Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 30 juni 2015

RE: Echte taaldata

Door Lucas Seuren

Vorige week stelde Marc van Oostendorp ter discussie wat nu zogenaamd echte taaldata zijn. Het ging daarbij grof gezegd om een onderscheid tussen taaldata die gegenereerd worden op basis van intuïtie – bijvoorbeeld, is zin X acceptabel Nederlands/Frans/Swahili volgens een moedertaalspreker? – ten opzichte van taaldata die op een of andere manier ontlokt zijn of spontaan voorkomen – grote corpora van uitingen/zinnen geproduceerd in experimenten of niet-experimentele settings. Wat maakt dat sommige onderzoekers de tweede categorie echte taaldata noemen, maar de eerste niet?

Introspectie

Er zijn twee belangrijke kritiekpunten volgens Marc op de intuïtiedata: we analyseren ons eigen gedrag en we doen dat met zeer kleine steekproeven. Op beide punten hebben de echtetaaldatafanaten (ETDF) natuurlijk wel een punt, zoals Marc ook onderkent in zijn stuk.

De relevantie van de Taaltelefoon

Door Miet Ooms

Vorig jaar nog vierde de Taaltelefoon nog haar vijftiende verjaardag, nu is het voortbestaan van de dienst heel onzeker. De dienst dreigt het slachtoffer te worden van een besparingsronde bij het Departement Kanselarij en Bestuur van de Vlaamse overheid.

In 1998 beslist de Vlaamse overheid bij decreet dat er een Dienst voor Taaladvies moest komen voor de burger. In 1999 werd hiervoor de Taaltelefoon opgericht. Sindsdien kan iedereen, ongeacht leeftijd, beroep, opleiding of wat dan ook, er terecht met zijn of haar taalvraag. En daar werd en wordt vanaf de eerste dag al druk gebruik van gemaakt. De medewerkers van de Taaltelefoon hebben in die vijftien jaar dan ook een enorme expertise opgebouwd in het geven van taaladvies aan de gewone taalgebruiker.

Neder-L-cartoon #32

De Taalprof vindt de examentraining bij Nederlands te ver doorgeschoten

Leg de Taaltelefoon niet van de haak


De Vlaamse overheid is van plan de Taaltelefoon af te schaffen. Officieel heet het: te privatiseren. Maar of een onderneming de adviesdienst zou willen en kunnen overnemen, daar moeten we grote vraagtekens bij plaatsen. Dit wordt een ramp voor het Nederlands in Vlaanderen.

Sinds de start van de dienstverlening eind 1999 heeft de Taaltelefoon meer dan 150.000 taalvragen beantwoord. Elke dag hebben de taaladviseurs een antwoord gegeven op vragen over het Nederlands als mensen dat niet zelf konden vinden. Antwoorden op de veelgestelde vragen zijn te vinden op de uitstekende website van de Taaltelefoon. Op die manier vervult de Taaltelefoon al vijftien jaar lang een maatschappelijk relevante adviesrol. De Taaltelefoon is ook de Belgische partner bij uitstek in het adviesoverleg van de Taalunie. Dankzij de Taaltelefoon is er erkenning en waardering voor de taaleigenheid van Belgische Nederlandstaligen.


Taaldebat Vlaanderen-Nederland: 10-0

Door Marc van Oostendorp



Als het gisteren een tv-spelletje over taal was geweest, had je het kunnen zien aankomen: Vlaanderen zou wel weer winnen, en wel met ongeveer 10-0. Maar het was geen tv-spelletje, het was het verslag via YouTube van een vergadering van de Interparlementaire  Commissie van de Nederlandse Taalunie.

In die commissie zitten Nederlandse en Vlaamse parlementariërs die samen het beleid van de Taalunie moeten evalueren. Althans, de Nederlandse parlementariërs waren niet komen opdagen, of ze hadden zich onder de bankjes verstopt, of ze waren te verlegen. Ze kwamen in ieder geval niet aan het woord, behalve Martin Bosma, deze bloem van het vaderland, die zich totaal niet had voorbereid en zich daarom met een kluitje in het riet liet sturen.


maandag 29 juni 2015

Nieuwe Master Interdisciplinaire Neerlandistiek

Westfälische Wilhelms-Universität Münster, Institut für Niederländische Philologie

Vanaf oktober 2015 gaat aan het Institut für Niederländische Philologie in Münster een nieuwe Masteropleiding van start:  Interdisciplinaire Neerlandistiek. Deze opleiding biedt een interdisciplinair en flexibel programma waarin studenten hun studietraject naar eigen belangstelling kunnen aanpassen: óf een opleiding met Nederlandse taal, literatuur en cultuur óf met literair vertalen en cultuurtransfer als zwaartepunt. Binnen een externe module kunnen zij kiezen tussen een studiesemester aan een Nederlandse of Vlaamse universiteit, een langere stageperiode of/en colleges in andere vakdisciplines aan de WWU. 

Voor verdere infomatie zie

Neder-L-cartoon #31

De Taalprof schrijft zijn ergernissen op van die plakpapiertjes

Ja, hij spreekt geen Engels

Door Marc van Oostendorp


Er is de laatste jaren veel te doen over de betekenis van de woorden ja en nee. Nu staat er alweer een artikel in het prestigieuze tijdschrift Language, van de Amsterdammer Floris Roelofsen en zijn Amerikaanse collega Donka Farkas. Wanneer zegt iemand ja? En wanneer nee?

