Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 30 november 2013

John Tholen, Moord en Brand in de Boekenwereld

"Sinds eind vorige eeuw wordt er moord en brand geschreeuwd als het de veronderstelde doorbraak van het e-book betreft. Aan de ene kant stonden zij die meenden dat het digitale tijdperk het einde van het papieren boek betekende, aan de andere kant werd een toekomst met het e-book argwanend tegemoet gezien. Alle revolutionaire korte-termijnvoorspellingen bleken geen waarheid te worden, maar waren wel bepalend in de beeldvorming rondom digitaal lezen. In de jaren 1950 was er ook een nieuwe boekvorm die veel stof deed opwaaien en 'het vak' verdeelde: het pocketboek. Wat valt er uit deze twee geschiedenissen te leren over de toekomst van het boekenvak."
 
Dit is het thema van het boekje Moord en Brand in de Boekenwereld. De komst van pocket en e-book in Nederland, geschreven door boekwetenschapper en classicus John Tholen. Het werd vorige week gepresenteerd tijdens het symposium van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB).

John Tholen maakt een vergelijking tussen de beeldvorming en de introductie van het pocketboek en de beginjaren van het e-book. De parallellen tussen pocket en e-book kunnen immers bijdragen aan een reële blik op de toekomst. Het is een mooie vergelijking en ik raad een ieder aan het werk te lezen. Alle bezoekers van het symposium kregen een papieren versie van het boek, maar er is ook een e-book versie is te downloaden via www.kvb.nl.

vrijdag 29 november 2013

Leendert Witvliet

door Bart FM Droog

Vanochtend is het Leendert Witvliet-lemma op de Nederlandse Poëzie Encyclopedie voltooid. Witvliet (1936) is een van de weinige dichters die werk schrijft dat zowel door kinderen als door volwassenen geapprecieerd wordt. Hij stond aan de wieg van het dichtconcours voor jeugdigen Doe Maar Dicht Maar.

Ook behoorde Witvliet tot de tien dichters die in 1978 deelnamen aan het legendarische poëziefestival in De Postwagen te Tolbert. Naast hem traden daar H.H. ter Balkt (toen nog onder de naam Habakuk II de Balker), J. Bernlef, Fritzi Harmsen van Beek, Judith Herzberg, C.O. Jellema, Jan Kooistra,  Rutger Kopland, Bert Schierbeek en Leo Vroman op.

Terug naar 2013. Voor de lemma's over zijn bundels voor volwassenen heeft Witvliet uit elk boek één gedicht gekozen. De poëmen zijn te lezen op onderstaande pagina's (klik op de titels).

Nooit genoeg voor een brief (1982)
Sterrekers (1984)
Misschien heet ze niet Suzan (1989)
Verstrooid bericht (1990)
Een nieuw pandje (1992)

Nieuwsgierig? Ga naar Gent!

Zin om in één slag vijf dichters aan het werk te zien? Nieuwsgierig naar wat zowel nieuw talent als flarfpoëten te bieden hebben? Ga dan vanavond naar het poëziecentrum Gent. Daar dragen dichters uit het fonds van de jonge Amsterdamse uitgeverij Stanza voor uit eigen werk.


Van Ton van 't Hof, Frank Keizer, Jan Pollet, Mark van der Schaaf en Bart FM Droog verscheen onlangs nieuw werk in de reeks Amsterdam Renaissance Chapbooks van Uitgeverij Stanza. Voor Keizer en Pollet gaat het om hun debuut. Van der Schaaf debuteerde vorig najaar met flarfpoëzie.


Praktisch

Datum: vrijdag 29 november 2013, 20.00 uur.
Locatie: Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, BE-9000 Gent
Toegang: € 5 / € 4 (-26 jaar, +65 jaar, abonnees Poëziekrant). Gelieve te reserveren.

Reserveren: tel. 09 225 22 25 / [vanuit NL:] 0032 9 225 22 25
of mail: sieglinde.vanhaezebrouck@poeziecentrum.be

Vondel en psycholinguïstiek: conclusie en nawoord

Door Viorica Van der Roest

Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7    Deel 9
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6    Deel 8    Deel 10

Het was mijn bedoeling om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de lengte van de perceptieve continua en het aantal enjambementen enerzijds en de inhoud van Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam anderzijds. Mijn conclusie is dat er inderdaad een dergelijk verband bestaat. Lange perceptieve continua lijken te corresponderen met rationele geestesgesteldheden; korte perceptieve continua met emotionele geestesgesteldheden. Een groot aantal enjambementen correspondeert met enthousiasme, levendigheid, trots, verontwaardiging, de intentie om te overtuigen, of een dynamische beschrijving. Wanneer er in een passage juist weinig enjambementen voorkomen, correspondeert dit met feitelijkheid, zakelijkheid, droge beschrijvingen en opsommingen, of stelligheid.

