Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 31 december 2013

Behoeftich, ghevanghen, arm, creupel, en lam

Over de sonnetten van Roemer Visscher
Door Marc van Oostendorp

De ontwikkeling van het Nederlandse sonnet door de eeuwen heen – dat is nu zo'n onderwerp waarvan je zou willen dat er boekenkasten vol over geschreven zouden zijn. Of, nou ja, zo geen kasten, dan toch enkele planken. Of in ieder geval, kom op, één plankje. Of toch in ieder geval een lekker dik boek. Of, als het anders niet kan, een middeldik boek. Een proefschrift, dan. Door een niet al te getalenteerde promovendus.

Maar niets van dat al. Er verschijnen natuurlijk al decennia lang bloemlezingen, en inleidingen bij bloemlezingen, en deelstudies, en artikelen, maar het grote boek ontbreekt, of in ieder geval, ik kan het niet vinden. Hoewel er nog steeds sonnetten geschreven worden, geloof ik niet dat ons taalgebied een geleerde kent die zich speciaal voor het genre interesseert. In het algemeen hebben letterkundigen het naar mijn indruk helaas niet zo op vormen. De studie ervan wordt niet erg serieus genomen.

Roemer Visscher (1547-1620) zou een interessant hoofdstukje in zo'n boek op zo'n plank inkunnen krijgen.

maandag 30 december 2013

Suffix-sonnet: -erij

Opgedragen aan prof. dr. Matthias Hüning


Toen ooit het Franse achtervoegsel -ie
aan woorden zoals becker werd gehaakt,
waar aldus beckerie van werd gemaakt,
verrijkte dit onze morfologie.

-Er en -ie smolten samen tot -erij
zodat men smederij in orde vond
alhoewel smeder niet als woord bestond.
Zo kwamen er steeds nieuwe vormen bij.

Toen werd ook de betekenis verbreed:
een boeverij was iets wat een boef deed
en niet een plaats waar boeven samen zijn,

Zodoende vind ik het ook niet zo fijn
wanneer een lezer van dit werk tot mij
spreekt over achtervoegselrijmerij.

Marc van Oostendorp, 30 december 2013

M. Hüning. 1999. Woordensmederij. De geschiedenis van het suffix -erij. Den Haag: Holland Academic Graphics.





Die historie van Urbaen: hoofdstuk [27]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


Die historie van Urbaen: hoofdstuk [26]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 29 december 2013

Sportgedichtenbloemlezing uit 1941

Door Bart FM Droog

Enkele dagen geleden dook NPE-medewerker Jaap van den Born de poëziebloemlezing Gerijmde en geteekende sport-spot. Honderd oud- en jong-Hollandsche gedichten op. Een werk dat in 1941 verscheen en waarvoor de samensteller - Chris Kras Kzn (pseudoniem van Jan Feith) - allerhande gedichten die ook maar iets met sport van doen hebben bijeenveegde. Van verzen van bekende klassieke dichters als Hendrik van Veldeke, Joost van den Vondel en Jacob Cats tot poëmen van modernen als Han G. Hoekstra en Hendrik de Vries. En van kwaliteits light verse van Charivarius tot tenenkrullende limericks uit sportverenigingsblaadjes.

Maar de gedichten in dit werk zijn eigenlijk het minst interessant. Veel boeiender zijn de namen van de dichters en de verhalen die erachter verborgen liggen. Zo bevat het werk van Elizabeth du Quesne-van Gogh (1859-1936), de dichtende zus van kunstschilder Vincent van Gogh.

En verzen van Eddy Holdert (1885-1958). Hij was niet alleen jarenlang directeur van De Telegraaf maar was en is absolute topscorer in het Nederlandse voetbal, met 13 doelpunten in één match. Die maakte hij in  het seizoen 1903/1904, in een wedstrijd die - en dat is eveneens een tot op de dag van vandaag ongebroken record - in 25-0 eindigde.    

De docent van het jaar!

Alles wordt almaar erger in ons horrorvervolgverhaal De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp


Ineens ging Rie haar mobiele telefoon. "Momentje," mompelde de onderzoekster om onduidelijke redenen, en zocht in haar tas. "Hallo?" zei ze, terwijl ze de onwaarschijnlijk ouderwetse Nokia tegen haar oor hield.

"Waar zit je?" vroeg de stem van haar baas, Wouter Pieterse, hoogleraar Financiële Letterkunde. "Hoor ik daar cafégeluiden? Heb je een vrije avond genomen?"

"Wouter," zei Rie. "Ik kom net van ons gezamelijke kerstdiner, weet je nog wel. Het is elf uur 's avonds."

