Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 28 februari 2014

Hugo Brandt Corstius overleden

Uitgeverij Querido heeft vandaag bericht dat schrijver en taalwetenschapper Hugo Brandt Corstius op 78-jarige leeftijd is overleden. Zie:  www.nrc.nl/boeken/2014/02/28/hugo-brandt-corstius-78-overleden/

Hij is het tweede Querido-sterfgeval binnen een week – afgelopen weekend overleed dichter Leo Vroman op 98-jarige leeftijd. Hij wordt vandaag in zijn woonplaats Fort Worth (Texas) gecremeerd. Een herdenkingsdienst begint vanmiddag om 17.00 uur in De Nieuwe Liefde te Amsterdam.

Een raadsel uit 1912 opgelost

Door Bart FM Droog

Vorig jaar stootte ik op het allervroegste mij bekende Nederlandstalige autogedicht. Het stamt uit 1912 en is afgedrukt in de debuutbundel Offervonkjes van Frederika Stoer. Heel opmerkelijk is dat in dit gedicht de overgang van paard naar gemotoriseerd vervoer en de daaraan gepaard gaande problematiek wordt aangesneden:
 
Er is een paard overreden,
Het paard van mijn vrome gebeden.
De auto's rijden gedempt en zacht.
Er wordt een paard begraven vannacht.
 
Hoewel het niet expliciet gezegd wordt, moet het paard in kwestie  door een auto overreden zijn. Paarden overrijden immers geen andere paarden en een mogelijke andere dader, een locomotief, komt in heel het gedicht niet voor. Dat overigens nog meer sterfgevallen herbergt:
 
Er rijzen vage geluiden:
Dat zijn de doode bruiden.
 
Maar niets is wat het lijkt. Hoewel een Frederika Stoer bestaan heeft, van 22 april 1882 tot 26 maart 1941, was zij beslist niét de schrijfster van de bundel. Het werk is namelijk een persiflage op het bijna gelijknamige boek Offervlammen van de dichteres Hendrika Boer (1884-1935). Als de gegevens van beide bundels naast elkaar gezet worden vallen de overeenkomsten goed op:
 
Boer, HendrikaOffervlammen. Met een voorwoord door Marie Metz-Koning. [Meindert Boogaerdt Jun.], Krimpen aan de Lek, 1912.
Stoer, FrederikaOffervonkjes. Met een voorwoord van Sofie Flets-Honing. Bureau "De Berner Conventie", Deventer, [1912]. 46p. 

Schattig Nederlands in Vlaanderen

Door Marc van Oostendorp
Wat Vlamingen niet weten: dat de meeste Nederlanders inmiddels helemaal niet meer op hun taal neerkijken, integendeel, dat het bon ton is in Holland om te menen "dat zij veel beter zijn in taal dan wij". Die mening blijkt weliswaar bij navraag vaak alleen gestoeld op het argument "dat zij altijd het Groot Dictee winnen", maar mijn ervaring is dat zelfs Vlaamse taalkundigen er soms van opkijken.

"Hoe komt het dan dat wij menen dat jullie veel beter standaard-Nederlands spreken dan wij?" vroegen ze me gisterenavond in een jazzcafé in Antwerpen. Want wat veel Nederlanders niet weten: dat Vlamingen nog altijd denken dat Nederlanders veel beter in taal zijn dan zij, of in ieder geval: dat die Nederlanders dat zelf denken.

Al snel kwamen daar ook de treffende voorbeelden van.

donderdag 27 februari 2014

Al lezende in Ogier van Denemerken – 31 : Jan de klerk (2)

Al lezende in Ogier van Denemerken – 31 : Jan de klerk (2)

Amand Berteloot


In de voorgaande bijdrage hebben we vastgesteld dat er twee handschriften bestaan waarin de sententie ‘Versinnet dat ende’ (verzint eer ge begint) een merkwaardige rol speelt. In het getijdenboek van hertogin Katharina van Kleef staat de spreuk als een opschrift midden in een miniatuur die het oordeel van Pilatus over Jezus voorstelt. In het Heidelbergse OvD-handschrift wordt de spreuk geparafraseerd als een soort moraliserende les bij een episode die ongeveer halverwege de roman wordt verteld. In het ene geval gaat de spreuk vergezeld van een heraldisch leeuwtje, in het andere wordt ze gevolgd door de vernoeming van een auteursnaam. De vraag is of dit toeval is.

