Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 31 maart 2014

Call for Papers – Cross-Over 2015

Regionaal, (trans)nationaal, continentaal, globaal
Definities en methodologieën, grenzen en gemeenschappelijke ruimtes,
schrijvers en erfgoed

Het tweejaarlijkse congres Cross-Over van de internationale letterkundige neerlandistiek heeft een interdisciplinaire opzet. Op 27 en 28 februari 2015 vindt het colloquium voor de eerste keer buiten de Lage Landen plaats, met als doel vooral jonge onderzoekers uit verschillende landen een internationaal uitwisselingsplatform te bieden. Het concept cross-over verwijst naar een oversteekplaats maar refereert tevens naar andere specifieke betekenissen. In de tennistaal staat cross-over voor een baanwisseling en duidt in het spoorwegjargon op een verbindingsrail tussen parallelle sporen. Deze beelden liggen aan de basis van het concept voor dit congres, m.n. waar liggen de knelpunten in de internationale beoefening van de contemporaine neerlandistiek en waar de mogelijke oplossingen? We willen de deelnemers uitnodigen vragen te stellen naar regionale, (trans)nationale, interculturele, continentale en globale dimensies van de hedendaagse Nederlandse literatuur en het neerlandistisch onderzoek.

Top 3 van Onvergankelijke Zinnen

Vanaf nu kunt u op het Erfgoedplatform van de Open Universiteit uw stem uitbrengen op de meest Onvergankelijke Zinnen uit de Nederlandse literatuur. De afgelopen weken kregen we vele voordrachten voor de Top 3 van Onvergankelijke Zinnen binnen, waarvoor onze grote dank!

Literair erfgoed is dat deel van het literaire verleden dat levend blijft, omdat we er het gesprek mee blijven koesteren. Veel voordrachten gingen gepaard met een motivering waarin u uiteenzette welke persoonlijke betekenis de bewuste zin voor u heeft. 

Op basis van uw stemmen zal eind april de Top 3 van Onvergankelijke Zinnen worden gepresenteerd. Onder de stemmers en onder degenen die een voordracht hebben gedaan zullen we een exemplaar verloten van Altijd weer vogels die nesten beginnen van Hugo Brems, de als toonaangevend bestempelde literatuurgeschiedenis van de periode 1945-2005.

Hoe het Nederlands zich afscheidde

Door Marc van Oostendorp


Hoe klonk het oudste Nederlands, de taal die in onze streken in de elfde eeuw, en de eeuwen daarvoor, gesproken werd? Dat heeft mijn Leidse collega Michiel de Vaan de afgelopen jaren uitgezocht. We weten al wel redelijk veel van het zogeheten Middelnederlands dat na die tijd gesproken werd, en zelfs eigenlijk ook al wel meer van het Westgermaans, de taal waar de onze vanaf stamt, maar over dat Oudnederlands komt gaandeweg meer naar buiten.

De eerste resultaten van dat onderzoek komen nu naar buiten. In een artikel in het tijdschrift North-Western European Language Evolution (NOWELE) geeft De Vaan een eerste overzicht van wat er meer dan duizend jaar geleden met de Nederlandse medeklinkers gebeurde.

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [19]-[22]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 30 maart 2014

Waarom schrijven Nederlandse schrijvers niet in het Engels?

Door Marc van Oostendorp


Verhalen in het Engels schrijven! 'Ik vind het bedroevend, dat een Nederlands schrijver zijn eigen taal en zijn eigen nationaliteit verloochent. Ik zie er een symptoom in van de ziekte, die ons volk heeft aangetast.'

Deze woorden sprak P.H. Ritter in 1956 over het enige boek van een vooraanstaande Nederlandse schrijver dat ooit in het Engels verscheen: The Acrobat and Other Stories van Gerard Kornelis van het Reve. Je hoort wel vaker praten over de veronderstelde hoogmoed van Nederlanders die denken dat ze alles wel in het Engels kunnen, over de neiging om dan ook maar bij het minste of geringste naar die taal over te stappen.

Toch stamt de laatste serieuze poging door een serieuze Nederlandse literaire auteur om in het Engels te schrijven van bijna zestig jaar geleden.

zaterdag 29 maart 2014

π-zinnen in het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Dus u wilt u heden vertreden? Dan gaan we eens zwelgen in nutteloze taalweetjes. Of, althans, ik ga dat doen: zien jullie maar of je zin hebt om mee te doen. De aanleiding is een blogpost van Milfje Meulskens van vorige week. Zij legde daarin een nieuw spel uit:
  • Men neme een sequentie cijfers: 4 5 6 3 2 5 2 
  • Men make een grammaticaal kloppende zin waarbij de woorden precies het aantal letters hebben in de volgorde zoals in de opgave gevraagd is.
Milfje wijst er dan terecht op dat de techniek al gebruikt is voor ezelsbruggetjes, bijvoorbeeld voor het getal π, en verwijzen in dat kader naar deze mooie pagina met pareltjes als de volgende:
  • Eva o lief, o zoete hartedief , uw blauwe oogen zyn wreed bedrogen.
  • Zie, 'k geef u thans, geleerden en leeken, ouden van dagen, frissche studenten, weinige regeltjes, die mij zijn gebleken, vaak nuttig te werken voor tal van docenten. Zie nu hoeveel decimalen.
Dat zijn leuke zinnen, maar ze zijn wel speciaal verzonnen.

vrijdag 28 maart 2014

De regels van de kunst: analyseren en interpreteren

Studiedag Leraren Nederlands

Vrijdag 23 mei 2014, 13.00-17.00, Huizinga zaal 2, Doelensteeg 16, Leiden. (Aanmelden en informatie: y.van.dijk@hum.leidenuniv.nl).

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 331-340


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 331-340
(regels 22672-23425)

Verantwoording van de editie

Vacature: Docent Nederlandse Taalkunde, Departement Neerlandistiek, Universiteit van Amsterdam

deadline: 11 april 2014


Opleidingsniveau Gepromoveerd
Salarisindicatie €3.259 tot €4.462 bruto per maand

Sluitingsdatum 16 april 2014
Functieomvang 38 uur per week
Vacaturenummer 14-103

De Faculteit der Geesteswetenschappen biedt u samenwerking met vooraanstaande onderzoekers binnen onderzoekinstituten die - mede door een multidisciplinaire benadering - internationaal hoog staan aangeschreven. Bovendien geeft u onderwijs in een dynamische omgeving waarin nieuwe onderwijsmethodieken worden ontwikkeld.

Met de nieuwe docenten volgt u een uitgebreid introductieprogramma en krijgt u intensieve begeleiding gedurende het eerste jaar van de aanstelling. Aanvullende didactische scholing maakt deel uit van de aanstelling. Hierbij wordt rekening gehouden met eerder verworven competenties blijkend uit het onderwijsportfolio van de kandidaat. Het behalen van de ‘basiskwalificatie onderwijs’ behoort tot het verplichte introductieprogramma.

Oratie Nicoline van der Sijs online

Gisterenmiddag sprak prof. dr. Nicoline van der Sijs in Nijmegen haar oratie uit, De voortzetting van de historische taalkunde met andere middelen.

In haar oratie gaat Van der Sijs in op de E-Humanities en de nieuwe toekomst van oude teksten. Digitale onderzoeksmethoden zijn binnen de geesteswetenschappen sterk in opkomst. De verwachtingen zijn hooggespannen, zowel bij onderzoekers als bij subsidiegevers. Terwijl de computer met moderne teksten al redelijk uit de voeten kan, zijn er voor oude teksten nog veel moeilijkheden te overwinnen.