"Ah juist," zei Wouter jaloers.

zaterdag 28 december 2013

De juiste vrienden

Slaan de onderzoekers eindelijk terug in ons horrorfeuilleton De verleden tijd van lijken?
Door Marc van Oostendorp


"Het is nu kerstvakantie," zei Joop. "De managers kunnen weinig doen, behalve nieuwe verdienmodellen bedenken. Daar hoeven we ons niet druk om te maken, want die verdienmodellen zijn toch weer verouderd wanneer de universiteit in januari zijn poorten opent."

"Maar we kunnen die arme Femke en Sophia toch niet aan hun lot overlaten!" snikte Rie ineens. "Ze zijn nog jonge vrouwen. Stel je voor dat ze hun leven lang manager moeten zijn! Zich altijd maar bezig houden met schijnproblemen, nee, er eindeloos naar streven het aantal schijnproblemen te vermeerderen zodat er meer en meer managers nodig zijn! Nooit nadenken over een kwestie die misschien ook nutteloos is, maar in ieder geval mooi. Of interessant. Of toch in ieder geval menselijk."

Joop begon zich ongemakkelijk te voelen bij zoveel vertoon van emotie. Daar was hij toch geen specialist in middelnederlandse voegwoorden voor geworden, om te gaan wenen om een gebrek aan menselijkheid van de een of andere boomlange promovenda die niet wist wat ze met het Kroningslied aanmoest!

vrijdag 27 december 2013

Samenvatten voor gevorderden

Door Marc van Oostendorp

"Dus u hebt geen relevante ervaring voor deze baan." Samenvatten wat een ander net tegen je heeft gezegd, is een paradoxale bezigheid. Die ander heeft je net een heel verhaal verteld, en dan vertel jij haar hetzelfde nog in een paar zinnen terug.

Is zij kort van memorie en meteen weer vergeten wat ze net heeft gezegd, zodat je eerst een en ander nog eens moet samenvatten omdat ze anders je antwoord niet plaatsen kan? Meestal is dat niet het geval, en toch blijken mensen in allerlei gesprekken steeds korte samenvattinkjes te maken. Waarom doen ze dat dan?

De Nijmeegse onderzoekster Keun Young Sliedrecht onderzocht voor haar proefschrift, dat ze volgende maand verdedigt, drie welafgebakende soorten op dit soort samenvattingen: politieverhoren, sollicitatiegesprekken en journalistieke interviews op de radio en tv.

In alle drie de gesprekken zetten sprekers samenvattingen in, steeds op een net wat andere manier.

donderdag 26 december 2013

De Amerikaanse cultuur is de beste van 2013

Door Marc van Oostendorp


Het blijft een opmerkelijk fenomeen, dat wat mij betreft af en toe gedocumenteerd moet worden, al is het maar om vast te leggen wat er gebeurt: hoe onze cultuur volkomen geobsedeerd is door de Amerikaanse. Hoe die fascinatie maar niet kleiner wordt, niet door het veeltalige internet, niet door de afnemende economische kracht van Amerika.

Neem nu NRC Handelsblad. Deze krant is dezer dagen op zijn website bezig met een reeks 'het beste van het web' (pardon, de 'het beste van het web'-awards).

Maandag hadden ze de reeks met 'de beste longreads': langere artikelen van meer dan vierduizend woorden. Die komen allemaal uit Amerikaanse kranten en tijdschriften, behalve dat helemaal aan het eind nog even snel twee longreads 'van eigen bodem' komen, een uit Vrij Nederland en een uit De Correspondent. Uit andere taalgebieden wordt er kennelijk nooit iets geschreven dat volgens de NRC de moeite waard is, en zelfs in het Verenigd Koninkrijk gebeurt dit niet.


woensdag 25 december 2013

Ponthus ende Sidonie als gratis e-book


Eigenlijk had ik nog vervolgonderzoek willen doen naar de herkomst en de spelling van een aantal eigennamen in de schoone ende amoruese historie van Ponthus ende die schoone Sidonie, die in de Franse brontekst al verminkt zijn, maar daar zie ik mij de komende maanden niet aan toekomen. Het heeft daarom weinig zin om u, Neder-L lezers, langer te laten wachten op een epub versie van deze laat-middeleeuwse roman bestemd voor jongvolwassenen.
     Als u hier klikt dan vindt u een zip-bestand dat u kunt downloaden, en dat uitgeritst de epub-editie oplevert. Ik wens u veel leesplezier onderweg in de trein en in de wachtkamer als de treinenloop door de winterse weeromstandigheden gestremd is.

W.K.