Een hont in de morgen

Door Marc van Oostendorp

In de krochten van het Meertens Instituut staat een kast waar ik tot nu toe – ik werk bijna vijftien jaar in die krochten – nog nooit had gehoord. Een kast met de code NmK, vol boeken over lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en munten in allerlei Europese talen en Nederlandse dialecten.

Ik had gisterenmorgen ineens behoefte aan die kast. Ik had twee vertaalsters op bezoek die twee korte romans aan het vertalen zijn van Beppe Fenoglio (1922-1963). Die schrijver uit het noordwesten van Italië gebruikte graag aan het Engels of het dialect ontleende, zelfbedachte en ouderwetse woorden. In een van zijn, nu te vertalen, boeken wordt er een stuk land verkocht met de omvang van een giornata, en dat gebeurde tavola a tavola.

Hoe noem je dat alles in het Nederlands? De vertalers wisten het niet, ik wist het niet, en ik wist ook niet zo goed hoe ik het op het internet moest vinden. Gelukkig ontdekte ik wel de kast in de voornoemde krochten.

woensdag 26 februari 2014

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 291-300


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 291-300
(regels 20121-20754)

Verantwoording van de editie

dinsdag 25 februari 2014

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 281-290


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 281-290
(regels 19479-20120)

Verantwoording van de editie

Pas verschenen: Willem G. van Maanen – “Moet je horen”



Uitgeverij Flanor maakt melding van een nieuwe uitgave:

Moet je horen is na Dubbele inktpot, enkele pen (2004) en Wat van waarde is (2010) het derde boek van Willem G. van Maanen (1920-2012) dat bij Uitgeverij Flanor verschijnt. Toen samensteller Gerben Wynia een herziene herdruk voorbereidde van Dubbele inktpot, enkele pen, vroeg hij Van Maanen om toestemming voor een herdruk van de hoorspeltekst Het klokkespel. Diens antwoord luidde: ‘Hoorspelen, nee, liever niet. Het is geen proza van betekenis, het is gebruikstekst, niet om te lezen maar om naar te luisteren. Doe maar niet.’ Erg absoluut is zijn weigering niet verwoord. Belangrijker is: Enkel spoor en Een kind van de zee hoeven niet per se beluisterd te worden, deze teksten laten zich uitstekend lezen en bovendien hebben de hoorspelen Een explosie, Hebt u mijn pop ook gezien? en De opperbevelhebber door hun directe band met ander werk van Van Maanen een bijzondere literaire waarde. Moet je horen bevat behalve zeven hoorspelteksten ook de tekst van een toespraak die Van Maanen hield op een bijeenkomst van dramaturgen van de publieke Nederlandse en Belgische omroep alsmede een uitvoerig nawoord van Heleen Veringa.”

Willem G. van Maanen: Moet je horen. Nijmegen: Uitgeverij Flanor, 2014. 230 pagina’s, 23,5 x 15,5 cm, gebonden met stofomslag. Prijs: € 21,50

Het boek is te verkrijgen door overmaking van € 21,50 op IBAN-bankrekening NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen, onder vermelding van ‘Horen’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Bij afleveradressen in het buitenland zullen de extra verzendkosten in rekening worden gebracht.

“Salon der Verzen” op het Muiderslot


Op 15 maart 2014 vindt op het Muiderslot een ‘poëzie- en muziekfestijn rond de Gouden Eeuw en nu’ plaats: De Salon der Verzen. Eén dag voor de geboortedag van oud-bewoner P.C. Hooft wil de organisatie de sfeer van diens Muiderkring terugbrengen met musici en dichters die zowel met eigen werk als dat van de Muiderkring optreden.