De tekst van deze oratie staat inmiddels online.

Quiz

Door Bart FM Droog

In het kader van de interactivisering van de samenleving vandaag een letterkundige foto-quiz:
 
A. Welke bekende Nederlandse auteur werd in 1944 in het huis links van de kerk geboren?
B. Wat is de titel van zijn autobiografische roman, waarvan in 2005 de twaalfde druk verscheen?
C. Welk dorp is op deze foto te zien en in welke gemeente ligt het?
D. Welke andere Nederlandse auteur werd ook in dit dorp geboren, maar dan 26 jaar eerder?

Oproep aan leraren en opleiders van leraren die promotie-onderzoek willen doen

DUDOC-ALFA heeft tot doel leraren in het voortgezet onderwijs en lerarenopleiders in het hoger onderwijs te laten promoveren in de vakdidactiek op een onderwerp waarbij een duidelijke relatie wordt gelegd met de praktijk in het voortgezet onderwijs. Er zijn middelen beschikbaar om leraren deeltijds te laten werken aan zulk onderzoek, zie

http://vakdidactiekgw.nl/dudoc-alfa/procedure-van-indiening-en-beoordeling/

Nadere informatie via het algemene contactadres vakdidactiekGW@uu.nl.

Voor het ontwikkelen van een onderzoeksplan kunnen belangstellenden die willen promoveren contact opnemen met de beoogde promotor of met de volgende onderzoekers die voor het onderdeel Nederlands bij het dudoc-alfaprogramma zijn betrokken:

Dr. Erwin Mantingh <E.Mantingh@uu.nl> (Letterkunde, Utrecht)
Prof. dr. Anneke Neijt <A.Neijt@let.ru.nl> (Taalkunde, Nijmegen)
Dr. Theo Witte <t.c.h.witte@rug.nl> (Letterkunde, Groningen)

Overleden: Hennie Aucamp (1934-2014)

De Zuid-Afrikaanse schrijver Hennie Aucamp, is op 80-jarige leeftijd overleden in Kaapstad, in de schaduw van de Tafelberg. Hij boekte succes met zijn korte, reis- en streekverhalen, cabaretteksten, toneelstukken en literaire essays.

Hennie Aucamp werd geboren in 1934 in Dordrecht, een plaats in de provincie Zuid-Afrikaanse Oost-Kaap. Hij groeide op in de Stormbergen, een gebied dat regelmatig in zijn korte verhalen terugkomt. Aucamp studeerde aan de Universiteit van Stellenbosch, werd leraar en vertrok in 1963 naar België voor een studie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Na zijn promotie in 1974 werd hij aangesteld als hoofd van het Departement Afrikaans aan zijn alma mater. Hij werd er hoogleraar Afrikaans, maar volgde ondertussen ook nog in New York aan de Universiteit van Columbia cursussen creatief en educatief schrijven.

Het einde van de straatnaam

Door Marc van Oostendorp


Ik woon in Leiden op de Rijn en Schiekade. Moet er geen streepje achter Rijn staan? Nee, dat moet niet. Waarom niet? Daarom niet, die kade heet nu eenmaal zo en wanneer jullie erover willen discussiëren, meld je je maar bij de Taalprof. Klaar.


Gisteren had ik desalniettemin een discussie over straatnamen. Zijn die niet ten dode opgeschreven?

En waarom hebben we eigenlijk straatnamen? Het zijn onhandige administratieve hulpmiddelen uit een bijna vervlogen tijd. Wanneer je vroeger iemand wilde bereiken, lieve kindertjes, moest je die persoon een brief sturen of een bloemetje, of bij die persoon langs gaan. Er was dus een systeem nodig waarop je de postbode of de bloemist of jezelf kon duidelijk maken waar die persoon precies woonde. Maar nu?


donderdag 27 maart 2014

Prijzen Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in haar bestuursvergadering van 20 maart 2014 de volgende prijzen toegekend:
  • Van der Hoogt-prijs 2014 voor Sander Kollaard
  • Henriette Roland Holst-prijs 2014 voor David Van Reybrouck
  • Prijs voor meesterschap 2014 voor Roland Willemyns

De juryrapporten zijn binnenkort integraal beschikbaar op http://maatschappijdernederlandseletterkunde.nl/, waar ook een overzicht is te vinden van alle prijzen die de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde sinds 1921 heeft toegekend.

De prijzen worden uitgereikt tijdens een Laureatenmiddag op 20 september 2014 tussen 14.00 en 17.00 uur in het Lipsius-gebouw van de FaculteiGeesteswetenschappen, Cleveringaplaats 1 te Leiden.

Derde editie Poëzienacht Brugge: 29 maart 2014

'Alles wat zwarte klanken heeft, bezit duende', schrijft de Spaanse dichter en schrijver Federico García Lorca in 1928. Hoewel het begrip ‘duende’ zijn wortels heeft in de flamenco, kan het veel breder ingevuld worden. Nick Cave neemt het als rode draad voor zijn ‘Love Song Lecture’ en interpreteert het als een onuitspreekbare droefenis maar ook als een mysterieuze kracht waardoor kunstenaars en kunstwerken bezeten kunnen zijn.

Voor de derde editie van Poëzienacht Brugge laten dichters en muzikanten zich inspireren door de duende. In het centrale gebeuren in de Concertzaal lopen gemis en vertrekken, zwerven en nooit thuis komen, maar ook passie, bezetenheid en feest als een rode draad door het programma.

Workshop Das Fremde, die Fremde, der Fremde: Repräsentation, Inszenierung, Praktiken. Keulen, 8 november 2014

CfP ADNG/WDNG Workshop
Das Fremde, die Fremde, der Fremde: Repräsentation, Inszenierung, Praktiken Köln 7./8. November 2014


Der Arbeitskreis Deutsch-Niederländische Geschichte (ADNG) organisiert seit 2010 jährlich einen Workshop, um laufende Forschungsprojekte vorzustellen und kritisch zu diskutieren. Zeitlich liegt der Schwerpunkt des Arbeitskreises auf dem 20. Jahrhundert. Die Arbeitssprachen sind Deutsch, Niederländisch und Englisch.

Bei dem diesjährigen Workshop steht die Kategorie des Fremden im Mittelpunkt: Wie waren sich die Niederlande und Deutschland jeweils fremd? Inwiefern gab es eine gemeinsame Vorstellung vom Fremden? Damit möchten wir auch an die deutsch-niederländische Forschung zu Besatzungszeit anschließen und gleichzeitig zugehörige Themenfelder wie etwa Erinnerungskultur und Kanonbildung zeitlich und räumlich ausweiten.

Pas verschenen: Tweehonderd jaar neerlandistiek aan de Université de Liège

De eerste hoogleraar Nederlands aan de Université de Liège, de Amsterdammer Johannes Kinker, werd benoemd op 24 juni 1817. Hij was de allereerste extramurale professor in de neerlandistiek, buiten het Nederlandse taalgebied dus. Het aantal Waalse studenten dat bij Kinker en diens opvolgers in de voorbije bijna tweehonderd jaar college heeft gevolgd, loopt in de vele duizenden.