Het is een uitgebreid artikel en Roelofsen en Farkas deinzen niet terug voor wat wiskundige logica om de betekenis in formules te vatten. Maar het stuk staat vol interessante observaties. Neem de volgende vraag:

  • Spreekt Igor nou Engels, of doet hij dat niet?

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 25



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 28 juni 2015

Door Franse en Taalunie-bezuinigingen dreigt het Nederlands in Noord-Frankrijk te stagneren

APNES (docentenvereniging middelbaar onderwijs Noord-Frankrijk)


Naast de recente plannen van de Franse overheid om het secundair onderwijs in de onderbouw te hervormen (waardoor de positie van het Nederlands als tweede vreemde taal op de helling komt te staan), is er in onze grensregio ongerustheid ontstaan over de gevolgen van de bezuinigingen die de Taalunie onlangs heeft aangekondigd.

Als docent en assistent-inspecteur houd ik me naast lesgeven bezig met het begeleiden en evalueren van het veertigtal docenten dat in Noord-Frankrijk in het middelbaar onderwijs werkzaam is. In die hoedanigheid heb ik regelmatig contact met de mensen van de Taalunie, met name die van het Taaluniecentrum in Brussel die zich sterk maken voor de ontwikkeling van het onderwijs van het Nederlands in de grensgebieden (waarvan één deels gedetacheerd werkzaam in Lille). Mede dankzij deze samenwerking heeft het Nederlands zich in Noord-Frankrijk kunnen ontwikkelen: het aantal scholen (50), leerlingen (2.000) en vakbekwame docenten (40) stijgt gestaag.

Neder-L-cartoon #30

De Taalprof houdt de teloorgang van de geslachten nauwkeurig bij

Groot manifest der vreemde talen

Op deze mooie zondagmorgen een videobespiegeling naar aanleiding van het gisteren verschenen 'Groot manifest der Nederlandse taal'.

 

zaterdag 27 juni 2015

Neder-L-cartoon #29

De Taalprof moet de uitzending van de vorige week ook nog beluisteren

Clachten en misbaer, en op het lest de doot

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (26)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Mijn favoriete definitie van het leven komt van Justus de Harduwijn. In zijn sonnet Den Sondighen Mensche verhopt door de verdiensten Christi aen het H. Cruys hem naermaels te verblijden noemt hij het 'clachten en misbaer, en op het lest de doot'.

De Harduwijn was soms dol op onbekende of zelfgemaakte woorden, maar dit sonnet is vrijwel moeiteloos te volgen, het wordt het eerste in deze kleine geschiedenis die ik durf te presenteren zonder vertaling of verwijzingen naar het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Het zou misschien niet in 2015 geschreven hebben kunnen zijn, maar het valt wel nog woordelijk te begrijpen:


vrijdag 26 juni 2015

Nederlands over de grens

Ulrike Schwarz stelt terecht de vraag welke toekomst er in het verschiet ligt voor het niet-universitair onderwijs Nederlands in het Duitse grensgebied met Nederland. Daar waar waardevolle nieuwe projecten zijn ontstaan, was vrijwel altijd de Nederlandse Taalunie, al jarenlang vanuit het “Taaluniecentrum” in Brussel, een ondersteunende kracht en soms de aanjager.  Zo werd er een passende oplossing gevonden om het nijpende tekort aan leraren Nederlands in Noord Rijn Westfalen te verminderen. Via een verkort traject werd er een intensieve cursus taal, cultuur en didactiek georganiseerd, die reeds werkzame  docenten een lesbevoegdheid bezorgde. Hierdoor kon een flink aantal scholen toch beantwoorden aan de vraag naar onderwijs Nederlands van leerlingen en ouders. Soortgelijke initiatieven die ertoe doen, heeft de Taalunie ondernomen in Wallonië/Brussel en Noord-Frankrijk.

In een vorige bijdrage schreef ik al over de groeiende belangstelling voor het Nederlands in de grensgebieden. En ook Ulrike Schwarz geeft aan dat er plannen zijn om het Nederlands in grenssteden een stevige plaats te geven. Daarbij gaat het niet alleen om interesse  bij onze buren voor toeristische bezoekjes en culturele uitstapjes; daar spelen economische motieven een belangrijke  rol evenals het streven om te komen tot een grensoverschrijdende arbeidsmarkt, waaraan nu meer behoefte is dan ooit. Dit verklaart ook de  toenemende interesse aan Nederlandse kant om in de grensgebieden nieuwe activiteiten  voor de buurtalen (Duits en Frans) te ontwikkelen. De 2e Kamer heeft hiertoe een motie van Karin Straus aanvaard. In de grensgebieden dienen zich in de komende jaren bovendien mogelijkheden aan om in het kader van Interregsubsidies, flinke investeringen te doen in het leren van het Duits en Frans in Nederland en van het Nederlands in onze buurlanden. Deze kansen moet de Taalunie niet missen door het nu sterk te gaan bezuinigen op het Nederlands over de grens.

