Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 31 maart 2016

Waarom zijn wij in Nederland niet erg trots op onze vaderlandse helden?

Willem van Oranje, Pim Fortuyn en Michiel de Ruyter: ze stonden allemaal in de top tien van de verkiezing van de "Grootste Nederlander Allertijden" in 2004. Allemaal leuk en aardig - Fortuyn zou nu waarschijnlijk niet meer zo hoog eindigen - maar eigenlijk zijn wij Nederlanders niet zo van de heldenverering. Wanneer je in ons land van "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg" gezien wordt als een échte held, dat hoor je van Lotte Jensen (Radboud Universiteit) in dit college.

PhD project The distribution of Dutch-language literature to Germany

Voor de Onderzoeksgroep Vertaling en Interculturele Transfer, Campus Brussel zoeken wij een doctoraatsbursaal (m/v)

PhD project The distribution of Dutch-language literature to Germany

De OG Vertaling en Interculturele Transfer van de KU Leuven verenigt onderzoekers uit Leuven, Brussel, Antwerpen en Kortrijk die zich bezighouden met de complexe en dynamische verhoudingen binnen en tussen culturen. De doctorandus zal deel uitmaken van deze OG, binnen het grotere geheel van de OE Vertaalwetenschap van de Faculteit Letteren.

Linguïstisch Miniatuurtje CLXVI: Iets voor wie het interesseert

In de Belgische krant De Morgen stond de volgende zin: Na aanslagen duikt islamofobie overal op, ook bij wie je het niet verwacht. In de facebookgroep REYERStaal ontstond hierover discussie: is dat wel goed? Dat klinkt toch wel gek. Maar wat is er dan gek aan?

Etymologie: bleisteren, bluisteren

Door Michiel de Vaan

bleisteren, bluisteren ww. ‘flikkeren’

Middelnederlands bleysteren ‘flikkeren’ (1400–1450, Holland), Vroegnnl. bleysteren (1500–1525);
Vroegnieuwnl. bluysteren ‘schroeien, blaken’ (1573), verbluysteren ‘verzengen, verschroeien’ (1528, Brabant), bluyster ‘blaar’ (1588); Nnl. verblaeysteren ‘verzengen, verschroeien’, blaeysteringhe ‘verschroeiing’ (1629, de Harduyn), verblaesteren (1663). Moderne dialecten: Zeeuws blaoistere ‘flikkeren van vuur’, Drents bluuster ‘winderig, opgeblazen, zwetsend’.

De Tollenaere 1970 geeft een uitgebreide bespreking van de vormen, maar komt niet tot een overtuigende of zelfs maar expliciete etymologie. Hij vergelijkt Mnd. bluse ‘vuurtoren’, blusen ‘signaalvuur aansteken’, Ndd. blüstern ‘heftig waaien’, bleustern ‘flikkeren, hevig branden’. Maar uit Germaans *blust-, *bliust- of *blūst- (vormen die men met blozen zou  kunnen verbinden) kan alleen Nederlands bluisteren verklaard worden, maar niet bleist- of blaaist-. De Tollenaere vermoedt dat blaaist- een jonge, Brabantse variant van bleist- was, maar het feit dat blaeysteren als eerste in Oost-Vlaanderen gevonden wordt en nog in het modern Zeeuws bestaat, spreekt daartegen. 

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 2



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

woensdag 30 maart 2016

Waarom voelen we ons meer Nederlander na een ramp?

Van watersnoodramp tot aan vliegtuigramp: in het verleden werd Nederland soms getroffen door een 'nationale ramp'. Behalve veel verdriet leverde dat ook iets anders op: een groot gevoel van saamhorigheid. Juist op die momenten bleek de rol van de koning of koningin heel belangrijk. Er was zelfs een koning die heel goed begreep dat rampen niet alleen goed voor het saamhorigheidsgevoel waren, maar ook voor zijn eigen imago! Wie dat was, hoor je van historisch letterkundige Lotte Jensen (Radboud Universiteit).

Typefout in het Oekraïne-verdrag: len

Door Marc van Oostendorp

Hebben jullie de roemruchte associatieovereenkomst met Oekraïne inmiddels gelezen? Zo ja, dan weten jullie dus wat een len is, toch? Zoals in artikel 12, weten jullie nog wel? Dat zo begint:
Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van dit protocol worden goederen van oorsprong die uit de Europese Unie of uit Oekraïne naar een ander len zijn uitgevoerd...
Het staat in alle Nederlandstalige teksten van het associatieverdrag dat ik online heb kunnen vinden, dus het lijkt me de officiële Nederlandse tekst. Zoals we ook allerwegen in artikel 14 kunnen lezen:
Op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander len dan een lidstaat van de Europese Unie of Oekraïne zijn verzonden...
Wat is hier aan de hand? Uit de contekst kun je wel ongeveer afleiden wat het betekent: zoiets als land of natiestaat. Maar waar komt het vandaan?

dinsdag 29 maart 2016

Lotte Jensen: Hoe zorgde een Fransman ervoor dat wij meer van Nederland gingen houden?

"Dé Nederlander bestaat niet", zei Máxima een aantal jaren geleden. Half Nederland viel over die uitspraak, want wij Nederlanders voelden ons wel degelijk "Nederlander"! Volgens historisch letterkundige Lotte Jensen (Radboud Universiteit) voelen we ons in tijden van oorlog zelfs nóg sterker "Nederlander". Bijvoorbeeld in de periode dat Napoleon in Nederland de scepter zwaaide, ontstond zelfs het idee van hoe de ideale Nederlander eruit ziet. Benieuwd of jij een beetje voldoet aan dat ideaalbeeld? Kijk dan dit college!

Winners en verliezaars

Door Marc van Oostendorp


'Verliezer'
Illustratie: M. van Oostendorp
Onlangs meldde iemand het op Meldpunt Taal: bij de Rijdende Rechter had iemand verliezaars gezegd, of om preciezer te zijn: 'Er zijn geen winnaars, er zijn alleen verliezaars'. (De Rijdende Rechter is tegenwoordig sowieso een must voor iedere taalwatcher, laatst zei er ook iemand 'ik ben heel frappant'.)

Google leert dat de vorm wel vaker voorkomt; in 2009 werd er bijvoorbeeld al over gediscussieerd naar aanleiding van een uitspraak van een profbokser die het ook al over 'winnaars en verliezaars' had gehad. Verschillende deelnemers van de discussie meldden toen dat ze het ook uit het (Rotterdamse) kroegleven kenden. De oudste vindplaats die ik kan vinden is uit 2005; in Delpher of de DBNL kan ik niets vinden, ook niet in Rotterdamse bronnen.

Toch valt de vorm wel te begrijpen.

Wanneer voelen wij ons Nederlander?