Mijn bevindingen komen in grote lijnen overeen met die van Van Leuvensteijn en Noldus* en Van Leuvensteijn en Wattel (2002). Nieuw is mijn constatering dat lange perceptieve continua lijken te corresponderen met een soort vogelvluchtperspectief, terwijl korte perceptieve continua de indruk wekken dat verteller en publiek midden in de beschreven gebeurtenissen staan. Misschien is dit juist uit mijn onderzoek naar voren gekomen omdat een epische tekst, meer dan een toneeltekst, zich bij uitstek leent om taferelen en gebeurtenissen uitgebreid te beschrijven.

donderdag 28 november 2013

Pas verschenen: Vooys 31.3/4



Onlangs verschenen: het nieuwe nummer van Vooys, tijdschrift voor de letteren. Dit dubbelnummer heeft als thema jeugdliteratuur:

Jeugdliteratuur is het ondergeschoven kindje binnen de literatuurwetenschappen, wordt wel eens flauw gegrapt. Waarom eigenlijk? In dit themanummer poogt Vooys allerlei aspecten en vormen van jeugdliteratuur voor het voetlicht  te brengen.

Inhoud 
  • Hoogleraar Helma van Lierop-Debrauwer leidt het nummer in met een historisch overzicht en een toekomstperspectief op de academische studie van jeugdliteratuur.
  • Zosha de Rond zoekt in haar artikel over de dierenverhalen van Toon Tellegen de grens op tussen jong en oud. Aan de hand van de theorie van het groteske onderzoekt zij de problematische leeftijdscategorisering van Tellegens verhalen.
  • In de hoek van de dierenverhalen onderzoekt Linda van Scherrenburg in haar bijdrage de evolutie van de spin Anansi aan de hand van een aantal bundels.
  • Van een heel ander kaliber is het artikel van Feike Dietz, waarin zij een parallel trekt tussen de moderne iPadschool en het achttiende-eeuwse kinderboek.

Al lezende in Ogier van Denemerken – 26

Al lezende in Ogier van Denemerken – 26 : Tontonoys en andere Franse woorden

Amand Berteloot


Evenals het Mnl. heeft ook het Mhd. talrijke begrippen uit de ridderwereld uit het Frans ontleend. Dat maakt het voor LuFl makkelijk een aantal woorden te identificeren. Mnl. ‘glavie’ (“speer, speerpunt”) b.v. heeft hij met zekerheid steeds herkend en begrepen. In de verzen 2099, 2897 en 19156 schrijft hij het woord letterlijk af, maar in veruit de meeste gevalen gebruikt hij ‘glene’. Dat is een variant van Mhd. ‘glên’, dat op zijn beurt naast ‘glavîn, glevîn, glavîe, glevîe, glëve’ in gebruik was (Lexer I, 1030-1031). Bij woorden die minder gebruikelijk waren, zal het probleem waarschijnlijk groter zijn geweest. Het woord ‘campioen’ b.v. komt in het Mittelhochdeutsches Handwörterbuch van Lexer niet voor, waaruit we waarschijnlijk mogen afleiden dat het weinig of niet bekend geweest is, Wanneer LuFl in zijn Vlaamse legger een dergelijk woord tegen komt, valt hij op zijn beproefde methode terug, zodat we in dit geval zelfs de varianten uit de legger kunnen reconstrueren. In vers 15663 schrijft hij ‘kampion’ en in vers 3545 ‘kunpioen’. De eerste vorm gaat op Mnl. ‘campioen’ en de tweede naar alle waarschijnlijkheid op Mnl. ‘kimpioen’ terug. Of de Heidelberger het woord kende en begreep, valt daaruit niet af te leiden. Hetzelfde geldt ook voor ‘achemure’ en zijn varianten, waar we het eerder uitvoerig over gehad hebben (zie Al Lezende 8 : Dramatische aftocht).

