd al moeilijk in de ruimte gelokaliseerd worden - je kon er altijd meerdere kopieën van vinden. Door het internet is het nog wat vager geworden. Het is volkomen onduidelijk of iemand ooit de moeite gaat nemen om, bijvoorbeeld, deze posting af te drukken. En de kopie op uw scherm is zo vluchtig dat de letters die u nu leest alweer verdwenen zijn wanneer u het einde van dit stukje bereikt hebt.

Maar met de komst van de sociale media wordt de tekst nog wat rafeliger.

woensdag 30 oktober 2013

Boekpresentatie: Riet Schenkeveld, Een platina liedboek uit de Gouden Eeuw

Het best verkochte en meest herdrukte liedboek van de Gouden Eeuw was Stichtelycke rymen van Dirck Raphaelszoon Camphuysen uit 1624. Voormalig hoogleraar historische letterkunde aan de Universiteit Utrecht Riet Schenkeveld wekt in het boek Een platina liedboek uit de Gouden Eeuw deze dichter tot leven door zijn biografie te verbinden met zijn poëzie. Het is voor het eerst sinds de negentiende eeuw dat de auteur en zijn Stichtelycke rymen ontsloten worden voor een breed publiek. Camphuysen zou zowel remonstrants als doopsgezind genoemd kunnen worden. Van huis uit was hij doopsgezind. Maar in het theologische en politieke conflict van die tijd - culminerend in de synode van Dordrecht – was hij te vinden aan remonstrantse zijde. Daarom werd hij verbannen en vervolgd. Zijn liedboek werd door een breed publiek gebruikt, inclusief zijn tegenstanders. Het pleidooi om in alles Gods wil te doen en deugdzaam te leven, oversteeg kerkelijke grenzen en politieke twisten. Een platina liedboek uit de Gouden Eeuw wordt op 29 november aanstaande gepresenteerd tijdens een symposium over het thema Vrede en verdraagzaamheid, georganiseerd door het radioprogramma Schepper & Co, in het Museum Catharijneconvent. Zie hier voor meer informatie over het programma.

Over strategische verzoeken om honing en 1-maandsrente, zoete-saus-watjes en culturele vloeiendheid

Door Suzanne Aalberse

Vandaag stonden in de Volkskrant een aantal fragmenten afgedrukt uit een emailwisseling tussen een handelaar van de Rabobank en een submitter. De handelaar wil graag de eenmaandsrente wat hoger en hij mailt de submitter: “Als het effe ken, dan wil ik het voor de eenmaandsrente wel wat hoger.” Hij schrijft niet iets formelers als:” mocht het mogelijk zijn, dan zou ik op prijs stellen als u de eenmanssrente wat hoger maakt”maar hij gebruikt het zeer informele “ken” en  “effe”. Dat informele taalgebruik suggereert een band. Voor iemand met wie je een band hebt, doe je meer. Strategisch informeel taalgebruik zou je kunnen zeggen. Een oud voorbeeld van informeel praten om wat gedaan te krijgen zit in de Vos Reynaerde. Bruun de Beer wil honing van Reynaerd. Hij vraagt: “Reynaert, wat haetste wat?” Waar in het hele verhaal de formele aanspreekvorm ghi gebruikt wordt, zit hier de informele aanspreekvorm te (<tu). Die informele aanspreekvorm suggereert een band en Reynaerd hoopt zo meer honing te krijgen. Alweer strategisch informeel. Lulofs schreef er een prachtig artikel over.

Lezing Canadese ambassadeur Fryske Akademy

De directie van de Fryske Akademy/het Mercator Europees Kenniscentrum voor Meertaligheid en Taalleren nodigt u van harte uit voor het bijwonen van de lezing die James Lambert (Ambassadeur van Canada) – bij zijn werkbezoek aan Friesland – op dinsdag 5 november zal houden bij de Fryske Akademy:

“Canadian experience on bi-lingualism and multiculturalism”

Datum: dinsdag 5 november 2013
Tijd: 11.00-12.00 uur
Plaats: Congres- en studiecentrum It Aljemint van de Fryske Akademy, Doelestraat 4-6, 8911 DX Leeuwarden
Toegang: gratis

Graag zijn wij op de hoogte van uw komst. Wilt u zich daarom aanmelden via baly@fryske-akademy.nl?

Uitnodiging boekpresentatie Oog om oog

Had de Dordtse coccejaanse predikant-theoloog Salomon van Til de dichter Jan van Hoogstraten niet om zijn dubieuze levensstijl gekapitteld? Maar was de gerespecteerde dominee zelf niet erg snel na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwd? En had haar opvolgster, de veel jongere Agatha van Molenschot, niet een bedenkelijke reputatie? Erger: lonkte de eerwaar-de Van Til niet naar het cartesianisme en was hij dus wel zuiver in de leer?

Die laatste was een belangrijke vraag in de felle zeventiende- en ook nog achttiende-eeuwse strijd die woedde binnen de orthodoxie: die tussen coccejanen en voetianen. In twee satiren, de Coccejaanse Venus en Bruiloft in Salomons Tempel, speelt Van Hoogstraten deze partijen vilein tegen elkaar uit. Maar rancuneus als hij is, zet hij hun tegenstellingen in om Van Til een kopje kleiner te maken.