Dit boek traceert de evolutie van het onderwijs en het onderzoek van de Nederlandse taal en letteren aan de Luikse universiteit, van 1817 tot vandaag. Het besteedt aandacht aan de opeenvolgende hoogleraren en wetenschappelijk medewerkers en aan het verenigingsleven en de tijdschriften van de studenten. Dat alles tegen de achtergrond van de staatkundige, politieke, sociale en culturele geschiedenis. Ook wordt de plaats behandeld van de Luikse neerlandistiek binnen het bredere vakgebied en in verhouding tot de grote stromingen of trends in de taal- en literatuurwetenschap. Ter afsluiting worden enkele belangrijke uitdagingen belicht voor de Luikse neerlandici in de nabije toekomst.

Tweehonderd jaar neerlandistiek aan de Université de Liège: Een geschiedenis van de oudste extramurale leerstoel Nederlands
Guy Janssens, m.m.v. Kris Steyaert
ISBN 978 90 334 9611 0 // 2014 // 200 blz. // 24,50 EUR

Voor de inhoudsopgave en een proefhoofdstuk, zie de volgende link:
http://www.acco.be/uitgeverij/nl/publication/9789033496110/tweehonderd+jaar+neerlandistiek+aan+de+universite+de+liege.een+geschiedenis+van+de+oudste+extramurale+leerstoel+nederlands

Slavoj Zizek en de neerlandistiek

Angstaanjagende ontwikkelingen in ons managersgruwelfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp



'Mensen,' zei prof. dr. W. Pieterse, hoogleraar Financiële Letterkunde, 'Ik heb goed nieuws! We gaan verhuizen! En wel naar het prachtigste pand van deze universiteitsstad.'

Joop niesde en Rie Veld sperde haar ogen open. 'Het voormalige garnizoensmuseum!' riep W. Pieterse verrukt uit. 'Door bezuinigingen heeft dat de poorten moeten sluiten! Een uitstekende plek voor ons! Er is bijvoorbeeld een zeer imposante vergaderzaal beschikbaar! Moet je eens voorstellen: dan kunnen we daar onze internationale gasten ontvangen.' Omdat zijn brillenglazen beslagen waren van emotie, nam hij het hippe montuur in de hand en een doekje in het andere om zijn bril goed schoon te vegen.

'Het is een prachtig plan,' zei de boomlange promovenda Sophia, die net als W. Pieterse door een geheimzinnig virus in een manager veranderd was. 'En het is ook heus geen bezuiniging. Sterker nog, met bezuinigingen heeft het niets te maken! De motivatie is puur inhoudelijk. Dat garnizoensmuseum kunnen we immers niet leeg laten staan.'


woensdag 26 maart 2014

Vacatures: Universitair Docent Moderne Nederlandse letterkunde / Universitair Docent (inclusief coördinatie) Dutch Studies – Universiteit Leiden



Het Leiden University Centre for the Arts in Society (LUCAS), een van de zeven instituten van de Faculteit der Geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden, heeft twee vacatures: een voor Universitair Docent Moderne Nederlandse Letterkunde en een voor Universitair Docent (inclusief coördinatie) Dutch Studies.

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 321-330


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 321-330
(regels 21927-22671)

Verantwoording van de editie

Men artikel is gedoan wè né

Door Marc van Oostendorp


Iedere zin is een pakketje. In het binnenste zit een gedachte; laten we zeggen 'mijn artikel is af'. Die gedachte vormt zich ergens in het binnenste van je hoofd, en wil eruit - zich nestelen in andermans hoofd.

Maar dat gaat zomaar niet! Zodra zo'n zin van mij naar jou moet, moet er pakpapier omheen: het pakpapier van de sociale conventie. Er moeten ineens allerlei plichtplegingen worden voldaan. Ik moet laten weten wat ik van jou vind, en van onze onderlinge relatie, en van mijn gedachte, en wat jij precies van mijn gedachte wil vinden, en ga zo maar door.

In het Nederlands bestaat dat pakpapier vaak uit kleine woordjes, zoals nou, hé, hè en zo voort. Het is moeilijk te beschrijven wat ze precies betekenen, maar ze drukken iets uit over de relatie tussen jou en mij, en mij en de zin. Proef het verschil tussen zinnen als:

- Nou, mijn artikel is af.
- Hé, mijn artikel is af.
- Mijn artikel is af, hè?
- Nou, mijn artikel is af, hè?


dinsdag 25 maart 2014

Muzikale en boekhistorische middag Tiele-stichting



Op vrijdag 11 april 2014 houdt de Dr. P.A. Tiele-stichting haar jaarlijkse vergadering. Aansluitend is er een muzikale en boekhistorische middag georganiseerd in de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, waar op dat moment een tentoonstelling met het persoonlijke archief van Ramses Shaffy te zien is. Het programma van de middag sluit hierop aan.

Programma
13:30      Uitreiking Tiele-Scriptieprijs 2013
14:00      De Nederlandse Liederenbank: van een Suverlijc boecxken tot Shaffy
(prof. dr. Martine de Bruin)
14:30      Het Maassluise Hoekertje: lokale liedboeken in de Gouden Eeuw
(prof. dr. Louis Grijp)
15:00      Inleiding op de tentoonstelling over het persoonlijk archief van Ramses Shaffy
(mr. Hans van Keulen)  
15:30      High Tea en de mogelijkheid de tentoonstelling te bezoeken

Al die kerken in al die wijken. Die?

Door Marc van Oostendorp


Het interview dat de theologe en oud-parlementariër Mirjam Sterk vorige week voor de radio hield met de jonge hippe predikant Ruben van Zwieten, blijkt een feest voor de taalliefhebber.

Dat komt allereerst door het accent van Van Zwieten, die een ontmoetingscentrum is begonnen op de Amsterdamse Zuidas en die veel meer klinkt als een verdwaalde vennoot van een consultancybureau dan als een dominee. Maar het komt vooral door de manier waarop de gesprekspartners het woord die gebruiken.

maandag 24 maart 2014

Oratie Nicoline van der Sijs: digitale technologie in historisch-taalkundig onderzoek



Op donderdag 27 maart 2014 houdt Nicoline van der Sijs haar oratie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, onder de titel De voortzetting van de historische taalkunde met andere middelen. Van der Sijs is sinds januari 2013 hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit.

In haar oratie laat Nicoline van der Sijs zien hoe digitale technologie ondanks beperkingen met succes kan worden gebruikt om oude en nieuwe historisch-taalkundige onderzoeksvragen te beantwoorden. Zo geeft ze antwoord op de oude vraag in hoeverre de gezaghebbende Bijbelvertaling uit 1637, de zogenoemde Statenvertaling, in taalgebruik volgend of leidend is geweest. De mythe wil dat de Statenvertaling grote invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandse standaardtaal. Uit digitaal onderzoek blijkt echter dat de Statenvertaling bij verschijnen al archaïsch was, in ieder geval voor wat betreft het gebruik van naamvallen. Haar conclusie is dat historische taalkunde en digitale onderzoeksmethoden een gelukkige combinatie vormen: de nieuwe onderzoeksinstrumenten werpen vaak een verrassend nieuw licht op oude, fundamentele vragen rond taalverandering.