Op het programma staan onder meer liederen van Muiderkringleden Hooft, Huygens en Bredero met klavecimbelbegeleiding, luitmuziek van de 17e-eeuwse componist Nicolaes Vallet, jonge dichttalenten onder wie Turing Poëzieprijswinnares Mieke van Zonneveld, een 17e-eeuwse poetry slam met nieuw geselecteerde teksten, en klassieke voordracht uit Vondels 'Lucifer' en 'Gijsbrecht van Amstel'.

Praktische informatie

Datum: zaterdag 15 maart 2014
Tijd: 20.15 uur – ca. 22.15 uur
Locatie: Muiderslot, Herengracht 1, Muiden
Toegang: € 12,- (€ 10,- voor Vrienden/studenten/65+/CJP/Stadspas/U-Pas)
Meer informatie en reserveren: http://www.feestderpoezie.nl/

Verschenen: proefschrift Martine Veldhuizen

Ook verschenen is het proefschrift van Martine Veldhuizen, Opvattingen over zondige, onvertogen en misdadige woorden in het Middelnederlands (1300-1550). Uitgeverij Verloren.


"Liegen, lasteren en schelden: gesproken woorden kunnen pijn doen. Middelnederlandse teksten tussen 1300 en 1550 besteden veel aandacht aan deze schadelijke potentie van het spreken. De ‘zonden van de tong’ worden door sommige auteurs zelfs als de achtste hoofdzonde beschouwd. De tong verwoest niet alleen de reputaties van de spreker én degene over of tot wie wordt gesproken, maar brengt ook het zielenheil van beiden in gevaar. De ongetemde tong is in hun visie van nature geneigd om zich te misdragen en daarom moet er voortdurend op worden gelet. Martine Veldhuizen laat zien dat de preoccupatie met negatief spreken verschillende laatmiddeleeuwse genres doortrekt. Met behulp van een taaltheoretisch instrumentarium analyseert zij zowel kerkelijke als profaan-ethische teksten en vergelijkt deze met juridische bronnen. Langs deze weg laat zij de contouren zien van een overkoepelend ‘discours van de ongetemde tong’ in de late middeleeuwen."

Pas verschenen: De Zeventiende Eeuw 29 (2013) 2

Bij Uitgeverij Verloren is een nieuw themanummer verschenen van het tijdschrift De Zeventiende Eeuw. Het onderwerp is het vaderlands verleden in de zeventiende eeuw.


"In de zeventiende-eeuwse Nederlanden was het eigen verleden een belangrijk ijkpunt in actuele debatten. Op verschillende niveaus, van lokaal tot nationaal, voerden allerlei personen en groeperingen in de samenleving het verleden op als referentiekader voor zeer uiteenlopende, vaak tegenstrijdige standpunten. Familieruzies, kerkelijke conflicten en politieke geschillen werden uitgevochten onder verwijzing naar vroeger. Daarbij vormde niet alleen het antieke, maar ook het vaderlandse verleden een bron van gezag, identificatie en wijsheid. Zo ontstonden bijvoorbeeld canonieke perspectieven op het recente oorlogsverleden van de Nederlandse Opstand. De historische cultuur was bovendien sterk intermediaal: beeld en woord, mondelinge vertel- en zangtradities en geleerdencultuur, landschap en artefacten ontwikkelden zich vaak in een verrassende interactie. In dit themanummer van De Zeventiende Eeuw wordt de wisselwerking tussen heden en verleden, inclusief het intermediale karakter van vroegmoderne Nederlandse herinneringspraktijken, vanuit verschillende invalshoeken in beeld gebracht."