Column 100: Voer voor boekhistorici #3: de Historie vanden reus Gilias

Door Willem Kuiper

In 1903 publiceerde Gerrit Jacob Boekenoogen (1868-1930) de Historie vanden reus Gilias als deel IV van de prachtige, door hem in samenwerking met de Maatschappij der Nederlands(ch)e Letterkunde begonnen en gedragen, reeks Nederlandsche volksboeken. Eerder bezorgde hij de delen I-III, achtereenvolgens Den droefliken strijt van Roncevale, Historie van Floris ende Blancefleur en Historie van den Ridder metter Swane. Later zou hij nog tekenen voor de delen VI: Historie van Jan van Beverley, IX: Exempel van een soudaensdochter, X: Historie van den jongen geheeten Jacke en XI: Historie van den verloren sone. Liefdewerk oud papier in de allerbeste zin van het woord.
     Recentelijk realiseerde ik mij dat deze Historie vanden reus Gilias (nog) niet geëxcerpeerd was voor het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Litereraire Teksten (REMLT). Via de on-line catalogus van de KB Den Haag vond ik op de website Early European Books, gedrukte bronnen tot 1700 een gedigitaliseerd facsimile van één van de twee bewaard gebleven exemplaren van dit boekje: KB Den Haag 190 D 21. Het andere exemplaar wordt in de Bibliotheca Thysiana van de UB Leiden bewaard: THYSIA 1935.
   
Ik weet dat het Internet vooral gebruikt wordt om naar heel andere plaatjes te kijken, maar mij maak je gelukkig met een oud boek in kleur en hoge resolutie. En dat geluk wordt er nog groter op als ik dat boek mag downloaden. Want dat mag lang niet altijd. On-line ziet het er oogverblindend uit, je kunt er zelfs in zoeken, maar je kunt er niet uit kopiëren. Soms mag je zo’n digitaal boek als pdf-bestand downloaden, maar als je het dan opent, is het vaak zwart-wit en zichtbaar onscherper. En dan voel je je als Jacob die naast Lea wakker wordt in plaats van naast Rachel (Genesis 29, 25).

Neder-L-cartoon #28

De Taalprof maakt zich op voor flexplekwerken

Als ik jou was, zal ik alles bewaren

Door Marc van Oostendorp

Hoe staat het ondertussen met was zal? Vijf jaar geleden openden we het Meldpunt Taal – dat staat nog steeds open voor al uw meldingen – en al snel haalde ik daar de eerste observatie uit.  Een lerares meldde dat haar leerlingen dingen schreven zoals 'als ik jullie was, zal ik het doen'.

Daar had ik toen nog nooit van gehoord. Ik kon ook wel een paar vindplaatsen googlen. Inmiddels, vijf jaar later, is het aantal vindplaatsen sterk gegroeid. Alleen al door te zoeken op "jou was zal" haal je enorme stapels materiaal naar boven, waaronder trouwens ook zaken die ouder zijn dan ik vijf jaar geleden vond:

je lichaam is op dit moment in aanbouw, als ik jou was zal ik niet op deze manier een dieet in elkaar flansen... [MijnDieet, 29.1.2008]
persoonlijk vind ik het erg standaart foto's.. alleen dat plantje spreekt mij een beetje aan, als ik jou was zal ik andere dingen op de foto zetten.. [Bokt, 14.11.2005]


donderdag 25 juni 2015

Pas verschenen: Over Taal 54/3



Onlangs verschenen: Over Taal 54 (2015), nr. 3. ISSN: 0774-2398

In de nieuwe aflevering van Over Taal, tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer het artikel ‘Verwarring troef over taalvariatie in Vlaamse schoolhandboeken’ van Johan De Schrijver, docent Nederlands aan de subfaculteit Letteren van de KU Leuven, campus Brussel. “Vlaamse schoolboeken verspreiden nog verouderde opvattingen en vooral een inconsistente visie op taalvariatie. Daarmee weerspiegelen ze de algemene verwarring die de taalbeschrijving en het taal- en onderwijsbeleid blijven voeden”, betoogt De Schrijver.

Dit artikel is in zijn geheel te lezen via www.overtaal.be.

Verder in het nieuwe nummer:
Interview: Rudi Janssens: ‘Meertaligheid is niet noodzakelijk een negatief verhaal’ (door Bruno Comer)
Idioom & Co: Zeggen dat iets niet bestaat: bestaat daar een speciale constructie voor? (door Bert Cappelle)
Over hoe Vlamingen kunnen werkwoordreeksen doorbreken (door Lotte Hendriks) 
● en verder de vaste rubrieken Broodje taal, Taalwerk, Taalkronkels, Dossier, Te boek, Column en Quiz

Etymologie: zemel

Door Michiel de Vaan

zemel zn. ‘vlies van graankorrels’

Mnl. semele v. ‘vlies van graan, gruis’ (1240), ‘uit fijn meel gebakken broodje’ (1220–1240), semelen mv. ‘huidschilfers’ (1351), Vnnl. semel ‘meel van of met zemelen’ (1522), meestal mv. semelen ‘graanhulzen, gruis’ (1501). In het Ripuarisch dialect van het gebied Aken–Heinsberg betekent zieëmel ‘witbrood van meel waar nog zemelen in zaten, grijs brood’.