Andere Neder-L e-boeken vindt u hier: http://nederl.blogspot.it/p/blog-page.html

Grapjes

Ondanks klachten van ouders van jonge kinderen gaan we onverdroten door met ons feuilleton De verleden tijd van lijken. De waarheid moet verteld.
Door Marc van Oostendorp


"En nu?" vroeg Rie aan Joop, terwijl ze terugliepen van het kerstdiner waar gebleken was dat inmiddels alle vier hun overige collega's in managers veranderd waren.

Ze hadden allebei een nieuwe tablet gekregen, als kerstcadeautje. "Maar jullie moeten we begrijpen dat die tablet alleen voor het werk is," had Wouter erbij gezegd. "Dus geen spelletjes of websurfen!" De belangrijkste opdracht was om iedere dag gedetailleerd verslag uit te brengen van alle activiteiten die op die dag hadden plaatsgevonden. "Ook in het weekeinde, want een wetenschapper heeft geen vrije dagen." Er waren vijf categorieën: onderwijs, onderzoek, bestuur/beheer (intern), bestuur/beheer (extern) en sociale media. "Ook als je per ongeluk die dag iets niet gedaan hebt in een van die categorieën moet je het wel invullen en uitleggen waarom het die dag niet gelukt is."

dinsdag 24 december 2013

Toch nog een keer die vermaledijde spelling

In zijn bijdrage De knoedel van de taal van 19 december 2013 vindt Felix van de Laar het merkwaardig “dat zowel de spellingcommissie die het Groene Boekje in elkaar heeft geknutseld, als taalgeleerden die er later onderzoek naar hebben gedaan, de inzichten van Wim Mattens over de ”indifferentialis” volstrekt hebben genegeerd.” Deze opmerking behoeft enige nadere toelichting.
Voor een correcte geschiedschrijving van de jongste spellingwijzigingen lijkt mij de volgende informatie niet onbelangrijk. De Werkgroep ad hoc Spelling van de Nederlandse Taalunie verzocht in maart 1988 collega Maarten van den Toorn en mijzelf een analyse te maken van het probleem van de tussenklanken. Collega Van den Toorn kon om hem moverende redenen niet ingaan op dit verzoek. Zelf heb ik wel positief op dit verzoek gereageerd. De Werkgroep wilde “onderzoeken of er principes te formuleren zijn aan de hand waarvan een betere regelgeving ten aanzien van de spelling van de verbindingsfonemen kan worden voorgesteld. Uiteraard mag U in Uw betoog zelf ook suggesties doen voor die principes”(uit de opdracht van 3 maart 1988).

Kerstcadeautje: Klankencyclopedie als elektronisch boek

Het onderstaande is de inleiding tot een versie van de Klankencyclopedie van het Nederlands, die ik de lezers van Neder-L hierbij aanbied als gratis elektronisch boek (in epub-formaat en in mobi-formaat; de laatste met dank aan Matthias Hüning), om te lezen op uw tablet of e-reader.

Door Marc van Oostendorp

Iedere menselijke taal is een legodoos. Je zou je logischerwijs kunnen voorstellen dat ieder woord een geheel eigen klank heeft: 'man' is HOEST, 'kust' is FLUIT en 'vrouw' is KLAPT-IN-HANDEN, en zo maak je zinnen als HOEST FLUIT KLAPT-IN-HANDEN. Maar in werkelijkheid werkt geen enkele taal zo, en worden alle woorden gemaakt met een beperkt aantal verschillende blokjes: de klinkers en de medeklinkers van die taal.

De Klankencyclopedie van het Nederlands was een serie blogposts die in 2012-2013 schreef voor het elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek Neder-L. Ik wilde laten zien dat je over iedere klinker en iedere medeklinker van onze taal wel iets kunt zeggen.

Ik voeg die stukjes hier samen in een elektronisch boek, dat ik namens Neder-L aanbied als kerstcadeautje. 

maandag 23 december 2013

Lees Mei

Door Bas Jongenelen

De vrijdag voor de kerstvakantie bespraken mijn studenten en ik Mei van Gorter (timing is everything in comedy). Uiteraard ging het over sensitivisme, estheticisme, l’art pour l’art en Kloos & Perk. Een ander punt was de indeling op hoofdgenre: hebben we te maken met epiek of lyriek? Bij epiek zijn er gebeurtenissen en verstrijkt er tijd, bij lyriek gaat het om gevoelens en verstrijkt er geen tijd. In Mei wordt een verhaal verteld waarin tijd verstrijkt – een hele maand maar liefst! Anderzijds is het een verhaal in poëzie; en als vorm en inhoud één zijn, dan wijst deze vorm toch vooral op het lyrische. Een ingewikkeld ding dus, die Mei. Eén van de studenten opperde een experiment: als we Mei in proza uitgeven, zou het dan leesbaarder en duidelijker zijn? Daarom hieronder het eerste stukje Mei in proza. Wat denkt u, moet de herdruk helemaal zo vormgegeven worden?