Het eerste college van Lotte Jensen (gisterenavond uitgezonden, maar toen door personeelstechnische problemen op de redactie van Neder-L niet doorgeplaatst; vanaf vanavond hopelijk wel iedere avond deze week een vers college.)




maandag 28 maart 2016

Van vreemde smetten vrij

Door Marc van Oostendorp

Aan het begin van haar eerste college over Nederlandse identiteit – later vandaag komt het online bij de Universiteit van Nederland – laat Lotte Jensen haar paspoort zien. Een van de bekendste specialisten op het gebied van de Nederlandse letterkunde blijkt alleen een Deens paspoort te hebben. Ze heeft, vertelt ze, wel ooit een Nederlands paspoort aangevraagd, maar toen ze een taaltoets bleek te moeten doen, is ze afgehaakt. Haar Utrechtse doctoraaldiploma Nederlandse taal- en letterkunde bleek geen erkend bewijs van voldoende taalvaardigheid.


Het is het begin van een interessante serie minicolleges, die de komende week allemaal online komen. Ik ben bij de opnamen aanwezig geweest, en het publiek hing aan Jensens lippen in een college dat aan de hand van literaire fragmenten maar ook bijvoorbeeld de verkiezing van de grootste Nederlander uit 2004 liet zien hoe ons idee van de Nederlandse identiteit zich in de loop van de tijd heeft gevormd.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 66


Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, zo niet herschreven,
door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 66 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
van inmiddels 577 pagina’s A4


zondag 27 maart 2016

Neder-L-cartoon #95

De Taalprof komt er niet helemaal uit

Een boze Daan Roosegaarde

Door Marc van Oostendorp

Wat Het Parool onlangs leuk vond op de tv: dat er 'een boze Daan Roosegaarde' op te zien was. Een intrigerende vraag is: wat doet dat lidwoord een daar? Bij eigennamen gebruik je meestal geen lidwoord, of omgekeerd gezegd, in een normale constructie neemt een een individu uit een groep: een boze ontwerper is een voorbeeld uit een enorme groep ontwerpers, en wel een die boos is. Maar er is in dit geval maar één Daan Roosegaarde.

 In de onlangs verschenen bundel Linguistics in the Netherlands 2015 gaan de Nijmeegse onderzoekers Helen de Hoop en Erica Kemperman in op enkele kwesties rondom dat vreemde lidwoord. Met name bespreken zij de keuze tussen de en een:

  • Een boze Daan Roosegaarde nam een plaspauze.
  • De boze Daan Roosegaarde nam een plaspauze.
Je vindt allebei die constructies wel, maar de eerste komt vaker voor dan de tweede.

zaterdag 26 maart 2016

Neder-L-cartoon #94

De Taalprof vindt net als de meester
een paar foutjes niet zo erg

O Brandend Pypje, heete gloed!

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (65)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Dat dichters vanaf het midden van de zestiende eeuw hun gedichten met een regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen gingen schrijven, heeft voor de taalwetenschap één voordeel: vanaf dat moment weten we vrij zeker en vrij nauwkeurig waar de klemtoon viel op gewone Nederlandse woorden. Wanneer een woord meestal op een even positie begon in een jambische versregel, weet je zeker dat het met een beklemtoonde lettergreep begon.

Voor eerdere perioden is het veel moeilijker te achterhalen. Klemtoon werd nu eenmaal niet opgeschreven en ook schreven mensen niet uitgebreid over waar ze nu precies klemtoon legden.

Nóg makkelijker wordt het natuurlijk wanneer gedichten op muziek werden gezet. Dan krijgen we een extra aanwijzing. Neem het sonnetje 'Op het Tabakrooken' van de achttiende-eeuwse wever en 'broodpoeet' Jan van Gijsen (1688-1722):

Klinkdicht.

O Brandend Pypje, heete gloed!
Een tydverdryf, voor elk ten besten,
’t Geen alle zorg verdwynen doet
En ’t Hoofd ontheft van muizenesten.


vrijdag 25 maart 2016

Vondels vierde tragedie: De Amsterdamsche Hecuba (1626)

Door Ton Harmsen

Tegen het bijgeloof en tegen de arrogantie. Dat motto had Seneca boven zijn Troades (Trojaanse vrouwen) kunnen zetten, en daarom is deze tragedie in de zeventiende eeuw zo bewonderd. Het is alleen jammer dat bijgeloof zo’n vage term is: de klassieke oudheid had wel een heel andere opvatting van goden dan het christendom. De almachtige christelijke god is, zelfs in zijn drievuldigheid, niet te vergelijken met de vogels van diverse pluimage die in de Griekse godenvergadering bij elkaar zitten. En een ander geloof impliceert ook een ander bijgeloof.

Geen van Seneca’s tien tragedies is zo vaak vertaald. En nog altijd is het, door zijn beschrijving van godsdienstig fanatisme en politiek machtsmisbruik, een oproep tot rationalisme en verdraagzaamheid die geen greintje aan actualiteit heeft ingeboet.

Onder de titel De Amsterdamsche Hecuba (1626) bewerkte Vondel de Troades in poëzie uit de prozavertaling die hij met Hooft en Reael had gemaakt. Zij maakten daarvoor gebruik van de tekstuitgave van Petrus Scriverius (1620). De Trojaanse vrouwen vertegenwoordigen alle vrouwen die in oorlogen slachtoffer zijn – nu net zo actueel als in Vondels tijd. Seneca’s toneelstuk oogst grote bewondering. In de opdracht aan Anthonis de Huybert schrijft Vondel:

Het wyse en geleerde breyn van eenen, wiens standvastigheyd de eeuwen doorleven sal, heeft de Latijnsche Troas vereert met den tytel van Regina tragoediarum.

Weet ik het niet of ik twijfel erover

Wat we nog niet weten over het werkwoord (15)
Door Marc van Oostendorp
V2
Illustratie: M. van Oostendorp

Het wordt hoog tijd dat ik hier eens een afkorting introduceer: V2. Daar, daar heb je het. Je spreekt het natuurlijk uit op zijn Engels (vietoe, of anders: verb second), maar het is een eigenschap die het Nederlands juist doet onderscheiden van het Engels: in een stellende hoofdzin staat de persoonsvorm altijd op de tweede plaats, na het eerste zinsdeel:
  • Mijn oudtante wandelde door deze boomgaarde met een stuk brood.
  • Door deze boomgaarde wandelde mijn oudtante met een stuk brood.
  • Met een stuk brood wandelde mijn oudtante door deze boomgaarde.
  • Door deze boomgaarde mijn oudtante wandelde met een stuk brood. [uitgesloten]
  • Door deze boomgaarde met een stuk brood wandelde mijn oudtante. [uitgesloten]
  • enz.
In ja/nee-vragen is het anders, daar staat de persoonsvorm natuurlijk op de eerste plaats (Wandelde mijn oudtante enz.?), en in bijzinnen staat het werkwoord juist helemaal achteraan: '... dat mijn oudtante door deze boomgaarde met een stuk brood wandelde'.

donderdag 24 maart 2016

Vacature lecteur

Bij de vakgroep Nederlandse taal en cultuur van de Université Paris-Sorbonne ontstaat per 1 september 2016 een vacature voor een

Lecteur (m/v)

Full-time

Functie-eisen:
  • Master Nederlandse taal en cultuur (eventueel ATW, ALW of cultuurwetenschappen)
  • beheersing van het Frans, minimaal op B1-niveau
  • vermogen om in teamverband te werken
  • bereidheid tot het verrichten van administratieve en logistieke taken.