Inhoudsopgave:
Van de redactie 
EDDY GROOTES, Ter nagedachtenis van Marijke Spies (1934-2013) 
CAROLINA LENARDUZZI/JUDITH POLLMANN, Het vaderlands verleden in de zeventiende eeuw. Inleiding  
JUDITH POLLMANN, Met grootvaders bloed bezegeld. Over religie en herinneringscultuur in de zeventiende-eeuwse Nederlanden  
DIRK PFEIFER, Loyalty, bravery and female cleverness. Grotius’s maidservant and Remonstrant identity
JASPER VAN DER STEEN, The trap of history. The States Party and the Revolt of the Netherlands, 1650-1660
COEN MAAS, Willibrords wijnfles. Autorisatie en memorisatie van de contrareformatorische boodschap in Richard Verstegens Nederlantsche antiquiteyten (1613)
BRAM CAERS, ‘In fide constans’? Politiek van herinnering in het Mechelse stadsbestuur
MARCIN POLKOWSKI, Reconstructing the Middle Ages. Dirck van Bleyswijck’s Beschryvinge der stadt Delft and its uneasy relationship with the past
YOLANDA RODRÍGUEZ PÉREZ, Op Spaanse leest geschoeid. Het verleden van de Republiek in zeventiende-eeuwse Nederlandse romans.

Leren dat je niet kunt schrijven

Door Marc van Oostendorp


Er gloort hoop! Wetenschappelijk gefundeerde hoop! Althans wanneer jullie wanhopig zijn over de schrijfvaardigheid van studenten aan de KH Leuven. Je hebt dan weliswaar, volgens onderzoekers in het tijdschrift Over taal, aan de ene kant volkomen gelijk: die studenten inderdaad niet kunnen schrijven en ze beseffen dit bovendien zelf nauwelijks.

Maar wanneer ze een semester schrijfvaardigheidsonderwijs hebben gehad, komt de hoop. De studenten kunnen dan weliswaar nog steeds niet goed schrijven, maar ze weten tenminste dat ze het niet kunnen.

maandag 24 februari 2014

Wie is van glas?

Gert de Jager
 
 
'Charles VI (‘Le fol’, 1368-1422) leed aan waanideeën. Hij meende o.a. letterlijk van glas te zijn.' Zo luidt de aantekening van vertaler Maarten Elzinga bij een regel uit het gedicht The Conversations van Les Murray, de Australische dichter van wie onlangs een omvangrijke bloemlezing uit zijn werk verscheen. Meer dan vijfhonderd bladzijden en – geloof deze recensie niet – doorgaans uitstekend vertaald. Prachtig uitgegeven bovendien. Een obese, lichtelijk door Asperger bezochte boerenzoon uit de Outback met een encyclopedische tic en die zijn poëzie opdraagt aan de glorie Gods – hij is de grootste levende dichter van dit moment. Er zijn dagen dat ik hem de grootste levende dichter ooit vind. 
 
The Conversations werd in de vertaling Gesprekthema’s;The glass king of France feared he’d shatter’ werd ‘De glazen koning van Frankrijk vreesde in stukken te breken’. Last van gekte kreeg deze Karel vanaf 1392. Zijn bijzondere ziektebeeld kende ik uit de biografie van Caspar Barlaeus: dat wonderlijke mengsel van geleerdheid, goedhartigheid en vreemde angsten en obsessies (hij verbeeldde zich soms van glas te zijn, of voeten van stro te hebben).’ Het citaat komt uit Het licht der schitterige dagen, Hella Haasses biografische schets van P.C. Hooft. Hooft stierf in 1647; Barlaeus overleefde zijn goede vriend maar een paar maanden. Op een winterdag in 1648 liet hij zich vallen in een regenput. 
 
Er waren er meer van glas. In Huygens’ ‘t Kostelick mal uit 1621 bijvoorbeeld:
 

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 271-280


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 271-280
(regels 18922-19478)

Verantwoording van de editie

Nieuw literatuurevenement in Eindhoven: het Groot Letterfestival

Kees van Kooten, Annejet van der Zijl, A.L. Snijders en Wim Daniëls zijn de eerste bevestigde namen voor het Groot Letterfestival, een nieuw literatuurevenement in Eindhoven dat plaatsvindt op zondag 13 april 2014. Vijf zorginstellingen veranderen voor één dag in literaire podia. Hoofdlocatie is Peppelrode. Het nieuwe festival presenteert zowel gevestigde schrijvers en dichters als jong talent. Ook staan er muziek, beeldende kunst en workshops op het programma. Het evenement is voor iedereen toegankelijk.