Maskers af!

Nieuwe aflevering van ons horrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

"Sophia!", riep Rie geschrokken. Nu keken de anderen ook op. Zelfs Wouter onderbrak zijn toespraakje, waarin hij met hoog op wilde geven van het nieuwe evaluatiemodel voor de medewerkers. Hij zag nu dat er iets veel belangrijkers gebeurd was: "Welkom bij de club," zei hij tegen zijn boomlange promovenda.

Nu nam de wat saaie vakdidacticus Gerard het woord. "Ik geloof dat er iets significants gebeurd is vanavond. "Nu ook Sophia een manager geworden is, vormen we eindelijk de meerderheid. We zijn nu met vier managers tegenover twee gewone onderzoekers. Ik denk, Wouter,", sprak hij, zich tot zijn baas wendend. "Dat het nu niet langer nodig is om ons masker voor te houden."

Die historie van Urbaen: hoofdstuk [25]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


Die historie van Urbaen: hoofdstuk [24]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 22 december 2013

Managers aan het kerstdiner

De managers komen weer tot leven in de kerstspecial van ons gruwzame feuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

Het was al donker, toen op de late avond van de 22e december 2013, in onze stad, op de eerste verdieping van een restaurant, de held van deze geschiedenis om zich heen keek. "Jongens,'" zei Wouter Pieterse. "Ik ben blij dat we hier met zijn allen rondom een kerstdiner kunnen zitten." Hij zag zijn collega's een voor een aan. 

De wat saaie vakdidacticus Gerard zat naast Rie Veld, de UHD die specialiste was in de Geschiedenis van de Neerlandistiek tot 1800, en al hadden de twee de hele avond nog geen woord gewisseld, er leek toch geen vijandige sfeer te heersen. De boomlange promovenda Sophia die altijd wanhopig was omdat ze een multidisciplinair proefschrift moest schrijven over het Koningslied en geen idee had wat daar in moest staan, keek zowaar een beetje aangeschoten en vrolijk. De postdoc Femke had de meeste tijd goed weten te verbergen dat ze onder tafel op haar mobiele telefoon had zitten Twitteren ('Wouter Pieterse gaat speechen! #hoofdenvanlebak'). En Joop, de expert op het gebied van middelnederlandse voegwoorden, niesde.

zaterdag 21 december 2013

Liever als dan dan of net zo lief dan als als?

Heeft hij een nieuw argument gevonden? Nee, hij zegt dat ‘als’ ambigu (dubbelzinnig) is en dat is al een eeuwenoud argument. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal schrijft hierover in 1884:
Als drukt het begrip van gelijkheid uit. Hetzelfde woord aan te wenden, waar de ongelijkheid op den voorgrond staat, strijdt met den goeden smaak, dien de schrijftaal niet mag verloochenen. En het is evenzeer in strijd met den eisch der duidelijkheid; het kan verwarring veroorzaken (…)”
Het argument dat als alleen geschikt zou zijn voor het uitdrukken van gelijkheid en dat dan dus nodig is om ongelijkheid te kunnen uitdrukken, is al sinds de zeventiende eeuw het enige argument waarmee men taalkundig tracht te onderbouwen waarom dan beter zou zijn dan als in comparatieven.

Gezellig allemaal dezelfde taal

Door Marc van Oostendorp

Andere talen dan Nederlands spreken is 'ongezellig'. Die mededeling kreeg Ferdows Kazemi, een columniste van de Volkskrant onlangs. (Klik hier voor haar column van gisteren.) Ze was met een paar vriendinnen aan het praten in de kleedkamer van een sportschool, toen haar door een passerende vrouw te verstaan werd gegeven: 'Ik versta geen woord van wat jullie tegen elkaar zeggen.'

Ik had daar nooit bij stil gestaan, dat dit soort dingen gebeuren, maar kennelijk horen in ieder geval Iraniërs regelmatig dat ze 'ongezellig' zijn wanneer ze hun eigen taal gebruiken. Terwijl het Perzisch toch niet speciaal ongezellig klinkt. Ik ben het ook wel met Kazemi eens dat het heel onbeleefd is om zo te reageren: je hebt nu eenmaal niet het recht om ieder willekeurig gesprek dat je clubgenoten onderling voeren, te verstaan.