Een mooi voorbeeld voor een foute kopie van een Frans woord vinden we ook in vers 16574. De trotse Sarraceense koning Broyier weet dat hij alleen door Ogier verslagen kan worden en bezit bovendien een wonderzalf, waarmee hij alle wonden stante pede kan genezen. Hij is daardoor zo zelfzeker dat hij op het ogenblik dat hij met een tegenstander – deze keer is het werkelijk Ogier – geconfronteerd wordt, het niet voor nodig houdt zijn wapenrusting aan te trekken:

woensdag 27 november 2013

Boekpresentatie “Language and space: Dutch” in Gent



Al eerder berichtte Neder-L over het verschijnen van het handboek Language and Space: Dutch. Naast de presentatie op 13 december in Amsterdam, vindt op 18 december 2013 een tweede boekpresentatie plaats in het Academiegebouw van de KANTL in Gent. Ook deze presentatie is in een ‘minicolloquium’ ingebed.

Voor Gent ziet het programma er als volgt uit:

16.00: Verwelkoming

16.05: Voorstelling van het boek door Frans Hinskens

16.30: Een terugblik op het onderzoek van de Nederlandse dialecten door Johan Taeldeman

17.00: Veranderingen in het West-Vlaams, door Magda Devos

17.30: Nieuwe perspectieven voor het onderzoek van taalvariatie, door Marc van Oostendorp

De boekpresentatie wordt om 18.00 uur gevolgd door een receptie.
De organisatie zou het erg appreciëren als u op deze heuglijke gebeurtenis aanwezig kunt zijn.

Vacature PostDoc Nederlandse Taalkunde, FU Berlin‏



De Freie Universität Berlin heeft een vacature voor een postdoc Nederlandse Taalkunde. Reageren is mogelijk tot 16 december 2013.

Vacaturetekst
Fachbereich Philosophie und Geisteswissenschaften
Institut für Deutsche und Niederländische Philologie
Wiss. Mitarbeiterin / Wiss. Mitarbeiter (Postdoc)
befristet auf 3 Jahre
E 13 TV-L FU

Aufgabengebiet:
* Durchführung von sprachwissenschaftlichen Lehrveranstaltungen (insbesondere im BA Niederländische Philologie)
* Weiterqualifikation durch selbständige Forschung

dinsdag 26 november 2013

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 221-230


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 221-230
(regels 15686-16356)

Verantwoording van de editie

maandag 25 november 2013

Schittering

Gert de Jager

Vanochtend kwam het bericht dat Gerrit Krol is overleden. Op zaterdag 22 april 2012 stond een van zijn gedichten op de poëziekalender van Meulenhoff.  De laatste strofe:

Want alle vlees, het is als gras
en het witte, leven brengende kroesje
een vlinder, een libel misschien wel,
die schittert in de zon, vooral na een fikse regenbui.
Zijn poten houden met kracht een rietstengel vast,
dragen het vliesdun overschot,
dat trilt in de wind.

-------------------------------------------------------------------------

Een gedicht van Gerrit Krol op de Meulenhoffkalender vandaag.

Gerrit Krol is de schrijver die ik in mijn studententijd het meest las. Zijn nuchtere en weemoedige stijl, de theorieën waarmee zijn eenzame mannen greep probeerden te krijgen op leven, werk en vrouwen, zijn experimenteren met de romanvorm dat nooit een geforceerde indruk maakte.

Goed nieuws uit archiefland

Door Bart FM Droog

Goed nieuws uit archiefland. De Koninklijke Bibliotheek gebruikt bij de ombouw van de Historische Kranten- en Tijdschriftenarchieven naar www.delpher.nl redirects naar de bestaande URL's - dit tot grote opluchting van menig onderzoeker en websitebeheerder.

Zie: Vernielzucht in archiefland - met update.

Over het leven van de zin

door Gaston Dorren

De zin, de gesproken zin, de geschreven zin, kortom, de “eenheid van inhoud” waarin we ons binnenleven naar buiten brengen, ja, zelfs deze lange en intussen misschien een beetje ingewikkelde zin (of gaat het nog?), kun je beschouwen als een cadeautje. Waarom? Voor een deel omdat we hem altijd aan iemand ‘geven’, meestal aan iemand anders. Maar er is nog een overeenkomst. Een beetje cadeau zit in een mooi papier, al dan niet voorzien van een strikje, een winkelsticker, een naam, misschien zelfs een gedicht. Net zo bestaat een zin behalve uit de eigenlijke gedachte ook uit allerlei laagjes daaromheen.

