Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 17 september 2014

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch in elektronische editie

De komende maanden publiceren wij hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, gemaakt door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staat de inleiding. Het eerste deel ('mei 1674: Van Amsterdam tot Hamburg') vindt u hier. Voor gebruikers van Google Earth is er een kmz-bestand waarop u de reis kunt volgen.

Wanneer de editie voltooid is, zijn we van plan haar ook als epub-bestand te publiceren.

Door Alan Moss

Op 6 mei 1674 trokken Coenraad Ruysch en zijn neef Dirck van Hoogeveen uit de stad Leiden en zetten zij de eerste stappen op hun Grand Tour. Tijdens deze lange educatiereis van bijna drie jaar trokken de twee neven achtereenvolgens door Duitsland, Zwitserland, Italië en Frankrijk. Coenraad hield een lijvig journaal bij van ruim honderdzestig dichtbeschreven bladen, waarin hij uitgebreid verslag kon doen over de talrijke voorvallen en nieuwe ervaringen op zijn pad. Hij kwam in contact met vorsten en domme boeren, mengde zich in het sociale leven van Genève en bekeek met bewondering naar de oudheden van Rome. In deze editie in afleveringen per maand staat dit uitgebreide en rijke reisverslag van Coenraad Ruysch centraal.



Coenraad werd geboren op 22 oktober 1650 in de stad Dordrecht en was het tweede kind in het huwelijk van Nicolaas Ruysch (1610-1670) en Maria Paedts (1621-1670). Het echtpaar behoorde tot de hogere kringen van de Republiek. Zo was vader Nicolaas pensionaris van de stad Dordrecht en griffier van de Staten-Generaal. Voor Coenraad werd een soortgelijke hoge carrière als regent voorbereid. Hij studeerde in Leiden en promoveerde tijdens zijn Grand Tour aan de universiteit van Poitiers. [1] Eenmaal teruggekomen in de Republiek verwierf Coenraad al gauw verschillende hoge posities in Leiden: in 1679 werd hij kapitein van de schutterij en trad hij toe tot de vroedschap en in 1684 werd hij benoemd tot meester van het plaatselijke weeshuis. Tussen 1685 en 1730 werd hij maar liefst elf keer beëdigd als burgemeester. In 1680 trouwde hij met Maria Cunaeus (1655-1724), dochter van de invloedrijke Johan Cunaeus, een verbond dat Coenraad een nog betere toegang verschafte tot de elite van de stad. Een jaar later werd er een zoon uit dit huwelijk geboren, genoemd naar zijn grootvader Nicolaas. Na een succesvolle maatschappelijke carrière stierf Coenraad op 23 maart 1731 in Leiden. Aan zijn zoon liet hij een zeer grote erfenis achter van ruim 330.000 gulden. [2]

Uit de boekinventaris blijkt dat Coenraad na zijn eigen Grand Tour een verzamelaar werd van reisliteratuur. Zijn eigen verslag zal waarschijnlijk in diezelfde bibliotheek gepronkt hebben als aandenken aan de tocht uit zijn jeugd. Ook familieleden en vrienden hebben het werk waarschijnlijk ingezien. Als voorbereiding op zijn reis naar Italië, Frankrijk en Engeland las Jan Teding van Berkhout (1713-1760) het journaal van zijn oudoom Coenraad. [3] Na Coenraads dood is het manuscript opgenomen in het archief van de familie Teding van Berkhout, met wie hij via zijn zus Elisabeth was verbonden. Deze familieverzameling is in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Verantwoording

De volgende tekst is een kritisch editie van het reisverhaal van Coenraad Ruysch uit 1674-1677, bewaard in het Nationaal Archief te ‘s-Gravenhage (Familiearchief Teding van Berkhout, 1408). Het volledige document bedraagt 160 folia en loopt van mei 1674 tot april 1677.
Omwille van de leesbaarheid van dit reisverslag zijn enkele redactionele ingrepen gedaan. Hoofdlettergebruik en woordafbrekingen zijn naar eigen oordeel en inzicht aangepast, evenals de keuze voor de lettervarianten <I>-<J> en <ij>-<y>. Woorden in enkel hoofdletters, zoals inscripties, zijn aangegeven in kapitalen. De interpunctie is aangepast wat betreft het gebruik van punten en komma’s. Koppeltekens, behalve in het geval van regelafbrekingen, en enclitische constructies zijn gelijk gehouden. Abbreviaturen en interlineaire en marginale toevoegingen zijn stilzwijgend opgelost. Doorhalingen zijn in deze editie weggelaten. Witregels zijn van de hand van de editeur. Folionummers worden tenslotte aangegeven met vierkante haken in de linkermarge van de tekst.



[1] . In het Nationaal Archief van Den Haag zijn de bullen van deze universiteit in te zien. Ex. Nationaal Archief, FA Teding van Berkhout, 1409 en 1410.
[2]/ Voor meer informatie over de maatschappelijke positie en het vermogen van Coenraad Ruysch, zie ook M. Prak, Gezeten burgers: de elite in een Hollandse stad – Leiden 1700-1780, 277; 410.
[3]. Gerrit Verhoeven, Anders reizen? Evoluties in vroegmoderne reiservaringen van Hollandse en Brabantse elites (1600-1750). Hilversum: Verloren 2009, 338.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.