Congres: André Stevens: 100 jaar Limburgse dialectologie en naamkunde in beide Limburgen

De Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde nodigt u, in samenwerking met
het Stadsarchief Tongeren en met de steun van de stad Tongeren, uit tot haar

NEGENENDERTIGSTE CONGRES
n.a.v. de honderdste verjaardag van de geboorte van André Stevens

Thema: André Stevens: 100 jaar Limburgse dialectologie en naamkunde in beide Limburgen
Plaats: Auditorium van het Gallo-Romeins Museum (toegang via het Museum Kafee), Kielenstraat 15, B-3700 Tongeren (tel. +32[0]12 670330 & +32[0]12 747615)
Datum: Zaterdag 23 november 2013

Prima, doei

Wat voor Nederlands heb je nodig op het werk?
Door Marc van Oostendorp


Er zijn allerlei redenen om Nederlands te leren. Omdat je de verhalen van Belcampo in de oorspronkelijke taal wil kunnen lezen. omdat je Duits studeert en er nog een andere taal bij moet doen. Omdat je liefje hier woont. Of omdat je hier bent komen werken.

Al die doelen vereisen een andere aanpak. Je moet andere woorden leren wanneer je vooral in een Nederlands gezin wil komen functioneren ('Waar ligt de afstandsbediening?', 'Komen je ouders nou alweer op visite?') dan wanneer je de taal vooral voor je werk nodig hebt.

Wat voor zinnen moet je begrijpen wanneer je in Nederland werkt? Nou, "het vakantietoeslagjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daarop volgende jaar", bijvoorbeeld. Of: "Deze machine is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen zonder toezicht." Of: "Nou, woensdag is altijd mijn vrije dag, dat is afgesproken." Of: "Prima, doei."

dinsdag 29 oktober 2013

Je en jij

Door Marc van Oostendorp

Waarom betekent je soms wat anders dan jij? Dat is een van de intrigerende vragen die Bettina Gruber probeert te beantwoorden in het proefschrift waarop ze volgende week hoopt te promoveren (hier).

Dat de twee woorden inderdaad soms verschillende betekenissen hebben, was al langer bekend. Gruber geeft er een aantal mooie voorbeelden van:

- Als je/jij allergisch bent voor honden, ben je/jij niet ook automatisch allergisch voor katten.

De zin met je gaat niet per se over de aangesproken persoon. Hij kan een algemene betekenis hebben (wie allergisch is voor honden is niet ook automatisch ook allergisch voor katten), die de zin met jij niet kan hebben. Die laatste zin gaat echt alleen maar over jou (ja, jij daar).

Er zijn wel een paar probleemgevallen, zoals:

- Als jij een vrouw bent, moet je harder werken.

Die zin drukt een algemene waarheid uit, en bevat toch het woordje jij.

maandag 28 oktober 2013

AKO Literatuurprijs voor Joke van Leeuwen

De winnaar van de AKO Literatuurprijs is dit jaar Joke van Leeuwen. De schrijfster krijgt de prijs voor haar boek Feest van het begin dat is uitgekomen bij Querido. De bekendmaking en uitreiking waren in museum Beelden aan Zee in Den Haag.
Het boek stelt volgens de jury universele vragen over waarheid en schoonheid. Het boek gaat over de woelige jaren tijdens de Franse revolutie. Van Leeuwen heeft een bedrag van 50.000 euro gewonnen en een sculptuur van kunstenaar Eugène Peters.
(bron)

Boekgeschiedenis 3.0

Door Paul Dijstelberge

Een congres in Puerto Rico
Een Hollandse wolkenlucht boven de Atlantische oceaan, het is 31 graden en vochtig. Ik vertrek zo van San Juan, Puerto Rico, naar Amsterdam, maar nu zit ik nog even in de loggia van mijn hotel in Old San Juan te schrijven.

Ik was in Puerto Rico voor het congres van de 16th Century Society, waarvoor honderden wetenschappers zich hadden verzameld in San Juan Hilton. Het Hilton is zo'n resort waar je vanuit de lobby in je zwembroek in de oceaan kunt springen. Een aardige mijnheer gaf je dan een grote handdoek. Niet dat er veel wetenschappers in het water spartelden.

De loggia nodigde uit tot schrijven in de schaduw, met uitzicht op de stad.  Een keer ben ik naar de oceaan gewandeld op een andere plek maar toen ik tot mijn enkels in het water stond, werd ik gered door een Puertoricaan die zei: no, no, no! Very strong current! Anders was ik waarschijnlijk in het niets verdwenen. 'Sleeping with the fishes.'

Materiality of Literature

Thema Ravenstein Seminar 2014 bekend

Op donderdag 6 en vrijdag 7 februari 2014 vindt het jaarlijkse Ravenstein Seminar plaats aan de Universiteit van Utrecht. Tijdens dit tweedaagse congres voor promovendi en research masterstudenten die geïnteresseerd zijn in de literatuurwetenschap staat het thema ‘Materiality of Literature’ centraal.

Met dit thema plaatst Ravenstein 2014 literatuur in een breder mediaveld en zoekt het aansluiting bij actuele debatten over de vorm en functie van literatuur in een gedigitaliseerde samenleving. Wat zijn de effecten van de digitale en sociale media op onze schrijf- en leesprocessen? Hoe wordt ons bewustzijn beïnvloed door de snelle veranderingen in het medialandschap? Wat zijn de verschillen (en overeenkomsten) tussen papieren en elektronische cultuurproducten? Welke rol is er voor het boek als informatiedrager weggelegd nu het niet meer vanzelfsprekend het centrale medium is voor kennisoverdracht?