Die historie van Urbaen: hoofdstuk [17]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


Die historie van Urbaen: hoofdstuk [16]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 24 november 2013

Afscheid Jan Renkema in Tilburg



Jan Renkema neemt op vrijdag 29 november 2013 afscheid als hoogleraar Tekstkwaliteit aan de Universiteit van Tilburg. Renkema, bij een groot publiek bekend als auteur van de Schrijfwijzer, houdt zijn afscheidsrede onder de titel ‘Weg van Taal’.

Ter gelegenheid van het afscheid organiseert de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Tilburg in samenwerking met het NWO-programma Begrijpelijke Taal dezelfde dag een symposium. ’s Ochtends, van 10.00 tot 12.30 uur, vinden presentaties van projecten in het kader van ‘Begrijpelijke Taal’ plaats, ’s middags van 13.30 tot 15.50 uur zullen er gastsprekers uit praktijk en wetenschap aan het woord komen. Vervolgens houdt Jan Renkema van 16.15 tot 17.15 uur zijn afscheidsrede. Aansluitend is er een receptie.

Voor meer informatie, het complete programma en aanmelden, zie de website van de Universiteit van Tilburg.

De Grote Hermans Avond



Op woensdag 27 november 2013 wordt tijdens De Grote Hermans Avond in de Rode Hoed in Amsterdam het eerste deel van de Willem Frederik Hermans-biografie, De Mislukkingskunstenaar, van Willem Otterspeer gepresenteerd.

Bij de presentatie zullen Henk Pröpper, directeur van De Bezige Bij, en auteur Tommy Wieringa spreken en gaat redacteur Thomas van den Bergh met biograaf Otterspeer in gesprek. Daarnaast zullen studenten theaterwetenschappen, onder regie van Carel Alphenaar, Hermans’ nooit eerder opgevoerde, absurde theatertekst De hemelvaart der dwaze maagden ten uitvoer brengen.

Datum: woensdag 27 november 2013
Tijd: 20.00-22.00 uur
Locatie: De Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam
Meer informatie en aanmelden bij SPUI25.

vrijdag 22 november 2013

Vernielzucht in archiefland - met update

KB behoudt bestaande URL's!

Door Bart FM Droog 

Verontrustende berichten uit archiefland. Zo is het NIOD bezig het archief om te nummeren. Met als gevolg dat alle verwijzingen in bestaande boeken en onderzoeken naar NIOD-archiefmateriaal waardeloos worden. Dit betekent ook dat  tenminste één onderzoeker het hele notenapparaat in zijn binnenkort te verschijnen proefschrift zal moeten herzien.


Ook bij de Koninklijke Bibliotheek lijkt het vernielvirus te heersen. Wie het online Historisch Krantenarchief op http://kranten.kb.nl/ bezoekt krijgt dit te zien:

Mededeling

De kranten op deze website zijn nu ook beschikbaar in Delpher. In Delpher vindt u ruim 1 miljoen gedigitaliseerde Nederlandse boeken, kranten en tijdschriften. Hiermee is Delpher een goudmijn voor onderzoek en ontdekking.

Begin 2014 zal kranten.kb.nl ophouden te bestaan.


Holland had talent, ook in 1943

Door Bart FM Droog

Een persbericht over een gedichtenwedstrijd deed me denken aan een eerdere talentenjacht, de poëziewedstrijd Het jonge hart - in 1943 op instigatie van het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten uitgeroepen door de Nederlandsche Omroep. Volgens het ANP - maar hoe betrouwbaar was dat in 1943? - stuurden jonge poëten 1500 gedichten in. De 'beste' gedichten werden in een bloemlezing afgedrukt.

Het jonge hart zal niet de eerste poëziewedstrijd zijn geweest - wel de eerste die een maximum aan publiciteit genereerde. Want de kranten moésten er over berichten. Maar daar gaat het niet om. Want. In een recensie* van de wedstrijdanthologie schreef G.H. 's-Gravesande over de dichter wiens gedichten hem het meest bekoorden, Eb. van de Beld: "Zou hij zonder dezen oproep [i.e.: de oproep tot deelname aan de wedstrijd] ook niet zoo ver gekomen zijn?"**

Vondel en psycholinguïstiek deel 10: combinaties (2)

Door Viorica Van der Roest

Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5    Deel 7    Deel 9
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6    Deel 8