Het Groot Letterfestival is een coproductie van Vitalis WoonZorg Groep afdeling Kunst en Cultuur en de Literaire Salon. Zij hebben het evenement in het leven geroepen omdat Eindhoven nog geen groot literatuurfestival kent, terwijl daar wel behoefte aan is. In de aanloop naar het festival zijn er al verschillende projecten van start gegaan. Zo werd er een schrijfwedstrijd gehouden, is er een Artist in Residence-project, maken schrijfster Anneke van Wolfswinkel en kunstenaar Paul van Osch een semipermanent werk en ging oud-stadsdichter Piet van den Boom als huisdichter aan de slag.

Pas verschenen: De Parelduiker 2014/1



Op zaterdag 8 maart wordt in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) het nieuwe nummer van De Parelduiker gepresenteerd. Thema van dit boekenweeknummer is: ‘Schrijvers reizen thuis’.

Tekening omslag: Peter van Straaten

Inhoud

Geen kwaad woord over reizen, maar het is niet zonder meer juist om aan te nemen, dat reizigers zichzelf automatisch op vooruitgang trakteren en spelenderwijs een open mind verwerven, terwijl thuisblijvers en stilstaanders onontkoombaar aan achteruitgang en benepenheid ten prooi vallen.’ 

Aldus René Gude, Denker des Vaderlands, in dit speciale Boekenweeknummer over de zin en onzin van reizen voor schrijvers en lezers. Met bijdragen over de Duitse filosoof Immanuel Kant, die zijn geboorteplaats nooit verliet. Verder over de nimmer gemaakte reizen van Fernando Pessoa, over Emmanuel Bove en de noodzaak van het beschrijven uit stilstand, een mislukte reis in het voetspoor van George Orwell en de teleurstellende reis die Charles Dickens door Amerika maakte. En met een reisverhaal van A.L. Snijders. (‘De volgende jaren reisde Arthur over een groot deel van de wereld, maar hij kwam steeds thuis om bij zijn moeder boerenkool met worst te eten en haar uit te leggen wat hij wilde ontdekken op zijn reizen. Het lukte hem niet.’)

Blauwe Schuit

Door Leonie Cornips
Op een druilerige zondagmorgen zit ik in de trein naar Heerlen om op uitnodiging even onderdeel uit te maken van de draaiboekbesprekingen van de Blauwe Schuit.
Overmorgen vaart het schip op wielen uit om vijf dagen lang de vastelaovend aan te kondigen, ook in het nabije België en Duitsland. Deze zondag zijn ook diverse gastheren van de ankerplaatsen die de bemanning van de Blauwe Schuit aandoet, in de Heerlense thuishaven te gast. Dit overleg in de Schelmentoren op twee zondagen voorafgaand aan vastelaovend is belangrijk. Het bestuur van de Blauwe Schuit, waaronder de vuurzitter, moelemeëker en sjriever neemt met de gasten het vaarschema en vooral het protocol door. Ook bespreken ze opmerkelijke plaatselijke gebeurtenissen die onderwerp van spot kunnen worden tijdens het gesjteggel met de autoriteiten waar de Blauwe Schuit volgende week aanmeert.

Het is heus niet lui om 'hij' te zeggen!

Door Marc van Oostendorp


Wij amuseerden ons gisterenavond met de zinnen van Bach en Peters. Zij leren ons iets over de menselijke luiheid en de betekenis van persoonlijk voornaamwoorden zoals zij en haar. Bij simpele zinnen zou je kunnen denken dat het simpel zit:

- De koningin verveelt zich en zij gaat daarom vanavond lekker dansen. [1]

Je zou kunnen denken: dat zij is een manier om toe te geven aan de menselijke neiging tot luiheid. Het vervangt hier de koningin. Zin 1 betekent hetzelfde als zin 2:

De koningin verveelt zich en de koningin gaat daarom vanavond lekker dansen. [2]

Taalkundigen hebben ook lang gedacht dat het zo zat, maar zo'n vijfenveertig jaar geleden ontdekten sommigen van hen dat er zinnen waren die je zo niet kunt begrijpen. Neem de volgende:

Die historie van Floris ende Blancefleur als gratis e-book


Van Floris ende Blancefleur

T’Antwerpen
op de Lombaerde Veste
in De Gulden Pellicaen
by Guillaem van Parijs
1576



zondag 23 februari 2014

Praten met je hond

Door Marc van Oostendorp

"Leg nu onmiddellijk de Telegraaf neer!" Wie weleens boos iets heeft geroepen tegen zijn hond, weet dat Fikkie op dat moment ineenkrimpt. Hoe kan dat? Kunnen honden menselijke taal verstaan? Nieuw onderzoek van de vorig jaar in Nijmegen gepromoveerde Hongaar Attila Andics laat zien dat er in zijn brein iets gebeurt dat lijkt op hoe de menselijke hersenen op gemopper reageren.

De onderzoekers legden honden én mensen onder de scanner en lieten ze naar opnamen luisteren van honden en mensen in verschillende omstandigheden. Sommige van de resultaten zijn niet zo verrassend: honden herkenden bijvoorbeeld hondenemoties dan mensenemoties en bij mensen was het omgekeerd.

De kern van de bevinding is wel nieuw: het is, mutatis mutandis, hetzelfde hersengebiedje dat oplicht bij Fikkie als bij jou en mij. (Ik ga er nu even voor het gemak vanuit dat honden Neder-L niet lezen.)

zaterdag 22 februari 2014

Onteren

Door Marc van Oostendorp

Ik heb de afgelopen dagen op kosten van de Italiaanse belastingbetaler (en nu niet zeggen: hij bestaat) een aantal lezingen gegeven in Verona, en een ervan ging over de woorden onteren en oneindig.

Wat is er aan de hand? Beide woorden bestaan uit een voorvoegsel (ont, on), een stam (eer, eind) en een achtevoegsel (en, ig). Er is een belangrijk verschil: onteren is een verbuiging met -en van de stam onteer (het voorvoegsel zit als het ware dieper dan het achtervoegsel) en oneindig is de ontkenning van eindig (het achtervoegsel zit dieper dan het voorvoegsel).

Er is echter ook een overeenkomst, die te maken heeft met lettergrepen.

vrijdag 21 februari 2014

Van varen, vechten, plunderen en plagiaat

Door Bart FM Droog

In 1942 stelde Jan H. Eekhout de bloemlezing  Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek samen. Dit boekje bevatte veel anti-Britse gedichten en liederen uit de diverse Engels-Nederlandse oorlogen – op zich niet zo vreemd, want Van Eekhout had zich openlijk tot de Nieuwe Orde bekeerd.

Kort na de verschijning publiceerde dagblad Het Vaderland een vlammend protest van Wouter Nijhoff, van uitgeverij Martinus Nijhoff, tegen dit werk. Het boek van Eekhout bleek een geplunderde versie van de eerder in de 20ste eeuw bij Nijhoff verschenen alomvattende overzichtsbloemlezing van Nederlandstalige zeelyriek: Van varen en van vechten (1914)      

Nijhoff: "Ik moet opnieuw een ernstig protest doen hooren ten opzichte van geoorloofde handelingen gepleegd tegen mijn uitgave Van Varen en van Vechten, verzameld door D.F. Scheurleer.

Pas verschenen: Over Taal (jrg. 53, nr. 1)



In het nieuwe nummer van Over Taal, algemeen wetenschappelijk-populariserend tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer het artikel ‘Zelfkennis is het begin van alle schrijfwijsheid’ van Jose Tummers en Annelies Deveneyns, over schriftelijke taalvaardigheid in het hoger professioneel onderwijs:

‘In een onderzoek naar de schriftelijke taalvaardigheid van eerstejaars professionele bachelorstudenten aan de KHLeuven is onder meer gepeild naar het beeld dat studenten van hun eigen schrijfvaardigheid hebben. Zijn zij tevreden over het geleverde werk? Vinden zij dat ze helder en duidelijk schrijven?  

De zon komt erbij

Door Marc van Oostendorp
Het irritante van taal is dat ze verandert waar je bij staat. Je keek net even de andere kant op en ineens blijkt er zich alweer ergens een nieuwe constructie te hebben gevormd. Zo meldde iemand op Meldpunt Taal deze week ineens het bestaan 'de zo'n komt erbij' als equivalent voor 'de zo'n breekt door'.