Terug naar de tekst I

Door Marieke Winkler

In het voorwoord van zijn boek Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  (2013) schrijft Thomas Vaessens dat hij specifiek gekozen heeft voor een benadering die een ‘terugkeer naar de tekst’ betekent. ‘[W]aar veel literatuurwetenschappelijk onderzoek de laatste decennia gericht was op de instituties om de literatuur heen (de kritiek, de uitgeverij, het boekbedrijf en het gedrag van verschillende actoren in het veld, waaronder ook de schrijver)’ richt Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  zich in de eerste plaats op ‘de bijzondere aard, functies en effecten van de literaire tekst.’ (12) In Vaessens’ literatuurgeschiedenis staat met andere woorden niet de context centraal maar de tekst zelf.

Er zijn al langer geluiden te horen die een terugkeer naar de tekst voorstaan. In 1996 schreef Frank Hellemans in Mediatisering en Literatuur. Een moderne, mediavergelijkende literatuurgeschiedenis  bijvoorbeeld dat de aandacht van literatuuronderzoekers al te snel uitgaat naar vormen van ‘afgeleide of secundaire mediatisering’. Die vormen betreffen volgens Hellemans extra-literaire fenomenen die eerder onder de noemer van commercialisering vallen dan onder de noemer cultuur. Het is duidelijk hoe Hellemans deze benadering beoordeelt: ‘het beeld van de schrijver in de media [dringt] het werk als dusdanig op de achtergrond, terwijl precies het literaire werk toch op de eerste plaats datgene is waar het in de literatuur om gaat’. (13)


Hoe wetenschappelijk is de taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp


Het begon ermee dat een bevriende psycholinguïste me vorige week vertelde dat veel psycholinguïsten liever geen 'taalkundige' (of linguist) genoemd worden. Ze vinden de psycholinguïstiek geen tak van de taalkunde, zoals ik zou denken, maar iets wat veel beter is dan de rest van de taalkunde – veel wetenschappelijker.

Ik weet wel waar dat idee van komt: het gaat om de kwaliteit van de data. De psycholinguistiek is op dit vlak een ware dochter van de psychologie: er is in de loop van de afgelopen decennia een enorme batterij opgezet aan experimentele methodologieën, manieren om nieuwe gegevens te verzamelen en deze statistisch te evalueren.

Je krijgt weleens de indruk dat dit is wat wetenschap betekent voor een psycholinguist: de mens heel precies in een laboratorium observeren – niet proberen hem te begrijpen.

Die historie van Urbaen: hoofdstuk [9]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 27 oktober 2013

Big up! Woord! is fris als februari



Woord!, het nieuwe boek van Vivien Waszink over de taal van nederhop, leest zoals een hiphopnummer klinkt: termen, namen, grappen en interessante taalvondsten, zoals het heerlijk Hollandse “eenvoudig als een vouwfiets”, buitelen over elkaar heen als de flow van een rapper. Dit boek geeft een fijn overzicht van hoe en waarom de taal van nederhop nou zo boeiend is, en waarom de nederhoppers de ware taalkunstenaars van Nederland zijn.

Afgelopen woensdag 23 oktober kwam Woord! uit bij Uitgeverij Nieuwezijds. In dit boek geeft taalkundige Vivien Waszink een overzicht van de taal van nederhop (Nederlandse hiphop). Waszink is al sinds jaar en dag verslaafd aan hiphop, zowel het muzikale aspect als het taalkundige: het is namelijk, vindt zij, taalkundig gezien allemaal knap interessant.

Het lokaal is te klein

Over mooie beeldspraak en het gelijk van het poldervolk
Door Marc van Oostendorp


De opiniebijlage van NRC Handelsblad staat dit weekeinde in het teken van de taalvaardigheid. Eerst mag A.F.Th. van der Heijden klagen dat rockzangers niet kunnen lezen. Daarna pakt de redactie uit met twee pagina's klachten dat mensen juist niet kunnen schrijven.

Wie over zulke dingen klaagt, heeft bijna automatisch gelijk. Wie zo iemand tegenspreekt, laat in de eerste plaats zien dat hij niet zo'n verfijnd gevoel voor stijl heeft als de schrijver. En toch ga ik dat hier doen.


zaterdag 26 oktober 2013

De menselijke conversatie is een akoestisch proces


Door Marc van Oostendorp

S. Carmiggelt is weer terug. Zijn boeken vliegen de winkel uit en dankzij een mooie pastiche van Koefnoen van twee weken geleden, hierboven, ben ik het volgende citaat (uit de Kronkel Visite in de bundel Dag opa) nu al een paar keer tegengekomen:
De menselijke conversatie in het algeméén is een akoestisch proces, waarin de een een gedruis maakt, dat door de ander alleen wordt verdragen omdat hij, zodra het ophoudt, de dan vacante stilte zelf mag vullen.
Natuurlijk overdreef Carmiggelt. Maar hij had wel gelijk.

vrijdag 25 oktober 2013

Passage (slot)

Gert de Jager
 
Over Piet Gerbrandy, Een vlok duisternis; de poëzie van Hans Faverey als ritueel proces, Rimburg 2013. Vervolg van (1) en (2)
 

Een vergeten literaire hype van jewelste: The Outsider van Colin Wilson. Het boek verscheen in 1956. De auteur was een 24-jarige die op zijn zestiende van school was gegaan en zijn hoofd had gevuld met wat er in de British Library te vinden was. Een jongen uit een eenvoudig arbeidersmilieu schrijft een boek over de rol van lucide, visionaire buitenstaanders: van Van Gogh tot Roquentin – de held van Sartres La Nausée -, van William Blake tot Lawrence of Arabia. Toen het boek verscheen met aanbevelingen op de kaft en in de krant van opperste gezagsdragers als Cyril Connolly en Arnold Toynbee, de meest gerenommeerde criticus en de meest gerenommeerde historicus, mannen van de leeftijd van Wilsons grootvader bovendien, was de eerste druk van 5000 exemplaren binnen 24 uur uitverkocht. Herdruk op herdruk aan beide kanten van de oceaan. De auteur die daarvoor regelmatig de nacht doorbracht op een bankje in Hampstead Heath, werd een gewild societyfiguur. Op feesten en partijen zocht Marilyn Monroe zijn gezelschap.
 