Verwante vormen: Mnd. semel v. ‘zemel’, Ohd. simila, semala ‘fijn tarwemeel’, Mhd. semel(e), simel(e), Mohd. Semmel f. ‘wit broodje’. Een Germaans leenwoord *similō- uit Latijn simila ‘fijn tarwemeel’. Het Italiaanse semola ‘meel van harde tarwe, griesmeel; zemelen’ (de bron van Frans semoule ‘griesmeel’) zet een Latijnse variant *simula voort. 

De oudste betekenis was dus ‘(een bepaald soort) meel’; de overgang naar ‘zemelen’ zal zich via ‘meel met zemelen erin’ voltrokken hebben.

Nogmaals OOM en NONKEL

Oorspronkelijk verschenen in de Dialectatlas van het Nederlands (red. Nicoline van der Sijs, Amsterdam 2011)
(met een verbeterde kaart)

door Jan Stroop

Dit is een hoofdstukje uit de Dialectatlas van het Nederlands. Ik publiceer ’t opnieuw omdat ik de tekst en ’t bijhorende kaartje op een belangrijk punt heb moeten verbeteren: ik ging er eerst ten onrechte van uit dat Zuid-Limburg bij het oom-gebied hoort. Dat is niet juist: in Zuid-Limburg wordt nonk gezegd net als in Belgisch-Limburg.

Brief aan Geert Joris, Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Er luwt nog niets!

Door Kirsten de Gelder
Universitair docente Nederlands, Kiev, Oekraïene

Geachte Geert Joris,

Sinds 15 april 2015 heb ik tal van vragen. Over mijn baan, mijn beroep, mijn vak en mijn toekomst. Ja, over mijn leven zelfs, en dat van vele anderen. U weet wie ik ben; kort voor de onverwachte aankondiging over de bezuinigingen stond mijn interview in Taalunie:Bericht, en sprak u in zijn column van diezelfde editie met steunende woorden over mijn werk hier in Kiev. Taal in tijden van oorlog, noemde u uw stuk.

Enfin, vragen werden beantwoord, andere vooruitgeschoven, terzijde gelegd. Door de steun van collega's en studenten én de inzet van de IVN kon ik geduld opbrengen. Het is tenslotte niet niets, waar jullie over moeten beslissen. Het is me zelfs gelukt om begrip op te brengen voor de moeilijke situatie waarin wij ons allen bevinden.

Neder-L-cartoon #27

De Taalprof verzamelt echte data met Marc van Oostendorp

Echte taaldata

Door Marc van Oostendorp


Af en toe kom ik ze tegen: onderzoekers die zeggen zich bezig te houden met 'echte taaldata'. Ze zeggen dat zonder blikken of blozen, althans, ik heb er nog nooit een ontmoet die erbij blikte of bloosde.

Waarom niet? Zijn er ook ónechte taaldata, en zo ja, wie bestuderen die dan? En waarom?

Het probleem is dat onechte gegevens in ieder wetenschappelijk vakgebied door iemand verzonnen zijn. Taalgegevens zijn echter altijd per definitie door iemand verzonnen. Nog nooit is ergens een zin aangetroffen die spontaan uit de aarde kwam opgeweld.

Nu kun je natuurlijk taalkundige gegevens voorstellen die verzonnen zijn en dan betrekkelijk waardeloos worden. Iemand zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat alle talen op de wereld de klinker a en de medeklinker t hebben en dan zou ik een taal kunnen verzinnen, Doepidoepi, die hierbij geen a heeft en ook geen t. Maar veel bewijskracht heeft zo'n taal dan natuurlijk niet.

Suzan

Dat is echter niet het soort onechte taaldata waar de liefhebbers van de echte zich tegen afzetten.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 24



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


woensdag 24 juni 2015

Beter bedenken we ff een nieuwe zinsbepaling

Door Maartje Lindhout

Sinds een paar jaar begint een echt goed voorstel bij voorkeur met 'beter'. Althans, bij jongeren. Beter koop jij ook even een kaartje. Beter is het morgen wel mooi weer. en Beter gaan we eerst naar het strand. zijn nu redelijk gebruikelijk, terwijl je die laatste zin voorheen zou corrigeren tot We kunnen beter eerst naar het strand gaan. of Zullen we niet eerst naar het strand gaan?


Neder-L-cartoon #26

De Taalprof spreekt in raadselen

Het eindexamen spellen

Door Marc van Oostendorp


Vandaag vergadert de Tweede Kamer over de eindexamens van dit jaar. Voor het schoolvak Nederlands wordt dat waarschijnlijk een rustig jaar, behalve dat SP-Kamerlid Jasper van Dijk de spelling hoog op de agenda heeft gezet.

De spelling! Eind vorig jaar had staatssecretaris Sander Dekker nog gezegd dat het natuurlijk uitgesloten was dat iemand die slecht spelde dat eindexamen zou halen, maar in de correctie-instructies bleek dat leraren dit jaar voor spelfouten geen punt konden aftrekken.