Vorige week besprak ik de combinatie van lange perceptieve continua met veel of juist weinig enjambementen; deze week zijn de korte perceptieve continua aan de beurt. Wanneer er in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam een combinatie optreedt van korte perceptieve continua en weinig enjambementen, is er sprake van meeslepende, spannende of gehaaste passages, waarin een snelle opeenvolging van gebeurtenissen wordt beschreven. Een voorbeeld is de passage over de brand in het oude stadhuis, die ook het in aanbouw zijnde nieuwe stadhuis bedreigde:

            Vulkaen,/ toen ’t nachtglas net ten halve was verloopen,/
            De wachters,/ van den slaep beschooten, stom en stil,/
280      Vergaten hunne wacht,/ voltreckt Saturnus wil,/
            Ontsteeckt het zolderveen van boven, met zijn voncken./
            Het veen geraeckt in brant,/ dat eertijts lagh verdroncken:/
            Dus brant het vier den balck, den zolder, en het dack.
De gansche stadt waect op,/ de vlam ging op,/ en stack =>
285      Het torenbuskruit aen./ Nu rusten geene bedden./
            De trousten schieten toe,/ en reppen zich,/ en redden =>
            De brieven, boucken, gelt, trezoor, en banck en schat;/*

 / = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Weg met dat woord! Woordenverkiezing 2013

Participatiesamenleving is onlangs door het Genootschap Onze Taal uitgeroepen tot het woord van 2013. Andere kanshebbers waren Pietitiesocialbesitas en selfie. Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) pakt de woordenverkiezing dit jaar anders aan en wil graag weten welk woord u absoluut niet terug wilt zien in 2014.

In 2013 verschenen er veel nieuwe woorden in het nieuws in Vlaanderen en Nederland. Zoals hittestresscomakijken en voorsteekpasMaar ook woorden die we al langer kennen domineerden de krantenkoppen: plofkip bijvoorbeeld of troonswisselrecessiediamantroof en graaicultuur. Het INL wil graag van u weten welk woord - dat veelvuldig de revue passeerde in 2013 - u niet meer tegen wilt komen in 2014.

Nominaties
Tot en met woensdag 4 december kunt u via het formulier op de website van het INL of via Twitter suggesties insturen voor woorden die wat u betreft mogen verdwijnen. Op basis daarvan stelt het INL een shortlist samen met de genomineerde woorden.

Wegstemmen
Vanaf 5 december kunnen de woorden uit de shortlist ‘weggestemd’ worden. Welk woord moeten we volgens u achterlaten in 2013 en waarom? Ligt het aan de betekenis van kweekburger, de klank van phablet of misschien wel de spelling van skeuomorfisme (‘het weergeven van designelementen die lijken op dagelijkse voorwerpen’)? Op vrijdag de 13de maakt het INL de grote verliezer bekend.

donderdag 21 november 2013

Linguïstisch Miniatuurtje CLIX: Het niveau van het verkeerde hoedje

Door Peter-Arno Coppen

21 november 2013 is een zwarte dag voor de neerlandistiek. Het is de dag waarop een van de boegbeelden van de Nederlandse taal- en letterkunde op de nationale televisie zomaar ineens, plompverloren, een groot deel van zijn eigen vak belachelijk maakte. Als een olifanteske Wim Daniëls denderde hij door de porseleinkast van de taalnorm, en stapelde hij de ene enormiteit op de andere. Ik heb het over emeritus hoogleraar Herman Pleij, die in het populaire programma De wereld draait door de nationale neerlandistiek weer eens mocht vertolken.

woensdag 20 november 2013

De mooiste, langste, diepste en laatste zinnen

 (voorpublicatie!)
Door Marc van Oostendorp

Het onderstaande is het begin van mijn boek Heb je nou je zin! Een zoektocht naar de mooiste, langste, diepste en laatste zinnen. De uitgever (Prometheus) meldde gisteren dat het van de drukker terug is, maar ik heb het nog niet gezien. Het ligt waarschijnlijk volgende week in de winkel. Lezer van dit blog! U die hier dag in dag uit uw gratis stukjes komt halen! Doe uzelf nu eens een plezier en bestel dit boek! En bestel er, omdat het bijna december is, meteen een voor de vader van uw kinderen, die collega die zo van taal houdt, uw nichtje voor wie u nooit een cadeautje kunt verzinnen én voor uw levenspartner die u nu weleens wil uitleggen hoe interessant de taalwetenschap is. Bestellen kan bijvoorbeeld bij Athenaeum.