Er zou een mooie studie te schrijven zijn over de ideologische continuïteit tussen de duffe jaren vijftig en de opwindende jaren zestig. Het heldhaftige individu dat het in dagen van burgerlijkheid en koude oorlog opneemt tegen de macht van de collectiviteit – we komen het tegen in Hollywoodfilms en sciencefictionromans. Jazz, visnetten en de zwarte coltruien van het existentialisme. Wanneer die plaatsmaken voor popmuziek, lang haar en fleurige hippiejurken, is het niet de algehele mentale conceptie die verandert, maar de emotie waarmee ze wordt beleefd.

Lofdicht op de premier

Door Bart FM Droog

Bijna honderd jaar geleden stierf W.R. Hora Adema (1847-1915), 'wiskunstige' en dichter. In die laatste hoedanigheid publiceerde hij meerdere bundels die vooral verrassen door hun titels:

"Dichterlijk Oranje-hulde", aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, naar aanleiding van het wetsontwerp ter instelling van landbouwraden, 19 Augustus 1903. W.R. Hora Adema [= eigen beheer], Apeldoorn, 1903.

Concept-reglement voor de stichting van een Prins Hendrik-park te Deventer, en milliarden-studie, in 26 sonnetten, voor de Koloniale Landbouw-Tentoonstelling te Deventer Juli, 1912. F.J. de Nooij, [Apeldoorn], 1912. 25p.

En zijn gedichten zijn... vreemd. Neem onderstaande gedicht, een lofzang op minister-president Abraham Kuyper, uit de bundel uit 1903. Voor wie het niet weet: Kuyper had met harde hand een einde gemaakt aan de spoorwegstaking. Honderdendrie exemplaren van dit boek stelde Hora Adema ter beschikking aan de griffier van de toen honderdkoppige Tweede Kamer. De bundel was bekostigd uit crowdfunding (dat bestond ook toen al):

Hulde aan Kuyper, die met wijs beleid
Optrad in deze tijden van geweld,
En met voorzienende voorzichtigheid
Een einde maakte, langs het spoortreinveld,
Aan werkstakingen in gansch Nederland,
Door maatregelen van gestreng gezag,
Bestuurd door een onwrikbaar vaste hand
Ter handhaving van de Oranjevlag.

13 december: boekpresentatie Language and space: Dutch

Omdat er in een vorige versie van dit bericht een verkeerde locatie genoemd werd, plaatsen wij het opnieuw.

Op vrijdag 13 december 2013 wordt in het Meertens Instituut het in november te verschijnen handboek Language and Space: Dutch gepresenteerd. De presentatie vindt plaats van 14.00 uur tot 17.00 uur: Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam (Oude vergaderzaal).

De eerste repliek in sonnetvorm, met voetnoot


Marc maakt markant misbaar over het suffix –baar
De regel die hij baart stelt dat transitieven
Zich geredelijk van –baar kunnen gerieven
'Telbaar', 'rekbaar', 'plooibaar': en toch, niet zonneklaar

Hij geeft het toe, zo zijn 'ontvlambaar', 'wankelbaar'
Gevallen die alle regelmaat doorklieven:
“Voorwaar niet transitief”, klinken daar de grieven
een suffix, ontregeld, dat is toch wel heel raar

Echter taalkundigen vinden snel regelmaat
Dat geldt ook hier, het lijkt erop dat -baar een V
Met intern argument wenst: veel uitzonderingen

Zijn inaccusatief: 'blijkbaar', 'vloeibaar'; dat gaat
Ook op voor '(zich) weren', zie maar ons1 hoofdstuk twee,
'Leefbaar' in 'geleefde stad', zo gaan die dingen.

1. Rooryck, Johan & Guido Vanden Wyngaerd (2011). Dissolving Binding Theory. Oxford University Press.

Vondel en psycholinguïstiek deel 6: korte perceptieve continua

Door Viorica Van der Roest

Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5
Inleiding                Deel 2    Deel 4

Korte perceptieve continua lijken in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam te corresponderen met levendigheid, spanning, meeslependheid, haast, bewondering, ontroering, verontwaardiging, de intentie om het publiek ergens van te overtuigen en het beschrijven van heftige gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen. Waar er bij de lange perceptieve continua juist sprake lijkt van een vogelvluchtperspectief, roepen passages met extreem korte perceptieve continua het gevoel op alsof dichter en publiek zich midden in de beschreven gebeurtenissen bevinden. Een voorbeeld hiervan is de passage waarin de verteller de brand beschrijft die in 1652 in het oude stadhuis woedde ( en die ook het al gedeeltelijk gebouwde nieuwe stadhuis bedreigde):

            De gansche stadt waect op,/ de vlam ging op,/ en stack =>
285      Het torenbuskruit aen./ Nu rusten geene bedden./
            De trousten schieten toe,/ en reppen zich,/ en redden =>
            De brieven, boucken, gelt, trezoor, en banck en schat;/*

/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

TLPST: Kennis, liefde en verwondering

Door Marc van Oostendorp

Als ik een ding heb geleerd in de afgelopen maanden waarin we ons met het eindexamen hebben beziggehouden, is het: de leraar Nederlands die iets van zijn vak wil maken staat er alleen voor. Dat geldt dan vooral voor de leraar die zijn leerlingen iets over de taal wil bijbrengen. Kennis bijvoorbeeld. Of anders liefde. Of toch op zijn minst verwondering.