Ervaring met name op het gebied van het Nederlands als tweede of als vreemde taal strekt tot aanbeveling.

Etymologie: schier

Door Michiel de Vaan

schier bn. ‘grijs’

Oudnederlands scieri ‘zuiver’ (901–1000), filoscire ‘voortreffelijk’ (901–1000), en in enkele toponiemen: Scire (Noord-Frankrijk, 1051; nu Equirre), Skireuelda ‘Schiervelde’, lett. ‘licht veld’ (West-Vlaanderen, 1184). Middelnederlands schir (1265–70) ‘dof geworden wit’, scir, scier ‘grijs’ (van vogels) (1287), Middelschieremeed, veldnaam, lett. ‘Middel-lichte-weide’ (West-Vlaanderen, 1267), Schiermonnichoge ‘Schiermonnikoog’ (1440), lett. ‘Eiland van de grijze monniken’ (Cisterciënzers). De betekenis ‘helder, lichtkleurig’ is in het Middelnederlands al zeldzaam, en na 1500 komt ook ‘grijs’ nog maar sporadisch in literaire teksten voor (bijv. in 1634). In Noord-Holland was skier ‘grijs’ in de 19e eeuw al verouderd. Wel bestaan ‘grijs’ en ‘zuiver’ nog in verschillende noordoostelijke dialecten.

Waarom zijn wij de enigen met taal?

Door Marc van Oostendorp

Taal heeft de mens veel gebracht: de naakte, zwakke aap die niet noemenswaardig kan rennen of verscheuren vinden we in grote – sommige zouden zeggen: veel te grote – aantallen over de gehele wereld, en er komen er nog steeds bij.  En dat komt waarschijnlijk voor een groot deel door de vele voordelen die de taal biedt.

Wanneer taal zo belangrijk is voor de evolutie van de menselijke soort, waarom zijn wij dan de enigen die taal hebben? Dat is de vraag die de taalkundigen Bob Berwick en Noam Chomsky stellen in hun onlangs verschenen boek Why only us?

Eén mogelijk antwoord is: wij zijn niet de enigen. Andere diersoorten – apen, dolfijnen, zangvogels – hebben op zijn minst een rudimentaire vorm van taal.

Die vergaderinge der historien van Troyen : Proloog en hoofdstuk 1


Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485


en



woensdag 23 maart 2016

Die vergaderinge der historien van Troyen als Neder-L feuilleton

Door Willem Kuiper

Een kleine 2 jaar geleden publiceerde ik als Neder-L feuilleton Die historie vanden stercken Hercules zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521. Recentelijk werd mij gevraagd waarom ik de roman Les proesses et vaillances du preux Hercules, zoals gedrukt door Michel le Noir, Parijs 1500 als brontekst gebruikt had en niet het origineel: Le recoeil des histoires de Troyes van Raoul Lefèvre. Volgens de ‘vakliteratuur’ zou de druk van Jan van Doesborch een kopie zijn van de Hercules-hoofdstukken in Die vergaderinge der historien van Troyen, dat is de Nederlandse vertaling van Le recoeil des histoires de Troyes, gedrukt door Jacob Bellaert, Haarlem 1485.
     Mijn antwoord kon kort zijn. Als ‘thuiswerker’ ben ik voor (digitale) reproducties van middeleeuwse teksten praktisch volledig afhankelijk van wat ik via het Internet of dankzij een collega aangereikt krijg. Tot mijn spijt beschikte ik destijds niet over een (digitale) reproductie van Die vergaderinge der historien van Troyen. Na enig nadenken en vergelijken heb ik toen voor de druk van Michel le Noir gekozen, maar omwille van de compatibiliteit heb ik de overeenkomstige hoofdstuknummers van de Recoeil in het voetnotenapparaat verwerkt, zodat de lezer de versie van Michel le Noir eenvoudig kan vergelijken met de Recoeil-editie van Marc Aeschbach, Bern enz. 1987. Hierop ontving ik van de vraagsteller een digitale afdruk van een microfilm van het Parijse exemplaar van Die vergaderinge der historien van Troyen.

Van de Utrechtse doopgelofte tot Oudgermaanse runeninscripties

7 April 2016: Junius Symposium voor Jonge Oudgermanisten II

Op donderdag, 7 april, wordt in Leiden, na een een succesvolle eerste editie in 2015, voor de tweede keer het  ‘Junius Symposium voor Jonge Oudgermanisten’ georganiseerd. Dit symposium heeft tot doel jonge wetenschappers die onderzoek doen naar de Oudgermaanse talen en culturen bij elkaar te brengen. Het symposium wordt ondersteund door het LUCAS, het LUCL en de Vereniging van Oudgermanisten (VOG).

Programma
Het Junius Symposium biedt een podium aan jonge onderzoekers (MA-studenten, PhD-kandidaten en postdocs) in de Oudgermanistiek. De Oudgermanistiek omvat een breed scala aan sub-disciplines die over de verschillende taal-en-letterkunde-afdelingen (Duits, Engels, Nederlands, Taalwetenschap) van de Nederlandse universiteiten zijn verspreid: de sprekers op het symposium weerspiegelen deze diversiteit en tijdens het symposium zal de interdisciplinaire discussie centraal staan. Historici, taalwetenschappers en letterkundigen zullen elk hun eigen onderzoek naar de geschiedenis, taal en cultuur van de Germaans-sprekenden volkeren in de Middeleeuwen presenteren. De onderwerpen die aan bod komen variëren van de theologische achtergrond van de Utrechtse doopgelofte, tot de epenthetische klinkers in de oudste Germaanse runeninscripties, van de slagvelddieren in de Oudengelse epiek tot de woordvolgorde in ontkennende zinnen van het Middelhoogduits. Voor een overzicht van het programma kunt u deze link volgen. 

Rondje voor mijn vijanden

Door Marc van Oostendorp


Ik heb kennelijk vijanden en die gaan smullen van mijn stukje van vandaag. Veel plezier ermee, vijanden!

Ik heb de afgelopen 15 jaar een beetje op en af voor de Universiteit Leiden gewerkt. Ik deed dat gratis omdat het Meertens Instituut mijn salaris doorbetaalde en voor veel mensen in Leiden was dit een reden om mij geregeld in te wrijven wat een eer het voor mij was om in Leiden te mogen werken. (Echt waar, dat is me herhaaldelijk verteld.)

In de afgelopen 6 jaar heb ik mensen af en toe toevertrouwd dat ik best wat meer in Leiden zou willen werken, omdat ik geïnteresseerd ben in onderwijs, omdat het dichter bij huis is, en omdat ik me een zekere zin een ouderwetse neerlandicus voel, met belangstelling voor meer dan alleen de taalkunde.

dinsdag 22 maart 2016

Inhoudsopgave Onze Taal 4, april 2016

April 2016

85ste jaargang nummer 4

Een aantal artikelen is los te koop bij eLinea.
Meer lezen? Koop het losse nummer of word lid!