Helaas is Kazemi's analyse van dit gedrag nogal oppervlakkig.

vrijdag 20 december 2013

2014: Anton Korteweg-jaar

Door Bart FM Droog

Het jaar 2014 staat in het teken van een aantal dichters dat in dat jaar zeventig wordt of geworden zou zijn. Zo vieren we naast het grote J.A. Deelder-, het Johnny van Doorn-, het Gerrit Komrij- en het Ad Zuiderent-jaar in 2014 óók het grote Anton Korteweg-jaar.

Anton Korteweg is natuurlijk in de eerste plaats dichter. Maar hij was ook jarenlang (1986-2009) directeur van het Letterkundig Museum te 's-Gravenhage én is met ruim 160 jurylidmaatschappen - hoogstwaarschijnlijk - recordhouder literair juryzetelen.

Meer over hem op het nieuwe NPE-lemma:
 www.nederlandsepoezie.org/dichters/k/korteweg.html


Klik hier om verder te gaan

Door Marc van Oostendorp

Vanochtend werd ik wakker en dacht: ja, het woord klikken zal nog lang blijven bestaan! En niet alleen in de betekenis 'je klasgenootje verraden bij een volwassene' , maar ook in die van de betekenis van 'een hyperlink openen'.

Ik heb ooit geschreven over klik hier. Ik ben een groot bewonderaar van die constructie. Ik vind de hyperlink toch al de mooiste uitvinding van de afgelopen decennia, en ik vind dat zo'n hyperlink het beste kan worden ingeleid door de woorden klik hier. Dan weet je als lezer waar je aan toe bent. Wanneer er ergens staat:

- Door de opwarming van de aarde is er meer algengroei.

weet je niet precies wat je onder die aanklikbare letters moet verwachten. Je kunt dus beter zeggen:

- Door de opwarming van de aarde is er meer algengroei (klik hier voor schokkende cijfers)


donderdag 19 december 2013

De knoedel van de taal


"De knoedel van de taal" is een hele mooie (nieuwe) uitdrukking van Marc van Oostendorp. En ja, wat mij betreft zit het schrift in die knoedel, gelukkig maar want anders had ik geen werk, ik ben dan ook geen taalgeleerde maar een zelfstandige tekstschrijver, redacteur, vertaler en wat dies meer zij. Het komt bij mij altijd in letters terecht en toen ik begon was ik een echte frik, ik merkte elk lettertje op dat (in 1986, volgens het oude Groene Boekje) niet goed op zijn plaats stond, en ik vond het belangrijk om ze goed te zetten. Maar wel in het voorbijgaan, want de inhoud kwam voor mij ook toen al altijd op de eerste plaats en dat is nog steeds zo.

In de loop der tijd - spelling is sowieso een hobby van ouder wordende mannen - ben ik me steeds meer gaan afvragen hoe zinnig het dichttimmeren van het schrift in spellingregels eigenlijk is. Ik sloeg gade met hoe veel ijver (en geheimhouding) er bij de Taalunie werd toegewerkt naar dat ene volledig kloppende systeem, het ultieme antwoord op de vraag van de mensen "hoe schrijf ik dat?".

Verzen met merg. Roemer Visschers Brabbeling (1614) opnieuw op de markt

Voordracht tijdens een colloquium van het Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age (Universiteit van Amsterdam), 3 december 2013

Door Anneke C.G. Fleurkens

Misschien was het, met wat meer gevoel voor symboliek, verstandig geweest om de presentatie van deze nieuwe editie van Roemer Visschers Brabbeling pas begin volgend jaar te houden. Dan zou het namelijk precies 400 jaar geleden zijn dat zijn gedichtenbundel voor het eerst verscheen. En nu zullen we het moeten doen met 400 jaar minus één maand. Maar dat verandert niets aan het feit dat ik vandaag een boek en een auteur mag presenteren die aardig wat tijd en aandacht van me gevergd hebben. Een punt van vreugde is het gegeven dat mijn editie in twee verschillende gedaanten beschikbaar komt. Sinds 2 december is de integrale digitale editie via de website van de DBNL toegankelijk en vandaag, 3 december, verschijnt een bloemlezing in druk, verzorgd door Uitgeverij Verloren.

Ter introductie van deze nieuwe edities schets ik in vogelvlucht een beeld van de auteur zelf, van zijn boek en zijn poëzie, en licht ik en passant een enkel gedicht eruit. Met wat opmerkingen over de verschillen tussen beide uitgaven zal ik afronden.

Zoo ik iets ben, ben ik een Amsterdammer’ zou Roemer Visscher met een vroege variant op Couperus gezegd kunnen hebben.