Ieder mens spreekt elke dag honderden zinnen uit. Er is nooit geteld hoeveel precies, maar volgens sommige schattingen zegt een mens op een dag ongeveer 20.000 woorden; dat zijn minstens 1500 zinnen. We horen nog eens een veel‐ voud daarvan en hoeveel we er alleen maar denken, is al helemaal nooit onderzocht. Zinnen zijn overal om ons heen én overal in ons.
We krijgen natuurlijk allerlei informatie over de wereld binnen via onze zintuigen, maar ergens in onze geest moe‐ ten we die informatie ordenen en samenbrengen. Ook dat doen we vaak in zinnen, of in ieder geval in geordende gedachten die veel op zinnen lijken. De mens is een dier dat zinnen maakt.

dinsdag 19 november 2013

Al lezende in Ogier van Denemerken – 25

Al lezende in Ogier van Denemerken – 25 : Meer verdwaalde verzen

Amand Berteloot


Gaandeweg het verhaal gaat OVD, dat als een realistische vertelling begon, steeds meer sprookjesachtige en fantastische trekken krijgen. In de verzen 18421-18990 leert de lezer een zeer speciaal koppel kennen: Cordragoen en Herpijn. De eerste is een reus met drie kinnen en twee neuzen, vier armen en vier handen, waarin hij telkens een knots als wapen hanteert. Herpijn is een kannibaal die een reusachtige bijl als wapen draagt, en die ingeval hij gekwetst wordt, onmiddellijk herstelt door kindervlees te eten, Weddige spreekt in zijn inleiding zelfs van kinderhoofdjes (WeIn XXVII), maar daarvoor biedt de tekst geen houvast. Om zeker te gaan, draagt de schurk altijd de nodige voorraad bij zich, opgehangen aan zijn zadel. Dat Ogier hen uiteindelijk zal overwinnen, zelfs met een pas geredde jonkvrouw achter zich op zijn paard, zal wel niemand verwonderen. Maar we zijn nog lang niet zo ver als we in de verzen 18492 e.v. over Herpijn lezen:
Ein roß brahte man dem fellen man
Mit isen verdeckt zur kure.
Er sprang uf zur selben ure
Und nam sin ackst sunder wang
Die was starck und lang.  (18492-18496)
Maar daarna gebeurt er iets vreemds, want twee regels lager leest men over dezelfde Herpijn:

Morfologiedagen 2013

Vrijdag 13 december 2013 worden de Morfologiedagen gehouden bij de Fryske Akademy in Leeuwarden. De Fryske Akademy, die dit jaar 75 jaar bestaat, heeft de organisatie van de Morfologiedagen 2013 op zich genomen.

De Morfologiedagen bieden een forum voor wetenschappelijk debat over alle mogelijke aspecten van met name de Nederlandse en Friese morfologie. De voertalen zijn Nederlands en Engels.

Het programma van de dag vindt u hier.

Aanmelden kan hier.

Voor meer informatie: Eric Hoekstra ehoekstra@fryske-akademy.nl

18/11/13 • Wetenschappelijke prijs van de KANTL voor cultuurstudie 2014

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde reikt elk jaar een wetenschappelijke prijs uit met betrekking tot een van de onderzoeksgebieden die tot haar bevoegdheid behoren.
Met de wetenschappelijke prijs van de KANTL voor cultuurstudie wordt in 2014  een wetenschappeijke studie bekroond over het thema

'Nederlandse literatuur en interculturaliteit'.

De prijs bedraagt 1240 euro.

De uiterste datum van inzending is 11 december 2013. Zowel gepubliceerde als niet gepubliceerde studies komen in aanmerking. De inzendingen moeten in drie exemplaren bezorgd worden aan het secretariaat van de KANTL, Koningstraat 18, 9000 Gent.

Op de website van de KANTL vindt u een overzicht van de thema's van de wetenschappelijke prijzen van de Academie tot 2018.