Jan Erik Grezel
"Nederlandse les is ook afleiding"
Vluchtelingen proberen thuis te raken in onze taal

Steeds meer asielzoekers uit Syrië en Eritrea willen snel na aankomst Nederlands leren. Kan dat ook? En hoe gaan taallessen in de opvangcentra in hun werk?

Guus Middag
Dwalen door Van Dale
De vijftiende editie van de grote Van Dale getest

Een half jaar geleden verscheen de vijftiende editie van de grote Van Dale. Hoe bevalt het woordenboek in de praktijk?


Een compleet en perfect rode bal

Door Marc van Oostendorp

Welk van de onderstaande twee staafjes is de lange?


Nee, het heeft geen zin om te kijken of het antwoord op mijn vraag onderaan deze pagina op zijn kop staat afgebeeld. Iedereen heeft het goed: het is de bovenste! 

Volgende vraag. Welk van de onderste twee bekertjes is de volle:

maandag 21 maart 2016

Een nieuwe lente voor de DBNL

Door Katelijne Mijs

Wie ’t een beetje volgde, zag dat het een tijd wat guur was rond de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Men was een bibliotheekwet aan het maken en daarom vonden de OCW- ambtenaren het nodig om de DBNL onderdeel te maken van de Haagse Koninklijke Bibliotheek (KB).  Het was te verwachten dat dit niet zou lukken als dit niet in goede harmonie met onze Zuiderburen zou worden geregeld.  

De website www.dbnl.org  is namelijk publiek bezit van Nederland én Vlaanderen.  Niet alleen financieel, maar het wordt ook zo beleefd:  zelfde taal, zelfde erfgoed.  De spanningen bleven dan ook niet uit en in 2013 dreigde de DBNL gemangeld te worden in het  geruzie tussen KB en de Nederlandse Taalunie. Een aantal  hoogleraren sprak via een ingezonden stuk in de Volkskrant zijn zorgen uit over het roekeloze gedrag van de ambtenaren.  Dit was misschien net de noodzakelijke laatste druppel want kort daarna schijnt het tij ten goede gekeerd te zijn; de voorzitter van de Nederlandse Taalunie, mevrouw Bussemaker,  nam het stuur eventjes over van de stuurse alfamannetjes. De voorwaarden voor een goede doorstart van de DBNL werden hen diets gemaakt en met ingang van 1 januari 2015 werd de website ondergebracht bij de KB, voorzien van  een borglijntje met de Zuiderburen via de Vlaamse Erfgoedbibliotheek in Antwerpen.  

Hierna werd het stil rond de DBNL, hoewel men blijkbaar onverstoorbaar is  doorgegaan met het digitaliseren van het culturele erfgoed;  want we zagen nog steeds maand na maand nieuwe interessante teksten online komen.

De Koninklijke Bibliotheek heeft  de stilte nu doorbroken  met een aangename  verrassing; 

Video Huygens Instituut: Max Havelaar nog steeds actueel

De zevende druk van de populair-wetenschappelijke editie van de Max Havelaar (1860) is verschenen. Eduard Douwes Dekker schreef zijn Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy, onder zijn schuilnaam Multatuli. Het boek is vertaald in meer dan 40 talen en nog steeds van grote betekenis voor ons cultureel-historisch erfgoed. Annemarie Kets (Huygens ING) onderzocht de Max Havelaar en publiceerde in 1992 haar historisch-kritische editie in twee delen.


Haar onderzoek werkte zij uit voor een breder publiek en in 1998 bezorgde zij de eerste publieksuitgave (Bert Bakker). In samenwerking met Annemarie Kets en Klaartje Groot, conservator van het Multatuli Huis, gaat het Huygens ING in op de actuele betekenis van deze roman in onze huidige maatschappij. Bekijk hieronder het filmpje.

.

Kartoliek

Door Marc van Oostendorp


Kartoliek
Illustratie: M. van Oostendorp
Ineens bedacht ik dat sommige leden van mijn familie kartoliek zeiden in plaats van katholiek. Waar komt die r vandaan? Navraag op Twitter leerde dat er ook andere mensen zijn die het kennen, zij het niet veel. Die mensen komen allemaal uit Zuid-Holland, net als mijn familie, dus het is een lokaal verschijnsel.

Op internet vind je het nauwelijks. Op Huishoudplaza schreef een zekere Tijgertje zo'n tien jaar geleden:

Hoi Sje, Bij ons was dat ook. Twee geloven. Ik ben kartoliek geworden. Dus ik heb nooit de communie gedaan! Mijn man wel. Maar als je kartoliek bent en besluit dat je kind gedoopt gaat worden, neem je ook die volgende stap. Echter het vormen is voor mij iets dat moet het kind zelf beslissen. En tegenwoordig is alles mogenlijk. Mijn moeder heeft vroeger verkering gehad met een kartolieke jongen. Ze moest het uit maken, want dat kon niet!!!!!! Tijgertje


Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 65


Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, zo niet herschreven,
door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 65 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
van inmiddels 571 pagina’s A4


zondag 20 maart 2016

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel XVI: Van Rome tot Venetië

Wij publiceren hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, verzorgd door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:

Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.

Neder-L-cartoon #93

De Taalprof vindt dat de verplichte boekenlijst
moet worden vervangen door een verplichte boekentoptien*
* Of -twintig. Of -vijf. Of -drieëntwintig.

Oh my got

Door Marc van Oostendorp

In mijn zondagochtendminicollege van vandaag ga ik in op de vraag waarom jongeren soms 'oh my god' zeggen en soms 'o mijn god'.


zaterdag 19 maart 2016

Conferentie Horst aan de Maas en Big Data

Op donderdag 31 maart 2016 vindt bij het CBS in Heerlen de conferentie “Horst aan de Maas en Big Data” plaats. 

De conferentie wordt georganiseerd door het CBS en het expertisecentrum ITEM (‘Internationale, Transnationale en Euregionale Mobiliteits- en Grensoverschrijdende’ vraagstukken in de regio) van de Universiteit Maastricht. 

De conferentie is gericht op kennisdeling en toekomstperspectieven in een interactieve setting over Horst aan de Maas. Dit gebeurt vanuit verschillende invalshoeken, waaronder veldonderzoek, Taalcultuur, Twitter-berichten en mogelijkheden van Big Data, en de expertise van burgers, politici en beleidsinstanties. 

Vragen die in discussierondes worden besproken, zijn: 
  • Wat bindt en verdeelt de burgers in Horst aan de Maas? 
  • Wat zijn de specifieke problemen, uitdagingen en oplossingsrichtingen in Horst aan de Maas? 
  • Hoe bruikbaar zijn Big Data voor het verkennen en oplossen van de problematiek in Horst aan de Maas, en andere (Limburgse) gemeenten?
  • En hoe kan (wetenschappelijk) onderzoek oplossingsrichtingen aandragen?  