Al lezende in Ogier van Denemerken – 27

Al lezende in Ogier van Denemerken – 27 : Ghevee

Amand Berteloot


In Al lezende 6 : Van ruggen en rotsen hebben we een passage uit het begin van OvD geciteerd, waarin verteld wordt dat Gautier vanop een rots gadeslaat hoe zijn oom Namels door Buteram en twee andere Sarraceense koningen wordt achtervolgd:
An einen ruck kam er geritten,
Da er sahe sinen ohem
Naymelsen vil sere fliehen
Vor Butramen dem payen
Und nach vor ander kunige zwen,
Dargegen er was gevee.  (1876-1881)
Onze reconstructie luidde:
Van eenre roke nam hi goom
daer hi sach sinen oom
Namels vele seere vlien
vor Buterame, den payien
ende noch vor andre coninghe twee,
die jeghen hem waren ghevee.  (Reconstructie 1876-1881).
Dat het laatste vers in dit fragment zo drastisch werd omgewerkt, heeft alles te maken met het feit dat het woord ‘ghevee’ volgens het MNW zoveel betekent als “onderling vijandig, vijandig gezind”. Voor de vluchtende Namels is het inderdaad weinig relevant dat hij vijandig gezind is tegen zijn achtervolgers. Het omgekeerde, namelijk dat hij weinig goeds van hen te verwachten heeft als zij hem in handen krijgen, is op dat ogenblik veel belangrijker. Deze ingreep is dus logisch maar wel erg drastisch en daarom met het nodige voorbehoud te behandelen.

Waarom zijn versregels asymmetrisch?

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen maanden heb ik op het NIAS en de Koninklijke Bibliotheek nagedacht over versregels. We hebben een scandeermachientje gebouwd: een script dat patronen van – bijvoorbeeld – regelmatig afwisselende onbeklemtoonde en beklemtoonde lettergrepen kan ontdekken in gedichten zoals het volgende, van Jan Kal:

Waarom ik geen neerlandistiek studeer

Van de beroemdste dertien dichtersnamen
uit China's achtste eeuw, Tang-dynastie,
behaalden tien het Literair Examen
en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

Toe Foe en Meng Hau Jan, maar nummer drie,
Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen
tot hoge ambten, maar schreef poëzie
zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

woensdag 18 december 2013

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 231-240


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 231-240
(regels 16357-16944)

Verantwoording van de editie

Lezing Marc van Oostendorp in de KB: ‘On Passing Time’



Taalkundige (en Neder-L-redacteur) Marc van Oostendorp houdt op woensdag 15 januari 2014 een Engelstalige publiekslezing in de Koninklijke Bibliotheek. In de lezing presenteert hij de resultaten van het onderzoek naar ritme in Nederlandse teksten dat hij in de KB deed in het kader van zijn fellowship Digital Humanities.

De hartslag van het Nederlands
Als eerste fellow Digital Humanities probeerde Van Oostendorp de historische ontwikkeling van ritme in Nederlandstalige teksten in kaart te brengen. Met behulp van computerprogramma’s onderzocht hij in het najaar van 2013 grote hoeveelheden gedigitaliseerde tekstbestanden. Door vergelijking van uiteenlopende teksten als historische kranten en ANP-radiobulletins wist hij variaties in klemtoonpatronen in de Nederlandse taal bloot te leggen. Volgens Van Oostendorp vormt het ritme van een taal letterlijk 'de hartslag' ervan: een kind leert die als eerste en bewust of onbewust duikt de hartslag zelfs in geschreven teksten op. Met de hulp van een ICT-specialist van de KB heeft Van Oostendorp een computerprogramma ontwikkeld dat dit natuurlijke ritme aan de oppervlakte kan brengen.

Pas verschenen: Nederlandse Taalkunde (Jrg. 18 – Nr. 3)



Onlangs verschenen: Nederlandse Taalkunde 18 (2013), nr. 3. In dit nummer onder meer twee Dag van de Nederlandse Zinsbouw-discussies.

Inhoudsopgave
Discussie Imperatieven

Daniël van Olmen
            De imperatief in de verleden tijd

Gertjan Postma
            Forumlezingen in imperatieven: lexicale constructies of productieve syntaxis?

Gertjan Postma, Daniël van Olmen & Evie Coussé
Discussie

Discussie Temporaliteit en Modaliteit

Linguistisch Miniatuurtje CLX: Hallo!