Gelukkig hebben we sinds kort Delpher, de zoekmachine waarmee je miljoenen pagina's gedigitaliseerde boeken, kranten en tijdschriften van de KB kunt doorzoeken. Daarmee hebben we nu ook een prachtige, objectieve formule voor taalverandering: een constructie is nieuw als ze wel via Google gevonden kan worden, maar niet via Delpher.

Volgens die formule is 'de zon komt erbij' inderdaad nieuw.

donderdag 20 februari 2014

Column 96 : “Kennisse” voor gebruikers van de CD-ROM Middelnederlands

Door Willem Kuiper

Terwijl u dit leest, herlees ik Buevijn van Austoen. Dat is een van oorsprong Frans chanson de geste, waarvan zelfs nog dertiende-eeuwse Middelnederlandse fragmenten bestaan, 116 regels in totaal, uitgegeven in het Corpus Gysseling II, deel 1. Opmerkelijk is dat de Middelnederlandse dichter / vertaler / bewerker zijn (Franse) voorbeeld een “liet” noemt: “Nae dien dat ict int liet verstoet” (r. 100). Ook is hij niet vies van sensatie, want hij laat Boeve een superieure helm dragen die door “varende vrouwen” in het land Morianen gesmeed werd voor de machtige koning Bradimont. Heel jammer dat ons van deze roman slechts 116 regels van de hoeveel 1000 resten, want dit riekt naar een vrije bewerking. Ik kon deze exotische herkomst van het zwaard in het Frans niet terugvinden.
     Buevijn van Austoen is een prozaroman die in 1504 gedrukt werd door de Antwerpse drukker, uitgever en vertaler Jan van Doesborch. Of de bewaard gebleven druk de eerste is, kan ik u niet zeggen. Zal haast wel. De roman moet veel succes gehad hebben, want in 1511 verschijnt een herdruk bij Adriaen van Berghen, Antwerpen, in 1552 een herdruk bij Hans van Liesvelt, Antwerpen, en in 1563 een herdruk bij Jan van Ghelen, eveneens Antwerpen [Bron: R.J. Resoort].

De Romaans-Germaanse grens

Door Marc van Oostendorp
Dwars door Europa kronkelt een fascinerende grens: de Germaans-Romaanse, die de Germaanse talen in het noorden en het oosten zoals het Nederlands, het Fries en het Duits scheidt van de Romaanse in het zuiden en het westen, zoals het Frans en het Italiaans.

In ons knusse hoekje van Europa denken we graag aan een specifiek stukje van die grens, namelijk de kilometers die door België lopen. Maar hij loopt daarna nog meer dan duizend kilometer door naar het zuiden om ergens in Zuid-Tirol in Italië te eindigen met de grens tussen de Beierse dialecten en de Italiaanse.

Gisterenavond zat ik in een restaurant met een collega van die andere kant van de taalgrens: een Duitstalige Italiaanse. Al gauw begonnen we gezellig te fantaseren over onderzoek.

woensdag 19 februari 2014

Aandacht voor literair erfgoed bij OU Erfgoedplatform



Het OU Erfgoedplatform – een initiatief van de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit – heeft een nieuwe pagina over literair erfgoed gelanceerd. Met deze pagina wil het Erfgoedplatform bredere aandacht geven aan het Nederlandstalige literaire erfgoed.

Op de nieuwe literair-erfgoedpagina is onder meer een overzicht van belangrijke bewaarplaatsen op het gebied van de Nederlandse letteren te vinden. Daarnaast wil het Erfgoedplatform op basis van voordrachten de Top 10 van Onvergankelijke Zinnen uit de Nederlandse literatuur samenstellen: zinnen uit de Nederlandse literatuur die bij de lezer altijd wel een keer naar boven komen. Iedereen kan zijn favoriete zin voordragen via de Facebookpagina van het Erfgoedplatform of via e-mail: erfgoedplatform@ou.nl.

http://www.ou.nl/web/erfgoedplatform/literair-erfgoed