Het systeem is er nauwelijks op ingesteld, op al te veel aandacht voor de taal. Het is vooral gericht op het leren van allerlei vaardigheden, maar die de leerling te weinig over zijn moedertaal laten denken, of wat taal betekent voor de mens, of hoe taal in elkaar zit.

Je kunt daar van alles en iedereen de schuld voor geven, maar het ligt natuurlijk ook aan ons.

donderdag 24 oktober 2013

11 promotieplaatsen Faculteit Geesteswetenschappen (UvA)

Bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) zijn elf promotieplaatsen bij de Faculteit Geesteswetenschappen te vergeven, waarbij je zelf met een onderzoeksvoorstel kunt komen. Voor elk onderzoeksthema staat een vast aantal plaatsen.

Onder meer:
- PhD candidate in Logic, Language and Computation
- PhD candidate in Language and Speech
- PhD candidate in Heritage and Memory
- 3 PhD candidates in Culture and History
- PhD candidate in Humanities
Zie voor meer informatie en de deadlines de website.

Oproep tot kandidaatstelling voor senior medewerker bij de KANTL


De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde werft aan:
een senior onderzoeker-neerlandicus (contractueel, vervanging van een loopbaanonderbreking)

FUNCTIEBESCHRIJVING

Context van de functie

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) is een overheidsinstelling op het snijvlak van cultuur en wetenschap, met als maatschappelijk doel de studie, beoefening en bevordering van de Nederlandse taal en letterkunde. Haar wetenschappelijke werking en haar uitgavebeleid zijn op dit doel afgestemd.

Het onderzoeksbeleid wordt aangestuurd door de Bestuurscommissie en uitgevoerd binnen het KANTL-onderzoekscentrum, het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB).

Doel van de functie

Opzetten, uitvoeren en aansturen van wetenschappelijk en toegepast wetenschappelijk onderzoek in uitvoering van het beleidsplan van de KANTL.

Over de tand des tijds

Door Marc van Oostendorp

Ik denk dezer dagen veel na over de tand des tijds. Talen veranderen langzaam maar zeker een bepaalde richting op. Soms gaat die verandering heel langzaam, en duurt vele generaties. 

Hoe kan dat? Een verandering die plotsklaps, laten we zeggen in 50 jaar tijd, plaatsvindt is wel te begrijpen: een nieuwe generatie begint anders te spreken dan de ouders. Misschien heeft de nieuwe generatie het anders opgepikt, misschien willen ze zich bewust of onbewust afzetten tegen de anderen.

Maar sommige veranderingen vinden plaats over de duur van eeuwen. Hoe kan dat? Het betekent dat iedere generatie de taal overneemt van de ouders en deze verandert – steeds in ongeveer dezelfde richting. Waarom? Waarom doen ze het niet in een keer? Hoe pikken kinderen op dat de taal überhaupt aan het veranderen is, en wat motiveert hen mee te doen.

Hier is een voorbeeld.

woensdag 23 oktober 2013

Pas verschenen: “Taal werkt beter”



Onlangs is verschenen bij Uitgeverij Boom: Taal werkt beter. Werkboek Nederlands voor arbeidsmigranten, door Lieske Adèr en Margreet Verboog. Het boek is bedoeld als praktijkgerichte methode voor anderstalige werknemers die een cursus Nederlands moeten volgen via het bedrijf waar ze werken en speciaal gericht op de vakopleiding en de werkvloer.

In zestien lessen komen onderwerpen aan bod als hygiëne, opkomen voor jezelf, je ziek melden en veiligheid. Er wordt onder meer gebruik gemaakt van dialogen, teksten, oefeningen en spreek- en schrijfopdrachten. Daarnaast biedt het boek toegang tot de bijbehorende website waar geluidsfragmenten, extra materiaal, werkbladen en een docentenhandleiding te vinden zijn.

Meer informatie op de website van de uitgever, waar ook een voorbeeldhoofdstuk te bekijken is.

Lieske Adèr en Margreet Verboog, Taal werkt beter. Werkboek Nederlands voor arbeidsmigranten. Amsterdam: Boom, 2013. 160 pagina’s + ondersteunende website. ISBN: 9789461052520. Prijs: € 29,90

Vizier neergeslagen

Door Marc van Oostendorp

Hoera! Nederlandse Taalkunde is weer binnen! In het nieuwe nummer vestigt Joost Zwarts de aandacht op de volgende zin van Tonke Dragt:

(Tiuri bleef staan en keek naar de vier ridders.) Zij waren in volle wapenrusting, vizier neergeslagen, schild aan de arm, hand op het gevest van het zwaard.

Het gaat om de drie zinsstukken na de komma: vizier neergeslagen, en zo verder. De vraag die Zwarts terecht stelt: hoezo kan hier het lidwoord worden weggelaten? Je kunt toch ook niet zeggen De vier ridders sloegen vizier neer? Of Zij hadden schild aan de arm?

dinsdag 22 oktober 2013

9 november: Geen Daden Maar Woorden Festival Utrecht

Op 9 november 2013 vindt een nieuwe editie van het Geen Daden Maar Woorden Festival plaats, ditmaal in Utrecht. Bekende en aanstormende talenten uit de wereld van literatuur en muziek treden op vanaf 19.30 uur in Het Huis Utrecht.