Ondertiteling

 Door Leonie Cornips

Familie, vrienden en collega’s vertellen in de TROS-documentaire van 5 maart ‘Het verhaal van Rowwen Hèze’. Ook mij valt onmiddellijk de ondertiteling op die de Limburgse Nederlandstaligen in deze documentaire apart zetten. De bandleden, manager Rudy Havermans en documentairemaker Leon Giesen krijgen ondertitels toebedeeld maar theaterregisseur Frank Lammers, ex-manager Rob de Jong en journalist Leon Verdonschot niet. Kortstondig is er twijfel bij muziekuitgever Hans Kusters: zijn ondertitels verdwijnen alras.

Wim Ortjens van Regiobranding Zuid-Limburg stoort zich eraan, stuurt zijn tweet de wereld in en vertelt een dag later op radio L1: ‘als iemand slecht verstaanbaar is, mag je ’m ondertitelen. Als die Limburgs spreekt, de taal Limburgs, dan moet je ’m ondertitelen dat is een andere taal. Maar als iemand gewoon beschaafd correct Nederlands spreekt met een regionaal accent dan moet je ’m niet ondertitelen’. De manager van Rowwen Hèze laat echter aan Novum Nieuws weten: ‘Het is goed dat het werd ondertiteld, want dat heeft enkel te maken met de verstaanbaarheid’.

Het uniekste tijdschrift uit de Nederlandse literatuur

door Marieke Winkler

Voor uw lichamelijke verkoudheid
een schone zakdoek
Voor uw geestelijke verkoudheid
DE SCHONE ZAKDOEK
(motto uit De Schone Zakdoek, nr.3)



Het tijdschrift De Schone Zakdoek waart als een mythe door de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Niet alleen omdat De Schone Zakdoek het enige Nederlandse surrealistische tijdschrift was, maar ook, of eigenlijk vooral, omdat een nummer van het tijdschrift schaars goed was. Het verscheen namelijk tussen 1941 en 1944 in de bijzondere oplage van één exemplaar.

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [15]-[18]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 23 maart 2014

Lees dikke boeken die niet over je vak gaan!

Een zondagochtendmanifest
Door Marc van Oostendorp


"Wat dik!" Mijn toch zeer belezen collega D. schrok toen hij het boek zag dat ik hem cadeau wilde geven. "Wanneer moet ik dat lezen?"  D. heeft weliswaar al lang een vaste baan en, sterker nog, het pensioen is al zo nabij dat hij echt nooit meer ontslagen kan worden en toch heeft hij het idee dat hij geen tijd mag verliezen. Hij moet artikelen schrijven! En artikelen lezen! En dat alles alleen in internationale toptijdschriften!

Hoe kan daar ooit een boek tussenkomen? Laat staan een dik boek?

Ik merk het ook aan de verontwaardigde reacties die ik soms krijg als ik hier over een boek schrijf dat niet over Nederlandse taalkunde gaat, maar over literaire theorie, of over een achttiende-eeuwse schrijver. Waarom doe ik dat? Dat is mijn vak toch niet? Waar bemoei ik me mee?

Maar als wij, die vrijgesteld zijn om ons leven te wijden aan nadenken over de wereld, aan lezen, aan schrijven, aan discussiëren, aan te proberen complexe zaken te doorgronden zonder meteen van de pen te hoeven leven – als zelfs wij geen tijd meer hebben om dikke boeken te lezen die niet over ons vak gaan, een vak dat we bovendien steeds strakker afbakenen, wie heeft die tijd dan nog wel?

zaterdag 22 maart 2014

Kikapoem

Drie taalnerds in een Haagse school op vrijdagavond
Door Marc van Oostendorp

Twee jongens waren er gisterenavond gekomen naar de laatste lezing die ik ooit gegeven heb: om 22:40 begon het praatje dat ik gaf over mensen die hun eigen talen maken in het Festival Haganum, dat ieder jaar georganiseerd wordt door leerlingen van het Haagse gymnasium. De andere leerlingen waren al naar het feest. De ouders luisterden naar Kees van Kooten.

Twaalf of dertien waren ze. Omdat ze de enigen waren, vroeg ik ze wat hun lievelingsvakken waren. "Biologie," zei de een. "Latijn," zei de ander. "Voor mij ook Latijn," zei de een snel. "Voor mij ook biologie," voegde de ander eraan toe.

vrijdag 21 maart 2014

Het positieve aan Wilders


Door Bart FM Droog

Het gezwets van de heer Wilders, eerder deze week in ‘s-Gravenhage, is van positieve invloed geweest op zowel de Nederlandse samenleving als op de literatuur en de literatuurgeschiedenis. De samenleving heeft zich massaal en zonder voorbehoud voor, naast en achter de burgers van Marokkaanse afkomst geschaard. Dat is zonder meer positief te noemen.

Uitzonderingen op de regel zijn de premier en de koning – maar daarvan wisten we al dat het een gepappeblaard pappelepeeërsduo is.

Terug naar de literatuur: me afvragend hoe ik me moest verhouden tot Wilders' belofte dat hij de deportatie van de Mocro’s gaat regelen, moest ik denken aan dit gedicht, van de Duitse theoloog Martin Niemöller:

Als die Nazis die Kommunisten holten,
habe ich geschwiegen,
ich war ja kein Kommunist.


Ogier van Denemerken : hoofdstukken 311-320


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 311-320
(regels 21370-21926)

Verantwoording van de editie

Het karakollenprobleem

'Hij wierp zwijgend een blik op zijn schouder en liep plotseling schuddend verder' als de ideale romantekst
Door Marc van Oostendorp


Welke woorden kun je het beste eerst in je hoofd stampen wanneer je Nederlands gaat leren? Het hangt er maar vanaf wat je wilt.

Wanneer je het liefst romans leest, kun je het best beginnen met blik, schouder, raam, zwijgen, stoel, glas, knikken, plotseling, schudden en verder. Lees je daarentegen graag het internet, dan kun je beter eerst studeren op eerste, tweede, gij, Vlaams, later, he, gemeente, Belgisch, politiek en inwoner. En als je graag een gesprek wil kunnen voeren met een inlander, dan zijn uh, hè, hoor, ah, oké, hé, gij, allee, mekaar en jawel als eerste aangewezen.

Ik weet al deze dingen sinds ik de nieuwe Frequency Dictionary of Dutch gelezen heb, dat is samengesteld door Carole Tiberius en Tanneke Schoonheim, beiden van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) in Leiden: een boek waarin de vijfduizendste vaakst voorkomende woorden van het Nederlands op een rijtje worden gezet.

donderdag 20 maart 2014

Ogier van Denemerken : hoofdstukken 301-310


Ogier van Denemerken

Hertaling van het Middelnederlandse epos naar de Middelhoogduitse Ogier von Dänemark,
zoals bewaard gebleven in handschrift Heidelberg CPG 363,

door Amand Berteloot.

Hoofdstukken 301-310
(regels 20755-21369)

Verantwoording van de editie

De [t] van Bonita Avenue

Door Marc van Oostendorp


De vraag die Nederland én Vlaanderen nu al jaren in zijn greep houdt: hoe dienen we de t uit te spreken in de romantitel Bonita Avenue? Als de korte, d-achtige klank waarmee Amerikanen het woord Bonita zouden uitspreken (een tap, [ɾ] in het internationale fonetische alfabet)? Of als een Nederlandse, langere [t]?

De radio is nu halverwege het hoorspel. Wat zijn de conclusies? De presentator van het programma zegt altijd Boni[t]a Avenue. Georgine Verbaan, die Joni speelt heb ik één keer [ɾ] horen zeggen, maar zei bijna daarna ook weer [t]. Op dezelfde manier spreekt iedereen de laatste klinker van Bonita uit als een [a], en niet als een stomme e ([ə]), zoals je in het Engels zou doen.