Dat was dus een fout van Dekker. Strikt genomen heeft hij de Kamer daarmee verkeerd geïnformeerd. Omdat Nederlandse parlementariërs zich wel graag opwinden over de spelling, maar gelukkig niet zoveel dat ze daarvoor een staatssecretaris wegsturen, zal hij wel mogen blijven zitten.

dinsdag 23 juni 2015

Scriptieprijs Poëziecentrum



Het Poëziecentrum wil de studie naar Nederlandse poëzie, vertaalde Nederlandse poëzie en poëzie in Nederlandse vertaling stimuleren en richt daartoe een tweejaarlijkse scriptieprijs voor poëzie in.

Voor de scriptieprijs van Poëziecentrum komen scripties in aanmerking die in de twee voorgaande academisch jaren voorgelegd zijn aan of beoordeeld zijn aan een Vlaamse of Nederlandse universiteit of hogeschool, of aan een vakgroep neerlandistiek van een buitenlandse universiteit of hogeschool, om een graad als MA of licentiaat te behalen.

Poëziecentrum voorziet 3 prijzen. De eerste prijs bestaat uit een geldbedrag van € 500 en een jaar lang een gratis abonnement op Poëziekrant, de tweede prijs is een gratis abonnement op Poëziekrant voor een jaar en een poëzieboekenpakket, de derde prijs  is een gratis abonnement op Poëziekrant voor een jaar.

Taalgevoel

Door Leonie Cornips

Frans Timmermans plaatste op 10 april een berichtje op zijn Facebook-pagina dat het een hardnekkig vooroordeel is dat dialectspreken door kinderen ‘ten koste zou gaan van hun kennis van het Nederlands’. Dat juist hij die uitspraak doet, betekent veel. Hij is het grote tegenvoorbeeld van het idee dat opgroeien in dialect, naast Nederlands, een goede taalvaardigheid in het Nederlands belemmert en dat dialectspreken niet samen kan gaan met een succesvolle carrière. Uit onderzoek blijkt dat pasgeboren baby’s die opgroeien in een tweetalig gezin, talen die veel op elkaar lijken prima van elkaar kunnen onderscheiden terwijl dat niet zo is voor baby’s in een eentalig gezin. Zij onderscheiden ‘slechts’ talen die veel van elkaar verschillen. Jonge kinderen in tweetalige gezinnen zijn gevoelig voor kleine verschillen tussen talen en merken deze op. Zo schrijft een lezer me: ‘Wim Daniëls zei, dat het (zijn) dialect veel rijker is aan klanken dan het ABN. Naar aanleiding hiervan zei mijn dochter toen, dat zij blij was dialect te spreken en had gemerkt, toen zij indertijd als bijvak met Zweeds bezig was, met typische Zweedse klanken minder moeite had dan Nederlandssprekenden.’ Door dit taalgevoel lijken tweetalige kinderen op latere leeftijd ook andere talen sneller te verwerven dan eentalige kinderen. Ook hier is Timmermans een goed voorbeeld van. Hij spreekt immers Italiaans, Frans, Duits zeer vloeiend en op hoog niveau.

Neder-L-cartoon #25

De Taalprof is het eens met Jan Stroop

Auf welche Zukunft sollen wir hoffen?

Brief an die Nederlandse Taalunie

Von Ulrike Schwarz
Koordinatorin deutsch-niederländische Bildungszusammenarbeit NRW

22.06.2015

Sehr geehrte Damen und Herren,

Irritiert und entsetzt nehme ich die Diskussionen um die Nederlandse Taalunie wahr. Auf welche Zukunft sollen wir hoffen?

Seit Mitte der 90iger Jahre koordiniere ich für das Land Nordrheinwestfalen, speziell für die Bezirksregierung Münster, die deutsch-niederländische Bildungszusammenarbeit besonders im Grenzraum. Erst 2012 haben die Kommissarte des Königs der grenznahen Provinzen und die Regierungspräsidenten Köln, Düsseldorf und Münster appelliert die gemeinsamen Anstrengungen im Bildungsbereich zum Erlernen der Nachbarsprache zu forcieren. Die Folge waren gemeinsame Konferenzen. Es ist gelungen, mehr Schulen zu motivieren Niederländisch zu unterrichten. Besonders im Grenzraum bieten auch Grundschulen die Nachbarsprache Niederländisch an. Nordrheinwestfalen verzeichnet weiterhin steigende Zahlen bei Schülerinnen und Schülern, die Niederländisch lernen. Diese Erfolge verdanken wir besonders der finanziellen und fachkundigen Unterstützung der Taalunie , die Lehrerfortbildung, Qualifizierung für die Unterrichtserlaubnis Niederländisch, Materialentwicklung und Tandemprojekte ermöglicht hat. Über diese Vorhaben hat regelmäßig eine Steuergruppe beim Ministerium für Schule und Weiterbildung  Nordrheinwestfalen unter Beteiligung der Taalunie entschieden. Auch der deutsch-niederländische Ausschuss für den pädagogischen Austausch, eine Einrichtung der beiden Außenministerien war damit befasst. Leider hat von niederländischer Seite kein Treffen dieses Ausschusses seit 2013 stattgefunden.