Op het programma staat onder meer Maartje Wortel, die een voorproefje geeft van haar begin volgend jaar te verschijnen roman IJstijd. Ook muzikant Tim Knol presenteert nieuw werk. Dichter des Vaderlands Anne Vegter wordt geïnterviewd door Bram Bakker. Eerder op de avond gaat de animatiefilm Gebed voor iedereen, naar een gedicht van Vegter, op het festival in première. Hanneke Hendrix draagt verhalen voor in de tuin van het festival en ex-stadsdichter van Utrecht Ingmar Heytze treedt op met singer-songwriter Johan Borge.



Voor meer informatie over het festival, het complete programma en kaartverkoop, zie: http://www.gdmw.nl.

Waarom spreken we toch van Zweuds?


Ik woon al een paar jaar in Zweden. Op bezoek bij vrienden en familie in België duikt regelmatige de vraag op hoe het eigenlijk met mijn Zweuds gesteld is. Jawel, Zweuds en niet Zweeds! Ik dacht eerst dat het een grapje was beperkt tot mijn Vlaamse kennissenkring maar na rondvraag bij enkele Nederlandse vrienden blijkt het Zweuds wel degelijk bekend in het hele Nederlandse taalgebied. De grap zit hem erin dat je alle klinkers in het Nederlands vervangt door een eu. Euk jeu spreukt Zweuds!

Waar komt dat Zweuds toch vandaan? Ik heb die vraag enige tijd geleden gesteld op een onlineforum  voor Nederlanders en Zweden die elkaars taal willen spreken. De vraag houdt blijkbaar velen bezig maar niemand die een echt pasklaar antwoord heeft. Eén ding kwam ik er alvast wel te weten. Zweuds gaat al zeker vijftig jaar mee! Toon Hermans heeft er in het midden van de jaren zestig al een mooie sketch rond gebouwd (die je hier online kunt beluisteren). Hermans start zijn sketch met de mededeling dat hij een boekje tegen de moeheid geschreven heeft, net zoals zijn goede vriend, de Zweedse psycholoog professor Reutelfleut. Op de opname kun je aan het gelach merken dat het publiek Reutelfleut duidelijk een hilarische naam vindt. Hermans vertelt er ook onmiddellijk bij dat je kunt horen dat Reutelfleut uit Zweden komt door ‘die typische Zweedse eu’. Hermans speelt de hele sketch verder met die typische eu. Zo verklapt hij dat de professor eigenlijke Knudde Reutelfleut heet. De goede professor heeft een boekje tegen de moeheid geschreven met de toepasselijke titel Weur meut heut neurteu? met daarin een veurweurd van zijn vrouw.

De nieuwe taalregel van 2013

Juryrapport

Door Marc van Oostendorp

Soms vragen wij op de redactie van Neder-L ons weleens af waar het allemaal naartoe moet. De Nederlandse taal wordt steeds vaker gebruikt door onbevoegden. De diagnose daarvoor is eenvoudig: er zijn veel te weinig taalregels. Je zou eigenlijk willen dat een ieder die onze taal wil schrijven of spreken, allereerst een dik boek van achthonderd bladzijden vol spijkerharde regels uit zijn hoofd zou moeten leren. Maar zo'n boek bestaat niet eens; sterker nog, je zou zo'n boek tot nu toe niet gevuld krijgen.

Gelukkig zijn dit jaar er weer talloze nieuwe strenge regels binnengekomen, die onze taal ieder voor zich zullen verrijken. U vindt deze allemaal bij mekaar op deze pagina.

Het was voor de jury niet gemakkelijk om een keuze te maken. Er zaten enkele zeer bruikbare regels bij. Zo was er het voorstel van 'Henk' om zinnen als Blijven jullie bij ons eten? voortaan af te keuren

maandag 21 oktober 2013

In memoriam Thomas Blondeau (1978-2013)

Door Marc van Oostendorp

'Grappige taal en grappige meningen,' schreef een recensent vorige week over Thomas Blondeaus nieuwe roman Het West-Vlaams versierhandboek. 'En dan is het ineens allemaal voorbij. En zitten wij met de gebakken peren.'

Ik had aan Thomas willen schrijven over die recensie, omdat ik het er niet mee eens was. Ik kende hem niet heel goed, ik sprak hem incidenteel, was weleens door hem geïnterviewd en schrijf sinds deze zomer op zijn uitnodiging een column in Mare, die hij redigeerde en daarover waren we dus in een e-mailcontact.

Oprecht gelogen: een avond over autobiografisch schrijven



Op donderdag 24 oktober 2013 presenteren Uitgeverij Vantilt, de Vrije Universiteit Brussel en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde het nieuwe boek van Lut Missine: Oprecht gelogen. Autobiografische romans en autofictie in de Nederlandse literatuur na 1985.

Oprecht gelogen gaat over “het grensgebied tussen feit en fictie, over boeken die tegelijk autobiografie én roman zijn, autofictie dus. Lut Missinne stelt niet de auteur centraal, maar richt de aandacht op de tekst, op de retorische strategieën en het effect daarvan op de lezer”.