Iedereen is het er dus over eens: de [t] in Bonita Avenue is niet Amerikaans, maar Nederlands. Ook al wordt de rest van de titel wel op zijn Amerikaans uitgesproken. Men zegt bijvoorbeeld [ɛvənu], en niet [avəny]. De schrijver doet dat zelf ook; bijvoorbeeld in dit interview (ongeveer om 4:16).

woensdag 19 maart 2014

Al lezende in Ogier van Denemerken – 32 : Vertalen en hertalen (2)

Al lezende in Ogier van Denemerken – 32 : Vertalen en hertalen (2)

Amand Berteloot


In Al lezende 3 kwam het probleem ter sprake of de Heidelbergse Ogier von Dänemark een vertaling is uit het Nederlands. We hebben deze vraag om meerdere redenen negatief beantwoord. De ‘auteur’ van de Duitse tekst gedraagt zich op geen enkele manier zoals een vertaler dat gedaan zou hebben en beschikte ook overduidelijk niet over voldoende kennis van het Nederlands om die taak aan te kunnen. Maar we hebben het probleem toen vooral theoretisch aangepakt. Het Nederlands en het Duits maakten in de middeleeuwen nog deel uit van één groot taalcontinuum, ze waren m.a.w. regionale variëteiten van één en dezelfde taal en niet twee verschillende talen. Het Duits en het Nederlands werden theoretisch pas zelfstandige talen toen ze allebei begonnen een eigen standaardtaal te ontwikkelen. Dat gebeurde in de 16de eeuw. Tot op dat ogenblik was het niet nodig en zelfs niet mogelijk van het Nederlands naar het Duits of omgekeerd te vertalen. Als men toch aan de term ‘vertalen’ wil vasthouden, zou men hooguit kunnen differentiëren tussen ‘extern’ (tussen twee verschillende talen) en ‘intern vertalen’ (tussen variëteiten van één en dezelfde taal). Voor het eerste hebben we hier de term ‘vertalen’ gebruikt en voor het tweede ‘hertalen’. Ogier von Dänemark is dus een ‘interne vertaling’ of een ‘hertaling’ van de Vlaamse Ogier van Denemerken van Jan de klerk. De Heidelbergse kopiist Ludwig Flugel kopieerde in 1478/9 een Vlaamse legger, die naar alle waarschijnlijkheid uit Kleef of Geldern afkomstig was, en al schrijvende ontstond op die manier een Middelhoogduitse hertaling van de Vlaamse tekst.

Essays over poëzie van C. O. Jellema: In beelden aanwezig

In beelden aanwezig is een nieuwe, waardevolle aanvulling op het verzameld werk van C.O. Jellema. In deze bundel, die voor een belangrijk deel bestaat uit niet eerder gepubliceerde essays, schrijft Jellema over het werk van door hem bewonderde dichters als Martinus Nijhoff, J.C. Bloem, J.A. dèr Mouw, Wilfred Smit, Hans Tentije en H.W.J.M. Keuls maar bovenal over zijn eigen poëzie, over het schrijven van gedichten, over wat poëzie, de poëtische beeldtaal, voor hem betekent.

Kortom: de dichter aan het woord over andermans en eigen werk.
  
De uitgave telt 76 bladzijden. Ze verschijnt in het voorjaar van 2014. De prijs is € 15,95.

0595 577247

Nedersaksisch: de verzwegen taal


Een van de meest onderbelichte talen in het Nederduitse taalgebied is het Nedersaksisch. Dat is niet zo gek, want het besef dat het een internationale taalgroep is, is nogal vertroebeld. En niemand heeft een goedwerkend filter.

Ten eerste is er zoveel taalvariatie dat je het moeilijk als één taal kunt bevatten. Ten tweede zijn de sprekers er zelf niet erg van overtuigd. Die denken dat vier kilometer verderop een compleet andere taal wordt gesproken; ze reageren als door een wesp gestoken als jij wark zegt terwijl het in hun dialect waark is. Verder vinden veel Nederlandse taalonderzoekers nog steeds dat Nedersaksisch eigenlijk een soort Nederlands is. Onderzoek blijft dus uit en daardoor ook de algemene acceptatie.

De toekomst van het tijdschrift

Themamiddag georganiseerd door de Commissie voor Taal- en Letterkunde Van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Woensdag 16 april 2014, 13.30-18.00 uur
Plaats: Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossiuszaal (Zuidhal, 2e verdieping)

Op woensdagmiddag 16 april a.s. wijdt de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde haar jaarlijkse themamiddag aan de toekomst van het wetenschappelijk tijdschrift binnen de neerlandistiek.

Tropisch Nederlands

Wie draait d’r tong?
door Jan Stroop

Surinamers spreken geen Poldernederlands. Dat constateer ik na de drie weken dat ik in Paramaribo geluisterd heb naar radio, tv, op straat en in de collegezaal (met alleen maar vrouwen!). Ik geef toe, ’t is maar een indruk, maar ik durf zo langzamerhand wel op m’n gehoor te vertrouwen.  

Door die afwezigheid van dat Poldernederlands lijkt Suriname wel wat op Vlaanderen, waar ook geen Poldernederlands gesproken wordt. Maar terwijl er in Vlaanderen ook nooit meer recente Nederlandse taalveranderingen overgenomen worden omdat de wil daartoe ontbreekt, gebeurt dat in Suriname aan de lopende band. Groetwoorden als doei doei, inclusief ’t eraan voorafgaande stadium doei, zijn niet van de lucht. Net als andere  woorden en uitdrukking in ’t alledaagse taalgebruik: fijne dag (verder of nog), klopt, plek, en zeg maar.  Maar ook meer verheven termen als naschoolse opvang kom je er tegen. Een taalverschijnsel  hoeft in Nederland maar even zijn kop op te steken of ’t duikt al op in Suriname.

Gedichtenspel

De taalwetenschapper Jan Landsbergen merkte dat hij gedichten soms te snel las, en hij bedacht een spel om zichzelf, en anderen, te dwingen, preciezer te lezen: het gedichtenspel. Iedere dag krijgt u een ander gedicht voorgeschoteld, regel voor regel. Bovendien moet u iedere paar regels de woorden van een regel zelf in de juiste volgorde zetten. Als bonus is er ook nog een Slauerhoffspel, waarin u de juiste regels van deze grote Nederlandse dichter moet kiezen.

De taal aan verandering onderheven

Door Marc van Oostendorp

Terwijl wij mensen door het park wandelen, een potje klaverjassen of onze neuzen snuiten, gaat de taal door met veranderen.

Studentenwerkstukken zijn daarbij voor iedere academicus een bekende, zij het in publicaties om ethische redenen bijna onbruikbare bron. Gisteren aan het nakijken en vond daarbij de volgende zin: "Zij wilden de taal aan verandering onderheven."

Wat een vondst!

dinsdag 18 maart 2014

Vacature Boedapest

Aan de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE) te Boedapest, Hongarije ontstaat per 1 september 2014 een vacature voor een

Lector Nederlands (m/v) 

De kandidaat die de medewerkers van de Vakgroep Nederlands voor ogen staat

  1. is afgestudeerd neerlandicus (lerarenopleiding Nederlands als tweede/vreemde taal zeer welkom)
  2. is moedertaalspreker van het Nederlands 
  3. heeft ervaring met het geven van Nederlands als tweede/vreemde taal. 