Neder-L-cartoon #92

De Taalprof vindt het McGurk-effect in de Stroop-taak

Promotie Gerard Bouwmeester over de primaire, secundaire en tertiaire receptie van Augustijnkens werk (1358-2015)

Promovendus: Gerard Bouwmeester
Promotor / begeleiders: prof. dr. Paul Wackers, dr. Bart Besamusca

Datum: 29-04-2016
Tijd: 14:30
Plaats: Academiegebouw Universiteit Utrecht

Titel: Receptiegolven: de primaire, secundaire en tertiaire receptie van Augustijnkens werk (1358-2015)
Project: Dynamics of the Medieval Manuscript, Text Collections from a European Perspective (HERA)


Meer dan 2500 brieven uit correspondentie Stijn Streuvels online

Het tweede luik van een groot editieproject van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) rond Stijn Streuvels is voltooid. De online editie bevat nu meer dan 2.500 brieven uit de correspondentie van Stijn Streuvels met zijn uitgevers.

In november 2014 publiceerde het CTB 1.935 Nederlandstalige brieven uit Streuvels’ correspondentie met uitgevers als Lannoo, De Bock, Standaard en Zonnewende. Zonet werden nog eens 596 brieven van en aan Engelhorn, Insel, Langen-Müller en Wiener Verlag toegevoegd. Om te begrijpen hoe een auteur als Stijn Streuvels zich in de oorlogsjaren ten opzichte van bezettend Duitsland heeft gedragen, is de publicatie van deze bronnen cruciaal en noodzakelijk.


Zonder U

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (64)

Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Over Albertus Frese (1714-1788) is niet veel bekend, in ieder geval niet bij mij. Via de links op de pagina over hem bij de DBNL komen we te weten dat hij in Haarlem samen met Christiaan Schaaf een aantal komedies schreef die ooit iemand hebben doen vermoeden dat hij misschien een vrijmetselaar was. Ook is er wel geopperd dat hij dezelfde was als de schilder van enkele 'portretten en historiestukken'.  

Wat kun je zeggen over iemand van wie je alleen het werk kent? Volgens het Biographisch Woordenboek schilderde hij 'meest voor uitspanning' en wie zijn werk in de DBNL leest, krijgt de indruk dat het schrijven hem ook niet veel verdriet bezorgde. Hier is het laatste uit de serie sonnetten die hij schreef en waarin hij telkens een van de klinkerletters wegliet:

vrijdag 18 maart 2016

Van der Hoogt-prijs 2016 voor Niña Weijers. Henriëtte de Beaufort-prijs 2016 voor Elisabeth Lockhorn

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in haar bestuursvergadering van 16 maart 2016 de volgende prijzen toegekend:

1) de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2016 aan Niña Weijers voor haar roman De consequenties.

Deze in 1925 ingestelde prijs is in de taal van het reglement een ‘prijs van aanmoediging’, tegenwoordig ook wel ‘stimuleringsprijs’ genoemd. Hij wordt ieder jaar uitgereikt, afwisselend in de categorieën poëzie en proza, aan een schrijver van wie in de voorgaande jaren haar/zijn eerste of eerste twee publicaties zijn verschenen. De nu bekroonde roman De consequenties  (Uitgeverij Atlas Contact) verscheen in 2015. De prijs bestaat uit een ‘object’ en 7.500 euro.

Enkele passages uit het rapport van de Commissie van voordracht:

19 maart 2016: Congres van de KZM – ‘Meningen en Mythes rond Migratie’

Op zaterdag 19 maart organiseert de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij een ‘Congres van de KZM’. Die formule wijkt af van de reguliere voor- en najaarsbijeenkomsten, omdat er wordt gekozen voor plenaire sessies rond een centraal thema. Voor de bijeenkomst van 19 maart wordt dat ‘Meningen en Mythes rond Migratie. Een cultuurwetenschappelijke blik’. Sprekers uit de verschillende geledingen binnen de KZM (taalkunde, literatuur, geschiedenis en klassieke studies) geven die dag een lezing die verband houdt met dat centrale – en momenteel erg relevante en actuele – thema.

Het Congres van de KZM vindt plaats in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), Koningstraat 18, 9000 Gent.


Tabletnek

Door Robert Chamalaun

Op woensdag 16 maart stond in het AD een artikel met de pakkende kop: "Dag muisarm, hier is de tabletnek!". Doordat steeds meer kindertjes voorovergebogen zitten en te weinig bewegen, belandt een groeiend aantal kinderen met nekklachten bij een therapeut. In het artikel wordt melding gemaakt van cijfers van het Zorgkompas waaruit zou blijken dat 40 procent van de 8- tot 18-jarigen met nek- en rugklachten kampt. Belangrijkste boosdoener: de tablet en de smartphone.

Dat een verkeerde houding kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten moet zonder twijfel serieus genomen worden. Ik wil dan ook zeker het probleem niet bagatelliseren, evenmin heb ik een pasklare oplossing. Wat mij vooral aansprak in het artikel is het feit dat gezondheidsklachten, al dan niet ontstaan door nieuwe technologie, vrijwel altijd hebben geleid tot interessante neologismen. Ook in het geval van klachten door voorovergebogen zitten, is een prachtige, nieuwe samenstelling ontstaan: de tabletnek.

Het zien gaat voor ’t zeggen: Medea van Jan Vos

Door Ton Harmsen

Volgende week speelt Theater Kwast Medea (1667) van Jan Vos. En dat is maar goed ook, want voor dit spel is alleen lezen niet genoeg. Het is een spektakelstuk met kunst en vliegwerk. Het gaat Vos niet om het verhaal, of de gedachten, of de taal: alleen de uitbeelding in het theater is voor hem van belang. Met de eenvoudige middelen waar Theater Kwast gebruik van maakt zullen de spelers alle zeilen moeten bijzetten om een idee te geven van de verpletterende indruk die deze Medea in de zeventiende eeuw maakte.

De vorige productie van Kwast werd voorafgegaan door een bezoek aan het Koninklijk Paleis, oorspronkelijk stadhuis van Amsterdam, om de schilderingen (wat er nog van over is) te bezichtigen die Vondel inspireerden tot zijn Batavische Gebroeders. Ook deze keer heeft het Paleis op de Dam iets om bij stil te staan. Jan Vos was glazenmaker: als stadsglazenier leverde hij alle ruiten van het stadhuis. Al zijn ze allemaal vervangen, eens zaten hier de glazen van Vos.

Een goede anakoloet

Door Marc van Oostendorp


Van de schoolmeesters mag je zinnen alleen aan elkaar haken als ze parallel zijn. Zet je twee zinnen naast elkaar die niet allebei keurig in hetzelfde spoor lopen, dan hebben ze daar monsterachtige woorden voor als anakoloet. Dat de werkelijkheid helemaal niet zo ananakoloetisch is, het kan de schoolmeesters niet schelen. Dan wordt die werkelijkheid maar wat minder goed weerspiegeld door de taal, alles voor de strakke regelmaat!