Bij de presentatie houdt P.F. Thomèse een lezing ‘onpersoonlijk’ zelfportret en verzorgt Prof. dr. Hans Vandevoorde (VUB) een inleiding. Na de lezing van P.F. Thomése stelt Tomas Vanheste, redacteur van decorrespondent.nl, Oprecht gelogen voor. Hij overhandigt het eerste exemplaar aan auteur Lut Missinne, die vervolgens een dankwoord uit zal spreken. Aansluitend is er gelegenheid om het glas te heffen op deze feestelijke gebeurtenis, tijdens een receptie in de salons van de Academie.

Datum: 24 oktober 2013
Tijd: vanaf 20.00 uur
Locatie: Academiegebouw van de KANTL, Koningsstraat 18, Gent
Toegang: de toegang tot de boekpresentatie is vrij, maar meld s.v.p. uw komst bij Uitgeverij Vantilt via promotie@vantilt.nl of (+31) (0) 24 – 329 78 63

Bron: KANTL

Vacature: 50% praktijkassistent (historische) Nederlandse Taalkunde, Universiteit Gent, jan-aug 2014

Aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent, afdeling Nederlands, is er een vacature voor:
een deeltijds (50%) interimaris-praktijkassistent (historische) Nederlandse taalkunde voor de periode 01.01.2014 tot 31.08.2014.

Profiel van de kandidaat:


  • Houder zijn van het diploma van licentiaat of Master in de Taal- en Letterkunde met afstudeerrichting Nederlands, van Master in de Historische Taal- en Letterkunde, Master in het Vertalen, Master in het Tolken, Master in de Meertalige Communicatie of van een gelijkwaardig erkend diploma met afstudeerrichting Nederlands; 
  • Beschikken over aantoonbare wetenschappelijke interesse voor (historische) Nederlandse taalkunde; 
  • Overige beroepsactiviteiten uitoefenen of professionele ervaring hebben op het vlak van het onderzoek en/of academisch onderwijs in de Nederlandse taalkunde en/of taalvaardigheid; - Ervaring met historisch corpusonderzoek strekt tot aanbeveling.

Citeren maar!

Door Marc van Oostendorp


Kun je als wetenschapper niet beter alles wat je schrijft meteen op het internet knallen? We weten inmiddels dat de systemen van peer review en redactie die normaliter gehanteerd worden lang niet ideaal zijn – dat ze betekenen dat er onzin als die van de Nederlandse geleerden Stapel en Bax gepubliceerd wordt, terwijl er ongetwijfeld allerlei waardevolle inzichten juist niet door de procedure heenkomen. Het kost bovendien handenvol geld, uitgave in tijdschriften, omdat uitgevers commercieel zijn en ofwel torenhoge abonnementskosten ofwel kosten aan de auteurs doorberekenen.

Terwijl een pdf'je op je eigen website gratis is.

Iemand raadde me deze week aan om eens naar mijn profiel op Google Scholar te kijken, de speciale zoekdienst voor geleerde artikelen. Je kunt daar niet alleen inderdaad heel veel verwijzingen naar allerlei artikelen vinden, maar je vindt meteen hoe vaak er in andere wetenschappelijke publicaties naar een artikel verwezen wordt.

Passage (2)

Gert de Jager


De schrijver als de gids die de lezer een wereld binnenvoert waar de vertrouwde conceptuele categorieën niet meer gelden. Van een eenduidig bestaansuniversum naar een meerduidig lezersuniversum om daarna het bestaansuniversum gezuiverd te aanschouwen. Twee keer gaat de lezer een drempel over. Kenmerkend voor de dichter Faverey is dat hij de lezer het overschrijden van die drempel, de limen, laat ervaren. Het geeft aan zijn ogenschijnlijk van de wereld losgezongen taalconstructies een existentiële lading. Als ‘manifestaties van het liminale’ blijken juist die verstoringen van logica, zinsbouw en referentie uiterst betekenisvol te zijn. Het kan worden gevangen in het begrippenapparaat van de antropologie: wat Favereys lezer doormaakt, is ‘in samengebalde vorm’ een rite de passage.

Dat is wat Piet Gerbrandy beargumenteert rond pagina 25 van Een vlok duister; de poëzie van Hans Faverey als ritueel proces. De notie van het liminale is niet helemaal onbekend in de neerlandistiek: in zijn proefschrift uit 1991 analyseerde Anthony Mertens Raadsels van het rund van Vogelaar in het licht van diens ‘liminale poëtica’. De drempel is de drempel van taal en rede; wat een auteur als Vogelaar probeert is om met behulp van de taal die drempel te passeren. Eén drempel is dat. Nieuw bij Gerbrandy, en kenmerkend voor zijn antropologische invalshoek, is de tweede drempel die de lezer terugvoert naar het leven van alledag.

Die historie van Urbaen: hoofdstuk [8]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zaterdag 19 oktober 2013

Korte geschiedenis van neerlandistiek.nl (3 en slot): hoe het eindigt


Door Marc van Oostendorp

Waarom ging het mis? De eerste twee jaargangen waren eigenlijk best aardig, met redelijk veel goede artikelen over een grote variëteit aan onderwerpen. Sommige van die artikelen worden geloof ik ook nog wel geciteerd. Ook later was er af en toe een opleving, maar je ziet de vloed langzaam afnemen en uiteindelijk vrijwel opdrogen.

 Op een bepaald moment, ik denk een jaar of vijf geleden, organiseerde de KNAW een bijeenkomst over open access. Dat werd toen ineens een belangrijk begrip zodat belangrijke mensen er ineens toespraken over hielden.