De literatuur als zandbak

Door Marc van Oostendorp

Hugo Claus wilde het steeds anders. Van veel van zijn gedichten zijn veel verschillende varianten overgebleven; als hij maar even de kans had, herschreef Claus een gedicht, of bracht op zijn minst kleine correcties aan.

Ook van het werk van anderen bleef Claus niet af. Hier is bijvoorbeeld het begin van het gedicht 'At Melville's Tomb' van Hart Crane, en het corresponderende begin van het gedicht 'Bij het graf van Melville' door Claus (de rest van de gedichten loopt op een soortgelijke manier parallel):

Often beneath the wave, wide from this ledge
The dice of drowned men's bones he saw bequeath
An embassy. Their numbers as he watched,
Beat on the dusty shore and were obscured.

De dobbelstenen van de beenderen der verdronkenen
Een gezantschap.

Wat hoort er nu precies allemaal bij het oeuvre van Claus? Moet je iedere variant van ieder gedicht ertoe rekenen? En dan ook de varianten van andermans gedichten? Dat zijn vragen die de Gentse letterkundige Yves T'Sjoen stelt in zijn nieuwe boek Zoals een grens op de kaart.

maandag 17 maart 2014

Call for papers: Wel en onwel. Het lichaam in de negentiende eeuw

Congres van de Werkgroep De Negentiende Eeuw

12 december 2014
Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Doelenzaal
Singel 425, 1012 WP Amsterdam

 Het lichaam heeft zijn eigen geschiedenis. Twee decennia geleden was lichaamsgeschiedenis nog een grotendeels onontgonnen terrein. Intussen is de (cultuur)geschiedenis van de negentiende eeuw in belangrijke mate verrijkt door de focus op het lichaam. Vanaf 1995 is er zelfs een wetenschappelijk tijdschrift, Body & Society, exclusief gewijd aan dit onderzoeksgebied.

Cultuurhistorici, wetenschapshistorici, sociologen, literatuur- en kunsthistorici hebben zich de afgelopen jaren met dit thema beziggehouden, elk vanuit hun eigen invalshoek. Het aantal publicaties dat de afgelopen twee decennia is verschenen, zowel internationaal als nationaal, laat een waaier zien aan thema’s en benaderingen op dit gebied zoals: het ontstaan van het twee-seksen-model; het lichaam als verbinding tussen het ‘zelf’ en de maatschappij; de rol van lichaamshygiëne; de wisselwerking tussen de medische wetenschap en de literatuur; het onderzoek naar egodocumenten als bron van onderzoek naar lichaamsbeleving.

In plaats van een kattenfilmpje

Door Marc van Oostendorp


Weten jullie wat het is, het internet geeft soms tegenstrijdige adviezen. Zo kwam deze week eerst de gerespecteerde Nederlandse uitgever en reclamestem Wouter van Oorschot beweren dat weblogs het einde van de beschaving inluiden. Een paar dagen later verscheen er op de Amerikaanse Al Jazeera een artikel van Corey Robin waarin werd beweerd dat weblogs nu juist het redmiddel zijn van de academische wereld.

Ik kan moeilijk ontkennen dat ik een weblogger ben, dus mij interesseert de vraag wel wie er nu eigenlijk gelijk heeft. Zijn wij hier op Neder-L bezig 'geëngageerde cerebraliteit, helder denken, adequaat formuleren, belezenheid' de nek om te draaien? Of zijn wij hier ware intellectuelen die jullie 'dwingen verder te denken dan vandaag'?

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [9]-[14]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 16 maart 2014

Labov en de literatuurwetenschap

Gert de Jager
 
William Labov, de sociolinguïst aan wie Marc zo'n mooie serie wijdde, is de laatste taalkundige geweest die een diepgaande invloed op de literatuurwetenschap heeft uitgeoefend. Dankzij hem vielen nogal wat letterkundigen van een talig geloof af. Het heeft alles te maken met zijn sociologische blik.
 
Wat was het geloof of paradigma? Dat was de overtuiging dat het taalgebruik in literaire teksten zich op de een of andere manier onderscheidde van het taalgebruik in niet-literaire teksten. Wat zo ijverig door neerlandici en andere brave werkers in het literaire veld werd bestudeerd, verdiende dat vanwege een bijzondere structuur, afwijkend taalgebruik, de niet-referentialiteit der taaltekens, een bijzondere gelaagdheid, bijzondere kunstgrepen. Wat het precies was - daar kon je over twisten. Het getwist maakte de literatuurwetenschap in de jaren zestig en zeventig tot een levendig vak dat als Theoretische Literatuurwetenschap op de universiteiten werd geïnstitutionaliseerd. Een vak met richtingen, stromingen, 'scholen'.

De opmars der genitieven

Door Marc van Oostendorp


Een dik en groen boek over de genetivus in het Nederlands en het Duits – ja, ik weet wel waarop ik mij een zaterdagmiddag trakteer, terwijl ik net doe alsof het helemaal niet heel guur is op een terras.

De 'tweede naamval' heeft in het Nederlands een vreemde geschiedenis gehad. Net als andere naamvallen begon hij in de veertiende eeuw of daaromtrent langzaamaan weg te slijten, zoals dat bijvoorbeeld ook in het Engels en de Scandinavische talen gebeurde. Maar anders dan in die andere talen, gebeurde er iets waardoor we nu nog steeds met de iPod der iPods zitten opgescheept.

zaterdag 15 maart 2014

App 'Vogala' nu ook voor Android en web beschikbaar

Hoogleraar en letterkundige Frits van Oostrom ontwikkelde begin dit jaar een iPad-app die laat horen hoe het Nederlands in de middeleeuwen klonk. De app 'Vogala' is nu ook gratis beschikbaar voor Android-apparatuur en in een webversie.

'Vogala', de app die veel bekende oude Nederlandse teksten tot leven wekt, werd in de eerste zes weken ruim 13.000 maal gedownload uit de Appstore, en kreeg al veel mooie gebruikersrecensies. Nu is 'Vogala' ook beschikbaar in de Android Playstore en als webversie via www.vogala.org. De webversie van Vogala is geschikt voor elke schermgrootte: van het schermpje van een smartphone tot aan het digibord in de klas.

De app bevat ruim dertig fragmenten: van 'Hebban olla vogala nestas hagunnan' via Van den vos Reynaerde, Bijbelteksten, liederen (bijvoorbeeld over de moord op Floris V) tot aan een mystiek visioen van Hadewijch. 'Vogala' zal geregeld verrijkt worden met nieuwe teksten en opnames. De eerstvolgende uitbreiding vindt plaats in mei. Dan worden onder meer fragmenten toegevoegd uit beroemde ridderromans, teksten over bestuur en beleid (gelezen door Paul Schnabel), over recepten en tafelmanieren (door Louise Fresco) en liederen van de Moderne Devotie.

Mensen zijn aardrijkskundige dieren

Korte inleiding in het werk van William Labov (6 en slot)


Door Marc van Oostendorp

Taal bewijst dat mensen aardrijkskundige dieren zijn, dieren voor wie het belangrijk is waar ze precies vandaan komen, wat hun territorium is. Zangvogels zijn ook van dat soort geografische dieren, die met hun liedjes afbakenen wat hun gebied is. Veel zangvogels kennen dan ook dialecten: het ene vinkje zingt net wat anders dan het andere dat vijftien kilometer verderop woont.