Ohne die Unterstützung durch die Taalunie sind diese Entwicklungen gefährdet und das gerade in einer Zeit, wo in NRW Strukturen entwickelt werden durch die Einrichtung von Koordinierungsstellen, um Nachhaltigkeit zu gewährleisten: Wir wollen in jeder grenznahen Kommune eine Grundschule mit Niederländischangebot einen Anschluss im Niederländischunterricht in der Sekundarstufe I bilinguale Module im Sachfachunterricht (MINT) grenzüberschreitende Berufsorientierung und –ausbildung

Für diese Maßnahmen benötigen wir weiterhin die Unterstützung der Taalunie. Dann sehen auch wir Chancen, gerade in den Euregiogebieten positive Effekte für Wirtschaft und Arbeitsmarkt mit sprachlich und interkulturell gut ausgebildeten jungen Menschen in einem Europa ohne Grenzen zu erzielen.

Wir setzen weiterhin auf die hohe fachliche Kompetenz der Taalunie und deren Unterstützung.



Hoe mensen taal veranderen

Door Marc van Oostendorp


Er is een nieuw tijdschrift: het Journal of Historical Sociolinguistics! De eerste nummers zijn gratis online te lezen. Hoera!

'Historische sociolinguistiek' is een vreemde term. Een van de grote wonderen van de menselijke taal is dat ze nooit stil staat. Geen enkele menselijke taal werd ooit op precies dezelfde manier gesproken door oma als door kleindochter. Verandering hoort bij taal zoals slijtage bij een rotspartij.

De ene vraag is: hoe moeten we dat begrijpen? Een taal verandert niet vanzelf, een taal bestaat niet eens zonder haar sprekers. De andere vraag is: hoe moeten we die voortdurende verandering, die zo essentieel is voor taal, bestuderen? De taal van het verleden is alweer weg voor je er erg in hebt. Er ligt wel het een en ander vast in boeken, maar wat mensen schrijven houdt geen gelijke tred met wat ze allemaal zeggen.

maandag 22 juni 2015

Verschenen: TNTL 131/2



Onlangs verschenen: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 131 (2015), nr. 2. ISSN: 0040-7550. eISSN (online): 2212-0521.

Inhoud
Artikelen
Hoe zeer onze smaak van dien der oude Grieken verschilt. Neoclassicistische vertalingen en producties van Sophocles' Antigone tijdens de negentiende eeuw             
Thomas Crombez
 
De historische roman in Nederland, 1790-1899. Waardering en numerieke en thematische ontwikkeling        
Toos Streng
 
Stoelen, manden, stenen. Objecten in de hedendaagse roman             
Ben De Bruyn, Pieter Verstraeten
 
‘Zulke literatuur is voor veel later komenden bestemd’. Piet Mondriaan als schrijver  
Janka Wagner

Neder-L-cartoon #24

De Taalprof leest zijn column in Levende Talen Magazine nog eens na

Is 'pauk' raarder dan 'paus'?

Door Marc van Oostendorp

Dezer dagen ben ik in Lublin voor een congres over fonologie. Zo hoor je nog eens wat, bijvoorbeeld over de klank [au].

Mijn collega John Harris uit Londen gaf een lezing, waarin hij liet zien dat allerlei klankveranderingen in het Engels er in de loop van de tijd voor hebben gezorgd dat die klank alleen maar voorkomt voor een klank die je maakt met het puntje van je tong (t, d, z, s, th). Er zijn wel Engelse woorden zoals out, mouth en mouse, maar geen woorden met een andere medeklinker zoals oup of loum.

Harris' vraag was: is dit alleen maar een toevallige samenloop van omstandigheden of is er ook een reden om na au alleen een tandklank te willen hebben? Proberen moedertaalsprekers van het Engels die klank bijvoorbeeld bewust of, waarschijnlijker, onbewust te mijden?

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 23



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 21 juni 2015

Neder-L-cartoon #23

De Taalprof is de schrik van ezelsbruggetjesdocenten

Met de hoed rond

Door Marc van Oostendorp



Ik heb een ideaal: dat iedereen op de hele wereld kan leren wat de taalwetenschap maakt. Dat is een reden dat ik hier iedere dag op dit digitale dorpsplein sta, de straatmuzikant van de Nederlandse taalkunde. Het is ook een reden om eerder dit jaar een online inleiding taalwetenschap te maken, een MOOC, voor de Universiteit Leiden.

Af en toe moet je met de hoed langs te gaan. Een blog als dit kost bijna niets, behalve werktijd. Voor zo'n cursus heb je meer geld nodig, en dat proberen we nu op te halen, bijvoorbeeld met het bovenstaande filmpje (waarin als kers op de taart nog collega-straatmuzikant Marten van der Meulen van het taalweblog Milfje te zien is).

We hebben nog maar wat euros te gaan. Jullie hebben onze MOOC misschien ook gedaan. Of je wil ons anders steunen in ons ideaal, bijvoorbeeld omdat je deze blog leest.

Hier is onze virtuele hoed.

zaterdag 20 juni 2015

Neder-L-cartoon #22

De Taalprof komt maar niet voorbij de titelpagina.

Hem mijnen gheest zoo hoogh' heft in de Locht

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (25)

Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?