Gelukkig hebben we de poëzie, waarin de dichters mogen anakoloetiseren wat ze willen. Zoals Ester Naomi Perquin (de Rimbaud van Rotterdam) in het gedicht Hereniging – onlangs afgedrukt in haar verzamelbundel Jij bent de verkeerde:

Nu ben je weer hier, loopt je vast in de fuik van de gang,
trechtervormige kamers en kasten, gromt als een hond,
het behang trek je los met je tanden

en zou ik proberen aan te tonen hoe het huis
dat zich langzaam om je lichaam sluit,
hoe het anders geweest is
voordat je hier kwam –

er was een zee aan ruimte in de gang, alle kamers
lagen open, de kasten roken naar je wangen, scheerschuim
droogde aan de kwast, er hing een handdoek
met de afdruk van je kin, je zou me niet geloven.

(...)

donderdag 17 maart 2016

Mislukt gesprek

Door Leonie Cornips

Ik was nieuwsgierig om te weten hoe bewoners in een verzorgingstehuis in de Randstad gebruik maken van dialect (plat Haags, Rotterdams of Amsterdams) in hun interactie met elkaar en met de staf. Sophie Martini, studente Taalwetenschappen in Leiden, voerde een onderzoek uit in een klein tehuis. Al snel blijkt dat de bewoners geen opvallende lokale talige elementen gebruiken en hoe dan ook nauwelijks met elkaar spreken. Juist in dit tehuis zijn veel bewoners hardhorend en ondervinden zij moeite om te spreken; vooral de staf is aan het woord. Maar hoe leg je aan een bewoner met gehoorproblemen uit dat er iets gaat veranderen aan de zorg die ze ontvangt? Sophie was getuige van een volkomen mislukt gesprek tussen een staflid en een bewoonster. 

Op een middag speelt Sophie scrabble in de gemeenschappelijke zaal (eet-, speel- en bezoekerszaal bij de receptie) met bewoners aan een tafeltje. De opnamerecorder ligt voor haar. Naast haar spelen twee vrouwen Rummikub. Aan de overkant van de gang probeert een staflid Betty (B) aan mevrouw de Graaf (G) (de namen zijn fictief) nieuwe regels uit te leggen over huishoudelijke hulp. Het gesprek tussen B. en G. is duidelijk hoorbaar voor iedereen in de zaal hoewel het gesprek best wel privé is: hoe wil G. haar huishoudelijke hulp inrichten en betalen aangezien sommige diensten niet langer in het standaardpakket zitten zoals haar bed verschonen en het huisvuil ophalen. Die taken nemen drie minuten per dag in beslag – dat is 21 minuten per week – en vijftien minuten extra kost 7,85 euro. Een gek bedrag! Die boodschap probeert B. over te dragen. 

Etymologie: storten

Door Michiel de Vaan 

storten ww. ‘met geweld (laten) vallen; uitgieten; betalen, overmaken’

Vnnl. sturten, storten (1236) ‘vergieten, uitstromen, instorten’, blůtsturten (1270–1290) ‘bloedverlies’, Nnl. storten, zelden nog sturten. Oudere afleidingen: Mnl. stůrtkarre ‘mestkar’ (1270–1290), stortte ‘dunne metaalplaat’ (1477), sturtinghe ‘storting’ (1430–1450), Nnl. sturtebedde ‘stortbed, bekleding van de waterbodem’ (1567), stortregen (1511).

Verwante vormen: Middelnederduits storten, Oudhoogduits sturzen ‘vallen, neerstorten’, sturz ‘val, verandering’, Mhd. sturzen, stürzen, Mohd. stürzen, Oudfries stirta, sterta ‘vallen; omstoten; gieten’ (MoWF stoarte is uit het Nederlands ontleend), Oudengels *styrten ‘opspringen’, alle uit WGm. *sturtjan-. Zowel *stürt- als *start- in Middelengels sterten, stirten, starten ‘plotseling bewegen, haasten, storten, wakker worden’, stert, start ‘ogenblik’, MoE to start ‘opspringen; opjagen’,  en iteratief *startlōjan- in Oudengels steartlian, Middelengels stertelen ‘met de voet schoppen’, MoE startle ‘opschrikken’. De intransitieve betekenissen ‘vallen’ en ‘opspringen’ lijken de oudste te zijn, beide houden een ‘plotselinge beweging’ in.

Programma Junius Symposium

Op 7 april 2016 vindt in Leiden het tweede Junius Symposium voor jonge oudgermanisten plaats. Van slagveldstropers in Oudengelse heldenpoëzie tot klinker-epenthese in vroeg Germaanse runeninscripties, van de geschiedenis van sterke en zwakke werkwoorden in de Germaanse talen tot de Oudengelse glossen van de Lindisfarne Gospels, van negatie in het Middellaagduits tot de doop-rituelen van de Germaanse stammen in de vroege Middeleeuwen. Een interessante mix van sprekers, onderwerpen en benaderingswijzen ten aanzien van de taal, cultuur en geschiedenis van de Germaanse volkeren in de Middeleeuwen.

Meer informatie en het programma op de website van het Junius Symposium voor jonge Oud-germanisten.

Vacature Lector Nederlands, Debrecen

Aan de Universiteit Debrecen (Hongarije) kan vanaf 1 september 2016 een nieuwe 

LECTOR NEDERLANDS (m/v) 

aan de slag.  

Hij/zij 
  • is moedertaalspreker Nederlands
  • is afgestudeerd neerlandicus
  • heeft ervaring met het geven van Nederlands als vreemde/tweede taal

Tegen vermoeidheid en moeheid

Door Marc van Oostendorp

Soms zie je bij de drogist een fles magnesiumpillen staan die je doet beseffen dat het he-le-maal niets betekent dat mensen een taal met elkaar delen. Zo'n fles, wat mensen daarop schrijven, ik neem aan dat ze daar lang over nadenken en weten wat ze doen voor ze de opdracht geven om op al die flesjes af te drukken wat de bedoeling is:

- Magnesium draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid.

Een van de basisregels van de menselijke communicatie is dat je nooit meer zegt dan nodig. Als iemand dus de moeite neemt om zowel vermoeidheid als moeheid ouit te tikken, mogen we ervan uitgaan dat dit voor die iemand verschillende dingen zijn. Sommige mensen zijn vermoeid, anderen zijn moe, maar beide groepen hebben baat bij Etos Magnesium Met Calcium en B6.

Volgens Van Dale betekent vermoeid:

woensdag 16 maart 2016

Pas verschenen: Bert Boelaars, Voor het Naaktgeslacht. Toegift op het levensverhaal van Gerard Reve

Vrijdag 8 april is het tien jaar geleden dat Gerard Reve overleed. Bert Boelaars schreef ter herdenking van het overlijden van de Grote Volksschrijver een toegift op zijn levensverhaal. Voor het Naaktgeslacht heet het boek dat 31 maart verschijnt bij de Baarnse uitgeverij Prominent.

‘Wat blijft er uiteindelijk van over?’, aldus de schrijver zelf in een interview. ‘Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?’