Dat geldt ook voor mensen; alleen vormt de menselijke soort patronen die nog veel groter zijn dan gebiedjes van een paar kilometer groot. En mensen kennen taalverschillen die met méér te maken hebben dan alleen met geografie. Met politiek bijvoorbeeld.

vrijdag 14 maart 2014

Liederen en poëzie uit de Eerste Wereldoorlog

Door Bart FM Droog

Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een oorlog waarin in vele talen gedichten werden geschreven die de emoties en ervaringen uit die tijd naar het nu overbrengen. Maar meer nog dan in gedichten komt de hel van 14-18 tot leven in liederen die destijds door soldaten aan het front gezongen werden.

Eén contemporaine opname van een zingende soldaat is bewaard gebleven:  korporaal Edward Dwyer VC die in 1915 verslag doet van zijn ervaringen aan het front en daarin deze door merg en been gaande liedfragmenten zingt (op 2'. 16 sec. in deze opname [MP3]):


We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’d be far better of in our [onverstaanbaar].

Here we are, here we are, here we are again
How long? How long? How long-a-long-a-long. hello, helllo, hello-o-wo...


Edward Dwyer stierf op 20-jarige leeftijd in de loopgraven, september 1916.

De tegenwoordige tijd van leken

De wolken pakken zich samen in ons misdaadfeuilleton De verleden tijd van lijken


Door Marc van Oostendorp

Wouter Pieterse, de hoogleraar Financiële Letterkunde die door een onbegrepen ongeval veranderd was in een manager en daarna verschillende van zijn medewerkers had aangestoken, zodat zij ook allemaal managers geworden waren, gnuifde.

"Joop," zei hij, "ik vind het fantastisch wat je doet." Joop was de specialist middelnederlandse voegwoorden die als een van de weinigen nog onderzoek deed en onderwijs gaf. Hij deed dat soms zelfs tijdens kantooruren in plaats van in de weekeinden. "Ik wou dat ik dat ook kon," zei zijn leidinggevende nu waarderend. "Helaas heb ik daar de laatste tijd geen gelegenheid voor. Maar iemand moet het vuile werk opknappen, hè?"

Joop niesde.

donderdag 13 maart 2014

Pas verschenen: het nieuwe nummer van WERKWINKEL: TIJDSCHRIFT VOOR NEDERLANDSE EN ZUID-AFRIKAANSE STUDIES

INHOUD:

PAPERS

Studiedag: Metamorfosen van een gemene vos: Reynaert sinds de middeleeuwen

Op 25 april 2014 gaan zeven sprekers op zoek naar literaire sporen van Reynaert de Vos in heden en verleden – van het middeleeuwse dierenepos tot de recente theatervoorstelling van FC Bergman. De studiedag wordt opgeluisterd met muziek uit de vroegtwintigste-eeuwse opera Reinaert de Vos van Raf Verhulst en August De Boeck (pianiste Hannah Aelvoet en tenor Mathis Van Cleynenbreugel).

Het programma bestaat uit:

Lentevergadering Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis

Op zaterdag 22 maart 2014 vindt de volgende Lentevergadering van de KZM plaats. Na een plenaire lezing presenteren jonge onderzoekers uit de taalkunde, letterkunde, geschiedenis en klassieke studies hun onderzoek in één van de verschillende sectielezingen.

Het programma is als volgt:

A Germanic Sandwich 2015. Call for Papers

A Germanic Sandwich 2015 will be the fifth in a series of conferences in which Dutch is compared with its closest Germanic neighbours, English and German. The first edition took place in Berlin in 2005 to commemorate the appearance of Nederlands tussen Duits en Engels (‘Dutch between German and English’), a study by the renowned Dutch linguist C.B. van Haeringen. Subsequent editions were held in Sheffield (2008), Oldenburg (2010) and Leuven (2013). This two-day conference will take place on 24 and 25 April 2015 at the University of Nottingham (UK Campus).

Op de allereende plaats?

Door Marc van Oostendorp


Er gebeurt zoveel tegelijkertijd dat je soms pas jaren later hoort over dingen die naast de deur gebeurd zijn. Zo kwam ik er gisteren toevallig pas achter wat een interessant artikel mijn collega Sjef Barbiers – hij zit hier op het Meertens Instituut twee deuren verder te typen – in 2007 geschreven heeft: een artikel over één en veel. (U moet er helaas voor betalen.)

Ik kwam er achter doordat een van Sjefs promovendi gisteren een praatje gaf waarin ze op een aantal aspecten inging. Een ervan is dat het rangtelwoord dat bij één hoort eerste is. Waarom niet eende? Ook in allerlei andere talen is de vorm voor 1e bijzonder (niet unième maar premier, niet oneth maar first, niet einte maar erste). Vaak heeft het zoals je kunt zien daarbij ook de vorm van een overtreffende trap (eer - eerder - eerst).

Volgens Sjef is dat geen toeval.

woensdag 12 maart 2014

Avond over het werk van Fritzi Harmsen van Beek

Er was iets anders, maar wat. Iets dat knaagt. Iets onzichtbaar knagends. Iets... Meteen kwamen we op een idee. Ach natuurlijk!
Hoe konden we zo stom zijn geweest! (...) Wat een subliem verraderlijk raffinement!”

Wat knaagt er in het werk van Fritzi Harmsen van Beek? Wat gebeurt er in haar poëzie? Wat betekent het werk van deze 'poet's poet's poet' voor dichters van nu? De verhalen rond haar persoon spreken tot de verbeelding, maar haar werk doet dat nog veel meer.

Op vrijdag 21 maart vindt in theater Perdu (Amsterdam) een avond plaats over het werk van Fritzi Harmsen van Beek.

26 t/m 28 maart 2014: Achter de verhalen 5: Terug naar de tekst?


Achter de verhalen, het algemene congres voor de moderne Nederlandse literatuurstudie, is aan zijn vijfde editie toe. Na twee afleveringen in België (Leuven en Gent) en twee in Nederland (Nijmegen en Utrecht) is Brussel aan de beurt. Het congres vindt plaats van woensdag 26 tot vrijdag 28 maart 2014 aan de Vrije Universiteit Brussel, onder de auspiciën van het Studiecentrum voor Experimentele Literatuur (SEL) en het Centrum voor Literatuur, Intermedialiteit en Cultuur (CLIC).

Elke congresdag begint en eindigt met een keynote-lezing. De sprekers zijn Gillis Dorleijn (Rijksuniversiteit Groningen), Ralf Grüttemeier (Carl von Ossietzky Universität Oldenburg), Frans-Willem Korsten (Universiteit Leiden / Erasmus Universiteit Rotterdam), Pieter Verstraeten (KU Leuven), Sven Vitse (Universiteit Utrecht) en Nachoem M. Wijnberg (Universiteit van Amsterdam).

De centrale vraag van het congres is welke plaats de tekst in de modern-letterkundige neerlandistiek inneemt, met andere woorden in welke vormen teksten vandaag bestudeerd worden, of zij hun plaats moeten heroveren in de literatuurstudie dan wel nooit weggeweest zijn en zonder complexen met andere onderzoeksobjecten gecombineerd kunnen worden. In concreto staan zowel een aantal aspecten van de tekst centraal en allerlei transformaties ervan als de mogelijke invalshoeken. Aan elk van die thema’s wordt een congresdag besteed. Enerzijds komen verkenningen van nieuwe onderzoeksgebieden en methodologische reflecties aan bod en anderzijds worden concrete tekstanalyses gepresenteerd. Elke congresdag legt andere accenten.