Boekpresentatie en colloquium: Roemer Visschers Brabbeling (1614) opnieuw op de markt

Boekpresentatie en colloquium, Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw (http://acsga.uva.nl), 3 december 2013

Anneke Fleurkens: Verzen met merg. Roemer Visschers Brabbeling (1614) opnieuw op de markt

Aan het einde van zijn leven, in 1614, publiceerde de Amsterdamse koopman Roemer Visscher (1547-1620) onder de pretentieloze titel Brabbeling (Beuzelpraat) zijn gedichten. Die bescheidenheid deed zijn werk geen recht, want Visscher had wel degelijk pretenties. Hij bood teksten aan, zoals puntdichten en sonnetten, die nieuw waren en anders dan die van de rederijkers. Met merkbaar plezier en inventiviteit verkende Visscher als taalvernieuwer de mogelijkheden van het Nederlands en buitte die met woordspelingen uit. Ook introduceerde hij nog nauwelijks bekende klassieke auteurs als Martialis en Catullus en hij maakte vroege bewerkingen naar moderne Franse schrijvers als Marot en Ronsard. Daarbij had hij steeds de nodige aandacht voor de Hollandse couleur locale. Met zijn speelse en vernuftige poëzie over vaak heel concrete aangelegenheden wilde Visscher bovendien levenswijsheid aanreiken en zo zijn lezers wapenen tegen de valkuilen van het bestaan van alledag. Zijn Brabbeling bood, geheel in overeenstemming met Visschers motto, ‘Elck wat wils’.

De gekke professor kom

Door Marc van Oostendorp


Er zijn allerlei redenen om dialecten te bestuderen. Je kunt speciaal geïnteresseerd zijn in één dialect en alles willen weten over het Purmerends, of je kunt een grote groep dialecten met elkaar willen vergelijken.
Wanneer het je te doen is om een vergelijking, kan je aandacht zich richten op geografische patronen (waar komt wat voor) of op patronen die niets met aardrijkskunde te maken hebben (wat voor dingen kun je zoal zeggen in de Nederlandse dialecten, los van wat je waar zegt).
Wanneer je belangstelling hebt voor niet-geografische patronen kun je je richten op zaken die dialecten van elkaar doet verschillen, of juist op zaken die dialecten op elkaar doen lijken.

Van het laatste soort onderzoek is deze week een mooi voorbeeld verschenen op internet, geschreven door Olaf Koeneman, Paula Fenger en Jan Don. In dat artikel gaat het over het verschijnsel dat je in het Standaardnederlands je gaat zegt, maar ga je. Het werkwoord heeft dus verschillende vormen, afhankelijk van of het onderwerp aan het werkwoord voorafgaat of erop volgt.

maandag 18 november 2013

Colloquium ‘Het liederenhandschrift Berlijn 190' (11 dec. 2013)

Het liederenhandschrift uit circa 1480, dat in de Berlijnse Staatsbibliothek wordt bewaard onder signatuur Ms. germ. oct. 190 (kortweg Berlijn 190), is een belangrijke voor de studie van het laatmiddeleeuwse geestelijke lied in de Lage Landen. Het rijke en gevarieerde repertoire biedt een prachtige blik op de Middelnederlandse en Latijnse (berijmde) teksten en muziek uit het religieuze leven in de late middeleeuwen, met het kerstfeest en de verering van Maria als belangrijke thema’s. De muzikale variëteit is opvallend groot: van organum-achtige stukken met de typische stemvoering van de twaalfde eeuw tot jongere werken in de stijl van de ars nova.

In december verschijnt een complete editie van deze bron:
Het liederenhandschrift Berlijn 190. Hs. Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz, germ. oct. 190. Kritisch uitgegeven door Thom Mertens en Dieuwke E. van der Poel (eindredactie), Gisela Gerritsen-Geywitz, Koen Goudriaan, Hermina Joldersma, Ike de Loos (†) en Johan Oosterman, m.m.v. Amand Berteloot. Hilversum, Verloren, 2013.  Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, deel 12

Ter gelegenheid van de boekpresentatie organiseren het Instituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek (ICON, Utrecht), het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis te Den Haag en de Commissie Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden een colloquium. De lezingen tijdens het colloquium zullen het handschrift en de liederen vanuit verschillende invalshoeken belichten en het ensemble Trigon zal liederen uit dit handschrift ten gehore brengen.