Voor het Naaktgeslacht bevat een rijke verscheidenheid aan publicaties die Bert Boelaars selecteerde ter nagedachtenis van de meest spraakmakende Nederlandse schrijver na de Tweede Wereldoorlog. Een aantal hoofdstukken verscheen eerder in verkorte vorm in onder meer De Gids, NRC, Hollands Maandblad en De Parelduiker. Een aantal hoofdstukken verschijnt nu voor het eerst in hun huidige vorm. De twaalf hoofdstukken vormen een prachtige toegift op het levensverhaal van Gerard Reve.


Masterclass babyonderzoek voor middelbare scholieren

De Nijmeegse onderzoeksgroep First Language Acquisition organiseert tweemaal per jaar de masterclass ‘Babyonderzoek: ontwikkeling van taal, denken en gedrag’ voor middelbare scholieren die hun profielwerkstuk willen schrijven over de ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen. Op woensdag 8 april vindt de eerstvolgende masterclass weer plaats op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Inschrijven kan nog tot 30 maart.


Tijdens de masterclass wordt aandacht besteed aan het opstellen van een goede onderzoeksvraag en een goed onderzoeksplan, maar ook de praktische uitvoering komt aan bod. De leerlingen krijgen een beeld van het onderzoeksveld dankzij presentaties over wetenschappelijk onderzoek in het algemeen en specifiek onderzoek op het gebied van de ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen. Daarna kunnen leerlingen in kleine groepjes in gesprek met onze experts en krijgen ze hulp bij bijvoorbeeld het opstellen van hun eigen onderzoeksvraag.


Vacature: 2 aio's in project Language Dynamics in the Dutch Golden Age (0,8 - 1,0 fte)

In het kader van het NWO project "Language Dynamics in the Dutch Golden Age: linguistic and social-cultural aspects of intra-author variation" is bij de onderzoeksinstituut UiL-OTS en ICON plaats voor 2 Assistenten-In-Opleiding (AIO).

Onderzoeksprogramma

Mede dankzij een dynamisch politiek, religieus en cultureel klimaat was het Nederlands in de Gouden Eeuw volop in beweging. Door standaardisatieprocessen en natuurlijke taalontwikkelingen was de taal een smeltkroes van langzaam verdwijnende taaleigenschappen uit het Middelnederlands en nieuwe mogelijkheden om woorden en zinnen te vormen. Deze taaldynamiek resulteerde in veel variatie binnen auteurs (intra-author variation).

Dit project wil begrijpen welke factoren ten grondslag liggen aan die variatie. Onze hypothese is dat de variatie het resultaat was van een dynamische interactie tussen het interne taalsysteem van taalgebruikers enerzijds en hun sociaal/literair-culturele context anderzijds. Het taalsysteem van een taalgebruiker maakte variatiemogelijkheden beschikbaar, die vervolgens door een taalgebruiker systematisch en vaak strategisch werden ingezet, afhankelijk van bijvoorbeeld het publiek of de doelstellingen en literaire vormgeving van zijn tekst.


Lezing: Technologie, cultuur, literatuur. Over de publieke receptie van de bliksemafleider, 1752-1870

Vanmiddag geeft Ben Peperkamp een lezing over J.J.L. ten Kate aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Geen technologische innovatie van de late achttiende eeuw heeft vermoedelijk zoveel belangstelling gewekt als de bliksemafleider, voor het eerst beschreven door Benjamin Franklin rond het jaar 1752 in Amerika. Tegen de achtergrond van de vitale verbreiding van Benjamins ideeën over elektriciteit en afleider in Europa wil ik aandacht vragen voor een uitvoerige passage over bliksem en de afleider in een gedicht van dominee J.J.L. ten Kate (foto), De Planeeten uit 1869. Waarom schrijft Ten Kate – een van de meest gevierde dichter-dominees van Nederland– meer dan een eeuw na Franklins uitvinding nog zo uitvoerig (en behoedzaam) over de afleider? En waarom voegt hij aan zijn gedicht een ‘gebruiksaanwijzing’ toe: hoe zelf een goede afleider aan de woning te monteren? Mijn veronderstelling is dat een analyse van dit gedicht (en de bronnen) zicht biedt op de wijze waarop kennis in de 19de eeuw werd gewaardeerd.

W&N Building, Vrije Universiteit Amsterdam; room G 076, Wednesday 16 March 2016, 16.00-17.15h. Deze lezing is een Simon Stevin-lezing [15]

Crisis in de psychologie: nog maar een experiment

Door Marc van Oostendorp

De sociaal-psycholoog
Illustratie: M. van Oostendorp
Blogs kunnen iets wat wetenschappelijke artikelen niet kunnen: de wanhoop van de onderzoeker laten zien. Neem het stuk dat de prominente Canadese sociaal psycholoog Michael Inzlicht onlangs publiceerde op zijn eigen website. "Ik voel dat de grond onder mijn voeten beweegt", schreef hij daarop, "en ik weet niet meer wat werkelijk is en wat niet." En: "De sociale psychologie verdient een nieuw begin. Maar waar moeten we beginnen? Waarvan ben ik het meest zeker en waar kan mijn scepsis eindigen?"

Waar lees je zulke kreten in de vakbladen? Nee, het gaat niet goed in de sociale psychologie. De ontmaskering van Diederik Stapel bleek slechts een van de voorboden van een veel diepere crisis. Kon je in zijn geval nog denken dat het ging om een enkeling wiens bizarre onderzoeksresultaten gewoon niet goed genoeg waren getoetst, nu blijkt een van de kernpunten van het vakgebied – een effect waarvan men meende dat het in allerlei condities en in allerlei laboratoria was getoetst – ineens onvindbaar.

Het gaat om het idee dat de mens beschikt over een eindige hoeveelheid wilskracht: als je het aan het ene besteedt, kun je het niet aanwenden voor iets anders.

dinsdag 15 maart 2016

Etiketten plakken en verwijderen

Het migratiediscours en de neerlandistiek

Vrijdag 22 april 2016, 14.00u
Leiden, Universiteitsbibliotheek
Vossiuszaal

In het publieke debat over migratie, migranten en vluchtelingen spelen etiketten, beelden en stereotypen een grote rol. Onderdeel van het debat is daardoor ook het weghalen, afpellen, bijstellen van die labels en frames. Het meest letterlijke, concrete voorbeeld hiervan is het voornemen van het Rijksmuseum om beladen termen als neger te vervangen door minder ongemakkelijke alternatieven. Maar ook over een label als migrantenauteur wordt getwist. Zo zijn er meer raakvlakken tussen het publieke debat en de taal- en letterkunde. 

De Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde organiseert een themamiddag over het migratiediscours onder de titel Etiketten plakken en verwijderen. Wat kan een taal- of letterkundige invalshoek bijdragen aan de discussie over migratie en vluchtelingen?

Sophie Reinders op Faces of Science


Vanaf vandaag is het promotieonderzoek van de Nijmeegse onderzoeker Sophie Reinders toegevoegd aan de populair-wetenschappelijke website ‘Faces of Science’. In een filmpje geeft Sophie uitleg over haar onderzoek naar vriendenboekjes – alba amicorum – uit eind 16e en begin 17e eeuw die bijgehouden werden door adellijke vrouwen. Via deze boekjes bestudeert Sophie de belevingswereld van deze vrouwen: wat vonden zij belangrijk en hoe droegen de boekjes zelfs bij aan de veiligheid van deze vrouwen in roerige tijden?