Ik kan er niks aan doen, maar ik doe toch ook nog even een duit in het zakje van die discussie over dat Groot Nationaal Onderzoek over taal, dat Marc van Oostendorp al voor een groot deel heeft gevuld. Marc ging vooral in op het dédain waarmee de onderzoekers over de, laten we zeggen, reguliere linguïstiek spraken. Daarmee opende hij een doos van Pandora waarin alle controverses zaten tussen verschillende disciplines van de taalkunde, en in zijn algemeenheid een aantal fundamentele wetenschappelijk-methodologische twistpunten. Die kwamen dus allemaal weer vrij en verspreidden zich over de aarde. Ik dacht: er moet toch nog een sprankje hoop in die doos zijn blijven zitten.

Geloven in saaie gegevens

Door Marc van Oostendorp


Wat heb ik nu weer gedaan: een wetenschapsweblogger tot kwaadheid gedreven! Gisteren schreef ik op verzoek van de webredactie van Onze Taal een stukje over het deze week gepubliceerde Groot Nationaal Onderzoek over taal.

Ik vind dat dit onderzoek weinig om het lijf heeft. Het is een gegevensverzameling waar geen duidelijke vraag achter zit, althans, niemand weet wat die vraag is. Uit die verzameling trekken de onderzoekers bovendien weinig interessante conclusies. Tegelijkertijd presenteren ze dit, in de media die aan het onderzoek hebben meebetaald, als het eerste écht wetenschappelijke onderzoek naar taal en zetten ze zich daarmee nogal heftig af tegen vele generaties van eerdere onderzoekers.

Men heeft er naar mijn indruk honderdduizenden mensen minuten van hun tijd laten vermorsen door in het belang van de wetenschap naar allerlei woorden te kijken en dan te zeggen of ze wel of niet bekend zijn. Het resultaat van al die investeringen is dat er op wetenschappelijk verantwoorde wijze allerlei open deuren worden ingetrapt, zoals dat Vlamingen minder uit het Indonesisch afkomstige woorden kennen dan Nederlanders. Enfin, lees het stukje, en vooral ook de discussie die eronder staat, en oordeel zelf.

Vrijwel meteen kwam er een reactie van de wetenschapsweblogger Niekse Vergunst via Twitter:

dinsdag 17 december 2013

Een literaire ruzie in 1660


Titelpagina van de Princelycke lof-dichten.
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek.
Door Bas Jongenelen

In de Koninklijke Bibliotheek wordt een dun boekje uit 1660 bewaard: Princelycke lof-dichten met gheluck-wenschen ende liedekens, gherymt door de vry lief-hebbers van den Wijngaert, onder den tytel van Groyen en Bloyen tot Brussel. Toe ghe-eyghent aen Joannes Van Laer, prins vande selve vergaderinghe. Vreemd genoeg is dit boekje door niemand opgemerkt en kon het eeuwen lekker rusten in het archief. Tot literatuurjager Remco Sleiderink weer eens actief werd en het boekje ter hand nam.

Spelling is wel degelijk taal

Door Marc van Oostendorp


Tot de rituelen van de decembermaand hoort dat er een taalkundige opstaat die erop wijst dat 'spelling geen taal is'; en dat je van taalkundigen dus echt niet hoeft te verwachten dat ze weinig fouten maken bij het groot dictee.

Gisteren was het aan de beurt aan Felix van de Laar. In een mooi stukje in NRC Handelsblad van gisterenavond roept hij op om 'met de taal te doen waar die voor bedoeld is: (...) er in vrijheid mee spelen, erom lachen en erin dichten en zingen'. Daar kan een mens het alleen maar mee eens zijn. Maar een paar zinnen eerder verkondigt hij nog dat 'de hele gedachtengang dat spelling taal zou zijn en dat je eenvoudig zou kunnen toetsen of iemand het Nederlands goed beheerst, berust op het misverstand dat taal – anders dan techniek, muziek, kleding – in principe onveranderlijk is en dat in grote lijnen ook moet zijn.'

Daar wringt iets.

maandag 16 december 2013

Pas verschenen: Briefwisseling Hendrik de Vries – Constant van Wessem



In de Achter het Boek-reeks van het Letterkundig Museum is onlangs de briefwisseling tussen de dichter Hendrik de Vries en de schrijver Constant van Wessem uitgegeven, onder de titel Brieven 1919-1952.

Van de brieven tussen De Vries en Van Wessem zijn er 163 bewaard gebleven, merendeels uit de oorlogsjaren. De brieven gaan over De Vries’ poëzie en zijn medewerking aan het tijdschrift Het Getij, waarvan Van Wessem de voornaamste redacteur was. Een belangrijk onderwerp in de correspondentie is de groei van De Vries’ bundel Tovertuin (1946). De Vries vond in Van Wessem de gewenste raadgever. Andere onderwerpen waar vaak over wordt geschreven, zijn J. Slauerhoff, met wie beide schrijvers bevriend waren, en de levensomstandigheden tijdens de oorlog. De inleiding bij deze uitgave kenschetst de literaire vriendschap tussen beide mannen. Een aantal ongepubliceerd gebleven gedichten van De Vries zijn als bijlagen toegevoegd.