Op die bijeenkomst noemde Wiljan van den Akker, toen nog directeur bij de KNAW, ons blad ineens als voorbeeld. "In dat AiO-blaadje ga ik niet schrijven," sprak hij.

vrijdag 18 oktober 2013

1916

Door Bart FM Droog

Bij wijze van proef is deze dagen gewerkt aan het overzicht van de in 1916 verschenen dichtbundels. Ruim dertig werden er getraceerd. Het opvallendste is dat het merendeel van de dichters die destijds bundels publiceerden tot op de dag van vandaag enige bekendheid geniet, terwijl de meeste uitgeverijen van toen lang en breed vergeten zijn:

www.nederlandsepoezie.org/jl/1916/index.html

NB: Bij het uitspitten van de afzonderlijke bibliografieën van de toen actieve dichters zullen ongetwijfeld meer bundels uit dat jaar boven water komen.

‘Toezingen & aanvuren’: het maatschappelijk appel van de dichter 1300-1850

GOLIATH-studiedag op vrijdag 29 november 2013, Radboud Universiteit Nijmegen

Het debat over de vraag of de stem van literaire auteurs in de samenleving een andere zwaarte en betekenis heeft (of zou moeten hebben) dan die van journalisten, politici en opiniemakers is geenszins een nieuw debat. Dichters werden al vanaf de late middeleeuwen geconfronteerd met een groeiende concurrentie van andere professionele ‘sprekers’ in de publieke ruimte. De literatuur vormde in toenemende mate een eigen domein, maar tegelijkertijd werden auteurs zich door dit proces van ‘autonomisering’ bewust van de specifieke kwaliteiten die hun stem ook buiten dat domein meer gewicht konden geven. De gevoelde kloof tussen de dichter en zijn publiek ging bij middeleeuwse en vroegmoderne dichters vreemd genoeg samen met een groeiend geloof in de maatschappelijke kracht van het gedicht als een discursieve toenadering van de dichter tot zijn publiek. Tijdens de GOLIATH-workshop willen we die schijnbare tegenstelling bestuderen aan de hand van de idee van het dichterlijke ‘toezingen’ van een publiek.

Aanmelden voor de studiedag kan tot vrijdag 22 november via Cornelis.vanderHaven@UGent.be

Organisatie: Johan Oosterman en Kornee van der Haven

Meer informatie op de website van de Radboud Universiteit.

Eén tamagotchi, twee tamagotchi



jailHet concept ‘meervoud’ lijkt in het Nederlands vrij simpel geregeld. Als er één exemplaar van iets is, gebruik je enkelvoud; zijn het er meer, dan plak je er -en of –s achter. Maar hierop geldt een uitzondering, die laat zien dat het wat gecompliceerder ligt dan dat.
Na een getal groter dan één volgt in het Nederlands namelijk in principe een nomen in het meervoud, behalve bij een nomen dat een afmeting (vijf meter) aangeeft, een bedrag (tien euro), een gewicht (drie kilo) of een aantal (twaalf dozijn). De tijdsaanduidingen ‘jaar’, ‘uur’ en ‘kwartier’ krijgen ook een enkelvoud: twintig jaar, twee uur en drie kwartier, in tegenstelling tot vijf dagen en tien minuten. Er zijn ook nog een paar losse woorden die een enkelvoud krijgen, zoals drie man en vijf paar. Het gaat bij al deze woorden natuurlijk wel degelijk om meerdere stuks euro, kilo en man. Hoe kan het dan dat zo’n enkelvoudsvorm mogelijk is? Betekent ‘jaar’ hetzelfde in een jaar versus twintig jaar?

Hermansnacht op Radio 1 (vrijdag 18-zaterdag 19 okt).

Op 28 november verschijnt bij De Bezige Bij De mislukkingskunstenaar, het eerste deel van de biografie van Willem Frederik Hermans over de jaren 1921-1951, geschreven door Willem Otterspeer.

Bijzonder is dat Radio 1 de komende nacht (van vrijdag 18 oktober op zaterdag 19 oktober), van twee tot zeven, als De Hermansnacht volledig in het teken staat van Hermans. Vijf uur lang wordt onderzocht wat voor schrijver hij was. Wat waren zijn drijfveren en frustraties en vooral ook hoever reikt zijn invloed vandaag de dag? Heeft hij nog betekenis? En verdient zijn werk een tweede leven? En wat staat er nou precies in de biografie? Aan de hand van archiefmateriaal waarin Hermans zelf aan het woord komt, praten Wim Brands en Jeroen van Kan met diverse gasten over ‘het geval Hermans’.

Ook Cultura24 besteedt aandacht aan W.F.Hermans. Naar aanleiding van het verschijnen van de biografie zendt Cultura zaterdagavond 19 oktober om 20.30 de verfilming uit van De blinde fotograaf uit 1973. Daarnaast zijn deze zaterdag twee interviews met Hermans te zien: een aflevering uit 1962 van Boeken aan het woord waarin Jessurun d’Oliveira met hem praat over De donkere kamer van Damokles en hij zich verdedigt tegen de kritiek die destijds van verschillende kanten kwam, zowel van het voormalige verzet als van moraalridders (21.20-21.50 uur) en een aflevering uit 1965 van Literaire ontmoetingen, waarin hij Andreas Burnier ontvangt in zijn huis in Haren en met haar spreekt over zijn literatuuropvattingen en het beeld dat hij van zichzelf kwijt wil (21.50-23.00 uur).
Twee verfilmingen van verhalen van Hermans volgen zaterdag 26 oktober: om 20.10 uur en 21.30 uur respectievelijk De elektriseermachine van Wimshurst uit 1978 en Paranoia uit 1967.