Onze taal maakt ons per abuis onbeleefd

Door Lucas Seuren

Nederlanders hebben in het buitenland nog wel eens de reputatie dat ze bruusk en onbeleefd zijn. Zonder in clichés te willen vervallen lijkt daar natuurlijk wel wat voor te zeggen. Zo kan ik me sinds ik enkele maanden in Engeland heb gewoond enorm ergeren aan de manier waarop Nederlanders zich gedragen in het openbaar vervoer. Hoe moeilijk is het nou werkelijk om een rij te vormen en op je beurt te wachten – en waarom kan het wel bij de slager op zaterdagmiddag? Maar het ligt niet alleen aan ons gedrag: het ligt ook aan onze taal. Daarmee bedoel ik niet dat het Nederlands een onbeleefde taal is, maar als we onze taalconventies gaan vertalen blijkt dat dingen die wij normaal vinden, dat in het buitenland dat niet zijn.

Of course
Laat ik dit illustreren met een voorbeeld. Enkele jaren terug schreef Tanya Stivers van UCLA een artikel over “of course” wat ze kort vergeleek met het veronderstelde Nederlandse equivalent: natuurlijk. Volgens Stivers geven mensen door te antwoorden met “of course” te kennen dat de vraag niet gesteld had hoeven worden. Een polaire vraag veronderstelt normaal dat zowel ja als nee mogelijke antwoorden zijn; door met “of course” te reageren laat de hoorder zien dat dat in dat geval niet zo is.

Joost van den Vondels Maria Stuart

Op 22 november speelde Theater Kwast in de serie Mond op Mond Vondels benauwende tragedie Maria Stuart over Mary Queen of Scots. De Franse Kamer in VondelCs vormde het decor voor dit zelden gespeelde historisch drama. Hieronder een impressie van deze voorstelling.

Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal?

Onverwachte taalvragen uit de wetenschapsagenda (16)
Door Marc van Oostendorp

Eva
Illustratie: M. van Oostendorp
Als je iets leert bij het doornemen van de wetenschapsagenda, is het hoe weinig we weten. Heel veel vragen zijn de weerslag van oprechte nieuwsgierigheid – de nieuwsgierigheid die ook voor de onderzoeker misschien ooit de reden was om een vak te kiezen. Maar het antwoord op die vragen weet hij ook na lange studie niet.

Neem de volgende vraag. Hij is volkomen redelijk, en fascinerend. Ja! Hoe zit dat eigenlijk?
  • Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal? Hoe kan het dat er zoveel verschillende talen bestaan, terwijl we wel denken dat alle mensen uiteindelijk afstammen van één oermens. Stammen al die verschillende talen dan ook af van één oertaal?
Het antwoord op deze vraag is niet alleen op dit moment niet duidelijk, het ziet ernaar uit dat we misschien nooit een antwoord zullen vinden.

maandag 14 maart 2016

In memoriam Louis Grijp

Onderstaande video-bijdrage nam Frank Willaert onlangs op voor een herdenkingsbijeenkomst van de musicoloog-neerlandicus Louis Grijp:

Vacature Postdoc Taalpolitiek in meertalige scholen, ULB Brussel.

The Langues et Discours research centre of the Université Libre de Bruxelles (ULB) is looking for a postdoctoral researcher to work on “Between the devil and the deep blue sea. Implementing language policy in urban heteroglossic schools”, a new project funded by the Belgian Fund for Scientific Research (FNRS).

Project description: The project sets out to investigate how teachers implement monolingual policies in distinctly heteroglossic urban schools. Its goals are to investigate how teachers articulate a monolingual policy, to what extent and in what way teachers are responsive to linguistic diversity, and which conditions facilitate either of these realisations. These questions will be explored in four Belgian secondary schools. Data have already been collected for two of these schools by the project promotor. These data will be revisited and compared with new data to be collected by the postdoctoral researcher through ethnographic fieldwork in one or two secondary schools in Brussels (French- and Dutch-medium), depending on the applicant’s command of Dutch and/or French.


Medea, een gruweltragedie uit 1667 in volle vaart door Theater Kwast

Op 26 maart 2016 speelt Theater Kwast in het Amsterdamse Theater Perdu een barokke gruwelspektakel in volle vaart van de Amsterdamse dichter Jan Vos (1610-1667): Medea, een tragedie over de rampspoed van Jason en Medea, de ondergang van prinses Kreüsa en de stad Korinthe.

Jason is de ontrouwe echtgenoot van de toveres Medea. Op de dag van het huwelijk van Jason met de Korintische koningsdochter Kreüsa besluit Medea haar oude toverkunsten weer op te pakken om meedogenloos wraak te nemen. Ze schuwt geen enkel middel en verandert terloops paleiswachters in pilaren en eikenbomen en dan weer in beren en tijgers, terwijl ze door de wolken naar de ingang van de hel vliegt. Ondertussen verzamelt zich voor de muren van Korinthe het vrouwenleger van Hypsipyle, een oude geliefde van Jason.

Jan Vos schreef Medea voor de opening van de nieuwe Amsterdamse schouwburg in 1667. Het werd een stuk waarmee hij alle nieuwe technische mogelijkheden van het vernieuwde theater op de Keizersgracht kon demonstreren. Kwast schuwt kunst en vliegwerk niet, maar hoe we dat doen zonder enige theatertechniek. Één repetitie moet genoeg zijn.

Mond op Mond
In de serie Mond op Mond blaast Theater Kwast 17e-eeuwse theaterteksten eenmalig nieuw leven in. In één dag repeteren acteurs en musici een stuk en spelen het vervolgens dezelfde avond met tekst in de hand voor publiek. Alle groten en mindere goden uit de Gouden eeuw komen aan bod. Een unieke reeks.  

MoM: Medea
Wanneer: Zaterdag 26 maart 2016, 20.15 uur
Waar: Theater Perdu, Kloveniersburg wal 86, Amsterdam
Entree: €12,50-
Reserveren viawww.theaterkwast.nl

Conservatieven en hun zelfstandig naamwoorden

Door Marc van Oostendorp

'Ik ben (een) conservatief'
Illustratie: M. van Oostendorp
Een artikel waarin wordt beweerd dat zelfstandig naamwoorden kenmerkend zijn voor de stijl van politiek conservatieven en die zelf in de titel vier zelfstandig naamwoorden gebruikt tegenover maar één werkwoord, On the grammar of politics – or why conservatives prefer nouns, wat moet je daar van denken?

Het is in ieder geval de bewering van een artikel van enkele politicologen in het tijdschrift Political Psychology. Of het tijdschrift grote standing heeft in dat vakgebied kan ik moeilijk beoordelen – het wordt uitgegeven door uitgeefgigant Wiley, maar dat kan geloof ik zowel goed als slecht uitpakken.

Paren

Het lijkt mij niet veel soeps.