KANTL-conferenties voorjaar 2014



De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent organiseert conferenties waarin haar leden recent werk onder de aandacht brengen van een breed publiek. De KANTL-conferenties 2014 worden gehouden door Miriam Van hee, Marcel de Smedt, Monika van Paemel en Stefaan van den Bremt.

Als eerste is het de beurt aan dichteres en slaviste Miriam Van hee op woensdag 19 maart. Zij presenteert haar nieuwe bundel Ook daar valt het licht en draagt voor.

Verder staan dit voorjaar op het programma:

Woensdag 16 april
Marcel de Smedt
 
Briefwisseling Stijn Streuvels (1871-1969) – Ernest Claes (1885-1968)

Woensdag 21 mei
Monika van Paemel
 
Weduwenspek

Woensdag 18 juni
Stefaan van den Bremt
 
Blauw slik & De oude wereld moe

Verschenen: Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, 28e aflevering

Onlangs is de 28ste aflevering verschenen van "Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten”, d.i. het dialectlexicografische project dat al sinds 1972 loopt aan de afdeling Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent en waarin de traditionele dialectwoordenschat beschreven wordt van het gebied West-, Oost-, Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. De nieuwe woordenboekaflevering “Gewassen algemeen: teelt en oogst” sluit inhoudelijk aan bij de rubriek Landbouwwoordenschat. Het boek geeft een overzicht van de dialectwoorden die gebruikt worden om allerlei zaken en handelingen te benoemen i.v.m. de teelt en de oogst van landbouwgewassen in het algemeen, zoals graan-, voeder-, nijverheids- en andere gewassen. Concreet worden begrippen behandeld als zaaien en planten, de delen van de plant, de groeistadia en de wijzen van groeien, onkruid- en ongediertebestrijding en het oogsten en verwerken van de gewassen. Zo kom je onder meer te weten wie of wat een korenpetie is, een vrome, een weeuweboer en een opgaander of wat gewassen doen als ze overlopen, verzangelen of beunigen.

“Gewassen algemeen: teelt en oogst” is samengesteld door Roxane Vandenberghe, Magda Devos en Jacques Van Keymeulen; het telt 278 pagina’s, bevat een 60-tal woordkaarten en is geïllustreerd met een 40-tal afbeeldingen. Het boek is uitgegeven bij Academia Press en kost 24 euro.

Bestellen kan via de website: http://www.academiapress.be of door te mailen naar roxane.vandenberghe@ugent.be.

Pas verschenen: Nieuwsbrief 37 opleiding Nederlands VU Amsterdam

De nieuwsbrief voor afgestudeerden van de opleiding Nederlands van de Vrije Universiteit Amsterdam zal vanaf nu niet meer in papieren versie verschijnen, maar alleen nog digitaal. Nieuwsbrief nummer 37 is nu te bekijken via de website van de Letterenfaculteit van de VU. In dit nummer o.a.:

  • Dick van Halsema: De kamer van Leopold
  • Twee uitgaven van Klaas Driebergen in het Toonderjaar
  • Klarijn Verkaart: Terug in de tijd
  • Ingrid Okken: Rutger Kopland
  • Ton van Strien: Een nieuwe Hooft
  • Verschenen: de laatste Voortgang
  • Promotienieuws
  • Afgestudeerden

Tweede voorjaarslezing Ruusbroecgenootschap door Walter Simons

Op vrijdag 21 maart 2014 vindt de tweede lezing in een reeks van vier Voorjaarslezingen van het Ruusbroecgenootschap plaats. Deze lezing wordt gegeven door prof. dr. Walter Simons (Dartmouth College USA) en heeft als titel ‘Beguina: sociale perceptie en zelfperceptie van religieuze vrouwen in de Nederlanden bij het begin van de begijnenbeweging, 1200-1250’.

De lezing vormt een aanvulling bij Simons’ publicatie ‘Cities of Ladies: Beguine Communities in the Medieval Low Countries, 1200-1565’ (Philadelphia, 2001). Simons zal het onder meer hebben over de etymologie van de term ‘begijn’, de betekenis van het genderperspectief in de receptie van de eerste begijnen en de specifieke identiteit van begijnen en haar expressievormen. Meer informatie over de lezing kan worden aangetroffen op de website van het Ruusbroecgenootschap.

Praktische informatie:
Plaats: UAntwerpen - Stadscampus -Lokaal Annexe - Rodestraat 14 - 2000 Antwerpen.
Tijd: 21 maart 2014, 14 – 16 uur.
Wie deze lezing wil bijwonen wordt gevraagd zich voor vrijdag 14 maart 2014 in te schrijven bij Ingrid De Ruyte (ingrid.deruyte@uantwerpen.be of +32 3 265 57 80)

Geplaatst door Ine Kiekens

De taal van leven en dood

Korte inleiding in het werk van William Labov (5)

Door Marc van Oostendorp

Misschien is The language of life and death William Labovs laatste boek. Het zou er in ieder geval een mooie titel voor zijn, en een waardige inhoud. Hij ontleedt er een groot aantal verhalen in die mensen hem in de loop van zijn loopbaan hebben verteld: verhalen over ervaringen waar mensen dachten dat ze dood zouden gaan, of bijvoorbeeld met heel heftig geweld werden geconfronteerd.

Hoe vertellen mensen spontaan zulke verhalen? Hoe bouwen ze zo'n vaak schokkend verhaal ter plekke op? Waar beginnen ze, waar wijden ze uit, op welk punt houden ze weer op? Aan de hand van, op zichzelf al vaak ontroerende, levensverhalen die mensen Labov of zijn studenten de afgelopen vijftig jaar spontaan verteld hebben, laat hij zien hoe er orde zit in zulke verhalen.

dinsdag 11 maart 2014

Pas verschenen: Indische Letteren (vol. 29, nr. 1)



Onlangs verscheen bij Uitgeverij Verloren: Indische Letteren, jaargang 29 (2014), nr. 1. Thema van dit nummer is: De Indische wereld van Louis Couperus.

Inhoud

In 2013 was het honderdvijftig jaar geleden dat Louis Couperus in Den Haag werd geboren. Een jaar lang werd dit uitbundig gevierd. Ook de Werkgroep Indische Letteren nam hieraan deel en organiseerde een lezingenmiddag over de Indische wereld van Couperus. De bijdragen zijn gebundeld in dit themanummer. Olf Praamstra gaat in op de Indo-Europese herkomst van Couperus en zijn problematische verhouding met het door hem als vijandig ervaren Indië. Aan de hand van drie van zijn romans laat Jacqueline Bel zien hoe Couperus Indië telkens op een ander manier inzette en zich daarbij openbaarde als een visionair. Pamela Pattynama beschouwt De stille kracht tegen de achtergrond van de veranderende Indische samenleving rond 1900 en Petra Teunnissen-Nijsse beschrijft de laatste reis van Couperus naar de Oost, in 1921, met de nadruk op het teleurstellende bezoek aan Japan.


De Indische wereld van Louis Couperus. Indische Letteren 29 (2014), nr. 1. 80 pagina’s. ISBN: 9789087044459. Prijs: € 12,50