Door Marc van Oostendorp

Justus de Harduwijn had als jonge katholieke priester opzien gebaard met een bundel liefdesgedichten, de Weerliicke liefden tot Roose-Mond. Later kreeg hij berouw van die lichtzinnigheid en publiceerde Goddelicke lof-sanghen, waarin hij liet weten dat hij inmiddels iets beters had gevonden dan de aardse liefde: die van God.

In zijn Sonnet op de liefde Godts in die bundel scheldt hij de aardse liefde en haar mythologische zoon Cupido zelfs ronduit uit, met minstens één scheldwoord dat volgens het WNT nergens anders in de ganse Nederlandse taal gebruikt wordt: gesib ('gebroed'):

vrijdag 19 juni 2015

Vacature Lecturer Afrikaans (Universiteit van Pretoria)

De Universiteit van Pretoria heeft een vacature voor een lecturer Afrikaans-Nederlandse letterkunde. Hieronder volgen de Engels- en Afrikaanstalige vacaturetekst. Reageren is mogelijk tot 3 juli 2015.

Faculty of Humanities

Department of Afrikaans

Lecturer



(Scroll down for Afrikaans)


In pursuit of the ideals of excellence and diversity, the University of Pretoria wishes to invite applications for the above vacancy.

The University of Pretoria's commitment to quality makes us one of the top research Universities in the country and gives us a competitive advantage in international science and technology development.


Responsibilities:


The successful candidate will be required to:

  • Teach Afrikaans literature and any of the following: Comparative Literature / Literary Theory / Dutch Literature at both undergraduate and postgraduate level;
  • Actively engage with research endeavours of the Department;
  • Supervise postgraduate students;
  • Make an active contribution to the Department’s research profile;
  • Carry out academic administration and other activities in the Department as determined by the HOD.

Neder-L-cartoon #21

De Taalprof wordt weer eens in een taalnormdiscussie gezogen

De top-50 van beste opleidingen Nederlands in de Benelux

We pakken de draad weer op in ons horrorfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

Joop, de specialist in Middelnederlandse voegwoorden, nieste. Hij zat nu al een uur achter zijn toetsenbord om zijn column te schrijven voor het universiteitsblad. Maandenlang had hij die rubriek – De verleden tijd van lijken had de hoofdredacteur hem in een speelse bui genoemd, maar niemand wist nog waar die titel op sloeg – verwaarloosd omdat het universitaire leven zo ongehoord spannend was geweest.

Het was sinds bijna iedereen van de vakgroep Nederlands in een manager was veranderd, vooral allemaal zo vreselijk verwarrend. Eerst hadden de boomlange promovenda Sophie en de postdoc Femke een kamer van het universiteitsbestuur bezet omdat ze tegen rendementsdenken waren.

donderdag 18 juni 2015

Get real

Door Elise Ottaviano

Van opleiding ben ik geen neerlandica, maar ik ben van meer markten thuis. Als Vlaamse kunstenares van half-Italiaanse afkomst met tweetalig gezin in Frankrijk en een zus in Italië weet ik hoe verbeelding vertaling kan zijn, hoe verbrede talenkennis kan verbeelden. Momenteel geef ik Nederlandse les aan kinderen en jongeren in Noord-Frankrijk, met materiële, mentale en methodische de steun van een crème van een specialiste van de Taalunie. Met ongeloof en bezorgdheid volg ik de onbezonnen besparingen door de Taalunietop en ik kan maar roepen: STOP! Dit kan toch niet waar zijn? Vol bewondering maak ik mondjesmaat kennis met het veld van lessen/de studie Nederlands buiten het taalgebied en ik admireer de daar opgebouwde expertise, de gigantische interesse, de goede organisatie. En nu begint een afbouw met een sloopkogel, omdat... ja, waarom eigenlijk? In deze tijden wordt ons wijsgemaakt dat besparingen nu eenmaal moéten - iemand moet toch die arme banken en de Fyra en zo betalen - maar écht werk, dat mensen en culturen via taal dichter bij elkaar brengt, met enkele pennenstreken schrappen omdat...'ik een manager ben zonder kennis van zaken maar met nuchtere blik'? Komaan zeg. Get real. Groot was mijn opluchting toen ik vanochtend las dat er een sprankeltje hoop is, maar ik blijf mijn bange hart vasthouden.

UV-departement sê dís wat taalbeleid moet doen

Aan universiteiten in Zuid-Afrika woedt momenteel een fel debat over de (on)wenselijkheid om al het universitaire onderwijs alleen in het Engels te houden. Het onderstaande artikel is een voorbeeld van een duidelijke stellingname in dit debat. (Redactie Neder-L)

Door leden van het departement Afrikaans en Nederlands (enz.) van de Universiteit van die Vrystaat

Die departement Afrikaans en Nederlands, Duits en Frans aan die Universiteit van die Vrystaat (UV) wil hom verbind tot harde, doelgerigte werk aan die uitvoering van die ’n meertaligheidsbeleid wat alle UV-studente akademies sal bemagtig, lui ’n meningstuk wat die departement as deel van die debat oor die toekomstige taalbeleid aan die UV geskryf het.


Die taalbeleid van die Universiteit van die Vrystaat (UV) moet tussen die eise van die politiek en die geldmag deur na die werklike akademiese bemagtiging van sy studente gestuur word.