Dubbelpromotie: De Amsterdamse jaren van Willem Kloos



Op woensdag 18 december promoveren Peter Janzen en Frans Oerlemans beiden aan de UvA met een studie naar  Willem Kloos (1859-1938), waarin ze opnieuw kijken naar ‘het stereotype beeld van de man en de dichter’.  Janzen richt zich in zijn proefschrift op de jaren 1859-1888, Oerlemans gaat in op de jaren 1888-1900.

Datum: 18 december 2013
Tijd: De promotie van Peter Janzen begint om 11.00 uur, de promotie van Frans Oerlemans om 12.30 uur.
Locatie: Aula – Oude Lutherse Kerk, Singel 411, 1012 XM Amsterdam

Meer informatie

Waar moet het heen en waar gaat het heen?

Over taalgebruikers en moedertaalsprekers
Door Marc van Oostendorp

De onderstaande tekst was bedoeld voor het afscheidssymposium van Jan Renkema van enkele weken geleden, waar ik op het laatste moment door omstandigheden niet naartoe kon. Ik bied hem Renkema én u als 'taalgebruiker' aan nu aan als longread



Waar moet het heen met het Nederlands? Toen de organisatie van het afscheidssymposium voor Jan Renkema mij die vraag stelde, gaf ze me speciale toestemming om die vraag te herformuleren als ‘Waar gaat het heen met het Nederlands?’

Over die speciale behandeling heb ik lang nagedacht. Waar heb ik hem aan te danken? Waarom denkt men dat ik als taalkundige geen antwoord wil geven op die eerste vraag en wel op de tweede, terwijl de andere deelnemers kennelijk geen probleem hebben met die eerste vraag? Volgens mij zegt dat iets essentieels over het verschil tussen taalwetenschappers en taalbeheersers (of: taaladviseurs), zoals de organisatoren die vermoedelijk zien, en zoals in ieder geval Jan Renkema, voor zover ik zijn werk ken, die ziet.

Ik moest even denken aan de roman De besten onder ons van de Zweedse taalkundige Helene Uri. In die humoristische roman figureert een instituut voor futurologische linguïstiek met twee afdelingen. De een houdt zich bezig met de vraag hoe de taal er in de toekomst uit moet zien. De ander met de vraag hoe ze er daadwerkelijk uit zal zien.

Die historie van Urbaen: hoofdstuk [23]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


Die historie van Urbaen: hoofdstuk [22]


Een schoone historie van Urbaen,

die onbekende sone vanden keyser Frederick Barberousse,
die door die loosheyt van sekere Florentijnen
vercreech die dochter vanden soudaen,

metter hystorien van Jan Bocace niet min avontuerlijck dan
ghenoechlijck, onlancx ghetranslateert uut den
Franchoyse int Neder-Duytsch.


Gheprint Thantwerpen op die Camerpoort brugghe, Inden
schilt van Artoys by die weduwe van Jacob van Liesveldt.


zondag 15 december 2013

Nieuwe onderzoekswebsite ‘Het Griekse drama in de Nederlanden’

Het Griekse drama in de Nederlanden’ is een expe­riment in weten­schappelijk publiceren.

Onderzoek steunt op het delen van infor­matie. ‘If I have seen further it is by standing on the shoul­ders of giants’, zoals Newton het uit­druk­te.

Meer dan ooit beschikken we over de instrumenten om te delen: publicaties, databanken, con­ferenties, blogs, sociale media en onder­zoeks­websites. Alleen laten die zelden work in progress zien. Een op hol geslagen publi­catie­cultuur eist af­gewerkte producten, niet het do­lende denken.

Hier wil ik dat wel doen. Weten­schap gedijt beter wanneer ook ruwe obser­vaties en theore­tische aan­zetten met col­lega’s worden ge­deeld.

Daans doen

Door Marc van Oostendorp

Er was gesnoept in het huis van een vriendin, en de verdenking rustte deze keer op de kinderen. "Ik heb het niet gedaan," zei de dochter. "Het was Daans doen."

De moeder schreef me een verontruste e-mail: was hier nu sprake van een definitieve doorbraak van het Engels in haar huisgezin? Het kind zegt ook al dingen als posh en awkward. Nu lijken mij dat allebei prachtige woorden, een verrijking voor de conversatie in menig huisgezin, maar hoe zit het met 'Daans doen'?

Dat het Engels is, lijkt me eigenlijk sterk.