Universiteitsbibliotheek Utrecht Binnenstad (zaal: Eetkamer)
Programma
15.00 uur  ontvangst en welkom prof. dr. Paul Wackers (Universiteit Utrecht)
15.15        prof. dr. Frits van Oostrom (universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht)
15.35         prof. dr. Karl Kügle (hoogleraar Muziekwetenschap, Utrecht)
15.55         dr. Dick Wursten
16.15         Trigon zingt liederen uit het handschrift
16.30         theepauze
16.45         dr. Dieuwke van der Poel (namens de editeurs)
17.00        Trigon zingt liederen uit het handschrift
17.15        aanbieding van het eerste exemplaar van de editie aan dr. Fons van Buuren
Borrel

Deelname is gratis, maar u wordt wel verzocht u komt te melden, per mail bij Dieuwke van der Poel (d.e.vanderpoel@uu.nl)

Zie ook hier

Biograaf Manu van der Aa over P.-G. van Hecke

Tijdens de laatste zondagse ontbijtlezing in het Letterenhuis in Antwerpen spreekt biograaf Manu van der Aa op zondag 24 november a.s. tussen 11.00 en 13.00 uur over de artistieke duizendpoot Paul-Gustave van Hecke. Die ochtend wordt ook de editie van Van Heckes verzamelde Nederlandstalige scheppende proza, Fashion en andere dada’s, gepresenteerd.


Paul-Gustave van Hecke (1887-1967) was journalist, schrijver, galeriehouder, mode- en kunstpromotor. Hij was betrokken in alle avant-gardes en werd pleitbezorger voor het expressionisme, het dadaisme en het surrealisme. Hij was mede-oprichter van tijdschriften als Nieuw Leven (1907), De Boomgaard (1909), Het Roode Zeil (1920) en Sélection (1920). Samen met zijn vrouw Norine Deschryver richtte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog het modehuis ‘Couture Norine’ op. Na 1945 was Van Hecke vooral actief in de filmwereld. Zijn verzamelde Nederlandstalige scheppende proza, Fashion en andere dada’s, verschijnt najaar 2013 in de publicatiereeks van het Letterenhuis.

Het genenpaspoort van Roodkapje


Dat de belangstelling voor digital of e-Humanities nog altijd groeiende is, hoef ik hier niemand uit te leggen. Ook binnen het volksverhaalonderzoek (in het kader van het vak volkskunde, etnologie of – in het Engels – folklore studies) verschijnt er tegenwoordig regelmatig een computationele studie, vooral op het gebied van verhaalstructuren. Vijf dagen geleden verscheen het open access en peer-reviewed artikel 'The Phylogeny of Little Red Riding Hood' in PLOS ONE van de hand van de Britse onderzoeker Jamshid J. Tehrani, verbonden aan de afdeling antropologie én het centrum voor co-evolutie van biologie en cultuur aan de universiteit van Durham (een opmerkelijke combinatie!). In zijn studie keert Tehrani terug naar de ruim honderd jaar oude 'historisch-geografische' methode die het onderzoek naar volksverhalen een wat solider wetenschappelijke basis wilde geven. In deze methode werd vastgesteld dat er internationaal volksverhalen circuleren die tot hetzelfde 'type' behoren. Voor nu is het voldoende om te weten dat het sprookje van Roodkapje het internationale typenummer ATU 333 heeft gekregen, en dat het sprookje van de Wolf en de Zeven Geitjes behoort tot type ATU 123. Had je eenmaal alle varianten zo veel mogelijk verzameld, dan kon je volgens de historisch-geografische methode drie vragen beantwoorden: 1. Hoe oud is het sprookje bij benadering? 2. In welk kerngebied is het sprookje ontstaan? en 3. Hoe verliep de plot van het sprookje in zijn oervorm? Deze vragen zijn in het verleden met wisselend succes beantwoord, en omdat de methode toch minder exact was dan gehoopt, is men zich weer op andere invalshoeken gaan concentreren. Het internationale typensysteem is evenwel gehandhaafd; de laatste herziene versie van Aarne-Thompson-Uther dateert uit 2004.

Mijn eerste ritme: geen zin in

Door Marc van Oostendorp


Van Dale heeft met de serie Mijn eerste Van Dale nobele doelen: 'voorleeswoordenboekjes' maken voor kinderen vanaf een jaar of drie, die hen vertrouwd maken met taal, lezen en woordenboeken.

Ouder en kind praten met elkaar en min of meer spelenderwijs breiden de kinderen hun woordenschat uit. In het deeltje dat de Neder-L-redactie kreeg toegestuurd (Aan het werk, als e-boek) komen bijvoorbeeld de woorden verkopen, bibliotheek en behangen aan de orde.  Maar tijdens het lezen dringt zich de vraag op: waarom zijn dit versjes? En nu daarvoor gekozen is, hadden die versjes niet met wat meer taalplezier geschreven kunnen worden? Kan hen niet een wat betere, eh, smaak worden aangeleerd?