Die departement Afrikaans en Nederlands, Duits en Frans aan die UV reageer op die heftige debat oor taal aan dié universiteit.

Etymologie: wispelturig

Door Michiel de Vaan


wispelturig bn. ‘grillig’

Vnnl. Onstantaftich wispeltuerich weyfelaer ‘onstandvastige, wispelturige weifelaar’ (Dictionarium Germanicolatinum, 1556, Antwerpen), een wispeltuerich liedeken ‘een ondeugend liedje’ (Spul van Sinnen van den Siecke Stadt, 1534–1564, Amsterdam), ook ‘veranderlijk; lichtzinnig’. In de 17e eeuw komt ook wispeltuur bn. voor, maar bijna alleen in metrische teksten, hetgeen doet vermoeden dat het uit wispelturig verkort is (cf. Bogaers 1866). Kiliaan geeft het woord als wispel-duerigh, waarvan men in het algemeen denkt dat het t door d vervangen heeft naar voorbeeld van ongedurig. Een in het eerste lid identiek en in het tweede lid vergelijkbare formatie is Mnl. wispelsinnich (Gemma Vocabulorum, 1490). Vergelijkbare samenstellingen in het Duits zijn: Mnd. wispelhaftig ‘wispelturig, die veel bewegen en toch niets uitvoeren’, Mhd. wispelecht ‘onstandvastig’.

Neder-L-cartoon #20

De Taalprof ziet de bui al hangen

Een verheugend bericht: een voorlopig compromis

Door Marc van Oostendorp


Dat was een verheugend bericht, vannacht. Hoewel de Taalunie de afgelopen maanden bij hoog en bij laag volhield dat de bezuinigingen op de internationale neerlandistiek echt nodig waren – de ministers wilden het, het had al in 2000 moeten gebeuren, het was onverantwoord geweest om hier ooit geld aan uit te geven –, blijkt het nu ineens allemaal een stuk genuanceerder te liggen.

De bezuinigingen worden grotendeels teruggedraaid. De manager heeft bakzeil gehaald voor de stemmen die onder andere op Neder-L klonken, en voor de diplomatieke druk van onder andere IVN-voorzitter Jan Renkema en enkele andere neerlandici met goede contacten.

Er blijven ook wel vragen over. Waar gaat dat geld, dat zo hard nodig was, nu precies vandaan gehaald worden? Had al dat gedoe met wat verstandiger beleid en handiger communicatie niet voorkomen kunnen worden? En waarom was het twee maanden geleden zo plotseling nodig dat iedereen er door overvallen werd, ook de medewerkers van de Taalunie zelf?

Voorlopig compromis IVN - Taalunie

Door het bestuur van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek

Op 11 juni 2015 heeft het Bestuur van de IVN, in de persoon van de voorzitter, samen met  de Algemeen Secretaris van de Taalunie, een onderhoud gehad op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag. Deze brief doet verslag van deze bijeenkomst. De toon van de brief is wat zakelijker dan u van ons gewend bent. Dit komt omdat voor de inhoud ervan overleg is gevoerd met de Taalunie en de Nederlandse en de Vlaamse overheid.

Aan het begin van het onderhoud is het Witboek-IVN overhandigd. Dit Witboek is inmiddels digitaal beschikbaar op de IVN-site (www.ivnnl.com). Het Witboek, met als ondertitel Het cultureel kapitaal van de Lage Landen in mondiaal perspectief, ging vergezeld met de uitnodiging aan de Taalunie om intensiever samen te werken met het volgende perspectief:

1. De voorgestelde bezuinigingen in de huidige vorm gaan niet door.  
2. De Taalunie verschaft openheid over haar financiële situatie.
3. De Taalunie maakt samen met de IVN nieuw beleid met de daarbij behorende financiële kaders.

woensdag 17 juni 2015

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel IX: Rome (3)

Wij publiceren hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, verzorgd door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:
Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.

High tea is maar verwarrend

Door Lucas Seuren

Tijdens een onderzoeksverblijf in York sprak ik wat van mijn data door met mijn lokale begeleidster. Het ging hierbij om opnamen van een telefoongesprek tussen twee studentes. Op een gegeven moment vertelde een van de twee studentes over een recente high tea en dat leidde bij mijn begeleidster tot verwarring. Ze vroeg zich af wat daarmee in vredesnaam bedoeld werd. Dat leidde bij mij weer tot verwarring, want high tea is nogal evident geen Nederlandse term. Ik begreep niet dat uitgerekend in Engeland – mijn begeleidster kwam weliswaar uit de VS, maar woonde al heel wat jaren in Engeland – dit begrip niet duidelijk zou zijn. Wat bleek, high tea werd niet meer gebruikt, en tea betekent niet eens thee.


Dus wat is tea dan wel? Nou, dat hangt ten eerste al af van waar in de wereld je de term gebruikt, en met wie je praat. In York, en als ik mijn huisgenoten/huurbaas mag geloven, heel noord Engeland, verwijst tea naar het avondmaal. Maar alleen in bepaalde sociale klassen: de zogenaamde lower-middle class en working-class. Dat heeft natuurlijk historisch wel te maken met tea, maar die etymologische achtergrond is redelijk versleten inmiddels.